Skip to content

Dictatuur in het Haagse GEM: Jonathan Meese

10 november 2011

Veel verf, veel troep, veel weggooidingen, samengehouden door lijm, slijm, geraaskal, tromgeroffel, verlangen naar ordening en chaos tegelijk en het overal ademende ego; is dat wat we geërfd hebben van de twintigste eeuw? Is dat de borrelende mestvaalt waar we in de eenentwintigste eeuw bovenop zitten? Of zijn dit de stokpaarden van een individu? Vragen die opdoemen bij het dwalen door de tentoonstelling Totalzelbstportrait’ van Jonathan Meese in het Haagse GEM.

Drie tekeningen uit 1997 sommen eigenlijk al aardig wat op van Meeses doen en kunnen. Hij heeft schijnbaar lak aan het medium dat hij gebruikt. Het gaat hier om tekeningen met viltstift. Viltstift heeft het aanzien van een kindermedium, goedkoop, snel uitdrogend, snel verschietend en met onechte kleuren. Maar in de drie tekeningen blijken het materiaal en het gebruik ervan prima samen te vallen. Ze geven de tekeningen iets kinderlijk directs en ze lijken vluchtig als een snelle graffiti.

Het lijken drie portretten van al dan niet imaginaire kennissen of wellicht van Meese zelf. Immers, alle drie de portretten hebben vrijwel hetzelfde gezicht met de voor Meese kenmerkende baard en snor. Bij ‘Cubä-Luigi’ en ‘Mexico-Toni’ is er sprake van allerlei geweldssymboliek: schietwapens, messen (bij ‘Mexico-Toni’ schijnbaar nog lekkend van bloed), een kogelriem. Daarnaast is er in de kleding en omgeving van de personen allerlei suggestiefs te zien en staan er namen en woorden als “Gold” en “Aalsuppe” in. Zaken die zich eigenlijk alleen in een beeld en verbeelding laten rijmen en niet meteen voor nadere uitleg vatbaar zijn. Kort samengevat: we zien drie figuren met gezichten die aan Meese zelf herinneren met allerlei onduidelijke connotaties die de tekeningen qua inhoud groter schijnen te willen maken dan ze fysiek zijn.

Andere fraaie inleidingen tot Meeses werk zijn de grote collages ‘Du bist Marquis de Sade’ en ‘Ahoi de Angst XXX’, beide uit 1998.

In ‘Du bist…’ staat midden in het werk “ICH” in een plaatje van Alex DeLarge, de hoofdrol uit Kubricks film A Clockwork Orange. Alex DeLarge is een onverbeterlijk geachte jonge gangleider die uiterst gewelddadig en verkrachtend door het leven gaat, begeleid door Beethovens Negende Symfonie. DeLarge is daarmee een icoon geworden van het samenvallen van hogere kunst en geweld. DeLarge ondergaat volgens het verhaal een therapie waarbij hij misselijk wordt van alles wat hij voorheen prettig vond, niet alleen van geweld maar ook van Beethovens Negende. De figuur van DeLarge duikt vaker op in het werk van Meese. Hij is in ‘Du bist…’ dus de centrale verpersoonlijking van Meese.

Links boven “ICH”/DeLarge staat “LOVE” te lezen en rechts “HATE”. De linkerzijde van de collage bevat plaatjes van vrouwelijke modellen en filmsterren, uilen (symbolisch voor uiteenlopende zaken maar ook voor Pallas Athena), oermensen; “ODIN” staat ertussen vermeld en “URGOLD IS BACK”. Het lijkt een verzameling van plaatjes die met liefde te maken hebben, zij het niet de zoetelijke, zachte liefde. Rechts van “ICH” duikt de naam van Caligula op, één van de meest gewelddadige keizers van Rome. De namen van Caligula en Nero duiken ook op rond een foto van Meese zelf. Meese komt in het rechterdeel veel voor, maar ook zijn er weer de vrouwelijke modellen en filmsterren en Clint Eastwood als de ‘Stranger’ in A Fistful of Dollars’, de stille en naamloze cowboyheld/misdadiger. Het voert te ver om hier een complete interpretatie van de iconografie van deze collage te geven.

Het zelfde geldt voor ‘Ahoi de Angst XXX’. Dit pendant van ‘Du bist…’ bevat goeddeels dezelfde thematiek. Zowel “ICH” als “DU” staan naast een foto van DeLarge. De compositie lijkt weer opgebouwd rond het centrum waar een ruwe tekening/collage is te zien op opvallend geel papier, met de toren van een roversburcht en met “HEXN”. Beide collages bevatten de meeste thematiek waar Meese in zijn werk steeds weer naar terugkeert, de oerdriften van liefde en haat en de verpersoonlijkingen daarvan in de moderne twintigste-eeuwse iconografie.

Foto’s van Meese zelf duiken regelmatig en in grote hoeveelheid op in zijn werk. Zijn eigen leven en persoon vallen nadrukkelijk samen met zijn werk. De collage ‘Die Japanerin in Ahrensburg’ uit 2000 is nadrukkelijk autobiografisch (Meese werd geboren in Japan, sprak bij aankomst in Duitsland naar verluidt alleen Japans en verbleef ook enige tijd in Ahrensburg) en een wonderlijke samensmelting van woord en beeld.

In een werkje dat in het GEM vlak naast ‘Die Japanerin’ hangt zien we Richard Wagner opduiken in ‘Soldat Mees ist Richard Wagnerz’, ook uit 2000. “Hoe kan het ook anders?”, hoor ik verzuchten bij een hedendaagse Duitse kunstenaar die het heeft over liefde en haat. Het naargeestige karakter van de componist lijkt diens werk steeds te overschaduwen. Maar is dat naargeestige karakter wel te scheiden van dat werk? Valt dat werk niet net zo samen met het leven van de componist als Meeses werk met hemzelf? Bovendien is het werk van een kunstenaar, of dat nu Wagner is of Meese, altijd groter dan het materiële werk zelf. Er hangt immers een steeds groter wordend aura van betekenissen en meningen omheen. De persoon van de kunstenaar gaat daardoor steeds meer op in diens werk.

Is dat wat gebeurt in het schilderij ‘Der junge Meese’ uit 2000? De rechterhand lijkt afgehakt maar is ook veranderd in een penseel dat niets anders dan bruinrode verf produceert. Hij wordt blijkbaar geleid door een soort dionysische oerwil van vruchtbaarheid, gezien de omhoogstaande penis. Een kracht die niet alleen schept, maar ook vernietigt.

Als het om fallussen gaat, kan er trouwens weinig op tegen het schilderij ‘Caligula’s feuchtester Traum, Mein Zypressenmaul juckt bis zum Echnackton de Large’ uit 2002.  Je kunt je afvragen of zo’n titel niet groter is dan het kunstwerk zelf. Je kunt de titel ook als onderdeel zien van het kunstwerk en dan komen de figuren van Caligula, Echnaton en DeLarge samen in de figuur van Meese zelf die we op het linkerluik kunnen zien.

In de grote zaal hangen grote schilderwerken van Meese, zoals ‘Martin v. Essenbeck ist Saalgott’ uit 2003. Voor de goede verstaander: Martin von Essenbeck is wederom een pathologische slechterik uit een film, te weten La Caduta degli Dei’ (‘The Damned’, ‘Götterdämmerung’) van Visconti. En er zit nog meer film in dit doek. Zo duikt Zardoz op, Boormans sciencefictionfilm waarin Zardoz de door de Exterminators aanbeden stenen god is, die onder meer preekt dat het wapen goed en reinigend is en de penis slecht en vergiftigend. Ook is de naam van Isis te zien, de kapitale Egyptische godin van vruchtbaarheid, liefde en heel veel meer. Het gehele schilderij biedt een mengeling van macht en erotiek. Dat is bepaald niet ongebruikelijk, maar ondanks alle kreten en verwijzingen is het toch een meeslepend geheel. De nazi-symbolen in het schilderij komen niet echt als een verrassing.

Dezelfde meeslependheid heeft ‘Meine Fratze ist harmloser als meine Katze (die freundlichste DIKTATUR)’ uit 2006. Als een alom aanwezige geest duikt overal Meeses zelfportret op. Onderaan het schilderij bouwen zijn portretten zelfs een soort muurtje. Schilderen en plaatjes maken worden botgevierd op dit doek en bang hoeven we er volgens de titel niet voor te zijn. Ondanks de vileine, feline ogen in het middenluik. Veel kwaadaardigs lijkt dit schilderij ook niet te hebben. Het heeft meer weg van een kleurige, associatieve roes.

ERZBALLETSCHULE “SALOON FITTY” (Die gralfrischen LIEBESÜBUNGEN der totalen METABOLISCHEN, wie Schlüpferrevolution “KEIN-ICH”)’ uit 2009 toont een transparanter beeld. Het thema van de complete dictatuur van de kunst wordt hier weer nader uitgewerkt. Nog steeds wordt er geschmierd met het kwaad, nazi-symboliek etc., maar het lijkt weg te vallen tegen de grotere gebaren en vormen. Het metabolisme als kunstballet en als graffiti.

In de grote zaal is ook de sculptuur ‘Don’t call us, we call you’ te zien. Al het kwaad is hier gestold in twee figuren, waarbij dader en slachtoffer er even lafhartig als belachelijk en clichématig uitzien. Dit werk lijkt het cynisme voorbij te zijn. Dood en leven, goed en kwaad, moraal en antimoraal, het lijkt hier nog slechts een mechanisme. De gaten achter in het slachtoffer zijn bloedig noch verheerlijkend, dit is een heldenstukje noch een rouwmonument.

Meeses graffitiachtige manier van werken is niet nieuw. Meese heeft voorgangers in Penck en Basquiat. Werk dat sterk onder de aandacht kwam met de opkomst van graffiti in het straatbeeld. In Nederland kennen we onder meer Michael Tedja en Rachid Ben Ali die zich de graffititaal hebben toegeëigend. Het kan niet anders dan dat kunst die tekst gebruikt, uitdrukkelijk een verhaal wil vertellen of een levenshouding wil weergeven. En dat is een traditie die al veel ouder is dan de late twintigste eeuw. Meese doet dat met schwung, energie en overgave en bereikt daar indrukwekkende resultaten mee.

Wat het verhaal betreft: Meese vereenzelvigt zich met zijn werk, dusdanig dat hij spreekt van een dictatuur van de kunst. Hij dient de kunst en de kunst regeert over hem. In verschillende persoonlijkheden wordt hij aan die dictatuur onderworpen. En daarmee onderwerpt hij ook de kijker aan die dictatuur. De kunst is daarbij een oerdrift die zijn alles verslindende macht botviert op het werk van Meese en daarmee op ons, zoals het naziregime Duitsland, Europa en zichzelf verslond. Constant bevinden we ons op het snijvlak van goed en kwaad, liefde en haat, zaken waar het vuur van de kunst op brandt.

Dat wordt vooral duidelijk in de benedenruimtes van het GEM. Hier lijken we af te dalen in de wereld die we in de schilderijen boven zagen. De grote, spaarzaam verlichte benedenzaal staat vol parafernalia. Plastic skeletten, gebruiksvoorwerpen, speelgoed zijn aan elkaar geplakt, alles doorspekt met het alom aanwezige portret van Meese, op groot en klein formaat, aan de wanden en op de vloer, alles aan elkaar ‘gepraat’ met leuzen en kreten en nazisymbolen als machts- en dictatuurtekens. De kunst als eeuwige dictatuur overleeft er de dood. In de veelheid aan zaken kan het oog slechts vallen op enkele details. Ook worden er films getoond van Meese, waar hij optreedt als dictator of als slachtoffer.

De drie kleinere ruimtes bieden vergelijkbare zaken, maar (juist door de kleinere ruimtes) intiemer en daardoor directer. Één en ander wordt versterkt door tromgeroffel van een filmpje.

Strakke ritmes hebben een bedwelmende werking. En er zijn ritmes die nadrukkelijk angst verzwakken en agressie versterken. Militaire tamboerkorpsen hadden duidelijk die werking en bedoeling. Welke angst moet het tromgeroffel bij Jonathan Meese overwinnen? Is het het geloof aan de onderwerping aan de kunst en niets dan de kunst? Of is dit een Germaanse grap die ons even flink ingepeperd moet worden? Jonathan is hier hofnar, brulaap, dictator en lichaam tegelijk in een kelder die een samenvoeging lijkt van hersens en buik.

Maar wat moet je als bezoeker in de buik van iemand anders? Zeker, het niet aflatende tromgeroffel doet de dictatuur wel sterk gevoelen. Mochten de beeldende middelen eventueel ontbreken, dan zal het getrommel je blijkbaar wel weer bij de les trekken. Het hele gebeuren daar beneden in het GEM lijkt blikvernauwende obsessie.

Volgens Meese zou er bij de dictatuur van de kunst geen behoefte meer zijn aan religie. Zij het niet dat Meese wel heel zwaar zelf de substantie van waaruit kunst behoort te bestaan, bepaalt. Hij kan dan wel zeggen dat hij dat zelf niet dicteert maar de kunst, maar het zijn mensen die dicteren, in dit geval is dat Jonathan Meese. En in dat geval blijft voor mij de vraag: so what?

De tentoonstelling wordt begeleid door één van de fraaiste catalogi denkbaar. Die catalogus maakt eens te meer duidelijk wat de aantrekkingskracht van de tentoonstelling en het werk is. Het zijn de beelden die het hem doen. Beelden waarbij je zelf kunt bepalen hoe lang je ernaar kunt kijken, ongehinderd door tromgeroffel.

 

Bertus Pieters

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: