Skip to content

Sneak Preview Pre-Eindexamententoonstelling KABK Den Haag

10 maart 2013

???????????????????????????????

Een eindexamententoonstelling van een student van een kunstacademie mag een belofte inhouden. En in deze barre tijden van crisis moet de afgestudeerde kunstenaar er vervolgens buitengewoon hard voor knokken om die belofte waar te maken. Dat waarmaken van die belofte behoeft niet te bestaan uit meer van hetzelfde, of hetzelfde maar dan beter of groter. Een kunstenaar, afgestudeerd of niet, kan het over een heel andere boeg gooien. Het gaat erom dat bij het eindexamen opvalt dat een student met diens specifieke talent en diens technische vaardigheden iets bijzonders teweeg kan brengen dat een beroep doet op het voorstellingsvermogen en dat getuigt van een bijzondere mentale kracht daartoe.

Wat mag je dan verwachten van een student die voortijds werk laat zien om vast een tipje van de sluier op te lichten? Zegt zo’n student daarmee: kijk, dit is een stukje van mijn eindexamenwerk? Of is de gedachte: deze kant gaat het op, maar er kan nog van alles aan veranderd worden? Of is het work in progress? Je kunt ook stellen dat het didactisch van belang is een student alvast te confronteren met het organiseren van een expositie. Dat is natuurlijk uitstekend, maar doet niets af aan de eerdere vragen over het waarom van de expositie.

In de afgelopen week gooiden vijftien KABK-studenten zich voor de leeuwen . Weliswaar voor drie dagen, maar toch. Dus, was dit nu een tipje van de sluier? Work in progress? Hierbij een greep uit het getoonde werk.

???????????????????????????????

???????????????????????????????

In het geval van Gürel Konuralp mag je hopen dat het een tipje van de sluier is. Door hem wordt een tweeluik geleverd, of zelfs een vierluik, dat even eenvoudig is van uitgangspunt als intrigerend van uitwerking. En het werk is zowel streng als speels. Het heeft bovendien het aanzien van een tweedelig wandobject terwijl het met puur schilderkunstige middelen is gemaakt. Het werk nodigt uit te kijken naar hoe het gemaakt is, hoe het gedacht is, welke geschiedenis het heeft.

???????????????????????????????

???????????????????????????????

Bij het werk van Imke Roemermann is de vraag aan de orde of dit de ideale wijze van presenteren is. Dat dit niet om werk gaat dat gewoon op een rijtje gehangen kan worden, is duidelijk. Twee kleine werken hangen met enige afstand uiteen, het ene lager het andere meer op ooghoogte. Dat roept onmiddellijk een relatie tussen beide op, terwijl de werken ieder een eigen titel hebben. Van de twee grotere werken, hangt het ene voor het andere. Die twee werken worden dus nog meer tot een relatie gedwongen. Kunnen deze werken ook zonder elkaar? De kracht van dit werk zit in zijn veelzijdigheid en de vier getoonde werken hebben ieder behoorlijk potentieel. Wat de werken bindt, is de wil om tot een bijzonder beeld te komen waarin de expressie de materialen kiest. Maar in een groepstentoonstelling lijken er te veel stoorzenders in de buurt om de mogelijkheden van de werken en hun combinaties voldoende tot hun recht te laten komen. Het is te hopen dat dat bij de eindexamententoonstelling voldoende opgelost kan worden. Want, voor zover nu te zien, is dit werk dat waard.

???????????????????????????????

???????????????????????????????

Dat probleem is er niet in het getoonde werk van Elsbeth Bauer. Met veel afwisseling laat zij scènes zien uit het leven van een voormalige godin, later geest en zelfs duivelin. Ook hier is sprake van samenhang, maar die is dan ook heel nadrukkelijk: alle twaalf werken hebben hetzelfde formaat, hangen keurig gegroepeerd en zijn op het oog in de zelfde techniek uitgevoerd. Er zit een verhaal in het geheel, het lijken stills uit een animatiefilm, mede omdat er gebruik wordt gemaakt van foto’s van sculpturen. maar er zit ook een verhaal in ieder werk op zich. De samenhang is zo nadrukkelijk gepresenteerd dat het werk weinig last heeft van ander werk in de omgeving.

???????????????????????????????

Die samenhang is er ook bij het werk van Gerard Duprie: zes even grote schilderijen in een overeenkomstige techniek. Het lijkt om zes kiekjes uit een puberleven te gaan. De scènes zijn te exhibitionistisch om intiem te zijn. De kleuren zijn verschoten of anderszins vertrokken zodat de beelden droombeelden worden die de scènes, ogenschijnlijk onbeduidend, tot een soort sleutelscènes in een fictief puberleven maken.

???????????????????????????????

???????????????????????????????

Ook Stephan van Zijp laat een aantal schilderijen zien van dezelfde grootte. Dat zij alle drie door dezelfde hand geschilderd zijn is duidelijk, maar ondanks de gelijke formaten gaat het hier om drie verschillende schilderijen die niet perse iets met elkaar te maken hebben. De schilderstijl van Van Zijp is zowel prettig los en soepel als uitgekiend. Daarmee creëert hij ruimte in zijn beelden, schilderkunstige ruimte welteverstaan. Het relatief grote formaat van de schilderijen maakt dat ook mogelijk. Het is een manier van schilderen die bedrieglijk minder eenvoudig is dan ze lijkt. Ze balanceert op de abstractie van zowel het beeld als de gedachte. Ze maken nieuwsgierig naar meer.

???????????????????????????????

???????????????????????????????

Floor Frencken heeft het monumentaal aangepakt. Bovendien is de traditionele rechthoekigheid van het schilderij hier opgegeven. Dit werk gaat om een samenstel van min of meer organische vormen. Niettemin is er binnen die organische vormen ruimte voor dieptewerking en voor details. Juist dat organische geeft een mooie samenhang aan het geheel, want niet alleen de vormen zijn min of meer organisch, ook de inhoud is dat. Drijven en bewegen wisselen elkaar af in dit werk en houden elkaar in evenwicht. Het oog wordt door de compositie heen geleid en wordt hier en daar gedwongen stil te staan en meer gedetailleerd te kijken. Ook deze manier van werken lijkt oppervlakkig gezien eenvoudig, maar zit in feite vol met artistieke beslissingen die zowel rationeel als intuïtief genomen moeten worden.

???????????????????????????????

???????????????????????????????

Karianne Kirsten laat een optocht zien van karren voortgetrokken door dieren en skeletten waarvan een aantal zich voortbewegen in een soort tredmolens. Dat maakt dat het geheel wat weg heeft van een middeleeuwse dodendans. De dieren vormen min of meer een eenheid met de kar waarvoor zij gespannen zijn, soms zijn zij ermee versmolten. Onderlinge afhankelijkheid wordt in deze optocht steeds opnieuw uitgevonden en wordt bijeengehouden door de dood. Het groteske en plechtige wisselen elkaar af en uitgesproken kleuren worden vermeden.

Samenvattend wordt er dus nu al door een aantal studenten veel beloofd. Dat behoeft uiteraard nog niets te zeggen over wat zij tonen en hoe zij het tonen tijdens en na hun eindexamenexpositie. En dat geldt natuurlijk ook voor de overige exposanten. De kunst is nu eenmaal een vak waarbij het erom gaat jezelf te overtreffen.

???????????????????????????????

Bertus Pieters

Advertenties
Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: