Skip to content

Robert Lambermont bij Schunck in Heerlen: Dingen die hun werk doen.

6 oktober 2011

Beste Robert,

Het was een bijzondere ervaring je werk te zien staan in de grote vitrine van Schunck in Heerlen.

Ik liep om de vitrine heen op de laatste dag van de tentoonstelling van je werk, een zeldzaam zomerse dag midden in de week. Die vitrine staat prachtig over de breedte van de gehele glazen gevel voor de ingang van het gebouw en is daarmee een fantastische expositiegelegenheid voor werk dat zowel in een afgeschermde ruimte als in de openbare ruimte tot z’n recht kan komen. En daar stond jouw werk zijn werk te doen.

Dat deed het in stilte, want de vitrine liet geen geluid door. Jammer! Het was nu maar gissen welke geluiden je werken maakten. Werd er zacht gezoemd, geschuurd, gepiept, gebromd, geborreld?

Neem nu “Grote Pneuma”, dat grote ding dat ademend houten hoogtelijnen statig omhoog duwt. Dat ding heeft met zijn kunststof buizen toch duidelijk iets weg van een orgel? Maar zucht het? Piept het? Zoemt de pomp? Vreemd eigenlijk hoe beweging blijkbaar ook meteen de associatie met geluid teweeg brengt.

Anderzijds, als je het geluid er niet bij hoort heeft het des te meer weg van een visioen midden in de stad. En des te meer ook een visioen doordat de platte, kronkelende hoogtelijnen gedragen worden door heel ranke staven die uit de robuuste en zakelijk grijze kunststof buizen omhoog komen. Daarmee maakt het ook iets duidelijk van de krachten die de aardkorst omhoog kunnen duwen. Tegelijk is het dat ook niet. Het is geworden tot een machtig wezen dat al maar zijn werk doet, zonder plicht of moraal en verder alleen met zichzelf bezig is. Dat doet het bovendien midden in de stad met gevels, auto’s, winkelaars en wandelaars als omgeving, voortdurend te zien door het kunstwerk heen. Uiteraard tot de stekker er weer uit gaat.

Of neem “Herinnering aan een gebouw III”. Kun je daar het lopen van het water horen? En het pompen ervan? Hier kon dat in ieder geval niet en dat leek me toch een gemis. Niettemin stond het werk daar mooi als een hele ranke pendant van “Grote Pneuma”. Zo rank zelfs dat het bijna niet te fotograferen was. Het ging vrijwel op in zijn omgeving, het plein, de auto’s, brommers en bebouwing en deed zijn titel daarmee eer aan. Zoals de titel mij ook onwillekeurig herinnerde aan het Schunck-gebouw/Glaspaleis zelf. Het efemere van het geheel werd nog benadrukt door zijn plaatsing op een glazen deel van de vitrinevloer.

Een derde ding, “Gedachtenwand”, stond daar nog vreemder te zijn. Hoewel, vreemder, in principe is het inhoudelijk een heel toegankelijk ding, maar het vereiste enige tijd en concentratie er naar te kijken door het glas van de Schunck-vitrine. Nu gold dat natuurlijk voor alle ter plekke opgestelde werken. Zij doorliepen allemaal hun eigen cycli van beweging en stroming die op hun eigen manier aandacht vereisten. Maar bij “Gedachtenwand” speelt thermochromatische inkt een rol, waarbij de veranderingen geleidelijk plaatsvinden. De kunststoffen plaatjes glommen en ik moest dus enige moeite doen dat goed te volgen door het glas van de vitrine. Ik weet eigenlijk niet wat ik fascinerender vond: dat proces of het hele aanzicht inclusief alle bedrading en elektronica. Dat laatste benadrukt de fragiliteit van het geheel, voor zover dat al niet duidelijk wordt uit de kromgetrokken stukjes kunststof. Door de grote hoeveelheid stukjes kunststof is het werk fragiel en massaal tegelijk.

Deze drie grote werken domineerden de uitstalkast en lieten zich daardoor onwillekeurig vergelijken. Een voorkeur had ik niet. Eerder vond ik het mooi dat je erin geslaagd bent drie zo verschillende vormen voor organische en monumentale beweging te tonen. Drie concerts à plusieurs instruments als het ware. Zowel duidelijke mechanische beweging als meer innerlijke beweging waren te zien, waarbij “Herinnering aan een gebouw III” min of meer tussen die twee vormen in stond, ter plekke zelfs letterlijk.

Door de aanwezigheid van deze drie grote werken kregen je andere werken een beetje de functie van omstanders of ceremoniële figuren zoals je die in tempels ziet. Figuren die er om, op het eerste gezicht, onduidelijke redenen bij staan.

Zoals die “Antinano” die, weerbarstig als z’n naam al doet vermoeden, daar hoog op zijn ranke stellage zijn fanatieke rondjes maakte. Het ding deed me natuurlijk onmiddellijk herinneren aan je “Oase”-machientje dat ik eerder zag op deHaagse Zomerexpo, vanwege het groene spul waarmee het bedekt was. Maar ook de eerdergenoemde weerbarstigheid had het daarmee gemeen.

En zo stonden er ook twee verwante mechanismen – “Surrender

en “Filter of Truth” – die het midden leken te houden tussen lange bewegende toetsen van een klavier en een wapperend gordijn. Twee aspecten dringen zich hier op: de bewegingsmechanismen en hun effect. Mooi is hoe je bewegingsmechanismen deel uitmaken van het gehele werk. Het bewegen zelf wordt bijna een soort constant ritueel. De zorg waarmee de bewegingsmechanismen zijn gemaakt en de esthetiek van de tekens in “Surrender” en de kleuren in “Filter of Truth” vormen een mooie eenheid.

Het speeldoosachtige “Artifex non cogitur” had tussen al deze zaken iets kleins en knutselachtigs. Maar het kwam tegelijkertijd monumentaal op mij over. Onderdelen leken verkleinde modellen van grotere machinerieën.

Beste Robert, het zal niet alleen aan je werk gelegen hebben dat ik je werk daar specifiek ter plekke waardeerde. Hoewel volbloed Randstedeling, ken ik Heerlen vanaf de prille jaren ’60. Wanneer ik er naartoe ga zie ik de Lange Jan en de Lange Lies tegemoet, evenals de steenbergen in de omgeving (waar ik de verschillende mijnen aan herkende), de in mijn herinnering gigantische spooremplacementen en fabriekshallen, de strenge schachtbokken. Dat is nu allemaal weg en Heerlen en de Mijnstreek noemt zich Parkstad. Maar die moderne omgeving doet de herinnering maar moeilijk vervagen. Hetzelfde geldt trouwens voor het Schunck-gebouw zelf, dat ik nog ken van zijn nadagen als modezaak.

Het gestage gezwoeg in de mijnen heeft de stad haar reden van bestaan gegeven en gemaakt tot wat ze is. Iets van dat gestage gezwoeg met arbeiders, treintjes, sporen en draaiende wielen gaf voor mij een extra dimensie aan je werk. Al kom je zelf uit die stad, de nadagen van de mijnstreek liggen natuurlijk vóór jouw tijd. Ik heb geen idee hoe je daar zelf tegenaan kijkt.

Maar iedereen heeft zo zijn eigen kaders om kunst te zien. En dat is ook goed zo. Het is duidelijk dat je werk voor mij in Heerlen specifieke zeggingskracht kreeg. Maar dat zou het op een willekeurige andere plaats ook hebben gekregen. Je werken kunnen ook elders overtuigend, zonder scrupules en begaan van regelmaat hun individualiteit uitdragen. Ik ben dan ook benieuwd daar later elders meer van te zien.

Met vriendelijke groet,

Bertus Pieters

http://home.planet.nl/~lambe510/home1.html

http://atelierlambermont.blogspot.com/

 

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: