Skip to content

Momenten construeren. Hein van Liempd bij Galerie Sophie, Den Haag

14 september 2013

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het maken van portretten is één van de oudste toepassingen van de fotografie. De portretfoto werd een breuk in de ontwikkeling van de portretkunst. Voor een foto hoefde de te portretteren persoon niet zo lang te zitten. Maar het model moest wel veel stiller zitten dan voor een geschilderd portret, want in de 19de eeuw waren de belichtingstijden nog notoir lang. En flatteren werd moeilijker.

De waarheidsgetrouwheid hangt gevoelsmatig nog steeds aan fotografie, terwijl de fotografie vanaf het begin een manipulatief medium is. Het is immers de fotograaf die bepaalt wat de kijker te zien krijgt. Het is net of de portretfotografie die dans door de decennia heen enigszins ontsprongen is. Sinds de uitvinding van de portretfotografie lijkt de mens zich met zijn uiterlijk verzoend te hebben. Onze puisten, kraaienpoten en stoppels zullen ons dus blijven achtervolgen in de fotografie.

Maar er zit ook een zekere waardigheid in portretfotografie. De pure esthetiek van scherp weergegeven lijnen, schaduwen, reflecties, het wijken van de scherpte in de diepte en het soms fluwelige donker van zwart-witfotografie geeft zelfs het meest nare of meelijwekkende gezicht nog waardigheid.

Zo ernstig is het gelukkig niet gesteld met de geportretteerden op de zwart-witfoto’s van Hein van Liempd, die momenteel te zien zijn in de Haagse Galerie Sophie. Het gaat om portretten van mensen, meest uit de artistieke wereld, maar dat maakt de geportretteerden op zich niet bijzonderder van uiterlijk.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wie bijvoorbeeld het indrukwekkende profielportret van John McKellar ziet, zal moeten toegeven dat diens gezicht en voorkomen hem niet bijzonder zullen doen opvallen. Toch zag Van Liempd in de figuur van McKellar blijkbaar een goede aanleiding voor dit portret. McKellars gezicht met zijn borstelwenkbrauwen licht scherp op boven de donkere jas en tegen de schaduwen van de achtergrond en hij lijkt naar buiten te kijken, hoewel het raam waar het licht door komt niet te zien is op de foto. Integendeel, het portret wordt rechts gekaderd door een donkere vorm en daarachter zijn pas ramen te zien waar het licht door naar binnen schijnt in wat een vol atelier of een opslagruimte lijkt.

McKellar staat tussen de verticale vormen en zijn figuur heeft een zekere onverzettelijkheid. Tegelijkertijd kijkt hij weg van al de zaken in de ruimte naar iets onbepaalds. De onverzettelijkheid wordt daardoor gekoppeld aan dromerigheid, McKellar wordt zowel monumentaal als in zichzelf gekeerd.

Dit alles is het resultaat van niet alleen een goed gezien beeld, maar ook van een goed gemaakt beeld. Het gaat duidelijk niet om een spontane snapshot. Van Liempd heeft McKellar in diens ruimte letterlijk gecomponeerd. Deze voorstelling is de wil van de fotograaf. Van Liempd zag mogelijkheden in de figuur en karakteristiek van McKellar en diens ruimte. Daarmee zegt deze foto zo veel over McKellar als over de fotograaf. En wie wat beter kijkt naar het gezicht van McKellar ziet misschien niet alleen die mengeling van onverzettelijkheid en dromerigheid maar ook enige vermoeidheid van het poseren. De foto is dus genomen op het  moment dat de geportretteerde zich aan de fotograaf moest overgeven, of liever, zich aan de foto moest overgeven.

En dat is kenmerkend voor de portretten van Van Liempd, hoe verschillend ze ook van uiterlijk zijn: ze vertellen een verhaal van een idee, het maken van een compositie, van de juiste persoon bij die compositie, van het juiste licht, de juiste ruimte en de positionering van de persoon daarin. En uiteindelijk van het ontwikkelen, afdrukken en bijwerken van de foto.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De ruimte is vaak sterk aanwezig in de portretten. Toch is die ruimte meestal niet anders verbeeld dan als een bron van licht en schaduw en van dieptewerking en als een indicatie van de omgeving van de persoon. Één van de meest uitgesproken voorbeelden daarvan is een portret van Barney de Krijger. Het licht schijnt tegen De Krijger aan maar schijnt ook achter in zijn atelier door een raam. Dat trekt het oog via de geportretteerde naar dat raam en dat wordt benadrukt door de perspectieflijnen die de kijker het idee geven dat de ruimte diep en langwerpig is. Daardoor lijkt het of het model, dat sereen zit te roken, de ruimte achter hem in gedachten heeft, of dat de gedachten van De Krijger zich achter hem uitbreiden. Daarin speelt ook mee dat de reflectie van het raam tegen de perspectieflijnen in gaat en naar het hoofd van De Krijger wijst.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Maar elders is het model juist een scherp uitgelijnde schaduw in de ruimte waarbij het licht van achteren of van boven komt, zoals in de portretten van Hëlène Penninga en Carolien Slegers. De doortekening van de beide modellen is minimaal. In het geval van Penninga is het schilderij op haar ezel, ondanks de wazige contouren, meer doortekend dan zijzelf. Dat het Van Liempd niet ging om een duidelijke weergave van het schilderij, is duidelijk. Het ging hem meer om een tegenwicht naast de figuur van Penninga, een tegenwicht met verschillende gradaties in donker en licht. Daarmee worden de geportretteerde, haar schilderij en ezel, de tafel ernaast, het overige meubilair en de dakspanten en hanenbalken onderdeel van een ruimte van licht. De kunstenaar wordt een schaduw in haar atelier van licht. De baan van licht boven haar spiegelt daarbij bovendien de vorm van de kunstenaar

Bij Slegers is het juist de smalle ruimte van de keuken die opvalt. Slegers zit als schaduw zelf ingeklemd tussen licht en donker. De schaduw die zij is, wordt plotseling transparant in de glazen mok waaruit zij drinkt. De hoge positie van de fotograaf in de smalle ruimte en de intieme handeling van Slegers – een kort moment van rust om even wat te drinken – maakt de kijker tot voyeur in een privéruimte.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De ruimte in het portret van José den Hartog is juist weinig gedefinieerd. Het is een ruimte waarin alleen vage gedachten hangen rond de figuur van Den Hartog die met een wat besmuikte uitdrukking mijmerend op de kop van een schop rust, misschien na gedane zaken, want de schop rust zelf blijkbaar ook op iets. Het wat onbestemde en geheimzinnige van de foto wordt benadrukt door de omgeving, door de houding en blik van Den Hartog maar ook door het prachtig glimmende, donkere jasje. Ook hier wordt het verhaal weer ten volle duidelijk, het verhaal van het idee van de fotograaf, met als uitgangspunt Den Hartog en haar omgeving, de compositie daarvan en de uitwerking bij het afdrukken.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De kleding valt ook op in het portret van Rachel Bacon. Het bloemetjesmotief op het donkere textiel vormt de basis voor het gezicht dat je aankijkt. Boven de kleding komt het gezicht naar voren tegen een achtergrond van wazige verticalen met, zoals vaker bij Van Liempd, een tegenlicht. Het is moeilijk onberoerd te blijven bij de blik van Bacon. Het is alsof ze op het punt staat je iets te zeggen, terwijl ze je recht doorziet. De scherpe blik, met het licht dat in haar irissen schijnt, contrasteert met de warrige en weinig gedetailleerde haardos.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In het portret van Bacon speelt de omgeving nog een duidelijke rol, al is die nog zo abstract, maar ook in portretten waar de omgeving geen of bijna geen rol speelt is Van Liempd een fotograaf die goed componeert, zoals bijvoorbeeld in de portretten van Roel Verhulsdonck en André Kruysen. Van over zijn bril kijkt Kruysen je streng aan, alsof je hem stoort tijdens werkzaamheden op zijn atelier, dat nog enigszins is aangegeven in de achtergrond, maar bij Verhulsdonck ontbreekt de achtergrond vrijwel geheel. Verhulsdonck kijkt je aan alsof je in gesprek met hem bent. Er zit een mengeling van ernst en humor in zijn gezicht.

Zeggen de portretten van Van Liempd iets over aard en karakter van de geportretteerden? Tot op zekere hoogte. Ze zeggen in ieder geval iets over hoe de modellen bij Van Liempd overkomen en welke ideeën ze bij hem teweeg brengen. Voor de modellen is dat bovendien een kwestie van voldoen aan het idee van Van Liempd, in de juiste positie met de juiste lichtval en dan maar stil zitten of staan zolang de sluiter open is en dat waarschijnlijk meermaals. Want het moment moet komen dat het model zich overgeeft aan het dictaat van het beeld. De grote beeldhouwer Gian Lorenzo Bernini (1598 – 1680) zou gezegd hebben dat zijn modellen qua karakter het meest puur waren, op het moment dat zij de mond openden om iets te gaan zeggen. Bernini had daarmee in feite een fotografische blik. Maar dat is niet alleen de blik van de fotograaf die een moment wil vangen, het is ook de blik van de fotograaf die dat moment wil construeren, wat Bernini dan ook deed. En dat is in feite ook wat Van Liempd doet, of zijn modellen nu op het punt staan wat te zeggen of niet.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Bertus Pieters

Zie ook: http://chmkoome.wordpress.com/2013/09/09/de-haagse-museumnacht-en-meer-extra/

http://jegensentevens.nl/2013/09/galerie-sophie-hein-van-liempd/

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: