Skip to content

De stille beweging van Alexander Calder; Gemeentemuseum Den Haag

22 februari 2012

In het Haagse Gemeentemuseum is momenteel de tentoonstelling Alexander Calder, De grote ontdekking te zien. De tentoonstelling is tweezijdig: ze geeft een overzicht van de ontwikkeling van Calders werk en ze confronteert Calder (1898 – 1976) met Piet Mondriaan. Dat laatste omdat Calder bij een bezoek aan het atelier van Mondriaan in 1930 de abstractie had ontdekt (‘De grote ontdekking’). Toch staan en hangen de Mondrianalia op de tentoonstelling er wat als Fremdkörper bij.

Dat zegt meteen iets over de sfeer die het werk van Calder uitstraalt. Het ziet er door de bank genomen vrolijk en zelfs decoratief uit. Maar het kan uitstekend op zich zelf staan. Of hangen. Het werk heeft blijkbaar toch méér dan een willekeurige decoratie.

Willem Sandberg introduceerde het werk van Calder in 1947 in Nederland in het Amsterdamse Stedelijk. Het werk was toen fris en vernieuwend. Sandberg vond Calder op dat moment de belangrijkste Amerikaanse kunstenaar. Sculptuur was hier niet eerder zo rank geweest, laat staan zo speels en kleurrijk. Vijfenzestig jaar later staan we van dat soort kwaliteiten niet echt meer te kijken. Sculptuur kan nu veel meer of minder zijn dan rank, speels of kleurrijk. Veel meer of minder dan Calder ooit kon dromen.

Is het werk van Calder daarmee achterhaald? Voor wie in de Eeuwige Vernieuwingsspiraal gelooft: ja. Maar dat idee is zelf achterhaald.

Laten we daarom toch even een stap terug doen in de tijd. Het verhaal begint traditioneel met het eendje en het hondje dat hij beide in 1909, als kind dus, maakte. Het eendje kon zelfs een beetje wiebelen. Beide zijn in het Gemeentemuseum te zien. Dierfiguren hebben Calder vanaf het begin geïntrigeerd.

De kleine Calder moet een inventief ventje zijn geweest. Toch zag het er aanvankelijk niet naar uit dat hij kunstenaar zou worden. Dat werd hij pas na verschillende baantjes. Zijn grote talent om met draad levendige figuren te maken en zijn kennis van mechanieken hielpen hem daarbij.

In 1930, na het bezoek aan het atelier van Mondriaan vond er een omslag plaats naar meer abstracte ideeën. Calder maakte daarna ook min of meer geometrisch abstract werk met primaire kleuren. Toch kwam de hang naar meer organische vormen spoedig weer terug in het werk van Calder. Hij had er blijkbaar de persoonlijkheid niet voor om beeldmateriaal tot zijn strengste fundamenten uit te benen. Hij was er duidelijk te speels voor. En het is die speelsheid die voor oppervlakkigheid aangezien kan worden.

Maar wat is er oppervlakkig aan het maken van creaties die zelf bijna wezens, speelse wezens worden? En wat is er oppervlakkig aan dingen die alleen over zichzelf gaan? Ook zitten die dingen een stuk minder willekeurig in elkaar dan U of ik.

Je kunt Calder er ook van beschuldigen dat hij slechts holle virtuositeit toonde, hoogstandjes en circuskunstjes. Aanvankelijk deed hij dat ook met zijn rake vereenvoudigingen en zijn draadfiguren. Maar het werden steeds meer het materiaal en de zwaartekracht die het kunstje moesten vertonen, en de kleur.

Een dergelijke evolutie is ook te zien bij de schilderijen. Toch is die ontwikkeling er één die verzandt. Het is alsof verf en penselen te weinig weerstand boden aan Calders ideeën. Want zijn ideeën hadden duidelijk materiële weerstand nodig. Calders ideeën en vormen konden alleen maar uit fysiek te bewerken materialen bestaan. De rechthoek, het venster van een schilderij had hem niets meer te bieden.

Verder is de beweging van Calder niet de steeds sneller wordende, flitsende beweging die zich in het 20ste-eeuwse leven ontwikkelde, maar een langzame, bijna stille beweging. Misschien zelfs te stil in het Gemeentemuseum. Enige luchtverplaatsing zou een aantal mobiles geen kwaad doen.

Daarmee verschaft Calder nog steeds uniek kijkgenot en het is kunst die prettig ver verwijderd is van de postmoderne eis van verontrustendheid en ambiguïteit. Alles bij elkaar is Calder nog steeds een overtuigende klassieker van de moderne sculptuur tussen al het andere fascinerende dat de 20ste eeuw ons op sculpturaal gebied heeft opgeleverd.

 

Bertus Pieters

 

Advertisements
Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: