Skip to content

Tussen rumoer en verstilling; Zomer in Gemak, Den Haag

2 augustus 2012

Zeven kunstenaars, zeven manieren van kijken en dat in een tentoonstelling die in recordtijd is opgezet, om de achterblijvers in zomervakantietijd toch nog wat bijzonders te kunnen bieden. Hoe krijg je dat voor elkaar? Het antwoord is vrij simpel: kijk wat je op de laatste examenexposities in den lande gezien hebt, maak daar een keus uit, zorg voor de faciliteiten en toon wat improvisatietalent. Dat kan gelukkig allemaal bij Gemak in de Haagse Vrije Academie . Vervolgens gaat het erom de tentoonstelling niet als een routineuze zomerse opvulling te beschouwen, maar om de kunstenaars de ruimte te geven om goed tot hun recht te laten komen. En ook dat is gelukt. Zomer in Gemak is weliswaar geen expositie met een groot statement geworden, maar iedere individuele kunstenaar heeft wel de gelegenheid een eigen statement te maken. En zulks zonder dat het wringt of elkaar bijt of dat de verschillen mengen tot een grauwe massa.

Er is uitgebreid ruimte en aandacht voor uiteenlopende zaken als verstilling, lyriek, rumoer, melancholie, gesmoorde hartstocht, kleur, zwart wit, vakkundige planning en voor improvisatie.

Zo staan in de kleine ruimte voor het raam een aantal sculpturen van Margot Zweers in een installatie als een soort zonnepanelen het Haagse middaglicht te vangen. Één in de vorm van een bol scherm, één in de vorm van een kuip of trog en één in de vorm van een holte aan de zijwand, die zich als een kelk naar het licht toe keert. Alle drie deze sculpturen stralen harmonie en rust uit zonder spanning te verliezen en kunnen uitstekend op zich zelf staan. Maar in combinatie krijgen zij een meerwaarde,

zeker waar achter het grote scherm de schaduw vrij letterlijk vorm krijgt in een sculptuur met donker glas,

maar ook aan de schaduwzijde van het scherm zelf. Het geheel ademt de sfeer van de hoek van een stille patio waar alles om gradaties van  licht en schaduw draait. Het licht verandert bovendien met het uur van de dag, wat het geheel een trage dynamiek geeft en wat bijna tot stille contemplatie uitnodigt.

Geen contemplatie bij Drowning love van Sophie van der Burg, maar eerder gesmoorde hartstocht, of liever: verdronken hartstocht. Zelfs taal en woorden helpen hier niet meer. Maar waarmee helpen zij niet meer? Is het de liefde voor een persoon die hier ten onder gaat? Of is het liefde voor het verleden? De titel impliceert in feite al dat er een verleden gecreëerd wordt en ook de anachronistische typemachine doet dat. De volgelopen badkuip, ooit uiteraard bedoeld voor reiniging van het lichaam, is hier tot een uitgedoofde wensput geworden. Het water reinigt hier niet zozeer meer als wel dat het sporen, woorden, taal, langzaam wegvaagt en het taalapparaat, de schrijfmachine, langzaam onklaar maakt. En dat alles beschenen door een schril onverbiddelijk licht en voorzien van klaaglijke muziek.

De combinatie van taal en beelden speelt in het werk van Van der Burg een belangrijke rol. Dat is ook het geval bij het videowerk N’Être van Olfa Ben Ali, waar op conventionele wijze een stem toelichting geeft bij de beelden en vice versa. De beelden zijn vooral die van de façades van flatgebouwen in Reynerie, een voorstad van Toulouse met veel immigranten uit de Maghreb, de plaats waar Ben Ali opgroeide, zoals zij zelf toelicht.

Mooi is de interactie van woorden en beelden waar zij vertelt hoe zij als meisje God ervoer als iets alomtegenwoordigs, dat zij hem zag in het beton van het flatgebouw waar zij woonde, in de pilaren, de liften en gangen maar ook in de bloemen en de bomen. Terwijl zij dat laatste vertelt, laat zij niets zien dan schaduwen op de betonnen muren.

En ze verhaalt dat het hart van God in haar moeder is, weliswaar een steeds ouder wordend hart, zo zegt zij terwijl zij een bladderende muur toont. De samenloop van deze beelden en woorden bepalen de sfeer van de rest van de film. De façades van de fantasieloze, opgestapelde woonkazernes, zijn niet meer anoniem maar herbergen onder meer ook het warm kloppende hart van de moeder van Ben Ali. Het kille beton en de dagelijkse sleur van de gesloten gordijnen en de buitenhangende was bevat menselijke warmte, liefde en trots, benadrukt door de voice over van Ben Ali’s moeder.

En zo kan een woonkazerne de huid van God zelve worden.

Waar Olfa Ben Ali geschiedenis en leven compact maakt tot een gebouw, zo tracht Veerle Thoben het moment te vangen, te vergroten en te verlengen. Het korte moment van de flikkering van zonlicht door een raam wordt bij haar een moment van openbaring en verlichting. Haar werk creëert op die manier ruimte, maar heeft daarvoor ook ruimte nodig en dat komt in de opstelling van deze expositie prachtig uit. In haar werk behoudt Thoben de teerheid van het moment, waardoor openbaring en verlichting ons voortdurend lijken te ontsnappen, zoals dat in een kort moment ook gebeurt.. Alleen kunnen we nu blijven kijken naar het moment. Prachtig is dat uitgewerkt in twee tweeluiken van acryl op doek en video:

07.55 AM met twee wisselende beelden en een doek met zacht nuancerend roze,

en een titelloos werk met verspringende, ‘drijvende’ lichten naast een doek waarin twee zachte kleuren in elkaar overgaan. De uiterst zachte kleuren van de doeken die, hoewel heel licht van tint, toch een soort ondoordringbare ruimte bieden, zoals mist een ruimte kan vullen, bieden een materiële reflectie op de ongrijpbaarheid van het licht van de video’s. Beide werken worden in de expositie mooi ingeleid door twee wederom heel lichte werken op doek, 0.15 AM en 06.55 AM.

Enige lege ruimte scheidt het werk van Thoben met dat van Geoffrey van Dijk. Dat is ook nodig, want de installatie van tekeningen van Van Dijk kun je gerust rumoerig noemen. De tekeningen zijn cartoonesk en erotisch van aard en confronteren de kijker bijna brutaal met hun scabreuze inhoud door de quasi nonchalante opstelling, verspreid over vloer en muren. En zelfs aan papier heeft van Van Dijk niet genoeg, hij tekent en schrijft vrolijk door over de muren. Het consequent volgehouden, bijna kinderlijk-cartooneske van de werken doet een ironische of naïeve inhoud vermoeden, maar de ruimte die het werk inneemt en nodig heeft spreekt dat tegen. De kijker wordt gedwongen de tekeningen in hun samenhang en sfeer in zich op te nemen. Daardoor wordt de quasi-grappige kinderlijke onschuld van de figuurtjes meer teniet gedaan dan hun individuele, vaak pornografische inhoud.

Staand tegen of hangend aan de muur zijn ook enkele werken die zelf vooral uit ruimte bestaan, waarin wat poppetjes en tekens rondzwerven. Zij lijken enig soelaas te bieden tussen de expliciete benauwenissen op de vloer, maar hun opschriften,  “HARD”  en “AWFUL BUT O.K.” spreken dat tegen.

do you LIKE WHAT U SEE” zegt een karikatuur van een welvoorzien meisje op een rondslingerende tekening aan de rand van de installatie. Het lijkt de hamvraag die Van Dijk hier stelt over de hele installatie. Maar net als bij seks is dat een afleidende vraag. Het gaat uiteindelijk om de beleving van het geheel. Van Dijk stelt die discrepantie voortdurend aan de orde.

In de zelfde ruimte als Van Dijk hangen drie van de zes geëxposeerde kleurrijke schilderijen van Erik van de Belt. Door de tegenstelling met het werk van Van Dijk lijken zij een extra plechtige lading te krijgen. Over het werk van Van de Belt schreef ik hier eerder naar aanleiding van de eindexamenexpositie van de Haagse Koninklijke Academie.

Dieke Venema, tot slot, heeft een grote improvisatie neergezet en naar de goede regels van de improvisatie heeft het moment van ontstaan hier vorm gekregen. En daarmee heeft Venema een mooie apotheose van de expositie gemaakt: zowel de vluchtigheid als de geschiedenis van het creatieve moment krijgen hier vorm. Aanzetten van kleur geven het idee dat het werk nog in aanbouw is, maar wie verder kijkt ziet dat het werk niet af moet geraken en voldoende is in het tonen van het creatieve proces. Het is een grote collage die op het punt staat één te worden en het moment van die eenwording laat zien.

Als illustraties van die improviserende werkwijze zijn er ook nog een aantal litho’s van Venema te zien.

Alles bij elkaar biedt Zomer in Gemak een mooie uitgebalanceerde tentoonstelling naast de andere Haagse zomerexposities. Een expositie waar je veel kunt zien zonder overvoerd of verveeld te raken van werken die elkaar zowel vrij laten als aanvullen.

Bertus Pieters

Advertenties
2 reacties
  1. Prima stuk, Bertus. Ik lees je blog trouwens altijd met veel plezier.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: