Skip to content

Serieus en ironisch zagen: recent werk van Ton van Kints bij Galerie Ramakers, Den Haag

20 april 2012

Ooit moesten panelen voor schilderijen speciaal gezaagd en bewerkt worden door een schrijnwerker. Moest er een groot werk gemaakt worden, dan werden panelen  met lijm aan elkaar gezet. Daarna werden de panelen bewerkt zodat zij niet zouden kromtrekken of wegrotten en om ze geschikt te maken om op te schilderen en om er bladgoud op te kunnen leggen. De schilder moest bovendien aan de grondstoffen voor zijn verf zien te komen en hij moest een medium samenstellen om de verkregen pigmenten te kunnen aanbrengen op het hout.

Al deze ambachtelijke bezigheden hadden het doel een kunstwerk te kunnen maken dat moest leiden tot vergeestelijking en bewondering. Dat het kunstwerk op bewerkt en gelijmd hout zat, werd verborgen door de voorstelling. Wel was het hout soms nog zichtbaar in een rijk versierde lijst, ook door de schrijnwerker gemaakt, vaak nog vóór het schilderij werd vervaardigd door de schilder en zijn assistenten.

Inmiddels zijn we zo’n zes à zeven eeuwen verder en is het vervaardigen van een schilderij meestal een eenmansbezigheid. Een kunstenaar als Ton van Kints hoeft niet meer te overleggen met een schrijnwerker over de vorm en het lijmen van panelen. Hij kan gewoon stukken multiplex, triplex – anoniem hout – of niet-houten dragers kopen en die naar believen op maat maken. En het verkrijgen van verf en lak is al helemaal geen bewerkelijke zaak meer voor hem, nog afgezien van de vele andere manieren waarop vandaag de dag een drager bedekt kan worden met kleurstof of een voorstelling.

Op een duotentoonstelling met Ien Lucas bij Galerie Ramakers aan de Haagse Toussaintkade is momenteel een ruime keus uit recent werk van Ton van Kints te zien. In de serre van de galerie hangen onder meer twee kleine, rechthoekige werken naast elkaar: links ‘schaduwwoud’ en rechts ‘muur geflitst V’, de één op multiplex, de ander op aluminium. Het ene een werk waarin voren gegutst zijn en dat voorzien is van een groenige lak, het andere met een geflitste foto van een wit stuk muur.

Schaduwwoud heeft nog een herinnering aan een paneel met lijst. Maar de lak, ooit bedoeld om voorstellingen mee te schilderen, moet nu wijken voor de bewerking van het hout. Door de groeven wordt het hout weer zichtbaar en, gezien de titel, meer dan zichzelf.

Ook muur geflitst V wordt meer dan zichzelf. De geflitste muur licht zó op dat hij zelf bijna verblind lijkt.

Beide werkjes zijn producten van Van Kints’ voorstellingsvermogen dat gebaseerd is op een lange en intensieve omgang met zijn materialen. Een improviserend voorstellingsvermogen dat de optische waarde van constructies en materialen goed kent.

Nadrukkelijk “constructies” en geen “reconstructies”. Het is aanlokkelijk muur geflitst V te zien als een reconstructie van een stuk muur, of schaduwwoud als de reconstructie van zelfs een heel woud. Maar niets is minder waar, er is geen muur uiteengenomen en opnieuw in elkaar gezet, zomin als er een woud uit elkaar genomen is om gereconstrueerd te worden.

Ook waar Van Kints panelen aan stukken heeft gezaagd en ze in elkaar heeft gezet is geen sprake van reconstructie. Het gaat om de materialisering van een nieuw idee. In een serie genaamd ‘close call’ is steeds een plaat in min of meer ronde stukken en sikkelvormige ‘schillen’ verzaagd, zoals Van Kints dat ook al in eerdere series deed. Maar een anders getinte cirkel is in deze serie daarbij steeds uit elkaar genomen en gemanipuleerd. Van Kints heeft daarbij de cirkel steeds weer min of meer sluitend weten te krijgen. De cirkel lijkt de stukken nu optisch bij elkaar te houden. Het oog wil een geometrische cirkel zien ondanks dat de cirkel in feite nogal gebarsten is. Bij nader inzien is het bijeenhouden door de cirkel van de schillen en ovalen daardoor een hachelijke zaak geworden. Maar het materiaal brengt individuele verschillen aan.

De groene nr VII geeft het idee van een bladerdak waarlangs en waar tussendoor het licht glinstert en glimt.

In nr IX krijgt het geheel op een vreemde manier iets broos door het gebruik van krammetjes.

Maar in ‘close call – not I’ is de kracht van de cirkel doorbroken. De beweging van de binnenste ovaal en de schillen lijkt hier niet tot rust te kunnen komen.

Ronde en ovale vormen blijven Van Kints bezighouden bijvoorbeeld wanneer rechte lijnen de cirkelvorm doorsnijden. Vroeger of later kom je dan tot tekens die op hoofdletters lijken. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Ton van Kints uitkomt bij de K van zijn achternaam, een letter met een bijzondere vertakking.

Zoals bijvoorbeeld in de donkere ‘k zonder tak I’ en de groene ‘k zonder tak II’. De welhaast lyrische kleuren van beide werken lijken in tegenspraak met het crue afbreken van de vier takken van de letter. De donkere krijgt daarbij een extra idee van breekbaarheid mee door zijn glanzende en enigszins transparante oppervlak;

de groene werkt ruimtelijk door het quasi-schaduw-en-lichtspel  in de letter.

De letter K komt meermaals voor. Soms scheert het teken langs de letter, soms wordt de letter min of meer verdubbeld zoals in ‘heimweetak I’. In dit werk worden de tegenstellingen tussen glans en matheid, tussen vloeiende ovaalvorm en harde, rechte metaalstroken en tussen raffinement en beschadiging opgevoerd, waardoor een wonderlijk en compact werk ontstaat, dat zijn titel eer aandoet.

Meermaals maakt Van Kints gebruik van glans, daarmee de veranderlijkheid van een kunstwerk extra benadrukkend, zoals in ‘sharing air IV’. De spiegeling in het oppervlak is een overheersende eigenschap van dit werkje. Als kijker kun je er dan ook niet omheen, want spiegeling blijft, ondanks haar alledaagse verklaarbaarheid, optisch steeds een klein wonder. Het werk verleidt, maar geeft zich door de spiegeling vrijwel nergens bloot, ondanks en mede door de vloeiende, grijsblauwe tinten.

Op een dergelijke manier moet een paneelschildering zo’n zes eeuwen geleden ook verleid hebben met glanzend bladgoud. En met de gotische lijsten eromheen van de schrijnwerker. Waarom werd iemand toen trouwens schrijnwerker? Je kunt er aantal redenen voor verzinnen, maar was één daarvan niet het prettige, primaire gevoel en het effect van zagen, boren, schaven enz.? En gold voor de schilder niet dat hij toch vooral hield van het tekenen van lijnen en het aanbrengen van kleuren? En was het doel van deze ambachtslieden uiteindelijk niet iets te maken waar je in verwondering naar kon kijken?

In zoverre is er sinds die tijden weinig veranderd wanneer je naar het werk van Ton van Kints kijkt. Alleen lopen bij Van Kints de ambachten door elkaar, spelen op elkaar in en vormen zo het associatieve karakter van veel van zijn werken. Van Kints karakteriseert zijn werk daarbij bovendien in mooie, individuele gradaties van serieusheid en ironie. De glans van zes eeuwen later.

Bertus Pieters

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: