Skip to content

Metafoor voor de wereld. Global Imaginations, De Meelfabriek, Leiden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De groots opgezette tentoonstelling Global Imaginations in de Leidse Meelfabriek toont werk van kunstenaars uit verschillende continenten die internationaal actief zijn, of – in het geval van de betreurde Chen Zhen – waren. De locatie van de tentoonstelling is het casco met vloeren en trappen van de oude meelfabriek dat weldra zal plaats maken voor appartementen voor “young professionals” – zoals De Meelfabriek dit terrein voorbestemt aan een gedroomde verzameling van succesvol glanzende jeugd – en ander ontwikkelingen. Het geheel heeft nu nog het meeste weg van een kraakpand met veel graffiti en vervallen robuustheid, dat onderhanden is genomen door mensen wier glans er niet toe doet, maar die wel wat uit te dragen hebben. Dwalend over het terrein en door het complex en vele trappen beklimmend en afdalend kom je verschillende facetten van de huidige wereld tegen, alsmede de visie van twintig heel verschillende kunstenaars. Hoe verschillend ze ook zijn, de onderlinge overeenkomst is dat hun installatiewerk zich steeds min of meer goed leent voor de locatie. Het is een verademing te zien dat een tentoonstelling, gepresenteerd door een museum (Museum De Lakenhal, in samenwerking met Museum Volkenkunde en de Universiteit van Leiden), zo goed gedijt in een dergelijke ruwe omgeving zodat er een zekere dialoog ontstaat tussen installaties en omgeving. Een museumpresentatie heeft de neiging kunstwerken te isoleren, terwijl de presentatie in de Meelfabriek kunst en omgeving en daarmee ook het publiek dwingt tot een confrontatie. Dat werkt natuurlijk alleen wanneer het publiek zich voor al die verschillende zaken openstelt. Dat dat niet steeds het geval is, bleek uit een kleine openingsrel.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De samenwerkende christenen, joden en islamieten in Leiden protesteerden tegen een installatie van Ghana Thinktank uit de Verenigde Staten. De Thinktank heeft het achterhuis van Anne Frank in het klein nagebouwd en ingericht als islamitische gebedsruimte en de boekenkast voorzien van boeken met als enige heilige boek de Koran. Ernstiger nog, zij hadden het bouwsel Anne Frankmoskee gedoopt. Van Anne Frank moet je afblijven. Elke toevoeging is overbodig, aldus de verenigde, oecumenische ruimdenkenden. Ghana Thinktank had zich verdiept in de huidige Nederlandse weerstand tegen de islam en de tegenstellingen die dat veroorzaakt. Een kleine moskee te bouwen in de vorm van het Achterhuis en dat de Anne Frankmoskee te noemen leek hen een mooi teken van actieve tolerantie.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het geheel is omringd door een aantal bordjes met historische, Nederlandse en niet-Nederlandse figuren waaronder Willem van Oranje (Ben ick van Duytschen Bloedt?) en sultan Süleyman I (met wiens zoon, Selim II, Oranje internationaal samenwerkte, onder meer tegen de Spanjaarden), die een vorm van religieuze tolerantie uitdroegen die Nederland bij zijn ontstaan zou hebben beïnvloed. Maar het verenigde, gelovige gezelschap wilde het blijkbaar allemaal niet horen, ook niet toen de naam in de huidige naam Monument to the Dutch werd omgedoopt. Of de Thinktank er goed aan gedaan heeft de naam te veranderen, is de vraag. Het is een gemiste kans dat het relletje niet gedocumenteerd is en tot onderdeel gemaakt van de installatie. Leiden en de wereld hadden dan wat radicaler tegenover elkaar gestaan. Het verhaal van de Thinktank had er dan misschien wat minder sympathiek en lief uitgezien, maar het had wel de realiteit dichterbij gebracht en het had uitgenodigd tot verdieping. Het blijft nu gewoon bij een sympathiek monumentje.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Meelfabriek 06 Ghana ThinkTank

Het houten gebouwtje staat overigens niet op zich zelf. Ghana Thinktank heeft getracht in Leiden te onderzoeken wat de problemen zijn die daar zoal leven, daarbij zou het probleem tussen moslims en niet-moslims nogal eens ter sprake zijn gekomen. Hoe de aard van het onderzoek van de Thinktank precies was, wordt nergens vermeld, maar feit is dat de tegenstelling tussen moslims en niet-moslims in vrijwel alle Nederlandse kringen nogal vaak en graag op de spits gedreven wordt. Ghana Thinktank denkt in oplossingen en heeft mensen in andere landen en continenten de problemen van de Nederlanders eens voorgelegd. De aandacht van de reacties lag daarbij vooral op de genoemde religieuze tegenstelling. De antwoorden zijn, hoe oprecht ook, nogal voor de hand liggend, maar een oproep van Soedanezen in een Israëlisch detentiekamp (stel je voor: een groep mannen die de dictatuur van hun land ontvlucht zijn en asiel aanvragen in een land waar zij evenmin welkom zijn) is toch zeer ontroerend in zijn welgemeendheid, ongeacht de inhoud. Misschien is die welgemeendheid ook wel de inhoud.

Meelfabriek 07 Romuald Hazoumè

Meelfabriek 08 Romuald Hazoumè

Thinktank sluit nauw aan bij de installatie van Romuald Hazoumè uit Benin. Zoals Leiden in zijn academische en daarmee parallel lopende museale historie de wereld naar zich toehaalde, zo haalt Hazoumè de wereld naar een Beninese stad. Alleen is zijn manier niet die van verzamelen en laten zien, maar die van direct confronteren. Hij doet dat in dit project vanuit de fictieve non-gouvernementele organisatie Solidarité Béninoise pour Occidentaux en Péril (Beninese Solidariteit voor Westerlingen in Nood; NGO SBOP) waarin hij en een aantal collega’s in Cotonou collecteren voor arme blanken. Een aantal mensen in het publiek is verbaasd, immers, de blanken zijn toch rijk? In een aantal gevallen maken de collectanten duidelijk dat geven een daad van liefde is, want er zijn naast rijke blanken ook arme blanken en de blanken geven weinig om elkaar, zodat de liefde van Afrikanen moet bijdragen aan het welzijn van de arme blanken. Alsof dat niet genoeg was, viel de collecte op Valentijnsdag.

Meelfabriek 09 Romuald Hazoumè

Of het donatiegedrag van de Beninois nu zo bijzonder is, is maar de vraag, maar interessant zijn wel de discussies die ontstaan tussen de collectanten en de gevers. De presentatie van de video’s zelf draagt enigszins bij aan de sfeer, met een geïmproviseerd palaverhoekje en een gestalde fiets met collecte-jerrycans. Er worden veel jerrycans gebruikt, de symboliek daarvan doet zich raden: olie, waarvan zowel Afrikanen als Europeanen afhankelijk zijn, maar waar toch vooral de Occidentaux fors aan verdienen. Het geheel moet duidelijk maken dat een groot aantal Afrikanen ondanks het harde dagelijkse bestaan en de armoede toch bereid is uit liefde een bijdrage te geven. Dat heeft een ietwat moralistisch en nogal vertekenend trekje, want er zijn genoeg gelegenheden waarbij Afrikanen, als Europeanen, bepaald niet met liefde met elkaar omgaan, zowel in kringen waar de Afrikaanse macht en het Afrikaanse geld zit als in het gewone dagelijks leven in een Afrikaans land, nog afgezien van wat precies met “Afrikanen” bedoeld wordt. In dit geval moeten dat een aantal inwoners van Cotonou zijn. Het hilarische redt het geheel, want verder toont het niet veel meer aan dan dat er ook in Afrika, als elders in de wereld, vrijgevige mensen zijn die graag iets aan een goed doel willen geven. Maar voor sommige kijkers is dat misschien al een openbaring.

Meelfabriek 10 Brook Andrew

Jumping Castle War Memorial van Brook Andrew zou ook als moralistisch opgevat kunnen worden. Toch is daar meer aan de hand. Het zal de kijker spoedig duidelijk zijn dat dit niet gaat om een gewoon oorlogsmonument en het zal op het eerste gezicht sowieso verbazen dat het om een oorlogsmonument gaat. Het is juist die radicale tegenstelling tussen het plezier van een springkasteel, het wankele en weinig stoere van een opblaasobject en het ernstige zwart-wit, de plechtige zwarte figuur en de hangende schedels in de hoeken die de zaak vreemd maken. De abstracte zwart-wit-decoratie herinnert aan de patronen van de Australische Aboriginals en de met de armen geheven figuur herinnert aan de gebiedende standbeelden van Lenin, Stalin of dictators die zich op de zelfde zouteloze manier lieten vereeuwigen in brons of gesteente.

Meelfabriek 11 Brook Andrew

In de hoeken van de kasteeltorens hangen de schedels zacht met het springkussen mee te deinen. Een kasteel als westerse bouwvorm (hoewel er ver buiten Europa door niet-Europeanen ook kastelen zijn gebouwd), als architectuur van macht en rijkdom, de Australisch-inheemse decoraties, de schedels die voor iedereen duidelijk met de dood te maken hebben en de kale pathetiek van de zwarte figuur vormen een hybride combinatie van allerlei aspecten uit verschillende delen van de wereld. Op die manier kun je het niet alleen als een monument voor Australië zien, maar als een monument voor veel delen van de wereld waar veel mensen met voorouders uit verschillende windstreken leven. Die samenkomsten van verschillende volkeren zijn zelden harmonieus verlopen. Voor zover zij niet gepaard gingen met gewelddadige dominantie, zorgden vreemde ziektes er wel voor dat de plaatselijke oorspronkelijke bevolking gedecimeerd werd. Australië is daar zelf natuurlijk een sprekend voorbeeld van. Tot voor kort was het een officieel immigratieland. Dat is het in feite nog steeds, maar veel Australiërs schijnen dat liever niet te willen weten. De migratie waarmee Australië vandaag de dag te maken heeft, verloopt ook niet bepaald zonder slag of stoot. Dat niet-zonder-slag-of-stoot wordt zelfs benadrukt door het springkussen. Je kunt het springen op het kussen interpreteren als een gebrek aan respect voor al het leed en al die doden-door-dominantie, maar ook de idee van een dodendans zou daarbij op kunnen duiken met de meedeinende schedels.

Meelfabriek 12 Mona Hatoum

Andrews springkasteel staat buiten naast een van de monumentale gebouwen van het complex op een prachtige plek. Het zal van het weer afhangen hoe het werk zich gedraagt en hoe het de verbeelding aan het werk zet. Het werk van Mona Hatoum is ook uitstekend op zijn plaats in een verdieping van een van de gebouwen van het complex. Hatoums werk heeft de stilte van het binnen-zijn nodig. Haar werken kunnen er op het eerste gezicht uitzien alsof zij een eenzijdige boodschap te vertellen hebben, maar dat wordt juist door hun eenvoud teniet gedaan. Haar Prayer Mat (Bidmatje) vol met dicht op elkaar geplaatste spijkers en een kompas mag op het eerste gezicht een wat flauwe grap lijken, maar het geheel als object heeft ook iets mysterieus. Waarom staan de spijkers zo dicht op elkaar? Ze staan zó dicht op elkaar dat ze een nieuw oppervlak vormen; het idee van een spijkerbed voor een fakir is totaal afwezig en in de minder heldere verlichting van de ruimte van de Meelfabriek wordt het oppervlak zelfs raadselachtig flonkerend. Het harde van de spijkers kan als defensief opgevat worden, maar het oppervlak suggereert ook diepte, als iets bijzonders dat zichzelf tegelijk verdedigen moet. Het kompas kan daarbij een leidraad zijn.

Meelfabriek 13 Mona Hatoum

Hatoum weet steeds een persoonlijke lyriek te vermengen met algemeen herkenbare aspecten en die menging te materialiseren met alledaagse voorwerpen die ze tot bijzondere objecten en installaties omtovert. De presentatie van Hatoum is heel sober gehouden, met drie vloerobjecten (twee matten en een tapijtje) en een wandobject. In de ruwe omgeving van de oude fabriek wint die combinatie aan kracht en verstilling.

Meelfabriek 14 Batoul S'himi

Dat kan helaas niet gezegd worden van de butagasflessen en snelkookpannen van de Marokkaanse Batoul S’Himi, met als titel World under pressure. In de wanden van de flessen en pannen zijn de contouren van werelddelen en van het Midden Oosten uitgesneden. De referenties liggen wel erg voor de hand: de spanningen in de wereld en in en met het Midden Oosten, de positie van de vrouw etc. We kennen immers die zaken die de wereld onder druk zetten. World under pressure voegt daaraan niets toe. De metaforen zijn aardig, maar hadden een stapje verder gemogen.

Meelfabriek 15 Rivane Neuenschwander

Wereldproblematiek speelt ook een rol in het getoonde werk van de Braziliaanse Rivane Neuenschwander, maar zij heeft toch beduidend meer te bieden. In Contingent worden de continenten zoals we die kennen van wereldkaarten opgegeten door mieren en in Pangaea’s Diaries (Pangaea’s dagboeken) worden de continenten herschikt tot het oercontinent Pangaea. Neuenschwander biedt dramatisch kijkvoer. Contingent kan gezien worden als een uiting van ongerustheid over het opraken van de wereldreserves, niet zozeer door overbevolking als wel door overconsumptie. Dat geeft een melancholieke ondertoon aan een verder speelse en fascinerende video, waarin op de helft de continenten nog slechts gereduceerd zijn tot een archipel van drie eilanden. Zo verwordt de wereldkaart tot een detailkaart van terra incognita.

Minstens zo fascinerend is het veel kortere Pangaea’s Diaries waarin stukjes carpaccio in de vorm van onderdelen van de huidige continenten versleept worden – naar het lijkt door mieren, maar hoe de constructie precies verlopen is, is niet duidelijk – en worden samengevoegd tot Pangaea. Het gebruik van vlees laat de wereld zien als iets lichamelijks, dat uit elkaar gevallen is en samengevoegd wordt. De kleine mieren staan tegenover de grote landmassa’s. Het geheel laat de wereld zien op een ovale kaart, zoals die vaak gebruikt wordt om de bolvorm van de Aarde op het platte vlak zoveel mogelijk te benaderen. In dit geval is die ovaal het witte bord waarop de stukjes carpaccio liggen en waar de mieren werkzaam zijn. De donkere achtergrond laat de kaart als het ware zweven in het donker. Diaries kan wijzen op de lange periode van vervaardigen die de vrij korte maar bewerkelijke timelapse-video nodig heeft gehad. Dat doet weer denken aan de schema’s in boeken over het ontstaan en evolueren van de wereld; kleine, overzichtelijke schema’s die in werkelijkheid gaan over periodes van miljoenen jaren aan activiteit.

Meelfabriek 16 Tintin Wulia

Wie meer fysieke activiteit verkiest kan terecht bij Nous ne notons pas les fleurs (Wij merken de bloemen niet op) van de Indonesische Tintin Wulia. Wulia heeft perken met zonnebloemen aangelegd die volgens zichtbare aanwijzingen langzaam verplaatst kunnen worden. De perken zijn in de vormen van de continenten, die langzaam uiteendrijven van Pangaea tot heden, wanneer je deelneemt aan het werk. Achter het perk staan schermen die laten zien hoe het plantsoen veranderd is. Naast verplanten en aanplanten kun je ook gewoon de zonnebloemen water geven. Op die manier draag je zelf bij aan de zorg voor de wereld, misschien ook gestimuleerd door de titel, die erop wijst dat we vaak te weinig aandacht voor details op deze wereld hebben, inclusief de fraaie details die er zijn om mee te leven en van te genieten, maar ook onderhouden moeten worden. Ondanks de schermen met overzicht, is het jammer dat er niet een uitzichtpunt is waar vanaf je het plantsoen kunt overzien. Wie eerst de werken van Neuenschwander gezien heeft, kan misschien zelfs meer het hart ophalen aan dit werk en ook genieten van de bezoekers die tussen de perken doorlopen en af en toe een liefdevolle hand uitsteken.

Meelfabriek 17 Andrea Stultiens
Meelfabriek 18 Andrea Stultiens

Meelfabriek 19 Andrea Stultiens

Op die manier wordt ook duidelijk hoe de verschillende werken op elkaar inwerken wanneer je alles op je gemak bekijkt. Dat is echter niet in alle gevallen een voordeel. Wie na veel kijken en trappen beklimmen en afdalen door het complex aankomt bij de uitgebreide presentatie van de Nederlandse Andrea Stultiens, zal misschien niet meteen de moed op kunnen vatten om te onderzoeken waar haar verhaal nu eigenlijk over gaat. Er is een ware stortvloed aan tekst en plaatjes verspreid over de tafels waar geen beginnen aan lijkt. Stultiens’ project is gebaseerd op een lijst met beschrijvingen van beelden die een lokale Oegandese chief ooit opstelde rond 1930. Die beelden hadden een toekomstig geschiedenisboek van hem moeten illustreren. Stultiens ging aan de slag met Oegandezen en Nederlanders om die beelden alsnog te maken. Het werd een fascinerend en zeer uitgebreid project dat eigenlijk aparte aandacht vereist naast deze grote tentoonstelling. Het zou goed zijn als een van de musea in Leiden (of elders) een aparte tentoonstelling zou wijden aan Stultiens’ project.

Meelfabriek 20 Marjolijn Dijkman
Meelfabriek 21 Marjolijn Dijkman

Meelfabriek 22 Marjolijn Dijkman

De af en toe niet al te goede belichtingsomstandigheden spelen hier en daar ook een rol bij een wat lastige receptie van Stultiens’ project. Dat speelt helaas ook een te belangrijke rol in de presentatie van de eveneens Nederlandse Marjolijn Dijkman. De ruimte waar haar installatie Cultivating Probability te zien is, is noodzakelijkerwijs verduisterd omdat een groot videowerk deel uitmaakt van het geheel. Dijkman baseerde zich in haar objecten, sculpturen en haar video op dingen en zaken die te maken hebben met bezweringen en voorspellingen van de toekomst uit het Leidse Museum Volkenkunde en het Afrika Museum in Berg en Dal. Het geheel is intrigerend geworden. De video waarin handgebaren ook een bezwerende functie hebben, zuigt als het ware de aandacht naar zich toe en bepaalt, ook door het bijbehorende geluid, de sfeer van de presentatie. In de ruimte staan en liggen allerlei zaken die des te fascinerender zijn, omdat Dijkman veel vormen vertaald heeft naar een ander materiaal of naar een vereenvoudigde vorm. Helaas liggen en staan deze objecten in een hier en daar al te spaarzaam verlichte ruimte. Dat verhoogt misschien de mystiek van het geheel, maar dat heeft ook iets gemakzuchtigs: doe het licht uit en het wordt vanzelf mystiek. Het verhindert dat de verschillende onderdelen in hun materialiteit voldoende tot hun recht komen. Nu krijg je al te gemakkelijk de indruk dat de objecten wellicht niet de mystiek bezitten die zij in het duister lijken te hebben. Misschien is dat ook de bedoeling, of misschien moeten zij daar staan en liggen om de bezwerende handbewegingen te ondergaan, maar overtuigen doet het daardoor niet.

Meelfabriek 23 Tsang Kin-Wah
Meelfabriek 24 Tsang Kin-Wah
Meelfabriek 25 Tsang Kin-Wah

Dat het duister niet zomaar mystificeert maar een eigen rol kan spelen, blijkt onder meer uit een van de hoogtepunten van de tentoonstelling, The Fourth Seal (Het Vierde Zegel) van de Chinees Tsang Kin-Wah. De opening van het vierde zegel staat beschreven in Openbaring 6: 7-8 als onderdeel van de Apocalyps, het einde van de wereld. De sfeer van die regels wijst al duidelijk op de sfeer van Tsangs werk: En toen Het [ het Lam, BP] het vierde zegel geopend had, hoorde ik een stem van het vierde dier, die zeide: Kom en zie! En ik zag, en ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood; en de hel volgde hem na. En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel der aarde, met zwaard, en met honger, en met den dood, en door de wilde beesten der aarde. Dat voorspelt niet veel goeds.

De ruimte van Tsangs werk is aanvankelijk verduisterd, terwijl er een of twee bewegende korte zinsneden oplichtend, als slangen kronkelen over de vloer waarop je staat. Op het eerste gezicht heeft dat iets onrustbarends maar ook zelfs iets vertederends, die kleine, korte kronkelende zinnetjes. Voordat je het weet, komen er een paar bij en de woorden blijken allemaal met angst, dood en andere naargeestige zaken te maken te hebben. Er komen er meer en meer en ze kronkelen rond en over je heen, tot je in een oplichtende brei van snel rondkronkelende, inmiddels onleesbare zinnen staat. Wat die zinnen inhouden, kun je inmiddels wel raden. In feite vormen de woorden en zinnen de angsten die we hebben, niet zo zeer voor de dood zelf, als wel de pijn waarmee die gepaard kan gaan en de angst voor het onverwachte waarmee de dood ons kan verrassen. Tsang toont die angst als iets dat steeds bij je aanwezig is, als woorden of een zinsnede die je liever niet gebruikt, maar die steeds als een slang of een worm in je kronkelt en je handelen meer kan bepalen dan je lief is. Op een gegeven moment krijgt de macht van het woord de overhand en in een nog later stadium is de gehele vloer verlicht en zijn de woordslangen tot één egale lichtgevende massa geworden. Je zou daar letterlijk van Verlichting kunnen spreken. De angst is overwonnen door haar beleefd te hebben, waarna het verhaal weer opnieuw begint. De installatie heeft een bijna morbide aantrekkingskracht.

Meelfabriek 26 Tsang Kin-Wah

Er is nog veel meer te zien, maar het zou te ver voeren hier alles te bespreken. Alles bij elkaar kan gesteld worden dat de tentoonstelling er een van wisselende kwaliteit is, ondanks de klinkende internationale namen. Daar staat tegenover dat de expositie als geheel wel geslaagd is; door de wijze van exposeren wordt de Meelfabriek bijna een metafoor voor de wereld zelf. Nu ja, bijna, in ieder geval van de wereld van de verschillende internationale kunstenaars, die als de mieren van Neuenschwander over de globe trotten. Het oude fabriekspand, ondergekalkt met opmerkingen, kreten en wilde decoraties, gaat in een aantal gevallen probleemloos over in de getoonde installaties of vormen er het woelige decor van. De wereld is oud en afgewerkt, maar ook vitaal en vol kleur en communicatie. Zelfs de bordjes, die waarschuwen niet te leunen tegen de houten balustrades en hekken, krijgen de betekenis voorzichtig te zijn met die wereld.

Meelfabriek 27 Ghana ThinkTank

Bertus Pieters

Zie ook: http://www.volkskrant.nl/recensies/global-imaginations-is-grappig-en-confronterend~a4118203/

http://www.artslant.com/ew/articles/show/43540

http://jegensentevens.nl/2015/07/pictured-169/

https://villanextdoor.wordpress.com/2015/08/24/global-imaginations-the-meelfabriek-leiden/

Dreaming of Africa #23

zambia 033Worstboom (Sausage tree, Kigelia, https://en.wikipedia.org/wiki/Kigelia ), tussen Monze en Mazabuka, Zambia.

zambia 034Vrucht van de worstboom.

zambia 035Baobabs (https://en.wikipedia.org/wiki/Adansonia ) bij Ingombe Ilede (https://en.wikipedia.org/wiki/Ingombe_Ilede), Siavonga, Zambia.

zambia 036Baobabs in de buurt van de zelfde plek.

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

The Bank of Hoarding #6

06 Noah's Waiting aNoah’s Waiting.
Copyright Bertus Pieters 2012/2015
Klik op het plaatje voor een vergroting / Clik on the picture to enlarge
Klik hier voor meer collages / Click here for more collages

Contemplatief en geluidloos. Pierre Derks: Mind Your Step, LhGWR, Den Haag

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De openbare ruimte wordt vooral gebruikt om van punt A naar punt B te komen. Alleen al de formulering van deze openingszin heeft iets algemeens: “de openbare ruimte wordt (…).” Dat houdt in dat die openbare ruimte ook een zekere anonimiteit moet uitstralen om zich door iedereen te kunnen laten gebruiken, dusdanig dat de gebruikers zowel hun individualiteit als hun groepsgedrag er kunnen vieren. Voor de presentatie Mind your step van Pierre Derks bij Lief hertje en de Grote Witte Reus (LhGWR), die bestaat uit een zevental werken, heeft Derks steeds locaties uitgekozen die neutraal ogen, vrij van reclame en grafiti. Tegen deze anonieme, stille coulissen bewegen de mensen zich individueel of in kleine groepjes.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In 26 Miles bestaat de achtergrond zelfs alleen uit de lucht. Dat werk streeft naar een essentie van de idee van Mind your step. Mansportretten in profiel worden in elkaar vervloeiend getoond terwijl zij gezamenlijk van links naar rechts bewegen in het vlak. Ieder hoofd is anders, heeft een eigen karakter, maar de mannen zijn schijnbaar allemaal met hetzelfde bezig. Gezien de titel zijn ze een marathon aan het lopen. Ze zijn allemaal in meer of mindere mate bezweet en bij een aantal puilen de aderen uit. Met zijn allen doen deze heel verschillende types hetzelfde en bewegen als één organisme van links naar rechts. Ieder individu wil voor zichzelf die marathon gelopen hebben en aan zijn levensloop als teken van de eigen identiteit toevoegen. Het individuele streven, het bouwen aan en vervolmaken van de eigen individualiteit wordt iets massaals. Het is die spanning tussen individualiteit en massa waar het in deze presentatie om gaat.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Iets vergelijkbaars gebeurt ook in andere werken, met dien verstande dat de openbare ruimte er als een tastbare speler bij aanwezig is, stom maar betekenisgevend aan wat de mensen doen. Zo is in Exodus  (zie Vimeo-filmpje onder aan artikel) de bestrating de ondergrond waarover mensen met reistassen op trolleys zich spoeden van rechts naar links. Het gaat overwegend om vrouwen met weinig gevulde koffertjes die blijkbaar allemaal een zelfde doel voor ogen hebben, maar verschillend gebouwd, gekleed en gekapt zijn. Zij lopen als mensen die praktischerwijs van A naar B moeten: doelgericht, niet bijzonder gehaast maar ook niet wandelend over een bakstenen plaveisel met een fraai zich herhalend patroon, zoals iedereen dat wel kent. Dat patroon, dat ook diagonaal van rechts naar links wijst, herhaalt zich in de gang van de vrouwen, die, hoe verschillend ze ook zijn, toch ook een beeld van herhaling oproepen, en ook de video-loop herhaalt zichzelf natuurlijk voortdurend.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Een andere regelmaat in de achtergrond zit in Train waarin de camera langzaam langs de ramen van een dubbeldekkertrein gaat. Alleen of in kleine groepjes zoeken de passagiers een plaatsje in de coupé of zitten daar al en doen wat mensen in die situatie gebruikelijk doen: ze proberen het zich voor het oog van de wereld zo comfortabel mogelijk te maken in een vreemde combinatie van zich terugtrekken in zichzelf en zich open stellen voor de rest van de wereld wanneer de sociale conventies dat gebieden en zich er tegelijkertijd van bewust dat al die andere mensen hen kunnen zien. Daar komt nog een ander aspect van fotografie bij kijken – want in feite kijk je hier naar bewegende fotografie – : het voyeurisme van de kijker. Je kijkt naar die individuen, herkent hun individualiteit – misschien heb je zelfs je voorkeuren – maar je hebt die individuen ook weer onmiddellijk vergeten wanneer de ramen waarachter de passagiers zitten aan het oog onttrokken worden. Het onderscheiden van de passagiers leidt tot een korte herinnering en het enige wat op den duur overblijft is dat er mensen, onderdelen van een anonieme massa, zaten in die trein.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het voyeurisme wordt misschien wat pijnlijker bij 4 Wheelers, waarin automobilisten steeds op de zelfde plek stilstaan, misschien voor een stoplicht. De camera staat precies op de hoogte van de ramen van de auto’s waarachtig je de chauffeur ziet zitten. De achtergrond is weer anoniem en geometrisch. De automobilisten zijn uiteraard totaal verschillend, maar allen teruggetrokken in het idee van privacy dat een auto nu eenmaal geeft. Alleen zijn, als automobilist achter het stuur, kan het idee van totale intimiteit en eigenheid geven. Toch doen die mensen allemaal hetzelfde, ze kijken allemaal wat er vóór hen gebeurt, kijken soms even opzij, brengen soms de hand even aan het gezicht en allemaal hebben zij één streven: vooruitkomen. Als kijker/voyeur heb je hier meer de gelegenheid de individuen in je op te nemen en de herinnering aan de geziene mensen zal misschien langer beklijven dan bij Train, maar er is ook een ander manier van herinneren.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Die wordt door Derks visueel gemaakt in Escalator en 2 Wheelers. In beide video’s zorgt Derks ervoor dat de camera de herinnering zelf vastlegt. Tegelijkertijd zorgt hij ervoor dat je je de individuen zelf niet zal herinneren. In Escalator zijn het vooral de sequenties van nabeelden die achtergelaten worden door de personen die zich op de roltrap begeven. Die nabeelden trekken dusdanig de aandacht dat zij de individualiteit bepalen van de personen op een manier de je als kijker niet gewend bent. De nabeelden trekken bovendien fraai langs de efficiënt regelmatige tegeltjeswand en de personen bewegen als schimmen achter de rode stang in de voorgrond die, als de autoramen in 4 Wheelers en de treinramen in Train, afstand scheppen tot de kijker en het gevoel voyeur te zijn bij de kijker benadrukken. Toch heb je hier niet het gevoel de voyeur van het intieme leven van argeloze mensen te zijn. De nabeelden zorgen voor iets intrigerenders dan de individualiteit van de voorbijgangers.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In 2 Wheelers zorgt de montage er vooral voor dat de herinnering de kans niet krijgt. Als geestverschijningen duiken de fietsers op maar veranderen ook meteen als ze verschijnen en dat alles in snel ritme. De individualiteit van de protagonisten is niet meer te kennen of te volgen. Je kunt die individualiteit alleen maar constateren, meer niet. Het werk doet wat denken aan de schilderijen van de Italiaanse futuristen van ongeveer een eeuw geleden, behalve dat Derks niet de bewegingen in het mechaniek van de fietsen en de fietsers laat zien maar wel de beweging van het constante verschil in individualiteit.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Alle werken in Mind your step hebben hun eigen dynamiek. Zij bevinden zich in het gebied tussen film en fotografie maar neigen toch het meest naar fotografie in een tendens waarin fotografen hun beelden steeds vaker laten bewegen. Derks’ werken hebben de aandacht van het kijken, het lezen van een foto nodig. In de huidige presentatie bij LhGWR kan die aandacht ruim gegeven worden. Geen gedoe met koptelefoons die het niet doen, want de video’s zijn prettig geluidloos (zoals het een goede foto betaamt) en met zitjes om je te verdiepen in wat je ziet, waardoor het contemplatieve aspect van de video’s ook benadrukt wordt.

Mind your step / Exodus, Pierre Derks from Pierre Derks on Vimeo.

Bertus Pieters

Zie ook: https://villanextdoor.wordpress.com/2015/08/15/pierre-derks-mind-your-step-at-lhgwr-the-hague/

De stilte van de schildpad. Stille, stomme getuigen…, A Gallery named Sue, Den Haag

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

À ce point de son effort, l’homme se trouve devant l’irrationnel. Il sent en lui son désir de bonheur et de raison. L’absurde naît de cette confrontation entre l’appel humain et le silence déraisonnable du monde.*

(Albert Camus, Le mythe de Sisyphe, p. 44-45)

Ongeveer een jaar geleden stelden een aantal Vlaamse kunstenaars werk tentoon bij Quartair in Den Haag. De review daarover op dit blog had als titel De schone ontreddering. Die titel zou opnieuw kunnen gelden en niet alleen omdat een van de toenmalige exposanten, Anton Cotteleer , ook weer deelneemt aan de huidige tentoonstelling Stille, stomme getuigen… in A Gallery Named Sue (de tentoonstelling is een satelliet van de manifestatie Vormidable op het Lange Voorhout en in Museum Beelden aan Zee; zie ook hier). Zaken die lijken te zijn zoals ze zijn, worden aan het wankelen gebracht door de werken van, naast Cotteleer, Ruben Bellinkx, Ignace Cami en Jonas Vansteenkiste. Volgens Albert Camus (1913 – 1960), die het absurdisme voorzag van een theoretische onderbouwing naast het existentialisme, is het absurde het conflict dat ontstaat waar de mens een verwachtingspatroon heeft ten aanzien van de wereld, terwijl de wereld volslagen onverschillig is ten aanzien van die verwachtingen. Belgische kunstenaars lijken een speciale antenne te hebben voor het absurde.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Neem het videowerk The Table Turning van Bellinkx waarin vier schildpadden ieder gebonden zijn onder een tafelpoot van dezelfde tafel. Het absurde treedt hier op een aantal verschillende manieren op. Daar is de idee van een tafel die zich min of meer naar willekeur verplaatst. Er zit geen logica in die verplaatsing in die zin dat er niets is voorgeprogrammeerd of berekend; er is geen vast beredeneerbaar patroon, hoezeer je dat misschien ook zou willen ontdekken. Het gaat ook niet om een seance met een bewegende tafel, hoezeer in vroeger tijden hieruit ook door helderzienden bepaalde conclusies getrokken hadden kunnen worden – en misschien zijn er nog steeds mensen die een bericht lezen uit deze video. De schildpadden bewegen zich puur voort omdat zij dat kunnen en wellicht ook moeten. Misschien hopen zij door te bewegen ook verlost te worden van het ding op hun rug, maar zij zijn stil, zij zeggen er niets over. Ze spreken geen oordeel uit, ze vragen niet om hulp en ze spreken ook niet onderling om hun genoegen of ongenoegen uit te spreken. Ze hebben je helemaal niets te zeggen, hoe geobsedeerd of bevreemd je ook kijkt naar de video’s en hoe graag je ook betekenis wil zien in het geheel.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De richting wordt bepaald door de sterkste schildpad of schildpadden, maar het is niet duidelijk welke de sterkste is, zo min als duidelijk is waarom die sterkste dan een bepaalde kant op wil. De actie voltrekt zich langzaam, bedachtzaam en zonder agressie. In dat laatste schuilt alweer iets absurds, want die bedachtzaamheid is een kwalificatie die bij de kijker op kan komen, maar in feite zijn schildpadden niet aanwijsbaar bedachtzaam. De schildpadden lijken zowel hulpeloos als ernstig, maar in hoeverre zijn zij minder hulpeloos zonder tafel, want waarmee zouden zij geholpen moeten worden? Als kijker kun je alleen kijken, zonder dat je antwoord krijgt op die vraag. Zoals Camus al aangaf: de wereld blijft stil bij de vragen die je stelt, bij het gevoel dat je als kijker hebt bij het aanschouwen van die krabbelende schildpadden. Het schouwspel voltrekt zich voor je ogen, maar je kunt er niets aan doen, want het gebeurt op een filmpje. Door de projecties op twee wanden in de verduisterde kamer kun je het idee hebben deel uit te maken van de handeling zonder te kunnen ingrijpen – eigenlijk zoals die schildpadden zelf – zoals je dat gevoel kunt hebben in een droom: je bent erbij en kijkt ernaar, maar je kunt er niets aan doen. De schildpadden hebben niets aan jouw gevoelens, want zij zijn een projectie en misschien wel de projectie van je eigen machteloosheid.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De wereld van Ignace Cami is een specifiek Vlaamse: zo laat hij je op de trap naar de galerie al begroeten door een Vlaamse leeuw met een sansevieria op de rug. Zo Vlaams als een frietenkot, zou je denken, maar de naam van het werk is Exoten. De leeuw is immers niet een specifiek Vlaamse soort – zo min overigens als een Nederlandse – en de sansevieria werd ooit door Belgen meegenomen uit het voormalig Belgisch Kongo – waar de leeuw trouwens ook nog ternauwernood in het wild voorkomt – en belandde overmatig in de Belgische vensterbanken als teken van huiselijkheid . Ook verder is er wat vreemds met deze leeuw. Om te beginnen kijkt hij om, dusdanig dat hem de nek omgedraaid is, of omdat hij in consternatie naar de sansevieria kijkt. Verder ziet hij er wat schameltjes uit, verdeeld in stukken die wat slordig aan elkaar gezet zijn. Hij mist oren en staart, evenals de haren, waarvan zowel de heraldische als de echte leeuwenkater toch altijd zo kwistig voorzien zijn. Om maar te zwijgen van het gebrek aan een vurig rode tong. De sansevieria in potaarde benadrukt nog eens de krakkemikkigheid van het geheel. En wederom, wat er aan de hand is, is in feite onverklaarbaar. Het beeld bevat humor, maar waarom? Wat is de grap en wat is de pijn? Afgezien dat grappen beter niet verklaard kunnen worden, doet de grap verklaren misschien pijn, vooral wanneer je Vlaamse hart al te hartstochtelijk klopt. Het gaat dan kloppen van Belgische symbolen van ver buiten België. En die pijn is absurd, want wordt door geen doorn of wapen veroorzaakt, is niet fysiek en de wereld blijft er des te onverschilliger onder. Als Nederlander kijk je naar een stuk retorica, waar je dichtbij staat – als bij de schildpadden van Bellinkx – waar je misschien zelfs iets over zou willen zeggen of vragen, maar de situatie blijft er onverschillig onder en de leeuw heeft letterlijk zijn tong verloren maar draagt de exotische kleinburgerlijkheid met zich mee.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wensconstructies: Mythe I heeft, ondanks zijn kleinere formaat en compactere uiterlijk, allerlei tegenstrijdigheden in zich. Een zwaard wordt gepresenteerd als een fossiel in barnsteen. Maar is het een zwaard? Een zwaard heeft historisch – en niet zonder reden – een kruisvorm. Het fungeerde als een kruis van gerechtigheid. Alleen, dit zwaard is gemaakt van sansevieriabladeren. Wéér die sansevieria en nu als het wapen van christelijke gerechtigheid. De eigengereide, historische rechtvaardigheid verworteld met de net zo eigengereide, knusse huiselijkheid. Een ieder die zonder twijfel strijdt voor gerechtigheid kan zich door dit werk aangesproken voelen en voelt misschien weer dezelfde pijn als bij het kijken naar Bellinkx’ schildpadden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De beelden die Anton Cotteleer vorig jaar in Quartair toonde, vielen op door het gebruik van de zacht uitziende oppervlakken, amputaties en het gebrek aan verwondingen die daar normaal gesproken de resultaten van zouden moeten zijn. Zo heeft ook Proberen een goede ganzenhouder te zijn een zachte kleur en een zacht, viltig oppervlak. Tekenen dat pijn en wreedheid ver weg zijn, maar ook hier zijn amputaties toegepast. Alleen wáár precies is niet helemaal duidelijk. Het beeld is verwarrend. De ganzen hebben rode snavels als de tamme, witte ganzen op het oude platteland of in sprookjes. Toch is dit beeld geen simpel verhaal van een oude ganzenhoedster uit de goede en vervlogen tijden. De titel spreekt ook van een ganzenhouder, niet van een –hoeder. Het trachten een goede ganzenhouder te zijn is duidelijk geen kleinigheid: het gevaarte, de torso met de ganzen, dreigt topzwaar om te vallen in een gedekte tafel die daartoe al mallen heeft, blijkbaar om het eenmaal gevallen geheel goed te kunnen laten liggen. Daarmee zou je ook kunnen concluderen dat de gedekte tafel juist de ganzenhouder is waarvan de titel rept. Wie nog beter kijkt, zal de weg kwijtraken: het omvallende, zachtmoedig gekleurde, viltige volume heeft bij nader inzien maar een heel flauw herkenbare vorm: het lijkt op veel – een torso, een beeld, een sierpilaar, een lichaam met billen – maar het is niet nader te definiëren en het is maar goed dat de ganzen opvallend gekleurde snavels hebben anders waren zij niet te onderscheiden van het vallende volume. Verder zal de gedekte tafel nauwelijks troost bieden, of het mag de troost zijn dat de tafel gedekt is, klaar voor ontvangst, zacht beschermd tegen wat komen gaat, of de hardheid bedekkend.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ook een ander, kleiner beeld met twee grote hoofden, gepresenteerd op een schijnbaar te klein tafeltje met kleedje, het geheel gehuld als in een schutkleur in het opgeruimd vrolijke oranje met ruiten van het kleedje. Alle burgerlijke verzachting blijkt des te meer het wrede van mogelijke onthoofding te tonen. Een ingeburgerd idee van de schoonheid van gebeeldhouwde portretkoppen en van de gezapigheid van een vrolijk en verdoezelend tafelkleedje, vermengen zich tot de zachte wreedheid van het absurde.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Naast deze beelden toont Cotteleer ook een installatie die een ander aspect van zijn werk toont. Cotteleer is hier explicieter in zijn uitgangspunten: de tekenen van rijkdom en quasi-rijkdom die de armoede van het bestaan moeten verhullen. Trofeeën, bont, decoratieve exotica en huiselijke kitsch staan, liggen en hangen geïsoleerd van elkaar op en aan het groen dat herinnert aan ordelijk geschoren, groene gazons. Alles ademt nep en sentimentele waardeloosheid die de pijn van het dagelijks leven moeten verdoezelen maar in feite daardoor juist blootleggen. Het is dezelfde pijnlijke absurditeit van de willoze maar toch bewegende schildpadden van Bellinkx.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Jonas Vansteenkiste toont ondermeer een aantal huizen die als een schedeldak gelicht worden, maar je kunt ze ook beschouwen als gapende openingen die uitnodigen om binnen te schuilen tegen wat de buitenwereld allemaal brengt. Deuren zijn niet erg zichtbaar in de huizen en dat mag al als een teken van onheil opgevat worden. De ideaal witte hekjes, misschien niet eens om het territorium af te bakenen als wel gewoon om mooie witte hekjes te hebben bij je huis, een paar kinderschommels, een ideaal groen gazon en daarin de even ideale houten huizen die als muizenvallen openstaat en bij het dichtklappen alle ideeën van vrijheid terugbrengen tot de beperktheid van het schedeldak en het duister van het ik. De wensdroom van de naar tevredenheid snakkende mens wordt ook een absurditeit. Zelfs het schommelrek, toch eigenlijk een symbool van kinderlijke levenslust, heeft iets benauwends met die autobanden en die gedraaide kettingen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Elders komt een huis tot leven en transformeert zich onder het schijnsel van een lamp, misschien wel onder invloed daarvan. Je woonst, dat waarop je het meest moet kunnen rekenen, je bescherming tegen weer en wind, de plaats om je in terug te trekken wanneer je dat wenst, de plaats die je vertrouwd is, lijkt hier zomaar een eigen leven te leiden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

En wat te denken van al die huisjes die als grauwe briketten op een hoop liggen bij de haard? Als bij de andere kunstenaars heeft het absurde van deze werken niets zwaars, maar eerder een lichtvoetige ironie. De titel van de tentoonstelling Stille, stomme getuigen…, hoe goed getroffen ook, duidt in feite alleen op het deel van het absurde waar de wereld onverschillig zwijgt. Dat valt samen met het moment dat de mens zijn verlangen naar geluk en reden projecteert op de wereld en die momenten zijn er te over bij deze werken. Het blootleggen van het absurde is niet alleen een kwestie van harde ironie en relativering zoals dat hier te lande nogal eens bedreven wordt. Lachen om de absurditeit van wereld, nationaliteit en samenleving is één ding, de pijn voelen die daar ook bij hoort, een esthetica toepassen die daarmee samenvalt en onderdeel wordt van het absurde en die niet simpel wegschatert of –schreeuwt, dat lijkt in zijn verfijning iets dat meer hoort bij de Vlaamse kunst dan bij de Nederlandse. Er lijkt geen wens bij deze Vlaamse kunstenaars een nieuwe logica te bereiken via het absurde (de wens botst immers met de wereld), in tegendeel, het irrationele van het absurde wordt geheel omarmd. Onder je voeten beweegt de wereld zich als Bellinkx’ tafel die voortbewogen wordt door schildpadden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Bertus Pieters

* Op dit punt van zijn inspanning, bevindt de mens zich voor het irrationele. Hij voelt in zich zijn verlangen naar geluk en reden. Het absurde wordt geboren uit deze confrontatie tussen het menselijk appel en de onredelijke stilte van de wereld.

Zie ook: https://chmkoome.wordpress.com/2015/06/08/stille-stomme-getuigen/

https://villanextdoor.wordpress.com/2015/08/13/stille-stomme-getuigen-silent-dumb-witnesses-a-gallery-named-sue-the-hague/

Atlantische kunst. Remy Jungerman, Crossing the Water, Gemeentemuseum, Den Haag

Remy Jungerman 01

In reality, it could be said that, in the Caribbean, the “foreign” interacts with the “traditional” like a ray of light with a prism; that is, they produce phenomena of reflection, refraction, and decomposition. But the light keeps on being light; (….)

(Antonio Benitez-Rojo, The Repeating Island: The Caribbean and the Postmodern, p. 21)

Cultuur is datgene aan kijken, ruiken, smaken, voelen, bewegen en leren dat je voor je geboorte al meekrijgt. De expressie daarvan is dat wat je anderen met dat doel weer mee kunt geven aan kijken, ruiken, smaken, voelen, bewegen en leren. Op die manier zijn we in staat verbindingen te leggen, op verschillende niveaus te denken en te communiceren, de waarde van dingen te zien, betekenissen te zien, de schoonheid van al die zaken te waarderen en zo voort. Maar het maakt ook dat we dingen als eigen tegenover vreemd zien, als wijzelf tegenover de ander. Dat werpt barrières op en dat die barrières vaak lastig te doorbreken zijn, behoort helaas op steeds schrijnender manier tot de actualiteit van de dag.

Remy Jungerman 02

Je moet uit een speciaal hout gesneden zijn om als kunstenaar die barrières doelbewust te doorbreken in je werk. De Surinaams-Nederlandse kunstenaar Remy Jungerman (1959) is uit dergelijk hout gesneden. Voor hem is het een soort bewuste onbewustheid dat de cultuur die hij mee heeft gekregen er een is met veel verschillende componenten die zijn manier van denken en maken mede hebben bepaald. Het stelt hem in staat elementen van de naar Suriname meegenomen West-Afrikaanse cultuur maar ook van het modernisme van Mondriaan samen te brengen en tot iets nieuws te maken. Hij komt zo tot een kunst die niet Nederlands of West-Afrikaans is, maar misschien wel Surinaams, of meer nog Atlantisch, en misschien zelfs van een groter geestelijk areaal dan Jungerman zelf of wij als kijkers kunnen bevroeden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wie een werk als Fodu, Holder ziet op Jungermans huidige tentoonstelling Crossing the Water in het Haagse Gemeentemuseum, merkt dat dat niet resulteert in een soort Surinaamse Mondriaan of in een Nederlands multicultureel winti-werk. Dat zou van beide kanten alleen maar een vorm van exotische belangstelling inhouden, waarbij er duidelijk het een is dat het andere absorbeert. Bij Jungerman is er juist sprake van een versmoltenheid. De bezoeker van het Gemeentemuseum die zojuist de Stijl-collectie heeft gezien, zal de verbinding met Fodu, Holder gemakkelijk kunnen leggen. Maar het is moeilijker om te definiëren wat die verbinding precies is. Zeker, er is geometrie in het werk en er zijn de rechte lijnen en hoeken zoals gebruikt door Mondriaan en andere kunstenaars van de Stijl; er is zelfs een zweem van de primaire kleuren van Mondriaan. Maar die kenmerken worden tenietgedaan doordat zij door hun gebruik gemengd met andere aspecten een ander betekenis krijgen. De geometrie wordt hier niet gebruikt om tot een bepaalde artistieke puurheid te komen zoals dat gebeurde in het modernisme. Ze wordt eerder een drager van de kaarsjes, van de flessen en de blokken en bij nader inzien zijn de randen van de leunende panelen ook niet eenkleurig maar afkomstig van bont geruit textiel.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Remy Jungerman 06

De geometrie is in Transition Nkisi zelfs helemaal getransformeerd tot twee blokken die met elkaar lijken te communiceren. De spijkers komen terug in de titel: een nkisi is een krachtbeeld afkomstig uit het gebied van de Congo’s en Angola. Krachtbeelden worden gemaakt om de macht van de geesten van overledenen in te perken en te gebruiken om allerhande zaken te beïnvloeden. Dat laatste gebeurt door het inbrengen van stukken metaal of spijkers in het beeld. In Transition Nkisi bevinden de spijkers zich echter niet aan de buitenkant van het object, maar tussen de twee kubussen in. Je zou ook kunnen denken dat de spijkers uit de objecten groeien en met elkaar verstrengelen, of dat zij tanden zijn tussen twee kaken. In ieder geval nemen zij niet de prominente plaats in als de spijkers in een nkisi, ze bevinden zich in de schaduw van de geometrie. De kubussen zelf zijn overtrokken met decoratief textiel dat Jungerman weer bedekt heeft met kaolien, de betekenis waarvan Jungerman uitlegt in een korte begeleidende video bij de tentoonstelling (zie ook onderaan dit artikel). Deze van oorsprong betekenisvolle elementen in de compositie: de spijkers, het textiel, de kaolien maken dat de kubussen geen formele, modernistisch bedoelde, uitgepuurde vormen meer zijn, maar abstracte lichamen, dragers van betekenis, die door hun vorm ieder gewenst idee in zich kunnen dragen.

Remy Jungerman 07

Toch zit er nog meer verborgens in uit de modernistische traditie. Een belangrijke tentoonstellingstraditie uit het modernisme van na de Tweede Wereldoorlog is om de kunstwerken te tonen in een kale ruimte met witte muren (het idee van de white cube), zoals dat hier min of meer ook gebeurt. Het idee daarbij is dat de kunstwerken op die manier ieder voor zich kunnen spreken zonder ruis van de omgeving. In het geval van Transition Nkisi heeft Jungerman gebruik gemaakt van dat gegeven door minder zichtbare vlakken rood te schilderen zodat die een rode weerschijn geven tegen de witte muur. Op die manier veroorzaakt het kunstwerk zijn eigen ruis tegen de wand, het beïnvloedt zijn directe omgeving en de betekenis breidt zich verder uit.

Remy Jungerman 08

Remy Jungerman 09

Een werk met veel meer details die op elkaar inwerken qua vorm en betekenis is Initiands waarbij het houten frame zowel samenvalt met de patronen van geruit textiel (waarvan het gebruik door de Marrons in Suriname wordt toegelicht in het filmpje door Jungerman) als met de geometrische patronen van Mondriaan en de modernistische geometrische traditie. In de glazen potjes bevinden zich allerlei kleine artefacten die refereren aan de achtergronden en geschiedenis die het werk beheersen en die het als “ingeboren” cultuur met zich mee krijgt. Daarnaast draagt het glas ook bij aan de transparantie van de gehele compositie,

Remy Jungerman 10

naast de wederom aanwezige kubussen met nkisi-spijkers. Een werkzame nkisi draagt kleine voorwerpen in zich – tanden, botjes, schelpjes, haar, planten – die de werkzame kracht zijn in de communicatie met de overledene. Op die manier kunnen ook de potjes en flesjes met of zonder inhoud gezien worden tussen de lichamen van de kubussen.

Remy Jungerman 11
Remy Jungerman 12

Remy Jungerman 13

Op dezelfde manier werkt het grote, samengestelde Fodu, Composition 24, hoewel het geheel enerzijds groter en monumentaler maar ook eenvoudiger en geslotener is. Het werk wordt beheerst door de regelmatig gerangschikte, vierkante panelen met geruite stoffen en Vlisco-textiel, in veel gevallen bedekt met kaolien. Ondanks de formele ordening van het werk en het overheersen van de geometrie krijgt het door de bewerkingen, de toegepaste materialen en niet in het minst door de aanwezigheid van de fles een spirituele betekenis, waarbij het spirituele niet alleen de uitstraling geldt, zoals dat ook bij een modernistisch kunstwerk zou kunnen, maar ook de inhoud van het werk. Het geheel van de zes werken in de projectruimte van het Gemeentemuseum werkt als één installatie waarbij de componenten elkaar aanvullen, maar zich ook in verschillende opstellingen herhalen. Het idee van de white cube is daarbij ook een bindende factor geworden.

Remy Jungerman 14

Remy Jungerman 15

Jungermans meest minimale werken in het geheel zijn de twee Horizontal Obeah’s  die slechts zijn opgebouwd uit smalle, beschilderde houten latten, hier en daar omwikkeld met textiel. Zeker in combinatie met de andere vier werken lijkt deze werk, ondanks het ontbreken van flessen, spijkers en dergelijke, alle kracht in zich te dragen die ze nodig hebben om de communicatie van cultuur hoog te houden en spirituele inhoud te geven. Dat geldt voor de cultuur van bijvoorbeeld de Marrons en haar West-Afrikaanse wortels, maar zeker ook die van het modernisme zoals die ook aanwezig is het Gemeentemuseum. Formeel ligt Suriname niet aan de Caribische Zee, maar de cultuur zoals omschreven in het citaat van Benitez-Rojo, geldt zeker voor het werk van Jungerman, zoals het geldt voor veel kunstenaars van langs de Atlantische kusten en die van de Atlantische buurtzeeën. Het gaat daarbij niet om een oppervlakkig multiculturalisme dat slechts de exotiek, het vreemd zijn, in stand wil houden, maar om een daadwerkelijk gedachtegoed dat een groot deel van de wereld omvat.

Bertus Pieters

 

Zie ook: http://arcthemagazine.com/arc/2015/04/gemeentemuseum-den-haag-presents-remy-jungerman-crossing-the-water/

http://arcthemagazine.com/arc/2015/07/gemeente-museum-den-haag-presents-crossing-the-water-by-remy-jungerman/

http://dutchcultureusa.com/blog/2431/interview-with-remy-jungerman

https://srananart.wordpress.com/2015/07/05/surinamese-art-with-magic-powers/

https://villanextdoor.wordpress.com/2015/08/07/remy-jungerman-crossing-the-water-gemeentemuseum-the-hague/

Primitive Pictures #23

mouse speak 5623
A series of remade internet pictures.

Ship 1
Click on the picture to enlarge. Remake of this picture of this website
BP

Nieuwe namen: Eindexamenexpositie KABK Den Haag 2015

KABK15 01 Hilde De Windt

Een grote hoeveelheid studenten studeerde dit jaar weer af aan Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Er was veel goeds te zien op de eindexamententoonstelling. Een greep:

KABK15 02 Hilde De Windt

Sociaal engagement in de kunst hoort bij de tijdgeest. Het is natuurlijk nooit weggeweest, maar de huidige generatie kunstenaars doet er graag aan mee om medeleven te tonen of om naar maatschappelijke oplossingen te zoeken. Opvallend is dat daarbij het politieke of subversieve aspect vaak gemeden wordt, alles blijft binnen de bestaande orde van wat algemeen aanvaard is. In principe is daar niets mis mee, maar wat meer subversiviteit kan kunst en zeggingskracht meer vooruit duwen en de kijker de energie geven zich te positioneren.

Hilde De Windt

Een overigens prachtige foto van een anonieme migrant door Hilde De Windt is bijvoorbeeld op zichzelf interessant. De witte streep van een losgetrokken plint deelt het beeld in tweeën en complementeert het horizontale van de matrassen en de lamellen en de onderkant van het jasje van de figuur die zelf stevig verticaal tegenwerk biedt met de wanden, de ramen en een hangend kledingstuk. Maar wat zegt dat over de positie waarin de figuur verkeert? De dichte lamellen waar de zon maar ternauwernood doorheen schijnt laat weinig te raden over. Het pijnlijke van een dergelijke foto is niet dat er een pijnlijke realiteit uit spreekt als wel dat die pijnlijke realiteit de laatste jaren in zoveel verschillende varianten is vertoond dat het oog eraan gewend is geraakt. Een zekere inflatie in het tonen van migratie-ellende is ingetreden. Van Windt is op de goede weg, haar horizontalen en verticalen geven inhoud aan haar foto, en ook haar andere foto’s laten zien dat ze een scherp oog heeft voor de betekenis die abstractie kan toevoegen, maar wil die betekenis nog wel doordringen bij de toeschouwer? Of dragen ze slechts bij aan het gevoel van machteloosheid?

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
KABK15 05 Serge
KABK15 06 Elske Verdoorn

Vergeleken met De Windt spreekt het project van Elske Verdoorn directer aan. Dat komt vooral omdat zij zelf vooral op ontdekkingstocht is geweest naar de kracht van mensen. Zij deed dat bij mensen die in de marge van de samenleving het hoofd boven water trachten te houden. Voor Hagenaars zijn er bekende gezichten onder. Verdoorn is op zoek geweest naar het culturele aspect van hun bestaan. Wat houdt die mensen bezig, hebben zij passies, zaken die zij lief hebben in het leven? Natuurlijk hebben zij die en het is dan ook niet verwonderlijk dat de presentatie van Verdoorn uit meer bestaat dan uit foto’s. Er wordt geen medelijden gevraagd, er wordt waardigheid getoond. Dat cultuur een basisbehoefte is, weet iedere academiebezoeker, maar het wordt hier op een wel hele vitale en warmhartige wijze getoond.

KABK15 07 Rob van der Burg
KABK15 08 Rob van der Burg
KABK15 09 Rob van der Burg

Sociaal engagement kan zich op onverwachte manieren uiten. Zo heeft Rob van der Burg planten voorzien van elektronica en daarmee onder meer van geluid en mobiliteit. Een mos krijgt zelfs de kans om zich in zijn geheel vliegend te verplaatsen. Het mooie is dat Van der Burgs project het air heeft serieus nuttig te zijn. Het gebruik van technologie doet efficiëntheid en profijtdenken vermoeden, maar het project heeft vooral een absurde dimensie (voor zover efficiëntie en profijtdenken dat niet zouden hebben) en doet de vraag rijzen of er niet ook een Partij voor de Planten noodzakelijk is.

KABK15 10 Liza Pace

Een ander aspect dat de kunst al enige decennia beheerst, is het omtoveren van een ruimte tot een installatie waarin de ervaring van de kijker van groot belang is. De kijker bevindt zich ín het kunstwerk en maakt er onderdeel van uit.

KABK15 11 Liza Pace
KABK15 12 Liza Pace

In deze tijden van het creëren van fraaiheid waaraan geen lichamelijke aanraking meer te pas komt, kan het een verademing zijn als die aanraking juist wel een rol speelt, zoals in de presentatie van Liza Pace. De voorwerpen en de ruimte zijn letterlijk onder handen genomen. De aanraking van de hand kan teder of corrigerend en vooral scheppend zijn en dat maakt dat Pace, zonder dat je haar persoonlijk kent, toch steeds haar aanwezigheid laat voelen als schepper van een parallelle wereld. Ze is alom tegenwoordig als een god in haar eigen wereld. Een wereld waarin heel basale scheppende processen gebruikt worden om een nieuwe harmonie te vormen.

KABK15 13 Max de Waard
KABK15 14 Max de Waard
KABK15 15 Max de Waard

De presentatie No Rules in Space van Max de Waard is een van de hoogtepunten van de expositie. De Waard trekt je onmiddellijk in een sfeer van ruimte en onbegrensdheid. Die sfeer is verder moeilijk te omschrijven, laat staan fotografisch weer te geven. Net als Pace toont hij een doortastendheid van werken. Of hij nu veel improviseert of juist alles van te voren goed uitkient (of iets daartussenin), hij weet waar hij mee bezig is, weet wat hij wil laten zien en laat de bezoeker in de waan alle vrijheid van interpretatie en emotie te hebben, terwijl De Waard zelf de kaders daarbij stelt.

KABK15 16 Olivier Jehee
KABK15 17 Olivier Jehee
KABK15 18 Olivier Jehee

Olivier Jehee gaat in zijn presentatie niet zover dat je als kijker rond kunt lopen in zijn idee. Dat is ook meestal niet gebruikelijk in een modepresentatie, uiteindelijk gaat het dan om de heldere presentatie van bepaalde ontwerpen. Toch benadert Jehees presentatie die van de installatie-ervaringskunstenaars. Als in een uitgebreide etalage laat hij de kijker met het oog zwerven door de zaken die hem bezighouden en in die ruimte slingert de kleding schijnbaar achteloos rond. Kleding bestaat niet zonder context. Jehee heeft dat goed begrepen. Bij hem wordt kleding de clash tussen het meest lage en het meest gecultiveerde en dat gaat wonderwel samen daar ze beide streven naar hegemonie; nergens zijn groezeligheid en decadentie ver van elkaar verwijderd.

KABK15 19 Mickey Yang
KABK15 20 Mickey Yang
KABK15 21 Mickey Yang

Mickey Yang heeft er niet voor gekozen de hele ruimte onder handen te nemen om haar publiek in andere sferen te brengen. Ze heeft een aantal installaties/objecten tentoongesteld die elkaar in sfeer min of meer aanvullen. Yang moet het hebben van onverwachte combinaties als in een collage. Ze gebruikt objecten, bewegend beeld en zelfs stoom. Het bewegende beeld toont in het algemeen het langzame, vanzelfsprekende verloop van een aantal zaken, maar ze kadert dat zodanig in dat die processen bijzonder worden en lijken op onderzoekswaarnemingen. Het geheel van de installatie geeft het idee dat Yang de wereld op een speelse maar ook mooie manier opnieuw probeert uit te vinden.

KABK15 22 Romy Muijrers

Een andere zaak die veel hedendaagse kunstenaars bezighoudt is de herinnering. De bewustwording dat het verleden ons maakt tot wat we zijn, lijkt daarbij een belangrijke rol te spelen.

KABK15 23 Romy Muijrers
KABK15 24 Romy Muijrers

De tekenkunst – die het laatste decennium toch al flink aan prestige heeft gewonnen – is daar bij uitstek geschikt voor. Papier is een uiterst serviel materiaal als drager, maar behoudt ook iedere activiteit van de tekenaar, ook al heeft die zijn/haar best gedaan om zaken uit te gummen. En juist dat al of niet behouden speelt een rol in het werk van Romy Muijrers. Haar tekeningen worden een soort decors van zichzelf. Zij plakt er losse figuren in of naast, van wie het onduidelijk is waarnaar zij op zoek zijn. Bezoeken zij de tekeningen als een soort sentimental journey? Of maken zij zichzelf juist los uit de herinnering? Het is niet verwonderlijk dat ze ook een aantal animaties toont, sinds het werk van William Kentridge dé manier om tekeningen tot leven te brengen en de herinnering te laten blijven doorschemeren.

KABK15 25 Róman Kienjet
KABK15 26 Róman Kienjet
KABK15 27 Róman Kienjet

Róman Kienjet dicht nieuwe waarden toe aan vooral kleine objecten. Kleinoden die behoren tot het verleden van een plaats of een persoon worden zaken die gekoesterd worden als heilige knekels in een reliekschrijn. Daarmee worden ze onderdeel van de mythologisering van het verleden en daarmee onwillekeurig een bouwsteen voor de toekomst. De esthetiek van het tonen van dergelijke verkostbaarde snuisterijen krijgt bij Kienjet vooral een aantrekkelijke uitwerking en als eindpresentatie op een academie schiet hij behoorlijk in de roos. Maar het is te hopen dat dit geen eindproduct is. Ondanks de ontegenzeggelijk mooie en overtuigende presentatie verdient het thema meer verdieping die de nu getoonde esthetica misschien zelfs doorbreekt.

KABK15 28 Victor Breton van Groll
KABK15 29 Victor Breton van Groll
KABK15 30 Victor Breton van Groll

Victor Breton van Groll gebruikt gevonden voorwerpen die hun basale materialiteit tonen. Het gaat niet om gevonden eindproducten maar om de veelal rechthoekige gebruikte materialen waarmee we de mensenwereld opbouwen. Evenals de voorwerpen van Róman Kienjet refereren ze aan een verleden, maar ze verwijzen niet naar een specifieke plaats en ze worden bepaald niet gebruikt als relieken. Breton van Grolls werken kunnen uit ieder willekeurig gebouw komen. Hij isoleert ze en toont daarmee hun eigen wereld van verhoudingen en ritmes, de verhoudingen en ritmes die we gebruiken om onze cultuur op te bouwen, maar die er in het proces niet ongehavend uit komen.

KABK15 31 Jonas Raps

Al met al zou je bijna vergeten dat er ook gewoon met verf geschilderd wordt op de academie. Gelukkig bestaat er nog steeds een grote liefde voor dat vak, want eerlijk is eerlijk, wat is er nu magischer, naast de potloodstreep, dan de verfstreek?

KABK15 32 Jonas Raps
KABK15 33 Jonas Raps

Jonas Raps is duidelijk op weg een heel vaardige schilder te worden. Zijn werk roept een rijke fantasie op en schept hier en daar monumentale, landschappelijke ruimte. Het is te hopen dat Raps de scherpe kanten in zijn manier van werken weet te behouden en dat ze geen routine gaat worden. Die scherpe kanten zijn enerzijds het beheersen van de ruimte binnen het schilderij maar ook het toepassen van improvisatie. Met het gebruik van eitempera treedt hij in de voetsporen van Robert Zandvliet, maar het zal nog even duren voor hij diens virtuositeit bereikt.

KABK15 34 Simon Oosterhuis

De schilderijen van Simon Oosterhuis hebben de neiging op een opvallende manier onopvallend te zijn. Zijn kleurstellingen beperkt hij in ieder schilderij om ze aan te passen aan het onderwerp. De kleuren op zich zijn de kleuren die je veel tegenkomt in de hedendaagse schilderkunst, maar zijn presentatie Ecce Homo heeft er goed vorm door gekregen.

KABK15 35 Simon Oosterhuis

Al met al valt er weinig te zeggen over algemene tendensen in deze eindexamententoonstelling, behalve dan dat het peil van de Haagse Academie onverminderd hoog blijft. Toch lijkt door de bank genomen de ambitie om werkelijk iets uitzonderlijks te laten zien dit jaar wat minder aanwezig. Dat zegt echter niets over wat we nog verwachten kunnen van deze kunstenaars. Zo zullen er altijd briljante afstudeerders zijn wier talent na de academie verpietert en zo zullen er ook middelmatige afstudeerders zijn die later nog tot bijzondere dingen in staat blijken. En alles daar tussenin.

KABK15 36 Simon Oosterhuis
Bertus Pieters

Zie ook: http://jegensentevens.nl/2015/07/19075/

https://chmkoome.wordpress.com/2015/07/07/graduation-festival/

http://www.lost-painters.nl/eindexamen-expositie-kabk-den-haag-5/

http://trendbeheer.com/2015/07/04/kabk-den-haag-eindexamen-2015/

https://www.cleeft.nl/kunst/recensie_eindexamenexpositie-kabk-is-doolhof-verrassingen

http://www.mistermotley.nl/art-everyday-life/eindexpo-kabk-den-haag-2015

https://villanextdoor.wordpress.com/2015/08/03/graduation-show-2015-at-the-royal-academy-the-hague/

Tijdelijke blogstilte

Wegens drukte heb ik momenteel geen tijd voor nieuwe artikelen op Villa La Repubblica. Ergens deze zomer komen er weer nieuwe artikelen.

Tot dan!

Bertus Pieters

Mimicry. Urbi et orbi, Galerie Dürst Britt & Mayhew, Den Haag

DBM 01 Katinka van Gorkum

Katinka van Gorkums Talk Show (Pilot) – Monologue interieur is een van de openingsstukken van Urbi et Orbi, de eerste tentoonstelling bij de nieuwe Galerie Dürst Britt & Mayhew. Als zodanig is het een veelzeggend werk binnen deze groepstentoonstelling. Het toont een modern interieur, dat wil zeggen onderdelen van een modern interieur die als een collage een interieur vormen.

DBM 02 Katinka van Gorkum

Ook de bank die op het podium staat is gedecoreerd met de interieurcollages waardoor meubelstuk en collage moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. De fotocollages werken als een schutkleur, een mimicry van zichzelf. Uiterlijkheden bepalen het interieur, het innerlijk. Het innerlijk verbergt zich onder een weergave van zichzelf. En dat is iets wat meer gebeurt in deze tentoonstelling, zij het met grote onderlinge verschillen.

DBM 03 Victor Yudaev
DBM 04 Victor Yudaev

Zo is er in Victor Yudaevs Room that Waits moeilijk anders te constateren dan dat de dingen zijn die ze zijn. Ze lijken een inhoud te verbergen, maar die inhoud zijn zij toch vooral zelf, welke connotaties er ook aan hen verbonden kunnen zijn. Zelfs de keramische schoenen zijn toch vooral schoenen. Maar die dingen staan of liggen wel allemaal buiten de ruimte die Yudaev eerst gemaakt heeft. Gedeeltelijk liggen ze opgeslagen in een doos, de schoenen – sculpturen op zich – staan in een keurige rij opgesteld met de hielen naar de ruimte en allerhande snuisterijen staan opgeborgen in schappen met de achterkanten naar de ruimte. De ruimte fungeert als een hoofd dat gevuld moet worden met ideeën. Het interieur is er al, maar is verdekt opgesteld. Het interieur is er ook in verschillende graden van echtheid, voltooiing, bruikbaarheid en herkenbaarheid. Het werk verdient, als meer werk van Yudaev, eigenlijk een uitgebreidere analyse.

DBM 05 Puck Verkade
DBM 06 Puck Verkade

Puck Verkade maakte kortelings een studiereis naar Thailand (voor de kromlezers onder U: ze had daar een residency) waarvan hier de weerslag te zien is in de vorm van de video Losing Presence. De oneindigheid dient zich hier life aan: in het blauwe hoofdscherm verschijnen meerdere schermpjes met scènes die gaan over de dood in het leven van het boeddhistische Thailand. De onkenbaarheid van de dood voor een kijker uit een cultuur waar de dood het absolute einde is en die hooguit troost kan geven, dringt zich steeds weer op. Verkade houdt zich bezig met dat probleem, stelt onder meer vragen aan een taxichauffeur, een waarzegster enzovoort. De scènes overlappen elkaar of komen tevoorschijn uit het meditatieve blauw. De samensmelting van eindigheid en oneindigheid speelt zich op die manier voor je ogen af, maar verbergt zich toch achter het alledaagse van het leven en internetbeelden, terwijl ze ook niet meer kan zijn dan dat, dan dat samenspel van uiterlijke kenmerken. Eindigheid en oneindigheid verbergen zich achter hun uiterlijke kenmerken.

DBM 07 Juliaan Andeweg
DBM 08 Juliaan Andeweg

De zes tentoongestelde werken van Juliaan Andeweg vormen tezamen met gemak één installatie. Andewegs werken lijken voortdurend in een staat van transformatie te zijn. In combinatie wint dat idee aan kracht. Het werk is tegelijkertijd metafysisch en materieel; het ene kan zich alleen in het andere openbaren.

DBM 09 Bob Eikelboom
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ook bij Bob Eikelboom lijkt het innerlijk moeiteloos het uiterlijk te worden. De twee getoonde werken All the animals get out at night en Temptation werken op de tentoonstelling als pendanten. Ze zijn uiterlijk verschillend, maar hebben tegelijkertijd veel gemeen. Er wordt niet gezocht naar een bepaalde harmonie in de compositie en ook niet naar meditatieve kwaliteiten van de onderwerpen. De composities lijken inhoudelijk en compositorisch van willekeur aan elkaar te hangen, maar doen dat tegelijkertijd niet.

DBM 11 Daniël van Straalen
DBM 12 Daniël van Straalen

Daniël van Straalen toont twee werken in serie, Identity #1 en #2. De eerste toont een T-shirt met daarop een nummer van het Duitse tijdschrift Texte zur Kunst en de ander met het beeldmerk van Motörhead, de een refererend aan zogenaamde high art en de ander aan low culture (die combinatie is op zichzelf niet zo bijzonder).
Beide zijn verbeeld op een manier die de materialiteit van het kopiëren en zeefdrukken laat zien. In beide werken speelt Van Straalen met betekenis en betekenisloosheid, met waarde en waardeloosheid en met de inwisselbaarheid van status.

DBM 13 Hanae Wilke
DBM 14 Hanae Wilke

Misschien wat raadselachtig, in het verband van deze tentoonstelling, is het bijzonder sterke ensemble van drie werken No. Guts. No. Glory van Hanae Wilke. Als je het over “een weergave van zichzelf” hebt, is dat op het eerste gezicht meer dan toepasselijk: het lijkt in principe op niets anders dan op zichzelf. Maar wie dat denkt, zal tegelijkertijd moeten toegeven dat er toch iets bekends en associatiefs in zit. Dat is op zich niet zo vreemd, want geen enkel beeld kan leven zonder associatie. Maar Wilke benadrukt juist in het bijzonder dat aspect. Als bij Andeweg zou je bij Wilke kunnen spreken van een combinatie van metafysica en materialiteit, maar het element van vluchtigheid ontbreekt bij Wilke. Daarvoor zijn bij haar de vormen zelf te belangrijk.

DBM 15 Machteld Rullens
DBM 16 Machteld Rullens

Minder uitgesproken zijn in dat opzicht de twee collages Suburbia en 35 Flags van Machteld Rullens. Dat ze in 35 Flags 35 nieuw vlaggen creëert, is duidelijk en het resultaat is een heldere en aantrekkelijke collage, en dat ze in Suburbia iets vergelijkbaars bereikt is ook duidelijk, maar beide werken lijken toch niet verder te komen dan die aantrekkelijke collages. In de context van haar andere werk lijken deze collages niet meer dan charmante vingeroefeningen.

DBM 17 Paul Beumer
DBM 18 Paul Beumer

Paul Beumer laat veel nadrukkelijker zijn materiaal voor zichzelf werken. In de drie tentoongestelde werken op papier zijn een soort gestolde groeiprocessen te zien. De schijnbaar natuurlijke groei van de werken loopt parallel met de groei van de idee van de werken. Op die manier verenigt zich de abstractie van zowel idee als vorm.

DBM 19 Thomas van Linge
DBM 20 Thomas van Linge

Geen groeiprocessen bij Thomas van Linge. Het zijn bij hem eerder de dingen zoals ze zijn of schijnen en het fysieke van het materiaal. Maar zijn werk is niet what-you-see-is-what-you-get. Liquidity Piece gaat over het vloeibare maar is toch vooral een statisch werk. Meer Piece dan Liquidity zogezegd, zoals plaatjes in een boek over water zelf niet vloeibaar zijn, maar wel over vloeibaarheid gaan. En op die manier zou je Liquidity Piece ook als illustratief kunnen opvatten. Zijn twee werken W8 (Terra Firma) zijn wat dat betreft te zeer zelfstandige objecten om illustratief te kunnen zijn. Van Linge verbergt op geen enkele manier dat de twee platte objecten, die op platgewalste stenen lijken, van heel ander materiaal dan steen zijn. De koddigheid van iets dat op steen lijkt maar dat in werkelijkheid niet is, speelt voor hem geen rol. De humor en betekenis zitten juist meer in het artificiële van het geheel.

DBM 21 Gitte Hendrikx
DBM 22 Gitte Hendrikx

Gitte Hendrikx is onder meer performancekunstenaar. Iets daarvan is steeds wel zichtbaar in haar werk. Haar twee tentoongestelde werken Score of a morning en Het voltigepaard laten dat ook duidelijk zien. Alleen al het gebruik van klittenband in Score of a morning wijst daar op maar ook het magnesium op Het voltigepaard doet vermoeden dat dat gymnastiektoestel onlangs nog gebruikt is. Zij staan erbij als overblijfselen van performances en in feite zijn zij dat ook. De titels benadrukken dat nog eens, ongeacht of die daadwerkelijk aangeven wat er met de werken gebeurd is en hoe ze tot stand zijn gekomen.

DBM 23 Sybren Renema
DBM 24 Sybren Renema

In feite is de mimicry compleet in Sybren Renema’s serie van vier fotowerken Super hanc petram aedificabo ecclesiam meam. De titel doelt op een zinsnede van Jezus aan Petrus (Mattheüs 16:18, “op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen”). Jezus noemt Simon Petrus daar definitief Petrus, wat “rots” betekent. Petrus geldt als de eerste paus. Wat dat betreft hangen deze vier werken goed onder het motto urbi et orbi. En we zullen het weten, zoveel kerkvaderen als Renema over elkaar geplakt heeft. De mythe van de kerkhistorie, toch al niet een van de meest heldere zaken in de geschiedenis, wordt nu nog waziger, hoewel autoriteit en ernst de gemeenschappelijke deler blijft en de beelden als rotsen overeind blijven.

DBM 25 Timmy van Zoelen
DBM 26 Timmy van Zoelen

In dezelfde sfeer van grote woorden en spreuken zijn de handen met blikjes van Timmy van Zoelen, Teratogenic Canisters. De bezweringen op de blikjes Assault Energy werken als relikwieën tussen de handen in aardkleur. Maar wat is hier eigenlijk gebeurd? Zijn de handen zo maar uit de klei gekomen? Hebben zij de blikjes gekreukeld?

DBM 27 Sybren Renema, Timmy van Zoelen
DBM 28 Sybren Renema, Timmy van Zoelen

Tussen beide min of meer religieus aandoende werken van Van Zoelen en Renema licht een neonverlichting van beide op. “Mausoleum” en “Museum” wisselen elkaar af. Dat mag een relativerende, vette knipoog zijn bij de opening van een ambitieuze nieuwe galerie

DBM 29 Paul Beumer
DBM 30

Met de inhoud die zich achter zichzelf verstopt, is met deze tentoonstelling een uitspraak gedaan over wat een aantal jonge kunstenaars, met een achtergrond op de Haagse Koninklijke Academie, in al zijn diversiteit met elkaar deelt. Ze laat zien dat het postmodernisme en de daaropvolgende retrospectieve interesse in het conceptualisme gekauwd en verteerd zijn. Alle kunstenaars laten een onverbrekelijkheid zien van materiaal en inhoud. Diepgang wordt bepaald niet vermeden, maar komt bij hen in de eerste plaats voort uit de gebruikte materie. Beumer laat groeiprocessen voor zichzelf spreken maar ze roepen meteen ook ideeën op. Hetzelfde geldt voor Hendrikx en haar voltigepaard, ook dat object is niet anders dan wat het laat zien maar roept daarmee onwillekeurig ook ideeën op. Bij beide vallen de ideeën samen met de materiële kunstwerken.

DBM 31 Juliaan Andeweg
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Verder geven een aantal kunstenaars hun werk ook een zekere theatraliteit mee. De revival van de performance als kunstuiting zal er debet aan zijn. Daar getuigen de werken in het begin van de tentoonstelling van (Van Gorkum, Van Zoelen en Renema) maar ook sterk uiteenlopende kunstenaars als Hendrikx en Andeweg maken vrij letterlijk een gebaar in de ruimte en het werk van Yudaev is daarin wel een hoogtepunt. Maar ook die ruimte is voor hen materiaal. Materiaal dat letterlijk ruimte aan ideeën van de kijker geeft en daarmee de idee zelf verbeeldt en de kijker ook nadrukkelijk uitnodigt daarin te verkeren en onderdeel te worden van die ideeën. In feite keert de tentoonstelling daarmee nadrukkelijk terug naar een basiskwestie in de beeldende kunst: de eenheid van vorm en inhoud, de uiterlijkheid die de innerlijkheid is. Het is alsof de kunstenaars zich daar nadrukkelijk van bewust zijn. Uiteindelijk is alle uiterlijkheid mimicry.

DBM 33 Juliaan Andeweg

Bertus Pieters

Zie ook:
http://www.kunstbeeld.nl/nl/nieuws/23038/durst-britt-en-mayhew-openen-een-galerie-in-den-haag.html
http://trendbeheer.com/2015/02/16/urbi-et-orbi-durst-britt-en-mayhew/
https://chmkoome.wordpress.com/2015/02/14/durst-britt-mayhew/
http://jegensentevens.nl/2015/03/in-gesprek-met-jaring-durst-britt-en-alexander-mayhew/
http://metropolism.com/reviews/urbi-et-orbi/

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

Doe mee met 26 andere volgers

%d bloggers op de volgende wijze: