Skip to content

Uit de hand gelopen jongensdromen: Fly Your Colours van Rens Krikhaar bij Galerie Maurits van de Laar

24 juni 2013

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het is een cliché om te zeggen dat de mens in het werk van een kunstenaar centraal staat, maar toch geldt dat in het bijzonder voor het werk van Rens Krikhaar  die momenteel een overzichtstentoonstelling (Fly Your Colours) heeft bij Galerie Maurits van de Laar  in Den Haag. Of het nu gaat om zijn schilderijen met zeeslagen en andere marines of om zijn tekeningen met zinnebeelden, hallucinatoire scènes, fantastische voorstellingen of apocalyptische zaken, overal wordt de mens meegesleurd in de consequenties van zijn eigen activiteiten. Het leed dat hiermee veroorzaakt wordt, lijkt eerder vanzelfsprekend dan aangrijpend.

Rens Krikhaar 11

Godheden zijn er niet in de werken van Krikhaar. Wel is er de dood die, inherent aan het leven als hij is, steeds op de loer licht om zijn buit op te eisen, openlijk of verborgen, of het is de dood die herinnering, sentiment en verlangen oproept bij de overlevenden, of misschien is het zelfs de dood die, als de enige garantie in het leven, de ultieme troost biedt. Dat wil niet zeggen dat Krikhaars werk bestaat uit droefgeestige, eenvormige werken die steeds maar dezelfde boodschap verkopen. Integendeel, er is een grote veelzijdigheid in beelden en aanpak variërend van uiterst barokke gewrochten tot uiterst eenvoudige werken. Maar hoe minimalistisch ook, Krikhaar blijft overal wel een verteller, zij het dat – toegegeven – zijn protagonisten zelden nog lang en gelukkig blijven leven.

Rens Krikhaar 12

Zijn werken hebben bovendien allemaal een voorgeschiedenis: de voorgeschiedenis van gebeurtenissen of activiteiten uit een ver of nabijer verleden. En zij hebben de voorgeschiedenis van een wijze van verbeelden, zoals moralistische prenten, zeeslagen en meer recentelijk ook oorlogsfoto’s.

Rens Krikhaar 13

Maar die voorgeschiedenis, de feiten en de wijze van verwerken, bepaalt niet letterlijk hoe de werken eruit zien, want de feiten zijn verworden tot mythes, het lot van alle historische feiten. Waar Krikhaar feiten rond bijvoorbeeld Simon de Danser  of l’Olonnais  laat zien, maakt hij de toch al mythische feiten tot nieuwe mythes, tot verhalen van individuen die speelden met de dood, of liever, de dood meer dan anderen in zich droegen. Ze deden dat in schepen, gevaarten die door de eeuwen heen minstens zo mythisch zijn geworden op de zee, die ook vandaag nog de mythe van gevaar en onpeilbaarheid oproept. Het zijn bij Krikhaar niet de zeeën van de 17de en de 18de eeuw, hoewel zijn verhalen zich daar afspelen, het zijn eerder de zeeën van Coleridges Rime of the Ancient Mariner. Het zijn de diepe wateren die ’s mensen trots en vetes kunnen verzwelgen en het sublieme op kunnen roepen.

Rens Krikhaar 14

In het schilderij over Simon de Danser is het duidelijk dat de onheilspellend rustige watermassa het grote brandende schip zal verzwelgen en het bloedrood in het water bij de roeiboot, hoezeer het ook gebaseerd is op de reflectie van het vuur, is de voorbode van een wisse dood, voor zover niet in de zee zelf, dan wel in de zee als verpersoonlijking van de geschiedenis.

Rens Krikhaar 15

En zo kun je je bij het schilderij over de Olonnais (een Franse zeerover, bekend om zijn gruwelijkheid, die uiteindelijk zelf gruwelijk aan zijn einde kwam) afvragen of de witte spitsen op de achtergrond toppen zijn van een onherbergzame, gruwelijke wereld of torenhoge, schuimende golven waartegen geen schip bestand is.

Rens Krikhaar 16

En in de recentere Dutch Damage schilderijen spannen water, vuur en rook samen tegen ieder groots menselijk streven. Het kaperkapiteinschap lijkt een jongensdroom van Krikhaar die zich heeft verkeerd in een triomf van de dood en in de schoonheid van het sublieme.

Rens Krikhaar 17

Rens Krikhaar 18

Een zelfde esthetisering vindt plaats in de tekeningen. Getoond worden een aantal werken van de laatste drie jaar, waaronder de serie Holothuroidea uit 2012, waarin een geweldige zeekomkommer wraak neemt op een stoomschip. Het noodlot hangt het hovaardige schip evenzeer boven het hoofd als in Moby Dick  of, wederom, het schip van de Ancient Mariner. Krikhaar heeft van de serie stilistisch een eenheid gemaakt door het donker en licht zo contrasterend mogelijk tegenover elkaar te zetten. De monsterlijke schuimkoppen zijn maniëristisch, sierlijk, ja, bijna decoratief en de stoomboot lijkt weggevaren uit een Gouden Boekje. De fantasie kan nog zo kinderlijk en catastrofaal zijn, zij wordt volledig geregisseerd door de tekenaar: het zwart en wit zijn hier geen illustratie van een verhaal, zij zijn het verhaal.

Rens Krikhaar 19

Die stilistische eenheid is ook kenmerkend voor de recente serie van de Zeven Hoofdzonden. Krikhaar gebruikt hier bister en potlood, een lichte combinatie, die in zijn bleekheid suggereert dat de tekeningen ouder zijn dan zij zijn. Ook de kledij van de figuren lijkt de algemeen aanvaarde van het midden van de vorige eeuw. Daarmee wordt met puur technische middelen een historie gesuggereerd. Verder is er weinig landschappelijkheid of diepte in de werkjes. De elementen die van belang zijn, zijn weergegeven, dat wil zeggen, de figuren die gebukt gaan onder de hoofdzonden en enige feestvierende duiveltjes. Het verbeelden van de hoofdzonden is al een eeuwenoude aangelegenheid. Bekend is natuurlijk het aan Jeroen Bosch toegeschreven werk, dat overigens niet van diens hand is. In vergelijking daarmee is er bij Krikhaar alleen geen sprake van verlossing, althans er is geen primair christelijke mythologie in die zin verweven in de werken. De mensen wentelen zich er eenvoudig in hebzucht, nijd, woede enz. en de gevolgen zijn min of meer duidelijk, hoewel nergens het vagevuur in het verschiet ligt. Met veel plezier en levendigheid zijn de duiveltjes weergegeven. Het kwaad weergeven is nu eenmaal mooi, iets wat Jeroen Bosch duidelijk ook niet ontgaan is. En voor zover er sprake is van enig moralisme in de Zeven Hoofdzonden ligt dat besloten in veel werk van Krikhaar.

Rens Krikhaar 20

In een aantal werken is de catastrofe compleet, zoals in Implosion. Niets helpt daar meer: cultuur, religie, behuizing, bezweringen, goed of kwaad, alles valt daar in een oneindig gat.

Rens Krikhaar 21

In het recente La Terre Brûlée laat hij alleen nog de gevolgen zien van de apocalyptische activiteiten van mensen zelf, hoewel je je bij een dergelijke tekening kunt afvragen of de oorlogsfotografie van bij voorbeeld Margaret Bourke-White  de zeggingskracht van een dergelijke tekening niet allang geëvenaard heeft . Niettemin blijft de esthetiek van kwaad en verderf een belangrijke bron van inspiratie voor Krikhaar.

Rens Krikhaar 22

Maar hij toont ook een andere kant van het verhaal. Daar is ook de eenzame mens die zich beweegt tussen alle schaduwen. In een recent, klein, titelloos schilderij staat een figuurtje te midden van overdadig natuurvertoon. Omringd door wat op donkere bomen en rotsen lijkt, staat hij in het licht, zichtbaar voor iedereen, als daar al iemand zou zijn. En voor zover zichtbaar is er niemand in de wijde omtrek. In de 19de eeuw zou een dergelijk onderwerp weer het sublieme van de natuurervaring trachten te verbeelden. Een dergelijke ervaring was daarbij vaak goddelijk geïnspireerd. Maar bij Krikhaar leven we duidelijk in de 21ste eeuw. Hier kijkt een mens tegen zijn innerlijke eenzaamheid aan.

Rens Krikhaar 23

Zoals in twee titelloze schilderijtjes uit 2012 ook twee figuren eenzaam langs de zee staan. Ze staan daar niet om het sublieme van hun omgeving te aanschouwen. Ziet de ene figuur iets aan wal spoelen in de nacht? Staat de vrouwenfiguur tevergeefs te wachten op een zeevaarder? En waarom staan zij daar in de nacht, de tijd van het etmaal dat wensdromen en angsten bezit nemen van de mensen? Zijn het die angsten en wensdromen die hier verborgen blijven achter het donker van de verf?

Rens Krikhaar 24

In een recenter titelloos schilderijtje doemen twee heren in 16de-eeuwse kledij uit de mist op, alsof die mist als een tijdmachine werkt. Maar mist en kledij zijn uiteindelijk niet meer dan verf. En verf is de materialisering van de menselijke geest, nergens bij Krikhaar wordt dat rechtstreekser duidelijk dan in dit kleine werkje.

Rens Krikhaar 25

En dat geldt ook voor Marooned for all eternity, waarin een figuurtje volgens de titel voor eeuwig gevangen is in het duister. Dat is hij ook, althans zolang het schilderij bestaat.

Dat brengt een volgend punt naar voren in het werk van Krikhaar, alles wat hij schildert, dat is zo. En dat geldt in feite voor alle materiële beeldende kunst: dat wat is vastgelegd, daaraan valt niet meer te tornen. Wanneer de menselijke geest niet anders dan eenzaam kan zijn, dan is hij dat ook onherroepelijk zodra dat is vastgelegd door Krikhaar. En wanneer de menselijke geest zich in groepen verbindt dan heeft dat bij hem vaak ernstige gevolgen. De kracht die dan ontstaat, wordt nog het beste verbeeld door de schepen in zijn schilderijen. En die gezamenlijke kracht, niet zelden aangevoerd door de verpersoonlijking van het kwaad (De Danser of l’Olonnais), leidt meestal tot de catastrofe. Mensen laten natuurkrachten tegen zich werken. Ook dat ligt vast in de verf, want ook dat is allemaal een materialering van het innerlijk.

Rens Krikhaar 26

En daarin ligt ook het moralisme van de werken vast: ook dat moralisme is een materialisering van het innerlijk. Moralisme wordt vaak gezien als het heffen van de vinger en het scheiden van het kwaad en het goed. Maar dat soort moralisme bestaat in het werk van Krikhaar niet. Moralisme houdt meestal een krachtige vingerwijzing of een bindend advies in. Bij Krikhaar is het dat niet. Hij laat alleen het mechanisme zien van hoe mensen de dood manipuleren en de esthetiek daarvan. Engelen zijn bij hem te wantrouwen, alleen de man met de zeis is helder. De menselijke geest wordt door zichzelf beheerst, maar kan tevens geen greep op zichzelf krijgen. Krikhaar legt dat alles vast en bezweert het met zijn esthetiek. Het ligt vast en we kunnen er niet meer omheen: Krikhaars jongensdromen zijn definitief uit de hand gelopen. En daarmee staat dus niet de dood centraal in zijn werk, maar – en zo eindigt dit toch weer met hetzelfde cliché – de mens.

Bertus Pieters

Rens Krikhaar 27

Zie ook: http://jegensentevens.nl/2013/06/fly-your-colours/

2 reacties
  1. Met veel genoegen en instemming gelezen.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: