Skip to content

Tussen einde en begin #4: Lucio Fontana

18 februari 2013

1965, Fontana, Lucio, Brief aan schrijver Jürgen Claus, privécollectie

Op grond van de onzekere situatie, waarin de kunst zich heden bevindt, is het moeilijk gezaghebbende meningen te geven. In ieder geval geloof ik, dat de kunst haar sociale functie beëindigd heeft. De ontdekkingen der wetenschap, van de ruimte, van de mens in de kosmos hebben een totale omslag met zich meegebracht en ik ben ervan overtuigd, dat de kunst in de toekomst niet meer bestaan zal. De menselijke intelligentie zal zich tot problemen wenden, die, wat fantasie en menselijkheid betreft, wezenlijk meer geldigheid bezitten en de kunst zal dus het recht van de geldigheid van haar tijd gehad hebben (geschiedenis). De kunst ligt in de klaarblijkelijke chaos van de kunstenaars, die ons duidelijk naar het “niets” zal brengen, in het sterven.

Dit is de inhoud van een brief1 van de Argentijns-Italiaanse kunstenaar Lucio Fontana (1899 – 1968) van 19 maart 1965 aan de dan nog jonge Duitse kunstenaar en schrijver Jürgen Claus (1935).

Het zal je maar gebeuren: je bent een jonge kunstenaar van nog geen dertig jaar, je stuurt een brief aan Lucio Fontana – één van de beroemdste moderne kunstenaars in die tijd – en bovenstaande is het antwoord. Het einde van de kunst is in zicht, aldus Fontana.

Aan Fontana’s werk was dat in die tijd niet te merken. Hij had nog maar drie-en-een-half jaar te leven, maar zijn productie was enorm. Hij maakte een overvloed aan werken met sneden in het doek2 en ging daar mee door tot aan zijn dood. Deze en andere werken kregen geen van alle een echte individuele titel mee, allemaal heetten ze concetto spaziale, ruimtelijk concept. Hij produceerde zo veel dat het bijna ondenkbaar is dat er nog musea voor moderne kunst zijn die geen werk van Fontana hebben uit de jaren zestig.

Juist in de tijd van die brief, in 1964-65, maakte hij de eerste exemplaren van een nieuwe serie ruimtelijke concepten, genaamd teatrini, theatertjes3. De teatrini zijn uiterst speelse werken die, zoals de naam al aangeeft, over kijken gaan. Nu gaan al Fontana’s ruimtelijke concepten over het kijken (en in feite alle beeldende kunstwerken) maar de teatrini voegen iets aan dat kijken toe. De werken zijn op doek en met gaten, maar omgeven door een soort houten lijst met aan de binnenzijde barokke uitstulpingen. Ze geven de indruk dat het doek het decor is en de houten lijst alles wat daarvóór gebeurt. De gaten in het schilderij suggereren dat er nog een wereld is achter het schilderij, als in de andere ruimtelijke concepten, maar de glans van de gelakte lijsten laat ook wat vóór het schilderij gebeuren. Zo laten deze werken de ruimte achter en vóór het schilderij doorgaan, zoals ook een echt podium in een theater de ruimte laat doorgaan in de zaal en erbuiten. De teatrini conditioneren heel nadrukkelijk het kijken naar wat er in de ruimte gebeurt.

Fontana was een intuïtieve werker. Hij maakte, en zag dat het goed was en aan de kijker blijft weinig anders over dan te kijken en te zien dat het goed is. Het doet denken aan de theorie van Fontana’s mede-Italiaan Benedetto Croce (1866 – 1952), die intuïtie zag als een belangrijke vorm van kennis mét en tegelijkertijd náást de logica, en de kunst ís volgens hem die intuïtieve kennis. Fontana nu, is typisch een kunstenaar wiens werk je zou kunnen omschrijven als intuïtieve kennis (hoewel Croce zijn esthetica baseerde op veel oudere kunst). Fontana wist wat hij deed – de handeling was voor hem net zo belangrijk als het resultaat –  maar hij had er geen logische verklaring voor waarom het goed was. Fontana kon zelf uitstekend theoretiseren, maar zijn werk hield zich aan geen logica.

Mogen we nu afleiden uit Fontana’s brief dat volgens hem aan die wereld van intuïtieve kennis zonder logische verklaring weldra geen behoefte meer zou zijn? Is die intuïtieve kennis dan die chaos van de kunstenaars, die ons naar het niets zal brengen? En vond Fontana dat hij zelf behoorde tot die chaos van de kunstenaars? Dat lijkt aannemelijk want er is geen teken dat hij zichzelf uitzondert in de brief. Daarmee was zijn brief ook een waarschuwing aan een jonge kunstenaar over een rap moderner wordende wereld waarin de grootheden in het leven onder invloed van technologische vooruitgang niet meer zouden zijn wat zij waren.

Fontana had trouwens in1951 al zijn ideeën over de kunst in de moderne wereld gespuid in het Technisch manifest van het spatialisme. Daarin spreekt hij niet over het einde van de kunst, maar wel over het einde van de kunst zoals wie tot dan toe kenden (en in feite nog steeds kennen). Schilderen en beeldhouwen en dergelijke zouden het afleggen tegen de verovering van de ruimte. Hij noemt het neonlicht waarmee hij zelf ook ruimtelijke sculpturen gemaakt had, maar ook noemt hij vliegtuigen als eerste architectuur van het Ruimte-Tijdperk. Die fascinatie voor vliegtuigen kwam overigens niet uit de lucht vallen (sic!), hij noemt in het Manifest ook het futurisme als een belangrijke trede op weg naar de nieuwe esthetica en het futurisme had in het Interbellum al een preoccupatie met vliegtuigen. Sowieso verwijst de term Technisch manifest al naar het futurisme. In het algemeen gaf Fontana in het Manifest een korte canon van belangrijke kunststromingen om te laten zien dat die, hoewel zij afgedaan hadden, leidden naar het Ruimte-Tijdperk. Zo krijgt een nieuwe esthetiek vorm, lichtende vormen die bewegen in de ruimte. Beweging, kleur, tijd en ruimte zijn de begrippen van de nieuwe kunst, zo schrijft hij4.

In het Manifest, zoals ook in andere manifesten van zijn hand – Fontana had van de futuristen bepaald een manifestenijver geërfd – toont Fontana zich bepaald niet pessimistisch. Zeker, de kunst zoals we die kenden, zou op zijn einde lopen, maar er zou een nieuwe esthetica voor in de plaats komen. In een interview uit 19684, gegeven korte tijd voor zijn dood, stelt Fontana het nog scherper: hij stelt dat de toekomstige mens totaal geen tijd voor kunst zal hebben omdat hij het veel te druk heeft met door de ruimte te reizen en daar allerlei fantastische zaken te zien. En het meest tekenend voor het Europese modernisme dat rechtstreeks uit de Renaissance en de Verlichting lijkt te zijn voortgesproten is zijn slotwoord in het interview: Nu zijn we nog te stevig verbonden aan de aarde. En omdat ik in de intelligentie van de mens geloof – het is het enige waar ik in geloof, meer dan in God, voor mij betekent God de intelligentie van de mens – ben ik ervan overtuigd dat de mens van de toekomst een volledig nieuwe wereld zal hebben.

Het is typisch voor met name het op abstractie gerichte Europese modernisme dat het gepaard ging met zoveel idealisme, hetgeen toch in tegenspraak lijkt met de gebeurtenissen in de eerste helft van de twintigste eeuw in Europa. Maar typerend daarbij is ook het als het ware op willen lossen van de materiële beeldende kunst in de toekomst. Mondriaans neoplasticisme zou schilderijen als decoraties aan de wand overbodig maken in de toekomst, kunst zou opgaan in de bewoonde omgeving; Yves Klein hield zich intensief met ruimte en het niets bezig. Zulks terwijl de Amerikaanse modernisten in de jaren vijftig en zestig zich toch vooral met schilderen en beeldhouwen bezighielden.

En zo blijkt de brief van Fontana geen resultaat te zijn van een plotselinge aanval van zwartgalligheid of een staaltje ouderwetse artistieke melancholie. Het is meer een vingerwijzing aan een jonge kunstenaar: je kunt wel fijn kunstwerken willen maken, maar wellicht wordt dat overbodig en dan komt de esthetica ergens anders te liggen. Jürgen Claus heeft de daad bij het woord trachten te voegen.

Maar meer nog lijken we vooralsnog in een andere toekomst te leven dan die welke Fontana voorzien had. Vaststaat wel dat de kunst een ander uiterlijk heeft gekregen, náást het vertrouwde uiterlijk dat ook maar niet uit wil sterven, maar zich als goede traditie vernieuwd heeft.

Maar het is natuurlijk wel aannemelijk dat kunst een andere betekenis krijgt in de samenleving en dat het begrip kunst misschien niet eens meer toereikend zal zijn. Het woord beeldcultuur lijkt modieus (en dat is het ook) maar het duidt wel op de enorme verzameling cultuurgebonden beelden die we nu dagelijks te verstouwen krijgen en die gebruikt wordt in de kunst, die onderhand ook steeds meer samenvalt met de overdaad aan beeldcultuur. En verder zijn er natuurlijk ook bemoeienissen tussen kunst en allerhande nieuwe technologieën, waaronder de biotechnologie. Maar het blijft gaan om het beeld, wat het te zeggen heeft en welke ervaring het geeft. Dat beeld kan in een kader aan de wand hangen, kan stilstaan in een park of op een plein, maar je kunt je er ook middenin bevinden, het kan bewegen of stilstaan, het kan dood zijn of het kan zelfs leven, het kan voor de eeuwigheid gemaakt zijn of slechts enige seconden bestaan, het kan commercieel zijn of onbaatzuchtig, het komt overal waar mensen zijn of zijn geweest, het kan stom zijn of geluid geven, het kan gezien zijn of ongezien en het stroomt het huis binnen, tegen wil en dank. Kijk, en dan is het prettig dat er nog werken van Fontana zijn die de speelse intuïtie vieren – mits goed gepresenteerd – , die intuïtie die onderdeel uitmaakt van de menselijke intelligentie.

Bertus Pieters

1. Getypte brief van Lucio Fontana aan Jürgen Claus dd. 19 maart 1965. Vindplaats: http://www.kettererkunst.com/details-e.php?obnr=410807220&anummer=353 ; klik op het plaatje voor en vergroting

1966, Fontana, Lucio, Concetto spaziale, Attese, Sono stato ufficiale a Torino nel 1918, aquarel doek, 92x73,5, privécollectie2. Lucio Fontana: Concetto spaziale, Attese,1966, verf op waterbasis op doek, 92×73,5 cm, privécollectie; klik op het plaatje voor een vergroting

1965, Fontana, Lucio, Concetto spaziale, Teatrino, aquarel doek gelakt hout, 102x153, Fondazione Lucio Fontana, Milaan3. Lucio Fontana: Concetto spaziale, teatrino, 1965, verf op waterbasis op doek, lakverf op hout, 102×153 cm, Fondazione Lucio Fontana, Milaan; klik op het plaatje voor een vergroting

4. Wim Beeren, Nicholas Serota etc., Lucio Fontana, Catalogus, Stedelijk Museum, Amsterdam, Whitechappel Gallery, Londen, 1988

3 reacties
  1. Je zegt dat er nog altijd beelden zijn en dat het gaat om het beeld, maar Fontana heeft het over de toekomst van de kunst. De vraag moet dan zijn in hoeverre de beelden die we nu om ons heen hebben als kunst kunnen worden opgevat. Als je de opsomming neemt die je aan het eind geeft van de veelvormigheid van beelden, zou je dan niet zeggen dat Fontana gelijk heeft gekregen en dat dat de ‘chaos van de kunstenaars is, die ons duidelijk naar het “niets” zal brengen, in het sterven’?

    Like

    • Ik geef in principe in het artikel zelf al toe dat ons kunstbegrip erg veranderd is sinds Fontana. Het is wat mij betreft zelfs de vraag of we nog van “kunst” kunnen spreken. Fontana´s werk verkeerde zelf in een fase dat het niet voorstelbaar was dat er nog een stijlverandering in plaats zou vinden en/of dat zijn werk een nieuwe inhoud zou krijgen. Om het bot te zeggen: hij kon zichzelf alleen nog maar herhalen. Hij heeft het over de sociale functie van kunst. Je moet je daarbij bedenken dat hij zelf monumentaal werk had ontworpen en gemaakt voor het fascistisch regiem, vóór de oorlog. Die kunst had een duidelijke sociale functie. Na de oorlog werd hij vooral uitgenodigd om lichtsculpturen te maken en “ambientes”, in feite monumentale uitbreidingen van zijn “ruimtelijke concepten”. Natuurlijk hadden die werken ook een sociale functie (de vooruitgang, Italië, Europa en de wereld in de wederopbouw en in de technologische vooruitgang), maar daar dacht hij zelf blijkbaar anders over (er zat immers geen morele boodschap meer in dat werk). Het kan ook zijn dat hij vond dat deze sociale functie juist heel erg een eindige was. Wel maakte hij in de jaren zestig keer op keer duidelijk dat er, wat hem betrof, een einde zou komen aan de autonome kunst, mede door een gebrek aan sociale inhoud. Zijn eigen werk wijst daar ook op. Dát is, vind ik, ook gebeurd. We hebben de hele discussie over “high” en “low culture” ruim achter ons, de complete vermenging is een feit. Het hele idee van kunst die er alleen voor zichzelf is, staat op de helling en moet bovendien wedijveren met andere “belangeloze” esthetiek als die van de technologie op verschillende fronten en met de herontdekking van de natuur als esthetisch en belangeloos object (mede gevoed door schaarste eraan).
      Maar of we in de toekomst leven die Fontana zich voorstelde, vraag ik me af. In de jaren zestig was het optimisme over een toekomst in de ruimte erg groot. Met de Maanlandingen en de internationale, politieke wedijver over de ruimtevaart, lag het voor de hand dat de ruimtetechnologie van groot maatschappelijk belang zou worden. Maar op één of andere wijze maakt die technologie maatschappelijk steeds minder indruk. Het is nog steeds een onderwerp van nationaal prestige en er zweven talloze satellieten om onze planeet die strategisch, maatschappelijk en wetenschappelijk van belang zijn, maar het los van de aarde denken, zoals Fontana dat voorspelde (in feite een hogere vorm van verlichting) hebben we bepaald niet bereikt.
      Verder is het de vraag of de chaos in de kunst momenteel als groter wordt ervaren dan in de tijd van Fontana. Velen (inclusief kunstenaars zelf) konden het toen al niet meer volgen. De vervreemding tot de autonome beeldende kunst lijkt een voldongen feit, is in in feite door de modernisten zelf in de hand gewerkt. Maar de kunstwereld reageert erop door het kunstbegrip fors op te rekken. Dat lijkt op chaos maar we zullen daarmee wel gedwongen worden ons kunstbegrip te herdefiniëren of zelfs overboord te zetten. Maar ik geloof niet dat dat hoofdzakelijk te maken heeft met het voortschrijden van de (ruimte)technologie.

      Like

  2. rhcdg permalink

    Bedankt voor je reactie Albertus. Ik laat het er even bij voor nu. Je kunt van iemand die het doek met een mes te lijf gaat allicht wel verwachten dat hij het einde van de kunst verkondigt, en van iemand die op die manier ruimte en lucht in zijn schilderij toelaat een bepaalde gevoeligheid enerzijds voor ruimtevaart en anderzijds voor verstikking (door de toename van beelden). Kunst, een bepaald commentaar op de wereld in een bepaalde vorm zal er altijd wel zijn, daar had Lucio zich wellicht op verrekend.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: