Skip to content

Birgit Verwer in Livingstone Gallery, Den Haag

6 oktober 2011

Bij iedere manier van leven hoort een moraliteit en bij iedere moraliteit hoort een commentaar. In de literatuur werden die commentaren van oudsher satires, fabels etc. En ook in de beeldende kunst is er door de eeuwen heen met een rijkdom van beelden en vormen commentaar geleverd op religie en moraliteit. Allegorieën en personificaties zijn daarbij altijd graag gebruikt. Zij kunnen alleen slagen wanneer het publiek die allegorieën en personificaties kan herkennen.

Herkennen is altijd al een spel geweest in de beeldende kunst. Birgit Verwer speelt dat spel. In haar tentoonstelling “Buy tickets here – Do it now!” in Livingstone Gallery in Den Haag

laat zij de kijker uitnodigen door een vos voor een “Great Li(f)e”,

door twee kraaien voor een “Waste of Time

en voor een “Happy Ending” door een wild zwijn. Deze dieren zitten achter een balie, steeds als middelpunt van een allegorisch geheel. Alle drie de allegorieën ‘lezen’ gemakkelijk, zijn gemakkelijk herkenbaar. Verbanden worden makkelijk gelegd maar er worden ook makkelijk vragen opgeroepen. Waarbij de hoofdvraag zou kunnen zijn wat deze fabeldieren nu precies in de aanbieding hebben. Of hebben ze niets anders te bieden dan hun eigen fabelreputatie?

De fabeldieren hebben een soort oeroude herkenbaarheid voor de Europese kijker (dat mag ik althans hopen). Vossen, kraaien en zwijnen hebben altijd al in onze verbeelding rondgezworven. Ook het meubilair waarin zij gehuisvest zijn heeft een soort aanzien dat vertrouwd is omdat het sinds de 19de eeuw niet meer veranderd lijkt. En het zijn juist de ornamenten aan het meubilair die in “Great Li(f)e” en “Waste of Time” letterlijk meer reliëf geven aan de allegorie. Maar er zijn ook ‘modernere’ zaken op de toonbanken te zien als microfoons, knoppen en betaalautomaten. Het vreemde is dat deze zaken totaal niet anachronistisch aandoen, ze lijken zelfs ook vertrouwd ouderwets in het geheel. Ze lijken daardoor zelfs een soort tijdloosheid na te streven, alsof ze altijd al bij deze fabels hoorden.

Dat zegt ook iets over hoe deze zaken zijn opgebouwd door Verwer. Het opbouwen zal ongetwijfeld gepaard zijn gegaan met een hoop geboor, gehamer en gerommel. Maar als voorstelling zien zij er wat mij betreft schilderkunstig uit. Natuurlijk, het gaat niet om schilderijen. Maar de werken zijn met een fijn gevoel voor materiaal en stof opgebouwd. Zoals een schilder met verschillende soorten kwasten en penselen en verschillende verfstreken schildert, verft, borstelt, gladstrijkt en zo een werk opbouwt.

Neem het flodderige roodbruin van de opgezette vos boven de glimmende toonbank met het zakelijke knoppenpaneel in “Great Li(f)e” en de houten neogotische versieringen op de panelen van het kastje met daartussenin schemerend het plastic groen van de bierkratten. Ook het hele bovenwerk van die installatie heeft die afwisseling en die tegenstellingen als in een schilderij waarin de schilder de kleur en penseelvoering varieert en zo de zaak componeert. Of neem “Waste of Time” met de naargeestige wittige leegte met bladderende witte spijlen, glasscherven, het kil schijnende peertje en daarin de slordig zwart glanzende kraaien in wat overigens een bourgondisch geornamenteerd houten buffetkastje lijkt.

Dat alles gezegd hebbende, is een werk als “Untitled (Jacob’s ladder)” mij misschien toch liever. Het heeft de sculpturale kwaliteit dat het van alle kanten een bijzonder werk is, dat het compact is en dat het een individueel karakter heeft. Zeker, met zijn onschuldige kinderwagen en zijn leger van poppetjes met geweertjes heeft het werk ongetwijfeld een wat cynische ondertoon, maar dat doet niets af aan de kracht van het beeld zelf. De kinderwagen is nog van het ouderwetse type, met meanderende lijnen en een sierlijk kuipje waarin een baby zich als een prinsje rond kon laten rijden. Het ronde, meanderende en sierlijke staat in scherp contrast met de ‘bovenbouw’, de zakelijke, harde houten trap die omhoog leidt naar, tja, waar naartoe? Niettemin werkt het ding als een wonderlijke sculptuur met een prachtige innerlijke spanning die niet alleen door het gegeven (gewapende speelgoedpoppetjes op een kinderwagen) wordt veroorzaakt, maar ook door de opbouw van het ding zelf.

Een zelfde levend karakter met innerlijke spanningen en tegenstrijdigheden heeft “One out of Ten”.  Het kinderdriewielertje in dit werk is weer een oud model, als een archetype van alle kinderdriewielertjes. Dwars door het driewielertje loopt abrupt een metalen stang omhoog met een konijnenkop. Het hele ding heeft een karakter dat zich met alle kracht manifesteert door een grote megafoon. Het is zowel rank als lomp en onbeholpen, nog eens benadrukt door het lege stuurtje van het driewielertje.

Verhoudingen maken dit werk.

En over verhoudingen gesproken, achter in de galerie  op scheenhoogte hangt nog een onopvallende grap. Niet meer dan een splinter van de tentoonstelling: een ouderwets schemerlampje dat een schaduw werpt in plaats van licht. Het zit dicht bij het stopcontact onder aan de muur, maar het heeft er niets aan want het heeft geen stekker.

Op een één of andere manier misschien toch een geruststellende afsluiting van een tentoonstelling die begint met een uitnodiging ten dans

bij een driekeuzemenu.

Bertus Pieters

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: