Skip to content

Caravaggio’s Jongen met hagedis in Galerij Willem V, Den Haag

22 oktober 2013

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Je bent in een klein museum, nog niet lang geleden gerestaureerd, dat ligt op een fraaie, historische plek. Het heeft een mooie, kleine collectie met een aantal prachtige stukken, die uniek gepresenteerd worden en als bezoeker kun je je er op een doordeweekse dag intiem voelen als in een huiskamer. Je hoeft er niet naar titelbordjes of –kaartjes te kijken en daardoor zie je ook niet de bezoekers langer naar een titel kijken dan naar een schilderij. Je kunt er langs de wanden turen op zoek naar steeds weer nieuwe beelden, er liggen verrekijkers klaar om de schilderijen die te hoog hangen beter te kunnen bekijken. Je wordt er niet gestoord door mensen die als zombies met oordopjes voor een schilderij staan. Het is een museumpje waar aandacht en nieuwsgierigheid de boventoon voeren, ook als het er redelijk druk is. Zo’n museumpje is de Haagse Galerij Willem V, vlak naast de Gevangenpoort, met uitzicht op de Hofvijver.

Het is niet meer de verzameling van Willem V maar wel een poging de manier van presenteren van een 18de-eeuwse collectie te reconstrueren. Afgezien daarvan, kun je je afvragen wat een dergelijk museum meer kan doen dan conserveren en presenteren. Maar daar kom je vandaag de dag niet meer mee weg. Verandering, dynamiek en prestige dicteren alle instellingen die geen direct materieel economisch nut hebben, met de angst het memento mori te worden dat zij zelf conserveren. Maar wat moet je als conserverende instelling nog, wanneer je al een filmpje toont, een interactief schermpje aanbiedt en voor de rest niets hebt dan de gecultiveerde warmte van de galerij? Is dat laatste niet genoeg? Wil je de sfeer niet verpesten, dan zijn de opties beperkt en dan ben je al gauw “niet meer van deze tijd” als museum. Dus je verzint een event! Wisselende tentoonstellingen ondergraven de historische presentatie, dus de Galerij heeft bedacht de komende tijd steeds een topwerk uit een ander museum te laten zien. Dat is geen slecht idee, want één zo’n werk kan weer enige context geven aan de vaste collectie en het betreffende topwerk kan in de intieme ambiance van de Galerij anders tot zijn recht komen dan op zijn oorspronkelijke plaats.

02 Caravaggio

Om de spits af te bijten is de Jongen die door een hagedis gebeten wordt (1594 – 1600) van Michelangelo da Caravaggio (1571 – 1610) uit de National Gallery in Londen nu te zien in de Galerij. Het wordt discreet achter in de Galerij getoond, zodat de vaste collectie niet te veel geweld aangedaan wordt. Dat is maar goed ook, want wie zou Samuel van Hoogstratens fantastische perspectiefschilderij willen missen bij binnenkomst van de galerij zelf? Wel zijn er enige schilderijen weggehaald om plaats te bieden aan twee werken van schilders uit de lage landen, Peter Paul Rubens (1577 – 1640) en Gerrit van Honthorst (1592 – 1656), uit de collectie van het Mauritshuis, die het kunsthistorisch perspectief van het werk van Caravaggio moeten belichten. Het gaat om Rubens’ Oude vrouw en jongen met kaarsen (1616/17) en Honthorsts Vioolspeelster (1626).

03 Rubens

Rubens heeft in zijn leerjaren lang in Italië verbleven en daar veel werken nagetekend en gekopieerd, waaronder ook werk van Caravaggio. Zo heeft hij een eigen versie1 van

04 Caravaggio

Caravaggio’s Graflegging2 gemaakt.

05 Rubens

In de Oude vrouw met jongen en kaarsen valt uiteraard het clair-obscur op dat Caravaggio zelf met veel dramatische kracht gebruikte in zijn werk en waaraan hij een groot deel van zijn roem en invloed te danken heeft. Maar er is nog een andere overeenkomst: Rubens gebruikt de onderschildering van zijn werk als tussentonen in zijn schilderij tussen het donker, het licht en de felle kleuren in. Dat doet Caravaggio in zijn Jongen met hagedis ook.

06 Honthorst

Honthorst was, als Rubens, een Italië-reiziger. Hij heeft er zelfs samengewerkt met Guido Reni (1575 – 1642) en kreeg dusdanige faam dat hij in Italië Gherardo delle Notti wordt genoemd naar de vele nachtelijke taferelen die hij schilderde, onder invloed van Caravaggio’s clair-obscur. Maar Honthorsts Vioolspeelster heeft een andere overeenkomst met Caravaggio’s getoonde werk: de naaktheid en de lichte romige huid van het model en het textiel dat losjes van haar schouder af zakt. Niemand ging in Honthorsts tijd normaliter gekleed als deze vioolspeelster. Zij ziet er eerder uit als een toneelspeelster met haar kleurige hoed. Caravaggio’s jongen is ook niet bepaald gebruikelijk voor die tijd gekleed. Hij draagt een afhangende toga, die aan Klassieke Romeinse tijden doet denken en hij draagt een bloem achter het oor, heel wat minder zwierig dan de hoed van de vioolspeelster, maar even extravagant. En dan het gezicht  van de vioolspeelster en dat van de jongen: Caravaggio’s jongen heeft iets meisjesachtigs en Honthorsts meisje heeft iets jongensachtigs. Beide hebben fijne, boogvormige wenkbrauwen, amandelvormige ogen, zinnelijke lippen, krullend bruinig haar en een volle, ronde gezichtsvorm en bij beide komt het volle licht van links. De inhoud van Honthorsts vioolspeelster is, voor zover die er is, wat dubbelzinnig. Hij refereert aan lichtzinnigheid, maar waarschuwt er niet uitdrukkelijk voor. De lach van het meisje is spontaan en uitnodigend. Anderzijds verwijst de viool natuurlijk naar de muziek en daarmee misschien ook naar matigheid, want muziek is gebaseerd op maten. Honthorsts manier van schilderen en zijn regie van het geheel zorgen echter niet voor veel spanning in de compositie. Het ziet er vooral als een vrolijk schilderij uit, tenzij je het donker op de achtergrond als een veeg teken op zou vatten.

Bij de Jongen die door een hagedis wordt gebeten van Caravaggio is de spanning juist flink aangezet. De spanning zit in de tegenstellingen: het donker en het licht, de beweging van de figuur tegenover de stilte van het stilleven, de sterke emotie in het gezicht tegenover de koele reflectie van de glazen vaas, de helderheid tegenover het mysterie en dat alles in onlosmakelijke samenspraak met de verf. Caravaggio’s schilderstijl is glad te noemen. Tevergeefs zoek je naar de Venetiaanse losse penseelstreek, zwierig overgenomen door Rubens en expressief verwerkt door Rembrandt. Nee, Caravaggio streeft naar een bijna gepolijst verfoppervlak dat doet denken aan het oppervlak van marmeren sculpturen. Slechts daar waar de emotie de aandacht moet trekken in het schilderij roert de verf zich, zoals hier in het gezicht en in de rechterhand van de jongen. De jongen met de hagedis is een vrij vroeg werk van Caravaggio, maar deze manier van schilderen blijft kenmerkend voor Caravaggio. De verf wordt gebruikt voor de emotie in het schilderij, niet voor de emotie van de schildershand. Op het eerste gezicht hebben schilderijen van Caravaggio daarmee van dichtbij een koele, misschien wat saaie uitstraling. Maar schijn bedriegt, want uiteindelijk staat bij Caravaggio alles in dienst van de totale compositie. En wie goed kijkt naar de jongen met de hagedis ziet bijvoorbeeld hoe Caravaggio de onderlaag van roodachtige aardkleur gebruikt om warmte te verlenen aan een groot deel van de figuur, zijn bruinige haardos, alles aan hem wat zich in de schaduw bevindt en zijn omhooggestoken linkerhand, waaruit de wijsvinger nog net oplicht, maar ook in het donkere deel van de toga. Dat effect is door de eeuwen alleen maar duidelijker geworden omdat onderschilderingen nu eenmaal de neiging hebben in de loop van de tijd door dunnere bovenlagen heen te komen. Ook is te zien hoe Caravaggio het grijs van de achtergrond met een dikkere verflaag om de figuur heen heeft geschilderd. Op die manier wordt bij het lichte deel van de figuur (het romige blanke van de schouder en het helderwitte van de toga) het contrast met de achtergrond groter en lijkt de schaduwkant van de figuur juist weg te zakken in de achtergrond. Daarmee worden plasticiteit en beweging en daarmee de emotie van het schilderij vergroot, zonder dat de emotie van de schildershand maar een moment wordt getoond, als die er al was.

Eerder werd het gebruik van de onderschildering voor de eindcompositie al genoemd bij Rubens. Maar het is de vraag of Rubens een dergelijke techniek specifiek van Caravaggio heeft afgekeken. Het is een subtiele techniek die inzicht en meesterschap vereist en door meerdere meesters gebruikt werd. Een gekleurde ondergrond bood nu eenmaal mogelijkheden en bepaalde de sfeer van een schilderij, dat wist iedere schilder in Caravaggio’s tijd. Bij Caravaggio wekt die techniek wellicht des te meer bewondering daar hij in het algemeen direct op het doek werkte en vrijwel niet naar tekeningen werkte. Caravaggio moet dus bij het concipiëren van zijn werken, en zeker van zijn latere monumentale composities, de schildertechniek voor de verschillende onderdelen al volledig in het hoofd hebben gehad.

In het geval van de Jongen met de hagedis zorgt Caravaggio met zijn techniek en regie, die hier dus sterk samenhangen, ervoor dat de kijker eerst de emotie ziet in de figuur en zich vervolgens af moet vragen waar de jongen zo van schrikt. Dat kan pas gezien worden wanneer je kijkt in het donkere gedeelte van schilderij: de middelvinger van de rechterhand  van de jongen met daaraan de hagedis bevinden zich in het duister.

07 Caravaggio

Overigens is dit schilderij niet naar een levend model geschilderd. Het verhaal gaat dat Caravaggio steeds naar levend model schilderde. Dat klinkt ook aannemelijk, gezien Caravaggio’s sterke opmerkingsgave, ook in zijn latere monumentale composities en het missen van schetsen op papier van Caravaggio. Niettemin is het schilderij dat momenteel in de Galerij getoond wordt niet naar model geschilderd: het is een kopie van een eerder schilderij dat hij waarschijnlijk rond 1593/94 schilderde en dat nu in Florence hangt3. De composities van beide schilderijen zijn tot in detail vrijwel identiek, maar de gebruikte techniek is verschillend. Het uitgebreide gebruik van de roodachtige onderschildering is specifiek voor de Londense versie en het kan daarmee gezien worden als een technisch betere versie, terwijl de Florentijnse versie technisch primitiever te noemen is.

Het waarom van deze doublure is niet duidelijk. De meest plausibele aanname is, dat Caravaggio de eerste versie voor de markt schilderde door in een klein schilderij zijn dramatische kunnen ten volle tentoon te spreiden. Het realisme van het verbeelden van deze snelle beweging en dit korte moment van schrik was een novum in die tijd. Daarnaast heeft het schilderij ook een min of meer moralistische inhoud. Daarover is al veel gezegd en geschreven, maar een waarschuwing dat opgepast moet worden in een al te zorgeloos leven ligt voor de hand. Ook kan het gezien worden als de overgang van de onbezorgde jeugd naar de volwassenheid. Ook is gewezen op de erotiek, niet alleen van de figuur maar ook van de symboliek eromheen. De middenvinger, al of niet met de hagedis, zou een fallisch symbool zijn, ook zou de hagedis alluderen op de slang in het paradijs en de kersen op de verboden vrucht. De kersen zijn trouwens ook verbeeld in verschillende gradaties van rijpheid. Verder zou het stil reflecterende glas van de vaas duiden op bezinning, en zulks als ovaal in tegenstelling tot het ovaal van het geschrokken gezicht. Al deze zaken zouden inhoudelijk gediend kunnen hebben voor Caravaggio om aan het potentiële publiek te tonen dat hij niet alleen technisch maar ook inhoudelijk een bijzondere schilder was. Het werk kookt daarmee niet alleen inhoudelijk en technisch over van jeugdige overmoed.

Of de eerste versie als zodanig ook succesvol was is niet bekend. Misschien kon Caravaggio het niet onder de aandacht krijgen, misschien ook werd het afgedaan als een extravagante modegril. Niettemin was het schilderijtje belangrijk genoeg om er later een technisch betere kopie van te vervaardigen. Meervoudig onderzoek duidt er onderhand op dat de Londense versie ook van Caravaggio zelf is, de meer geavanceerde schilderstechniek duidt echter op een latere ontstaansdatum. Er moet dus iemand zijn geweest die het werk óók wilde hebben en wel van de hand van dezelfde man. Blijkbaar hadden noch Caravaggio noch de koper behoefte aan een aanpassing van de compositie en misschien was dat ook een prettige bijkomstigheid voor de schilder. Voor hem werd het daarmee simpel invulwerk, zij het met aangepaste schildertechniek.

Is het werk daarmee een topwerk? In het licht van het gehele oeuvre van Caravaggio zeker niet, maar de Galerij heeft geen plaats om een veel groter werk van Caravaggio te tonen en dat maakt de keus een stuk beperkter. In dat opzicht is het een goede keus, want Caravaggio’s werk is van enorme betekenis geweest voor de schilderkunst na hem in de hele westerse wereld, en dit schilderij bevat veel van de basis van die invloed; invloed die zich meer of minder laat gelden in de collectie van de Galerij. Naturalisme en plasticiteit zijn bovendien groter dan in de eerste versie van het schilderij, ondanks de identieke compositie. Daarmee is het lenen van dit schilderij een schot in de roos. Het is bovendien één van de kleinere pleisters op de wonde van het tijdelijk gesloten Mauritshuis. Daarvan getuigen ook de twee extra schilderijen van Rubens en Honthorst. De Honthorst is van die twee de meest toepasselijke voor vergelijking. Natuurlijk heeft de Rubens een overdadig clair-obscur, maar inhoudelijk heeft het weinig uit te staan (het door de ouderdom gekoesterde vuur wordt overgenomen door de jeugd) met de jongen van Caravaggio.

De opstelling van het schilderij is, zoals gezegd, discreet, maar wat mankeert, is een goede belichting. Er valt een hinderlijk strijklicht over het schilderij wanneer je het in zijn geheel wil bekijken. Wellicht kan dat nog, lopende de tentoonstelling, verholpen worden.

Maar voor het overige is het momenteel de enige Caravaggio die te zien is in dit land. Het is bovendien te zien in een klein maar erg fijn museum met waarschijnlijk voor velen onvermoede schatten.

Bertus Pieters

1. Peter Paul Rubens, Graflegging, 1611/12, olieverf op paneel, 88×66 cm, National Gallery of Canada, Ottawa

2. Michelangelo da Caravaggio, Graflegging, 1602/03, olieverf op doek, 300×203 cm, Pinacoteca Vaticana

3. Michelangelo da Caravaggio, Jongen die gebeten wordt door een hagedis, 1593/94, olieverf op doek, 65,8×52,3 cm, Fondazione Roberto Longhi, Florence

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: