Skip to content

Erwin Wurm in het Haagse GEM: het eerste lachen of het laatste?

4 oktober 2011

Oorspronkelijk geplaatst op 17 juli 2011

Het kan niet missen: aan het begin van de tentoonstelling klinkt steeds gelach van bezoekers.

[detail]

De foto “Zoeken naar een bom 4” (uit: “Instructies om politiek incorrect te zijn”) zorgt daarvoor.

[detail]

 De andere foto aan het begin, een foto van Claudia Schiffer waarin zij leunt op een tafel, ondersteund en aangevuld door sinaasappels en andere vruchten en groenten, geeft een aanvullende grijns.

Hoewel er veel grote en fraai geënsceneerde foto’s te zien zijn, wordt al snel duidelijk dat de tentoonstelling “The Beauty Business” van Erwin Wurm in het Haagse GEM over sculptuur gaat. Wanneer wordt iets een sculptuur? Wanneer is iets een sculptuur? Hoe lang blijft iets een sculptuur?

Een ieder in Wurms omgeving lijkt daarbij potentieel slachtoffer, zoals blijkt uit foto’s van de kunstenaar met twee curatoren (serie “Vertrouw je curator niet”). De één krijgt chocola in de mond gestopt, de ander wordt vol op de mond gekust. Bij de één dacht ik aan een radicalere versie van Praxiteles´ beeld van Hermes die het Dionysos-kind verleidelijk een tros druiven voorhoudt, bij de andere De Kus van Rodin of van Brancusi. Een persoonlijke gedachte die niemand anders hoeft te hebben, maar ze geeft wel de gelegenheid de vergelijking te maken tussen wat we gewend zijn een sculptuur te vinden en te noemen en de zorgvuldig geënsceneerde momentopnames op de foto’s.

Dat het in de beeldhouwkunst allang niet alleen meer gaat om hakken en boetseren, wisten we. Dat mensen zelf als kunstwerk (en daarmee als sculptuur) kunnen dienen, weten we ook sinds onder anderen Gilbert and George ons daar in overmaat mee geconfronteerd hebben.

Maar die gedachte alleen lijkt voor Wurm niet genoeg. Het gaat hem er duidelijk ook om hoelang zoiets dan een sculptuur is, vooral wanneer je vergankelijkheid inbouwt in je kunstwerk. Het fruit waar Schiffer op steunt kan niet steeds vers blijven, zo min als haar ongemakkelijke houding.

En ongemakkelijke houdingen zijn er te over in de foto’s van Wurm.

[detail]

 Zo is de houding die je aanneemt om ‘jezelf weg te gooien’(“Gooi jezelf weg”) uiteraard niet de gemakkelijkste. Maar ook allerlei andere houdingen in de foto’s zijn niet lang vol te houden.

Dat wordt ook duidelijk waar Wurm het publiek uitnodigt zelf een sculptuur te zijn voor niet langer dan een minuut, zogenaamde ‘one-minute-sculptures’. In de ruimtes van de begane grond staan voorwerpen opgesteld met een instructie om daar samen mee een sculptuur mee te vormen. Je kunt je daarbij afvragen of je daarmee onderdeel wordt van het ding of dat het ding onderdeel wordt van jezelf. Samen met het voorwerp vorm je het karakter van de sculptuur.

Maar dingen hebben zelf ook een levend karakter. Je hoeft ze maar even uit hun alledaagse opstelling te halen om dat te kunnen ervaren.

Wurm heeft met dat gegeven onder anderen geïmproviseerd in hotelkamers (“Hotelkamers”, 2001).

Maar in de grote zaal staat ook een ledikant tegen de muur op bezems (“Discipline van de subjectiviteit”, 2011). Dat het ledikant met de bezems een wandsculptuur wordt met een behoorlijke spanning is duidelijk. Immers, de sculptuur wekt de indruk te balanceren op de bezems. Dat de hele zaak een constructie is die uiteraard goed tegen de wand is bevestigd, waarbij de bezems hoegenaamd geen dragende functie hebben, wil er bij de kijker op het eerste gezicht niet in. Toch heb ik m’n twijfels bij deze constructie. Heeft het herschikken van meubels op een hotelkamer nog iets anarchistisch, “Discipline van de subjectiviteit” trekt me niet aan en stoot me niet af. Het enige wat me lichtelijk irriteert en dus prikkelt, is de titel.

Terug naar het cartooneske. Aardige slapstick weet Wurm te bereiken met voorwerpen en dingen die veranderen omdat uitdijen of smelten.

Een letterlijk nogal dikke auto werkt onverbiddelijk op de lachspieren (“Kleine dikke auto”, 2001).

Maar bij het zien van uitdijende of smeltende beroemde gebouwen treedt toch een zekere gewenning (althans bij mij) op.

Mensen kunnen bij Wurm ook vrij gemakkelijk van vorm veranderen.

Twee mannen waarvan de ene een ballonrond lijf heeft en de andere een vliegende schotel lijkt te hebben ingeslikt, blijken volgens de titels portretten van de kunstenaar, de één terwijl hij de wereld heeft ingeslikt, de andere terwijl hij de wereld heeft ingeslikt toen die nog ‘een schijf’ was. Het samenspel van beeld en titel werkt hier oneindig veel beter dan bij ‘Discipline van de subjectiviteit’. Het blijft een goed recept: de cartoon met een titel, waarbij beide niet zonder elkaar kunnen. Het enorme verschil in karakter tussen beide wereldslikkers maakt ook vrij letterlijk een wereld van verschil.

Bij deze twee heerschappen wordt ook duidelijk dat kleding een belangrijke rol speelt. Truien komen sowieso opvallend veel voor in het oeuvre van Wurm.

 

Truien volgen in principe de vorm van het lichaam, maar wat nu als het lichaam de vorm van de trui lijkt te volgen? Dat leidt bij Wurm tot zijn meest autonome sculpturale werken. Verklarende titels kunnen hier op de lachspieren werken, maar vullen niet echt aan. Daar staan de sculpturen te zeer voor op zichzelf. Het vraagstuk van de tijdelijkheid lijkt voorbij te gaan aan deze sculpturen. Ze zijn zowel hilarisch als ongemakkelijk en als zodanig niet alleen geslaagd maar misschien ook het meest conventioneel.

Maar in het algemeen is de taal toch onmisbaar bij het werk van Wurm. Dat bleek al uit het cartooneske. Het cartooneske gaat meestal ook gepaard met een prettig gevoel van rebellie en anarchie.

In de serie “Instructies voor luiheid” heeft de taal duidelijk de overhand. Aan de hand van foto’s wordt de kijker voorgedaan hoe hij zich het beste lui kan gedragen. Daarbij lijken de foto’s niet veel meer dan illustraties bij de voorbeelden. Toch gaat het hier ook weer over de tijdelijkheid van een houding, een sculptuur.

Twee keer bezocht ik de expositie. Ik wilde ervaren wat er overbleef als je de grappen al een keer gezien hebt en er al een keer om gelachen hebt. Wat bij mij vooral overblijft is het dwingende van het werk van Wurm. Het nodigt je niet slechts uit te wantrouwen, te rebelleren, anarchistisch te zijn, het dwingt je daartoe. En dat is precies het punt waar het lachen vergaat.

Bertus Pieters

Advertisements
One Comment

Trackbacks & Pingbacks

  1. Kunst op Zondag: Luiheid - Sargasso

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: