Skip to content

Het lichaam en de ruimte; Tobias Sjöberg bij 1646 in Den Haag

6 oktober 2012

Één van onze grootste mensenwensen is vrij te zijn van de aarde, de aantrekkingskracht van de aarde niet meer te voelen. Één van onze oudste angsten is van de aarde af te vallen. Technisch hebben we onze wens en onze angst al aardig samengebracht. Sinds de uitvinding van de ballonvaart heeft het mensdom rasse schreden gemaakt en we zijn nu in staat ruimtewandelingen te maken. En inmiddels weten we ook dat we niet van de aarde af kunnen vallen, dat vallen vooral bestaat op aarde zelf, waar het een kwestie van zwaartekracht is.

Maar we hebben van nature ook nog altijd de mogelijkheid om ons individueel en intiem even minder afhankelijk te maken van de zwaartekracht. Zo kunnen wij, als de meeste zoogdieren, zwemmen. De opwaartse druk van het water geeft ons het idee tijdelijk bevrijd te zijn van de zwaartekracht. Maar ook het water heeft zijn grenzen. In feite stellen zowel het land, waar we door de zwaartekracht aan gebonden zijn, als het water, dat ons het lichamelijke gevoel van vrijheid geeft, hun eigen regels, hun eigen voorwaarden. Zowel water als aarde houden ons op onze plaats, of we nu willen of niet.

Mensen zijn zó gek op gewichtloosheid en de vloeibare vrijheid die dat teweegbrengt dat zij zwembaden hebben gemaakt. Het idee van reiniging van het lichaam en oefening van de spieren maakt de sensatie compleet en populair. Een zwembad kan niet anders dan goed zijn.

De Zweedse kunstenaar Tobias Sjöberg heeft dan ook een zwembad als een heiligdom in een tempel aangelegd bij 1646 in de Haagse Boekhorststraat. Blauw, rond en schoon ligt het zich in het wit te spiegelen aan de dakramen. Plechtig dienen enige treden beklommen te worden om het goede water te bereiken. Naast het zwembad ligt een witte rots die in zijn eentje de functie krijgt van een heilig reliek.

Maar zover ben je nog niet als je de expositieruimte binnenkomt. Want daar staan en liggen ter inleiding een aantal zaken die refereren aan het water en het zwembad. De kleur blauw, een kolkende beweging in het blauw, de leuningen van trapjes waarmee je in een zwembad af kunt dalen en een donkere, glimmende plas of een zwart gat. De objecten staan en liggen op ruime afstand van elkaar als om elkaar de ruimte te geven.

De leuningen dienen in een zwembad om de overgang tussen gewicht en gewichtloosheid zo geleidelijk mogelijk te maken. Maar ze krijgen hier ook een eigen vorm en karakter. Het blauw en het kolkende, rokerige blauw weerspiegelen elkaar bijna. En het glanzende, ronde zwart, met een gat in het midden ligt naast een enkele leuning. Het is aanlokkelijk het zwarte element als een zwart gat op te vatten, zeker waar ieder element in de voorruimte bij nader kijken steeds meer zijn vaste plaats lijkt te hebben. Waar het zwart staat voor het ongewisse, staat het blauw voor eindeloze ruimte. Water zelf is immers niet blauw, het is de oneindige ruimte erboven die wij als blauw ervaren en die blauw weerspiegelt in het water. Blauw heeft bovendien de eigenschap onze blik als het ware te absorberen.

Bij elkaar hebben de objecten een constellatie die de ruimte zelf lijkt te definiëren, en die ook meer ruimte suggereert onder de vloer en achter de wanden. Zij worden daarmee bakens in een oneindige ruimte. Oneindige ruimte, constellatie, het komt in verhevigde en zelfs meer verheven vorm terug in het midden van de expositieruimte waar zich het ronde zwembad op de verhoging bevindt. Het water, het element van lichamelijke gewichtloosheid, weerspiegelt het hemelse licht met naast zich de witte rots waarin, evenals in het zwart in de voorruimte, een gat zit, een teken van ruimte in de rots.

Na het verblindende licht en het wit van en rond het zwembad kun je afdalen naar de verlaagde achterruimte waar het een stuk donkerder is. Licht van de zwembadruimte wordt weerkaatst in een metalen tl-armatuur, van waarachter blauw licht schijnt, dat de muur in een zachte gloed zet. Wordt hier het onzekere van het zwarte gat in de voorruimte voortgezet? Of kom je hier letterlijk de begrenzing van de ruimte tegen? Er liggen nog wat brillen op de grond, brillen die noch beschermen noch verhelderen.

Opvallend is het effectieve gebruik van de expositieruimte zelf. Ondanks en dankzij een aantal ingrepen van de kunstenaar worden een aantal zaken spelers in het geheel, zoals de dakluiken in het middengedeelte, maar ook, zij het in mindere mate, de trap in het voorgedeelte en de trap in de achterruimte. Die laatste wordt onwillekeurig speler in het geheel doordat hij de ruimte kleiner en begrensder laat lijken dan hij is. Terwijl beide trappen de ruimtelijkheid naar boven uiteraard benadrukken. Zelfs de gesloten donkere achterdeur wordt een speler.

In zijn geheel heeft Sjöberg drie bijzondere ruimtes gecreëerd waarin hij een verband legt tussen de lichamelijkheid van het individuele bestaan en de constellatie van dat bestaan in de ruimte. Hij doet dat met de middelen die ooit in tempels werden gebruikt, voor wat betreft het licht en donker en het toepassen van symboliek die zowel het individu als de ruimte wil bevatten. Hij maakt echter ook duidelijk dat een dergelijke ruimte een volstrekt menselijke en materiële constructie is. Tenslotte is ieder idee dat we hebben een constructie.

Bertus Pieters

Advertisements
Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: