Skip to content

Artcodex, Ghost Modernism in Quartair, Den Haag

27 april 2013

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ghost Modernism. De term zelf doet je al afvragen of het om de geest van het modernisme gaat, of dat het om een geest gaat die op het modernisme lijkt, een geest waar je recht doorheen loopt als je meent hem bij de kladden te hebben. Het is een term die gegeven is door het kunstencollectief Artcodex uit New York dat momenteel, samen met wat internationale geestgenoten, een kortlopende expositie heeft in Quartair. Artcodex omschrijft Ghost Modernism als een reactie op modernisme en postmodernisme. Dat is nogal wat, want dat is dan reageren op vrijwel de gehele 20ste-eeuwse kunstgeschiedenis. Artcodex noemt Ghost  Modernism zelfs een radicale reactie op modernisme en postmodernisme. Je kunt je afvragen waar dat radicale zich dan in uit als je je bedenkt dat zowel modernisme als postmodernisme soms behoorlijk radicaal zijn geweest.

Op zich is het niet vreemd dat er met een nieuw isme gezwaaid wordt. In de beeldende kunst is het postmodernisme wel over zijn hoogtepunt heen. Deconstructie, ambiguïteit en de daarbij behorende verontrusting, ooit briljant gebruikt, zijn onderhand loze platitudes geworden. Je kunt momenteel beter van post-postmodernisme spreken, want er blijft een grote belangstelling bestaan bij kunstenaars voor geschiedenis en verworvenheden van de moderne en postmoderne kunst.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zo ook bij Artcodex. En wat hun radicalisme betreft: misschien zou je zelfs beter kunnen spreken van post-radicalisme. Want dat bijvoorbeeld ateliers verplaatsbaar kunnen zijn, dat desnoods de hele wereld je atelier kan zijn of dat een atelier misschien zelfs soms overbodig is, dat wisten we al. Maar toch is het mooi een opblaasbaar en verplaatsbaar atelier te zien: de Pop-Up Studio van Huong Ngo, opgetrokken uit hergebruikte kunststof, gedeeltelijk doorzichtig, voorzien van een toegangsrits en met behulp van een draagbare batterij opgeblazen. Het biedt plaats aan hooguit twee personen en je kunt er net in staan. Waarom is dat mooi, afgezien dat het als object, transparant en opgeblazen er wonderlijk en aantrekkelijk uitziet? Er spreekt een droom van kinderlijke speelsheid en intimiteit uit, maar ook van een zeker idealisme. Zelfs een idealisme dat werkelijkheid is geworden zonder tranen en bloedvergieten. Een eigenwijs soort idealisme van de menselijke maat. Huong Ngo heeft de Pop-Up Studio daadwerkelijk gebruikt in de openbare ruimte, in parken etc. om erin samen te werken met een collega of er slechts te discussiëren of te denken met een collega, voor het oog van de wereld en toch beschut

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Dat idealisme van de menselijke maat spreekt uit meer zaken in de expositie. Het blijkt onder meer ook uit de deelname van kunsthistoricus en activist Alan W. Moore die een beeldverslag geeft van zijn ervaringen met de krakersbeweging in een aantal Europese steden en in New York in A low fence for folk devils. Op die manier verschuift het accent van de tentoonstelling ook sterk naar de idee van een tegencultuur, een cultuur die lak heeft aan welke conventie dan ook. Dat gebeurt echter niet op de radicale manier die we gewend zijn vanaf de jaren zestig, ook niet op een manier die afschrikt of vervreemdt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ook is er een nadrukkelijk accent op taligheid en het herkennen van feiten en betekenissen, toch vooral een postmoderne preoccupatie. Dat wordt onder meer ook duidelijk uit Acts of Faith van Bibi Calderaro. In dit werk komen construeren, deconstrueren, denken, spreken en het zoeken naar gemeenschappelijkheid zowel als individualiteit bij elkaar. Het werk is inmiddels zo’n tien jaar oud, dus je kunt je afvragen in hoeverre je hier kunt spreken van ghost-modernisme. De stem op de geluidsband spreekt Engels met een duidelijk accent. Zoiets creëert betekenis en geeft ook een interpretatie aan datgene wat gezegd wordt en wat gezien wordt. Die betekenissen en interpretaties liggen duidelijk niet vast, spreken elkaar zelfs tegen. Ze zijn er niet om kritiek te leveren, zij zijn er slechts om opgemerkt te worden en weer te verdwijnen. Een herkenbaar postmodernistisch concept, wat het werk overigens niet minder geslaagd of interessant maakt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het principe van Elizabeth McTernans Letters to a Building Marked for Demolition gaat in feite nog veel verder terug in de tijd dan het modernisme of postmodernisme. Zij laat geen vorm, kleur of lijn zien, ze laat ons slechts een aantal teksten zien die gericht zouden zijn aan een adres dat op de nominatie staat, afgebroken te worden. De beelden die ze ons te bieden heeft, zijn opgelost in tekst. In de teksten van haar berichten zinspeelt ze voortdurend op sterven en afbraak en tegelijkertijd op geboorte en opbouw. De beelden kun je je alleen in je hoofd voorstellen. En is dat niet wat in poëzie gebeurt? En was het niet Hegel (1770 – 1831) die beweerde dat de poëzie de hoogst haalbare van de kunsten was? In de poëzie vindt volgens hem de definitieve dematerialisering van de kunst plaats. En ook het opheffen (in dubbele betekenis van dat woord – Aufhebung) van en door tegenstellingen werd door Hegel aan de westerse wereld geopenbaard. De wezenlijke romantiek van McTernans teksten maken het verhaal helemaal  compleet.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In Shelly Bahls House of the Rising Sun, twee naast elkaar lopende video’s van een danseres die in twee verschillende ruimtes danst, wordt ook een spel gespeeld van tegenstellingen. De danseres is gespecialiseerd in zowel moderne als Indiase klassieke dans en de twee ruimtes waarin ze zich beweegt zijn koloniaal Indiaas en postkoloniaal Indiaas. Aspecten als de functie van de Indiase vrouw in de Indiase en internationale koloniale en postkoloniale cultuur, oriëntalisme en de interpretatie daarvan in zowel India als daarbuiten en het individu bewegend in het heden en de geschiedenis  komen hier samen en harmoniëren hier, maar wrijven tegelijkertijd ook lastig langs elkaar.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Constructie en deconstructie en het vinden van nieuwe betekenissen en tegenstellingen, typisch postmoderne zaken, vinden ook plaats in de film Gold Rush van Mike Rader. Toch lijkt hier het vinden van  nieuwe betekenissen minder belangrijk dan het maken van de film. De film is gebaseerd op Gold Rush van Charlie Chaplin uit de jaren twintig van de vorige eeuw, een film met grote tragikomische inhoud, zowel in het geheel van het verhaal als in de details van de bewegingen en de regie. Rader transformeert de personages uit de film naar de activiteiten van de kunstenaar in zijn atelier. De personages worden schilderijen en de kunstenaar zelf. Dat levert een film op die over het maken van kunst gaat en over de rol van de kunstenaar daarin. Dat klinkt aan de droge kant maar uiteindelijk heeft Rader een film gemaakt die raakt aan het tragikomische maar op een compleet andere wijze dan de oorspronkelijke Gold Rush. De heroïek wordt die van de kunstenaar, die schildert, knipt, kijkt, slaapt op zijn atelier, maar met de motoriek van figuren in de stomme film en met name die van Chaplin. Duidelijk voelbaar is, dat Rader zelf benieuwd was naar het resultaat van zijn vertaling van de film want de nieuwe Gold Rush ziet er ondanks de grote detaillering spontaan en aanstekelijk uit. Het vertelt het verhaal van de eeuwig bezige en scheppende kunstenaar, een soort goudzoeker die steeds van het goud wordt afgeleid door het zoeken zelf. En uiteindelijk blijkt de zoektocht belangrijker dan het vinden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In de animatiefilmpjes van Mike Estabrook, samengevat onder de naam N.e.m.e.s.i.s., zitten wel duidelijke verhaallijnen die op het eerste gezicht redelijk eenduidig lijken. De gebeurtenissen volgen elkaar onherroepelijk, als in boze dromen, op. Argeloosheid wordt steeds beantwoord met bloedig geweld. De grote verhalen van politiek, geschiedenis, religie, cultuur en zelfs natuur veranderen er steeds met veel verve in bloedige spookverhalen. Als in Gold Rush speelt de kunstenaar steeds de hoofdrol, maar daar houden de overeenkomsten mee op. Voortdurend wordt de kunstenaar geslachtofferd door zijn eigen creaturen: meer dan levensgrote, getekende figuren. Een aantal van deze monsterlijke figuren wordt tentoongesteld in Quartair en in de filmpjes zijn hun monsterlijke daden te zien. Angst en afschuw concurreren met lachlust. Een monsterlijke verbeelding van Mondriaan refereert ongetwijfeld aan het strict and structured fascism of Modernism in de tentoonstellingstekst. De link tussen Mondriaan en dictatuur wordt vaker gelegd en is daarmee weinig origineel en is bovendien historisch onjuist. Niettemin kan moeilijk ontkend worden dat menigeen zich ongemakkelijk voelt bij de neoplasticistische erfenis van Mondriaan en het daarbij behorende gedachtegoed. Daarmee is Estabrooks pop tegelijk vadermoord en vaderangst geworden. En zo zie je bij Estabrook de hedendaagse argeloze mens geregeerd worden door min of meer historische angsten met catastrofale gevolgen. Daarbij is Estabrooks werk vol kleurrijke verbeelding en groteske fantasie die het moeilijk maken de ogen ervan af te houden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Vandana Jain maakte een korte animatie van een zich steeds uitbreidende en dan weer imploderende mandala van de logo’s van de honderd grootste multinationals. De mandala is een Boeddhistisch symbool dat staat voor het universum en is opgebouwd uit veel kleurige details. WINNERS noemt Jain haar werk, maar het had ook Attraction, Need of Desire kunnen heten. Weliswaar heeft win in het Engels, als in het Nederlands, de dubbele betekenis van de beste zijn en van delven, wat beide van toepassing kan zijn voor de multinationals, maar dan blijft onbenoemd dat daar meer voor nodig is dan alleen die bedrijven en hun leiding. Er zijn ook arbeiders en loonslaven voor nodig en consumenten en verbruikslaven. Jain verbindt economische overheersing met geloof en met esthetiek. Dat is op zich al vaak eerder vertoond, maar zelden op een manier die zo abstract geometrisch en bijna onweerstaanbaar aantrekkelijk is.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Geweld, technologie en rampen zijn in het moderne tijdperk tot op de dag van vandaag hand  in hand gegaan. Als gevolg van de vooruitgang hebben zij miljoenen het leven zuur gemaakt en het leven gekost. Onder de titel A History of Progress, Violence and the Modern Spectacle laat Brian Higbee vier momenten zien uit de moderne tijd die kenmerkend en tot op zekere hoogte iconisch zijn voor de zwarte kant van de vooruitgang, variërend van de ramp met de Hindenburg in 1937 tot de moord op Lee Harvey Oswald in 1963. Higbee heeft daarvan foto’s nageschilderd met acryl op doek. Hij heeft de voorstellingen echter geabstraheerd door ze te pixeleren. Van dichtbij lijken het daardoor abstracte schilderijen die niets representeren dan zichzelf. Op afstand wordt de inhoud pas duidelijk. In feite geeft Higbee daarmee vrij letterlijk inhoud aan de term Ghost Modernism. De herkenbare fotobeelden worden van dichtbij ongrijpbaar als fata morgana’s, ze worden spookbeelden en gaan schuil achter een modern abstract beeld. Ze geven daarmee ook commentaar op de zegeningen van de vooruitgang, waarvan je de negatieve kanten anno 2013 amper meer concreet kunt herkennen in je omgeving en in de actualiteit. De rampen zijn nog steeds concreet maar zijn daarnaast ook meer sluipend geworden. Daar ligt ook een verband met het werk van Mike Estabrook waarin de mens steeds ten onder gaat aan zijn angsten, geconcretiseerd als zelfgemaakte poppen. Als in een Grieks drama kan de sterveling zijn genadeloos lot niet ontlopen. Higbee brengt dat idee in feite dichterbij door het te laten zien in foto’s uit een nabij verleden, maar ook door het zich te laten verschuilen achter een modernistische verschijningsvorm.

Het enige wat je je nog verder zou kunnen afvragen is waarom Higbee juist deze vier momenten heeft gekozen. De werken refereren behalve aan het modernisme ook aan het postmodernisme in dat zij slechts perspectieven en betekenissen blootleggen maar geen oplossingen bieden of onomwonden morele uitspraken suggereren.

Artcodex 17 Ben Knight

Nog minder uitspraken suggereert Spectral In-sourcing van Ben Knight. Zijn werk is het meest raadselachtige, wonderlijke en eenvoudige van het geheel en veel meer valt er niet over te zeggen. Met het zacht lichtgevende draad, geometrisch gedrapeerd langs de wand, maakt dit werk nog het meeste aanspraak op het predicaat Ghost Modernist.

Artcodex 18 Emmanuel Victor Migriño

Hoeveel aan moderne geometrische abstractie en postmodern verstoppertje spelen met betekenissen samen kan komen in één dollarbiljet, toont Pan-Optic Con van Emmanuel Victor Migriño. Geometrie, macht, potentie, mannelijkheid, materialiteit, scheppend licht, schaduwkant, gekleedheid, historie en humor zijn hier geconcentreerd op luttele vierkante centimeters. Ghost Modernism, toch in essentie een woordgrap, krijgt niettemin voluit gestalte.

Artcodex 19 Glen Eden Einbinder 2

Artcodex 20 Glen Eden Einbinder 3

Op het eerste gezicht is er enig beeldrijm tussen Huong Ngo’s  Pop-Up Studio en Glen Eden Einbinders Hartelijke groeten aan iedereen, gebaseerd op de boodschappen van het mensdom aan het buitenaardse, opgeborgen voor de goede vinder in de Voyager 1 in 1977. Beide werken bieden zowel transparantie als geborgenheid en beide zijn werken waar de menselijke geest rondwaart, in het geval van Huong Ngo in de vorm van creatieve personen, in het geval van Einbinder door tweedimensionale tekenen van menselijk vernuft. Beide werken hebben daarom iets weg van een enorm schedeldak.

Bij Einbinder is het echter een fragiel staketsel van dun hout en papier, onregelmatig opgebouwd uit geometrische vormen. Maar er zijn ook openingen gelaten in het staketsel en daar komt het vreemde, menselijke gevoel om de hoek dat je als mensen ergens naar binnen wil uit nieuwsgierigheid, maar daar vervolgens ook weer naar buiten wil kijken uit nieuwsgierigheid en wellicht een behoefte aan andere perspectieven. Dat je van binnenuit maar een deel ziet van wat buiten gebeurt neem je voor lief want je hebt zowel de fragmentatie als het totale overzicht nodig om de nieuwsgierigheid te stillen.

Einbinders werk, fragiel als het is, doet ook denken aan de klassieke grotto, de plaats voor de verlichte geest om de wereld te overpeinzen en je geborgen te voelen met je intellectuele gedachten. Bovendien zijn grotten natuurlijk ook de plaatsen waar de eerste hoogontwikkelde cultuuruitingen van het mensdom zijn gevonden. De cultuuruitingen in Einbinders onderkomen zijn dan misschien verder ontwikkeld, de wanden hebben niet meer de soliditeit van die van een grot. De moderniteit staat op wankele benen.

Artcodex 21 Mike Estabrook 3

Is Ghost Modernism met dit alles werkelijk iets nieuws en radicaals? De reflectie op wat de huidige en vorige eeuwen ons brengen en gebracht hebben is duidelijk, maar is dat niet een te ruime mantel om het tot een nieuwe, benoembare trend te maken? Dat de geest van dat wat onze huidige kunst maakt een historische is, is niet nieuw en is altijd al zo geweest. Iedere kunstenaar in de tentoonstelling heeft voor zichzelf radicale artistieke en strategische beslissingen genomen, maar kan dat als een kenmerk gezien worden van de gehele groep? Individuele kunstenaars hebben dat al sinds mensenheugenis gedaan. De preoccupatie van de groep met moderne en postmoderne beeldgeschiedenis en een voorliefde voor deconstructie maakt hen soms eerder postmodern dan geesten van het postmodernisme.

De hele geschiedenis van modernisme en postmodernisme in de beeldende kunst is een combinatie van hevige ouderliefde en oudermoord. De term Ghost Modernism doet dan ook eerder een onzichtbaar net van modernisme en postmodernisme vermoeden waaruit niet te ontkomen is. Hoewel de term uit ironie geboren lijkt, geeft hij aan dat er wel degelijk een tegenbeweging is, niet zozeer stilistisch als wel in benadering van de kunst en strategie in de presentatie. Je kunt de geest (Ghost) opvatten als het onzichtbare net van modernisme en postmodernisme, maar je kunt het ook zien als de niet te vangen geest van de kunstenaar, een tegenbeweging die lichtelijk subversief en anarchistisch is zonder schreeuwerig te zijn. Schijnbaar zonder ellebogenwerk creëren de kunstenaars van Artcodex een plek voor hun ideeën. In de praktijk houdt dat in dat er in Quartair een mooie, levendige tentoonstelling is gemaakt. De afwisseling zorgt niet voor chaos maar voor een prettige veelzijdigheid.

En wat je ervan vindt kun je kwijt met een bordkrijtje in een groot Venn-diagram.

Artcodex 22

Bertus Pieters

Zie ook:

http://blogger.xs4all.nl/chmkoome/archive/2013/04/22/812928.aspx

http://5uur.wordpress.com/2013/04/25/ghost-modernisme/

http://jegensentevens.nl/2013/04/ghost-modernism/

http://dtsconcertseries.wordpress.com/2013/04/15/hh8-interview-with-artcodex-18-4-2013/

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: