Skip to content

Liefde en meer beweging: de Zomerexpo 2012 in het Haagse Gemeentemuseum

21 juni 2012

De Zomerexpo in het Haagse Gemeentemuseum lijkt een aardige traditie te worden. De tentoonstelling is publieksvriendelijk zonder saai of middelmatig te zijn. Dat mag elitair klinken, maar het is in feite een behoorlijke prestatie, waaraan een aantal factoren meewerken. De brede keuze aan inzendingen en de publiciteit daaromheen levert medeleven van het publiek op en een kritische jurering zorgt ervoor dat de krenten uit de pap worden gehaald. De tentoonstelling mag daarmee op sympathie rekenen. Er konden ook door niet-kunstenaars werken ter jurering ingeleverd worden. Maar de werken die echt opvallen zijn in het algemeen toch afkomstig van professionele kunstenaars of mensen met een opleiding in de kunsten. Het is niet anders, want het kunstenaarschap is ook een vak waarbij vakmanschap en talent regelmatig geoefend moeten worden en onderworpen aan een kritisch oog.

In deze tweede editie zijn ook een aantal grotere werken uitgekozen door de jury, alsmede een behoorlijke aantal animaties, waarbij de vraag rijst hoe die in korte tijd beoordeeld konden worden.

Het thema is deze keer Liefde. Opvallend is dat nergens echt de grote hartstocht lijkt te zijn vertegenwoordigd. Is ongepast sentiment vermeden? Of is de liefde in Nederland meer een intiem gebeuren? In ieder geval was nergens een groots liefdesmonument te bekennen. Of het moest gaan om Charlie Jones die met maar liefst drie werken vertegenwoordigd is. Twee ervan zijn naast elkaar opgesteld. Beide worden begeleid door muziek, want Charlie Jones is ook zanger-tekstschrijver. Het linker werk heet Ma fièvre au chocolat en een dergelijke titel verraadt natuurlijk een zekere warmbloedigheid. Op een videootje zien we de kunstenaar Ma fièvre au chocolat zingen (en met koptelefoon is hij ook te horen), naast hem ligt een aangegeten chocoladen grammofoonplaat. Daarnaast opgesteld het ontbrekende deel van de uitbeelding van de vrouw tegen de muur. In eerste instantie zou het werk humoristisch opgevat kunnen worden, maar wie de zanger ziet en hoort zingen, weet dat dat het verkeerde spoor is. De chocola wordt een element van passie, dat een vreemde samenklank heeft met de verbeelde vrouw op de achtergrond, glad als een opblaaspop, maar met een afwerende houding. Een beeld van verlatenheid? Van gemankeerde mannelijkheid? Het werk is zo sober en zo zakelijk opgesteld, dat ieder detail invloed en betekenis lijkt te krijgen. Maar dan een betekenis die steeds onder het oppervlak van de zaken lijkt te verdwijnen. De onderlinge samenhang lijkt dwingend maar laat zich niet als een rebus uitleggen.

Het werk ernaast, When Romans came to fail, heeft een zelfde geladenheid. De vluchtigheid van de vleugels in de doorzichtige grammofoonplaat lijkt in tegenspraak met de ontvleugelde en ontbindende vogel links. Het geheel krijgt zelfs iets plechtigs door de lange ode op de muur erachter. Maar er dringt zich tegelijk ook een gevoel van verlies op.

Verlies is één van de dreigende schaduwzijden van de liefde, maar een enkele keer kan troost het verlies verzachten. Dat gebeurt bij voorbeeld in Orvillecopter van Bart Jansen. Dat werk heeft al behoorlijk wat stof doen opwaaien in de media en behoeft dus weinig toelichting. Niettemin is het werk een onmisbare schakel in een expositie over liefde, naast een enkele uiting van wat zoetelijker dierenliefde.

Ilja Walraven is onder meer vertegenwoordigd met Love Boat II (Icarus’ buitenboordmotor), waarin het technische met het mythologische verbonden wordt. Dat klinkt voor de hand liggend, maar in feite verstrengelt Walraven hier een aantal begrippen met elkaar (liefde, varen, vliegen, het onmogelijke willen bereiken) die in het werk niet meer van elkaar te scheiden lijken.

Elders op de tentoonstelling is het kleine werkje Formula assunta van Walraven te zien. Een eigenwijs uitziend object, dat door zijn titel alleen nog maar tegendraadser lijkt.

De grond waarop… van Aletta Verheul is eerder naar binnen gekeerd dan tegendraads. De toewijding waarmee het borduursel is gemaakt, de vanzelfsprekendheid van het beeld van het huisje in de zelfde kleur als het borduursel, de zachtheid van wat een ovale klomp aarde lijkt, of misschien een hemellichaam met één enkel huisje, maakt dit tot een compact maar veelzeggend object. Het heeft een zekere dromerigheid die alleen tot leven gebracht kan zijn door een kunstenaar die zeker van haar zaak was bij de uitvoering van het werk.

Op de zelfde manier moet Wil van Blokland zeker van haar zaak zijn geweest bij het maken van Love reflects Love. Of de titel voor of na het vervaardigen van het werk kwam, kun je je afvragen, want de thematiek van reflectie uitgevoerd in dit prachtige materiaal en zijn natuurlijke, bijna vloeibare vorm, kan veel meer omvatten dan slechts de liefde.

Fotografie lijkt deze keer een minder belangrijke rol te spelen in de tentoonstelling. Fotografie lijkt overgenomen door bewegende beelden. Toch zijn er een aantal interessante foto’s te zien, waaronder Lumumba (Dualism) van Mathilde Jansen. Wat is hier te zien? Twee zwarte mannen in de tropen die elkaar liefhebben, elkaar beminnen of elkaar troosten, steun bij elkaar zoeken? Of is geen van beide het geval? Gaat het om een ideale situatie die er niet is, met andere woorden is het beeld misleidend? Het beeld noch de titel geven in feite echt antwoord. Lumumba was uiteraard de eerste leider van voormalig Belgisch Congo, die zo tragisch aan zijn einde kwam, in feite slechts een kleine schakel in de keten van ellende die in dat land nog steeds doorgaat. Maar wat heeft hij met het beeld te maken? Een wederopstanding? Een verzoening? Wat het verder ook is, het beeld blijft op het netvlies hangen.

Van een geheel andere orde is Eleanor Rigby II, één van de getoonde foto’s van Mark Janssen. Zonder de klassieker van Lennon en McCartney lijkt de foto nauwelijks te interpreteren. Anderzijds is het de vraag of dat van belang is bij deze zorgvuldige enscenering en regie. Eleanor Rigby toont alle attributen van de Beatles hit, maar ook zonder die herkenning gaan zij een bijzonder leven lijden in het geheel.

Al bij de vorige Zomerexpo merkte ik de verwantschap met fotografie op van het schilderwerk van Niels Smits van Burgst. Ook deze keer in You can reach for anything treffen we een figuur aan op een moment van intieme achteloosheid. Die intieme achteloosheid kenmerkt de hele ruimte waarvan de smoezeligheid benadrukt wordt door de voorgrond. Anderzijds krijgt het hele moment iets van een roes, geen roes van extase, meer een roes van afwezigheid. De aandacht van de hoofdpersoon wordt getrokken door de virtuele buitenwereld van het schermpje waar hij in kijkt. Overigens wel een buitenwereld die meteen tussen de hersens kruipt. En wat die roes betreft, kijk naar de verf die de hoofdpersoon vrijwel in zijn omgeving op laat gaan.

Roza Oudgenoeg-Stegeman studeerde vorig jaar op redelijk spectaculaire wijze af aan de Haagse Koninklijke Academie. In een artikel bij die gelegenheid besteedde ik aandacht haar werk. The Feeder is weer herkenbaar als een echte Roza. De verf tracht de figuur bijna uit het doek te laten zwellen. Oudgenoeg suggereert een geweldig volume dat helaas in het luchtledige lijkt te zitten in volledige hulpeloosheid en lijdzaamheid. Een uitgestoken hand met brood komt als een redding boven uit het vlak. Maar het is niet duidelijk of de zware figuur nog in staat is het brood te accepteren. Hier speelt zich een meelijwekkend drama af, het hele omvangrijke lijf van dikke verf vraagt om erbarmen, maar lijkt anderzijds te zeer dicht geschilderd om nog erbarmen te kunnen aanvaarden. Of heeft zij gewoon genoeg gehad?

Werken als van Smits van Burgst en Oudgenoeg-Stegeman hebben ook door hun grootte enige ruimte om zich heen nodig. Maar ook een klein werk als Ralf, 19 jaar, is een stoere jongen van Bibian Melisse kan door zijn uitstraling enige ruimte om zich heen gebruiken. Als puberaal commentaar op de tentoonstelling kan het werkje natuurlijk niet ontbreken. De weerbarstige kleurvlakken en de transparante verfstreken maken het gezicht tot een masker. Het meer egale zachte roze van kin en hals geven het stoere gezicht iets krachteloos en bijna kinderlijks.

Zoals gezegd vallen dit jaar vooral de animaties op. De liefde lijkt zich vooral in levende beelden te vangen. Daarbij blijkt de wat nostalgische stop-motion animatie een toepasselijk medium. De bezitterige en zelfs bruut verslindende liefde speelt een hoofdrol in Il n’y a poinT de Bonheur sans Toi sans Ton Amour van Merel Noorlander. Noorlander neemt je het theater in waar menige liefde op een brute manier eeuwig wordt gemaakt. Het collageachtige van de film geeft iedere scène iets onafwendbaars en het publiek in de zaal smult ervan. Maar ook de kijker op de tentoonstelling kan de ogen er niet vanaf houden, van de horror van de liefde.

De stop-motion animatie van Manja Eland, Clay Dove, benadrukt juist het cyclische van conceptie, groei en verval. Ze doet dat door slechts weinig echt narratiefs te laten gebeuren en begin en einde in elkaar te laten overlopen. Toch is ook dit geen feel-good-movie. Er lijkt in het verhaal steeds iets te ontvluchten, bijna letterlijk tussen de handen door, alsof het geluk maar niet gevat wil worden.

Petra van der Put combineert fotografie, filmbeeld en installatie.  In De hand van Vader wordt een kinderwereld vol frustratie opgeroepen. Op het eerste gezicht doet de installatie wat krampachtig aan. Ze wil maar niet lekker in het oog liggen. Maar uiteindelijk blijkt dat heel doeltreffend om de benauwde sfeer van een wat angstige kinderwereld op te roepen.

Video’s en korte animaties hebben op tentoonstellingen altijd één groot nadeel: ze kosten tijd. Of erger: zij bepalen hoe lang je naar het kunstwerk mag kijken. Dat breekt met name op bij een grotere tentoonstelling als de Zomerexpo. Zo valt er veel te bewonderen aan Denkend dansen van Lisette Huizenga, een computer-geschilderd en –geanimeerd werk. In feite dans je als kijker al stilstaand mee met de dansers in de animatie, hetgeen op zich een wonderlijke ervaring is. Maar het vermoeden dingen niet meer te zien, details niet meer op te merken, breekt hier op na alle andere animaties en kunstwerken. Maar misschien is dat wel het ultieme genot van Denkend dansen: gewoon maar zo’n beetje meekijken met de ritmes en je verwonderen.

Alles bij elkaar kan gesteld worden dat de tweede editie van de Zomerexpo een grotere afwisseling biedt tussen grotere en kleinere werken. Met name de installaties, de wat grotere sculpturen en de animaties breken het ritme van de expositie mooi. Er is ook meer rust in de presentatie; de muren lijken minder vol te hangen en er is meer aandacht voor individuele kunstwerken.

Bertus Pieters

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: