Skip to content

Tussen einde en begin #5: Antonio en Piero del Pollaiuolo

14 juli 2013

Pollaiuolo

Bovenstaand schilderij1 is te bewonderen in de Uffizi  in Florence. Daar is ook de oorspronkelijke lijst te zien die onderdeel van het kunstwerk uitmaakt.

Het werk is geschilderd door de broers Antonio  (1431/32 – 1498) en Piero del Pollaiuolo  (1441 – 1496). Er zijn drie heren op te zien die poseren op een soort balkon dat uitkijkt op een landschap. Aureolen verraden dat het om drie heiligen gaat. De linker twee hebben blote benen en voeten, terwijl de rechter schoenen en zijden kousen aan heeft. Je zou ze van links naar rechts kunnen omschrijven als: een geestelijke die in alle bescheidenheid de weelderigst gedecoreerde kleding draagt, in het midden een rijke zwerver en rechts een nuffige jonge edelman. Alle drie lijken zij aanstalten te maken uit het schilderij naar voren te stappen maar er is geen onderlinge interactie; ze kijken niet naar elkaar en zeggen niets tegen elkaar.

Van de drie is de middelste ongetwijfeld de indrukwekkendste. Hij staat niet voor niets in het midden, hij is de grootste, heeft een onverzorgd kapsel en is wild besnord en bebaard. Maar ondanks zijn wat wilde uiterlijk, heeft hij een melancholieke, zelfs wat verdrietige blik, nog versterkt door het deemoedige gebaar van zijn rechterarm. De hoed die voor hem op de grond ligt, ligt daar ook uit deemoed.

De geestelijke aan zijn rechterzijde heeft ook een melancholieke, maar meer naar binnen gekeerde blik. Hij staart net langs de kijker in het niets en iets in zijn ernstige  blik, in combinatie met het boek dat hij vasthoudt, verraadt geleerdheid.

Opvallend genoeg heeft de edelman totaal niets van de kwaliteiten van de beide andere heren. Onaangedaan en gesloten kijkt hij hemelwaarts, terwijl hij onwennig wat aan zijn riem staat te trekken. Formeel houdt hij de palmtak in zijn hand maar hij lijkt er met zijn gedachten niet bepaald bij te zijn. Zijn hele houding lijkt sowieso op die van een etalagepop die nog niet in de juiste houding gedraaid is.

De linker is Vincent van Saragossa, een Spaanse martelaar uit de vierde eeuw en beschermheilige van onder meer Lissabon en het Portugese koningshuis. Hij was diaken van de Bisschop van Saragossa en in dit schilderij is hij herkenbaar aan zijn diakenkledij, de martelaarspalm in zijn rechterhand en een boek in zijn linkerhand.

De middelste figuur is Jacobus de Meerdere, één van de eerste drie discipelen van Jezus, die volgens de overlevering begraven zou liggen in Santiago de Compostela in Spanje. Hij is hier herkenbaar aan de herdersstaf, die in dit geval nogal luxueus is, aan de jakobsschelp op de hoed en aan de eenvoudige pelgrimskledij. Hij is de belangrijkste heilige van het Iberisch schiereiland.

De rechter figuur is de martelaar Eustatius van Rome uit de tweede eeuw. Hij was een Romeinse legeraanvoerder van gegoeden huize. Net als Sint Hubertus werd hij tijdens een hertenjacht bekeerd bij het zien van een hert met een kruis tussen de geweitakken. Daar is verder niets van te zien in dit schilderij. Wel zijn zijn gegoede afkomst en de martelaarspalm in zijn linkerhand te zien.

De drie heiligen staan ieder op een cirkelvormige siersteen, een rota. Rotae van het kostbare porfier hebben een dubbele betekenis: zij vertegenwoordigen het lichaam van Jezus of van een belangrijke heilige en zij markeerden de plaats waar de koning of keizer bad. Op dit schilderij staat alleen Jacobus op een porfieren rota.

Maar waarom hebben alle drie de heiligen van die kostbare kleren aan? En waarom staan zij voor dat landschap? En waarom ziet Eustatius eruit als een etalagepop?

Wat dat laatste betreft: Antonio was van de twee broers degene die zich met het meeste enthousiasme, talent en succes in perspectief en anatomie verdiepte. Hij was bovendien een bijzonder verfijnd tekenaar2. Dergelijke uitgesproken kwaliteiten ontbreken in de figuur van Sint Eustatius. De ernst van zijn gezicht is onbeholpen weergegeven en zijn hele gestalte is een kleine anatomische ramp. Zo komt zijn rechterschouder vreemd naar voren en ook het rechterbeen is uiterst pijnlijk aangehecht. Verder staan de voeten perspectivisch in een andere positie dan de voeten van de beide andere heiligen. Piero is, waar het perspectief, anatomie en verfijnde tekening betreft, altijd de mindere gebleven van zijn oudere broer3 en de figuur van Eustatius kan dan ook niet anders dan aan Piero toegeschreven worden.

Anderen menen ook in de figuur van Sint Vincent dergelijke onvolkomenheden te zien4. Maar die onvolkomenheden zitten hooguit in de uitwerking van het gezicht van de heilige. De tekening van het gezicht en de anatomie en het perspectief van zijn gestalte zijn veel aannemelijker dan de karakteristieken van Eustatius. Wellicht is Vincent een product van verdergaande samenwerking van de broers.

In het deel van de lijst boven het schilderij staat de volgende spreuk: VOBIS DATVM EST NOSE MISTERIVM RENGNI DEI (VOBIS DATVM EST NOSTRE MISTERIVM REGNI  DEI), vrij vertaald: U is het geheim van het Koninkrijk Gods toevertrouwd. Dit refereert aan Marcus 4:11. In de Statenvertaling  is dat: Het is u gegeven te verstaan de verborgenheid van het Koninkrijk Gods. Dat geldt in de eerste plaats voor Jacobus, want Jezus zei dit onder meer tegen zijn discipelen, waarvan Jacobus er één was. Maar richt deze spreuk zich alleen tot de heiligen op het schilderij of ook tot de kijker?

Daarbij dient bedacht te worden dat het gaat om een altaarstuk dat ooit bedoeld was voor een kapel: de Kapel van de Kardinaal van Portugal die zich bevindt aan een zijbeuk van de San Miniato al Monte  in Florence. De Kardinaal heette zelf Jacobus (of Jaime in het Portugees) en ligt begraven in die kapel in een luisterrijke, marmeren graftombe. De Kardinaal was een telg van het Portugese koningshuis, had een zeer vroom en voorbeeldig kuis leven geleden, maar was helaas op nog geen 26-jarige leeftijd in 1459 overleden in Florence5.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het schilderij was te zien voor wie de ingang van de kapel vanuit het middenschip van de San Miniato naderde. Die bezoeker keek door een boog van de arcade van de zijbeuk, vervolgens door de toegangspoort, die de vorm heeft van een triomfboog en dan weer door de poort van de nis waar zich het altaar bevindt. Daar was ook het schilderij tegen de buitenmuur bevestigd, omgeven door frescogeschilderde engelen die rode gordijnen openhouden en met een oculus erboven waardoor het licht naar binnen schijnt. Het landschap in het schilderij achter de drie heiligen gaf daarmee nog meer diepte aan de kapel. Het is het denkbeeldig panorama dat zich bevindt rond de San Miniato al Monte, die, zoals de naam al zegt, op een heuvel staat.

Dat is de ambiance die wellicht al veel verklaart over het schilderij, maar die niet te zien is in de Uffizi, waar het weliswaar hangt in een zaal met andere werken van de gebroeders Pollaiuolo, maar waar het verder toch een vrij anoniem leven lijdt. Het is aan het eind van de 18de eeuw weggehaald uit de Kapel omdat het in bijzonder slechte staat verkeerde. Het is sindsdien meermaals gerestaureerd, laatstelijk zeer grondig in de jaren negentig van de vorige eeuw, en het hangt nu weer in volle glorie in de Uffizi.

Hoe kwam het schilderij in zo’n slechte staat? De Pollaiuolo’s schilderden het werk rond 1466/67 in opdracht van de executeur testamentair van de overleden Kardinaal, een Portugese bisschop6. Zowel in Portugal als in Florence raakte in die tijd de Zuid-Nederlandse schilderkunst erg in trek. In Portugal schilderde Nuno Gonçalves  al min of meer in die stijl, maar in Florence moesten de schilders er nog aan wennen. De fraaie diepe kleuren van de olieverf uit Vlaanderen maakten diepe indruk op de Florentijnen en op de Portugese opdrachtgever en de laatste wilde iets in die moderne stijl hebben voor de kapel.

In het algemeen werd in Italië op populierenhout geschilderd, maar voor dit werk werd eikenhout in Vlaanderen besteld. Het was de Pollaiuolo’s echter niet bekend hoe zij met dit hout moesten omgaan en zij konden slechts gissen naar de manier waarop de Zuid-Nederlanders te werk gingen. Zij dachten blijkbaar dat zij voor het eikenhout maar een dunne laag preparaat nodig hadden, terwijl het juist in Italië gebruikelijk was vele lagen gips (gesso) aan te brengen en vlak te schuren alvorens een schets aangebracht kon worden op het paneel. De Pollaiuolo’s zagen zich echter genoodzaakt te experimenteren. Zij brachten een dunne grondlaag aan op oliebasis. Daarop brachten zij een schildering aan met grote delen ei-tempera. Zij trachtten met de tempera zelfs het effect van de Zuid-Nederlandse olieverf na te bootsen. Het mag een wonder heten dat het werk niet in een nog veel slechtere staat tot ons gekomen is, want ei-tempera houdt niet goed op een oliehoudende ondergrond.

Niettemin slaagden de gebroeders er in hun tijd in om tot fraaie, diepe, donkere kleuren te komen en tot een minutieuze en realistische stofuitdrukking die de Zuid-Nederlandse stijl benaderde, inclusief de kenmerkende hoekige draperieën in het kleed van Jacobus. En ook overigens zijn er overeenkomsten tussen de Jacobus-figuur van de Pollaiuolo’s en de donkerbebaarde Johannes-figuur in de Medici-madonna  (nu in Frankfort) van Rogier van der Weyden en de bebaarde figuur in rode kleding in de Opwekking van Lazarus  van Nicolas Froment (nu in de Uffizi). Beide schilderijen waren in die tijd te zien in Florence.

Daarom werden de twee minder wereldse heiligen toch in zeer rijke kledij gestoken en voorzien van geschilderde edelstenen en nagebootst goud. Het schilderij moest nadrukkelijk rijkdom uitstralen. Niet alleen vanwege de Koninklijke achtergrond van de overleden Kardinaal, maar ook om het Koninkrijk Gods, aangehaald in de spreuk boven de drie heiligen, te tonen en luister bij te zetten. Het volledige vers in Marcus luidt: En Hij zeide tot hen: Het is u gegeven te verstaan de verborgenheid van het Koninkrijk Gods; maar dengenen, die buiten zijn, geschieden al deze dingen door gelijkenissen;. De drie heiligen op het schilderij staan juist op het punt naar binnen te treden, zij zullen dus niet buiten blijven. Rode gordijnen worden voor hen zelfs geopend om de Kapel en de graftombe van de onvergelijkelijk kuise Kardinaal en daarmee een deel van de verborgenheid van het Koninkrijk Gods te verstaan. Hetzelfde geldt voor de bezoeker die de Kapel, tegenover de drie heiligen, betreedt. Daarbij dient opgemerkt dat het aangehaalde vers onderdeel is van de Vergelijking van de Zaaier (Marcus 4:3-22), waarbij in dit verband de overleden Kardinaal uiteraard de goede grond was waarin Gods zaad zich kon vermenigvuldigen. De materiële rijkdom van het schilderij staat hier ook voor geestelijke rijkdom.

??????????????????????

Wie tegenwoordig de Kapel bezoekt, ziet daar een (op een afstand) goed gelijkende 19de-eeuwse kopie van het schilderij. Door een imaginair balkon treden de drie heiligen de Kapel binnen, Jacobus kijkt verdrietig in de richting van zijn overleden naamgenoot, Vincent kijkt ernstig de Kapel in en Eustatius, tja, Eustatius…..

Ach, aan hem is te zien dat het schilderij nog zo’n verheven inhoud mag hebben en nog zoveel mystiek mag oproepen, maar dat het toch in de eerste plaats maakwerk is van de buitengewone Antonio en zijn mindere broer Piero. De opdracht moest gewoon af, want er moest meer werk aangepakt en meer geld verdiend worden in deze tijden waarin het Florence economisch niet voor de wind ging.

Bertus Pieters

1. Antonio en Piero del Pollaiuolo, Drie Heiligen, tempera op paneel, 172 x 179 cm, 1466 – 1467 (Florence, Uffizi) (de meest heldere foto van dit werk op het internet, helaas zonder de bijbehorende lijst en aan de linkerzijde iets afgesneden; http://www.wga.hu/art/p/pollaiol/antonio/portuga1.jpg)

Pollaiuolo 22. Zie ondermeer zijn gravure met tien vechtende naakten waarin hij een proeve geeft van zijn kunnen in anatomie en bovendien van zijn prachtige beschrijvende lijnvoering. (http://www.wga.hu/frames-e.html?/html/p/pollaiol/antonio/index.html)

Pollaiuolo 3En zie ook zijn beroemde bronzen beeld van Hercules en Antaeus, een studie in ruimtelijke anatomie. (http://www.wga.hu/frames-e.html?/html/p/pollaiol/antonio/sculptur/index.html)

3. Zie voor een aantal voorbeelden van zijn werk: http://www.wga.hu/frames-e.html?/html/p/pollaiol/piero/index.html. Piero had vanaf begin jaren ’70 een eigen atelier, maar waar zijn broer overdrijvingen in de anatomie tot expressiemiddelen wist te maken, bleef Piero weinig overtuigend.

4. Lawrence Kennedy en Frederick Hartt menen om stilistische redenen dat alleen de figuur van Jacobus is ontworpen door Antonio. Zij doen dat in de eerste grote monografie over de Kapel van de Kardinaal van Portugal uit 1964.

5. Op het moment dat hij stierf was Jaime prins van den bloede; zoon van infante en regent van Portugal Pedro (Petrus) van Coimbra; volle neef van Koning Afonso V van Portugal; volle neef van de vrouw van Heilig Rooms Keizer Frederik III, Eleonora van Portugal; neef en tantezegger van de derde vrouw van hertog Philips de Goede van Bourgondië, Isabella van Portugal; 58ste Ridder in de Orde van het Gulden Vlies; Bisschop van Paphos op Cyprus; kardinaal-diaken van Sant’Eustachio in Rome; Aartsbisschop van Lissabon; en legaat van de Paus. Verder was hij tijdens zijn leven nog voor beperkte tijd Bisschop van Atrecht (Arras) en zwager van Koning Afonso V.

6. Bisschop Álvaro Afonso van Silves was vanaf de jeugd van Jaime diens begeleider.

7. Als kardinaal-diaken was Jaime de Sant’ Eustachio-kerk  in Rome toegewezen door de Paus. Als zodanig was Eustatius wellicht de heilige die in verband met Jaime van de drie het minst van belang was. Wie werkelijk kwaad wil, zou zelfs kunnen beweren dat dat juist de reden is waarom Eustatius juist door Piero werd geschilderd en daardoor expres van mindere kwaliteit is dan de andere twee heiligen.

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: