Skip to content

Vinden jullie Marlene Dumas echt zo goed? Ja!

11 september 2014

Bovenstaand filmpje van YouTube geeft antwoorden aan de simpelen van geest die niets van kunst willen weten maar er toch een mening over willen hebben. De mening van Sander van Walsum, die in een artikel in de Volkskrant zijn gal spuwde over het werk en de persoon van Marlene Dumas en vooral over de bewonderaars van dat werk en degenen die daar een stem aan geven, doet daar enigszins aan denken. Niettemin mogen we Van Walsum dankbaar zijn dat hij een en ander uiteen heeft gezet, want dat is een goede aanleiding voor een analyse van wat hij mogelijkerwijs bedoelde en van misvattingen en kromme redeneringen die ook algemener gebezigd worden. Hieronder de integrale tekst van Van Walsum vetgedrukt en daartussenin, normaal gedrukt, de mening van Villa La Repubblica.

De hoogmis voor Marlene Dumas die momenteel wordt gecelebreerd, voelt wat onbehaaglijk aan voor iemand – zoals ik – die niet van Marlene Dumas houdt. (Dat is voorstelbaar en komt in de beste families voor.) Ik begreep in 2011 al niets van de commotie over de veiling van Dumas’ Schoolboys door het Gouds Museum, en nog minder van de opbrengst van dit doek: ruim 1 miljoen euro. (Dat had dan ook niet met de kwaliteit of inhoud van dat kunstwerk te maken, maar met de principes van het ter veiling aanbieden van openbaar kunstbezit. Musea hebben wel meer spullen die al of niet bij kijkers in de smaak vallen. Verder zijn veilingopbrengsten wel vaker onbegrijpelijk). Ik zag slechts vier matig geschilderde jongens zonder expressie op een plat vlak dat ook echt een plat vlak was. (Wat “matig geschilderd” precies inhoudt, is niet duidelijk. De geslaagdheid van een wijze van schilderen kan alleen beoordeeld worden aan de hand van het samenspel tussen inhoud, vorm en techniek van een kunstwerk. Verder zou het zo maar kunnen dat de “jongens zonder expressie op een plat vlak dat ook echt een plat vlak was” om bepaalde redenen zo geschilderd waren).

Maar nu is het officieel: Marlene Dumas is de grootste levende Nederlandse kunstenaar. (Inderdaad, Marlene Dumas wordt flink gehypet. En in feite is iedere hype irritant, daar hij meestal voorbij gaat aan de waarde van de zaak die gehypet wordt. Een hype stelt ook vergelijkbare zaken in de schaduw. Zo horen we bijvoorbeeld weinig over Robert Zandvliet – momenteel in Museum De Pont in Tilburg – die toch ook niet onverdienstelijk schildert. Anderzijds is het voor Marlene Dumas prettig, dat haar werk zo breed erkend wordt en dat dat wordt omgezet in een grote tentoonstelling met veel publiciteit. Het zij haar van harte gegund. Wie de zon niet in het water kan zien schijnen, moet maar in de woestijn gaan wonen). Over de overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam wordt heel lyrisch gedaan. (En wat is daar op tegen? Dat Dumas’ werk momenteel onderhevig is aan een hype, wil toch niet zeggen dat er geen mensen zijn die oprecht lyrisch zijn over haar werk en dat ook uiten? Wat is daar zo verkeerd aan?). Ook door Joost Zwagerman in DWDD. Hij prees de ‘gelaagdheid’ in het werk van Dumas (daar kom je altijd mee weg). (“Gelaagdheid” is inderdaad een gruwelijke stoplap, die te vaak gebezigd wordt. Een woord dat door te veel gebruik aan betekenis heeft verloren, voor zover het ooit een heldere en bruikbare betekenis heeft gehad. Maar iedere vogel zingt zoals hij gebekt is). De vervreemding die uitgaat van de reproductie van snapshot-achtige foto’s. (Naar ik begrijp gaat deze opmerking niet over Dumas). En hij citeerde instemmend Robbert Dijkgraaf die in het zachte palet van Dumas een vorm van zielsverwantschap zag met de rotsschilders uit de prehistorie. (Als dat Robbert Dijkgraafs oprechte mening en gevoelen is, waarom mag hij dat dan niet zeggen en waarom mag Zwagerman daar niet mee instemmen, wanneer hij dat óók een goede gedachte vindt?).

Hans den Hartog Jager prees in NRC Handelsblad Dumas’ vermogen ‘om afstand en emotie in haar werk juist te benadrukken’. (Wederom, als Den Hartog Jager dat zo vindt, waarom mag hij dat dan niet zeggen? Ook overigens drukt hij zich hier niet onbegrijpelijk uit in het kader van Dumas’ werk. Het vereist wel enig inlevingsvermogen in het werk van Dumas en wanneer je niet van haar werk houdt kun je dat vermogen, begrijpelijkerwijs, niet opbrengen) Volgens hem laat ‘Dumas goed zien dat je als toeschouwer uiteindelijk niet ontkomt aan dezelfde worsteling als zij’. (Je kunt het misschien wat overdreven vinden het hier over een worsteling te hebben, maar een alternatief woord is misschien niet voorhanden). Ik kijk nog eens naar de schilderijen, als toeschouwer met belangstelling voor de schilderkunst, en vraag me in gemoede af: waar gáát dit over? (Die laatste vraag, maar dan zonder accenten, zou een uitstekende vraag zijn voor iemand die oprecht geïnteresseerd is in wat deze kunstwerken inhouden en wat Dumas drijft. Maar Van Walsum heeft een hekel aan het werk van Dumas, dus het is een vraag die hij nooit oprecht zal kunnen of willen beantwoorden).

Waarom moet over kunst altijd zo eerbiedig worden geschreven? (Gebeurt dat dan altijd?) Waarom gelden de eisen die aan de toegankelijkheid van teksten mogen worden gesteld zo vaak niet voor teksten over kunst? (Dat komt helaas nog wel eens voor. Maar is dat hier aan de orde?) Vanwaar dat pathos? (Omdat pathos bestaat en omdat er mensen zijn die zich daarmee graag uitdrukken). En waarom nodigt Marlene Dumas daar kennelijk toe uit? (Dat is wederom een vraag die interessant is voor iemand die daadwerkelijk geïnteresseerd is in het werk van Dumas. Voor mensen die niet inzien dat een dergelijke vraag twee componenten heeft – het werk en de receptie ervan – die beide enig inlevingsvermogen eisen, geldt alleen het gesundenes Volksempfinden). Waarom moet de meest individuele expressie überhaupt worden geïnterpreteerd? (Waarom is kunst de meest individuele expressie? En of de kunst dat nu wel of niet is, waarom mag kunst niet geïnterpreteerd worden? Ieder kunstwerk is alleen kunst tussen de oren. Een schilderij, of het nu van Dumas of van Vermeer is, is in principe niet veel meer dan een lap stof met verf erop. We zien er in ons hoofd kunst in. We kunnen het mooi of lelijk vinden, en dat is al een interpretatie. Wanneer we allen stil zouden zwijgen over kunst, er geen letter aan zouden spenderen, zou de kunst niet bestaan. Zo simpel is het). Zou een kunstwerk niet zonder tekst en uitleg moeten kunnen? Heeft het niet genoeg aan zichzelf? (Nee. In het algemeen heeft het niet genoeg aan zichzelf. Een mooie bloem of een fraaie wolkenlucht, die hebben genoeg aan zichzelf. Die kunnen belangeloos bewonderd worden, maar zelfs daar geldt nog verschil in smaak. Alleen verandert de smaak daar niets aan het gegeven. Bij kunst is dat juist wel zo). En wanneer verandert een respectvolle bespreking van een kunstwerk in dweepzucht? (Dat kan zomaar gebeuren. De puberteit kruipt waar zij niet gaan kan).

Onderhand lijkt het commentaar op het kunstwerk deel uit te maken van het kunstwerk zelf. (Dat is meestal zo met kunstwerken. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor de Nachtwacht. Enige eeuwen commentaar van zowel leken als deskundigen hebben dat schilderij gemaakt tot wat het nu voor ons is. En dat geldt voor ieder kunstwerk). Dat zal de ijdelheid van kunstkenners ongetwijfeld strelen: als zelfbenoemde exegeten kunnen ze verder bouwen aan het kunstwerk. (Schrijf “zelfbenoemd” voor een bepaalde groep mensen en je zet ze in een kwaad daglicht. Van Walsum is de zelfbenoemde bewaker van de enige juiste smaak. En dat streelt zijn ijdelheid niet? IJdelheid is meestal niet zelfbenoemd. En inhoudelijk: ja, een kunstwerk is wat onze hersenen ervan maken. Op die manier bouwen we als kijkers inderdaad door aan een kunstwerk. Ook Van Walsum doet dat met zijn afkeuring). De kunstenaar moet hun dan wel ruimte laten voor de vrije interpretatie. (Dat is onzin. Er is altijd ruimte voor vrije interpretatie). De kunst mag vooral niet ‘af’ zijn. (De logica van deze wending is niet te volgen). Een virtuoos schilderij wekt wantrouwen. (Dat is aantoonbaar niet waar. Er zijn veel schilderijen in de kunstgeschiedenis die virtuoos zijn en mede om die reden respect en bewondering oogsten, ook bij kunstcritici en kenners, zelfbenoemd of niet. Maar misschien vindt de één virtuoos iets anders dan de ander?). Het is al snel te glad. (Hoezo?) Te gepolijst. (Hoezo?) Te af, inderdaad. (Hoezo?) Het laat geen ruimte voor de ‘interactie met de toeschouwer’ waarvan zoveel kunstkijkers gewagen. (In zijn schamperheid beweert Van Walsum hier zaken die kant noch wal raken)

Isaac Israëls was technisch een veel begaafder kunstenaar dan Vincent van Gogh. (Maar hij was niet begaafd in de techniek van Van Gogh). Maar hij maakte de kijker geen deelgenoot van zielepijn en de worsteling met het kunstenaarschap. (Deed Van Gogh dat dan wel, en zo ja, wat is daar dan verkeerd aan?) Hij schilderde badgasten en voluptueuze naakten in strijklicht. En hij was een lang leven productief. (Ja. En? Wat is nu het argument?) Maar er kan niet veel meer over worden gezegd dan dat het ‘mooi’ of ‘knap’ is. (Dat staat te bezien). En dat is de kunstliefhebber toch wat te pover. (Aangenomen dat het werk inderdaad alleen maar “’mooi’ of ‘knap’” zou zijn. En overigens rekent Van Walsum zich niet tot de kunstliefhebbers? Je zou het waarachtig gaan denken.) Hij wil in een schilderij worden getrokken. (Hier spreekt Van Walsum, de “zelfbenoemde” kenner van de kunstkenner? En die laatste is in dit geval ook steeds mannelijk?) Hij wil er een verhaal over kunnen vertellen. (Die zullen er zijn. Maar er zijn ook heel veel anderen). Hij wil kunnen meeleven met de maker. Daarin kwam Van Gogh hun natuurlijk veel meer tegemoet dan Isaac Israëls. (Daar was dan ook wel even meer aan de hand. Zo was Van Gogh een begaafd brievenschrijver, waardoor het ontstaan van zijn werken soms goed te volgen is. Maar was Van Gogh een uitstekende brievenschrijver geweest en geen bijzondere schilder, dan zou er veel minder aandacht voor zijn schilderwerk zijn geweest). Over de eerste zijn vele strekkende meters boeken geschreven. Over Israëls slechts een handjevol catalogi. (Tja, het is nu eenmaal eenzaam aan de top).

Dat Dumas gewoon schilderijen maakt op basis van foto’s die ze uit de krant heeft geknipt, gaat er bij het publiek kennelijk niet in. (Dat gaat er bij het publiek wél in, want het is meermaals gezegd en getoond in de publiciteit rond de tentoonstelling. Overigens, ook in de tijd dat er nog “goed” geschilderd werd, werd er naar foto’s geschilderd. Onder meer door Breitner, door Degas, Toulouse-Lautrec, ja, zelfs door Delacroix. En het is niet uit te sluiten dat Isaac Israëls dat ook deed). Pagina’s worden volgeschreven over wat ze bedóéld kan hebben. (Die pagina’s gaan niet over wat ze bedoeld kan hebben. Wat ze bedoeld heeft, ligt vast in de werken. Die zien er zo uit als ze eruit zien en zijn dus zo bedoeld. Er zijn wel artikelen geschreven met interpretaties, maar dat is wat anders). En wie een bedoeling veronderstelt, veronderstelt ook een ‘worsteling’ – een woord dat zeer geregeld wordt gebruikt in verband met Dumas. (Typisch geval van ontbrekende logica, er wordt verklaard noch geschreven dat een bedoeling met een worsteling gepaard zou gaan). Het gaat dan om ‘die worsteling tussen kunstenaar, beeld en werkelijkheid’. (En waarom zou het daar niet over mogen gaan?). Om het gevecht dat aan de totstandkoming van elk doek zou voorafgaan. (Inderdaad, gevecht, worsteling, je kunt het allemaal wat pathetisch vinden, maar waarom mag een criticus die woorden niet gebruiken?). Om confrontaties. Om ‘de houdgreep’ waarin de kunstenaar de kijker gevangen houdt. Over de pijn van het kunstenaarschap. (Niet uit te sluiten is, dat er inderdaad ergens zoiets gezegd is. Maar gaan de werken hier en daar niet meer over de pijn van het bestaan in het algemeen? En is dat misschien een reden dat ze bewonderd worden door sommige kijkers?).

Hans den Hartog Jager maant ons vooral niet te denken dat Dumas zo’n kunstenaar is ‘die fluitend naar haar werk gaat en de doeken uit haar mouw schudt’. Bij de beoordeling van een kunstenaar gaat het meer om de worsteling dan om de schoonheid. (En wat nu als er schoonheid in die worsteling blijkt te zitten?) ‘Mooi’ is een in onbruik geraakte kwalificatie. Want schoonheid is arbitrair en irrelevant. Bij Dumas gaat het daar dus niet om. (Zoals glashelder blijkt uit Van Walsums artikel valt er over de smaak nog steeds te twisten. Wat de een mooi vindt, vindt de ander lelijk. Op die manier ben je snel uitgepraat. Het schijnt dat Van Walsum ook erg tegen dat praten is, waarom doet hij dat dan zelf wel?).

Van een figuratief schilder mag je verwachten dat ze de menselijke anatomie enigszins respecteert. (Waarom mag je dat verwachten van een figuratief schilder? De Oude Grieken pasten de anatomie al aan aan hun eigen smaak. Zij deden dat dusdanig dat hun beelden anatomisch niet klopten. Als hun modellen werkelijk zo in elkaar zaten, dan zouden zij pijnlijk mismaakt zijn geweest. In de Middeleeuwen werd niet bijzonder veel aandacht besteed aan de anatomie, toch hebben de schilders en illustrators uit die tijden ons onschatbaar mooie werken nagelaten. Maniëristen in de 16de eeuw als Parmigianino, Bronzino of Rosso Fiorentino namen heel duidelijk een loopje met de menselijke anatomie. Maar ja, zij schilderden natuurlijk “glad” en “virtuoos”. De grote El Greco paste de anatomie ook duidelijk aan aan de eisen van zijn schilderijen en wat daarin uitgedrukt moest worden. Dat deed hij niet zo glad als de genoemde Italianen, dus wellicht is El Greco ook niet zo de smaak van Van Walsum? En wat te denken van Rembrandt, die sowieso een loopje nam met het perspectief maar ook vaak wat zat te klungelen met het schilderen van handen. Dan hebben we nog onze “gladde virtuoos” Ingres die zelfs in portretten zijn modellen anatomisch hele lelijke afwijkingen bezorgde. En zo zijn er tal van voorbeelden te noemen. Misschien zijn dat voorbeelden van werken uit de kunstgeschiedenis die Van Walsum ook al niet goed vindt, omdat ze zo nadrukkelijk meer dan alleen maar mooi zijn?) Maar langs die meetlat wordt Dumas niet gelegd. (Waarom zou ze ook?). Een horrelvoet of een vlek op de plaats van een oog worden welwillend als ‘abstracte elementen in een figuratieve context’ gekenschetst. (Ja, dat zijn het ook. Binnen Dumas’ composities staan dat soort zaken op hun plaats en hebben een bedoeling. Geen bedoeling om uitgelegd te worden, maar een bedoeling die leidt tot een interpretatie. Maar als je het maar niks wil vinden, dan houdt het natuurlijk op). De vraag of de dingen ‘kloppen’ in het werk van Dumas is niet aan de orde. Bij haar kloppen de dingen per definitie. (Inderdaad. Dat wil namelijk nog wel eens voorkomen bij goede kunstenaars. We vallen ook niet te zwaar over een te klein handje bij Rembrandt en zeker niet over een te lange nek bij Parmigianino). Dumas heeft het Pantheon betrokken van onaanraakbare kunstenaars die zich onttrekken aan de banaliteit van het schone. Dat is toch wat ongemakkelijk voor mensen die echt niet vermogen te zien wat haar zo bijzonder maakt. (Dat is voorstelbaar. Menigeen heeft zo zijn bedenkingen bij zaken waar hij of zij niets aan vindt en waar anderen juist enthousiast over zijn. Je kunt dan vooral één ding doen: de schouders ophalen en je er niets van aantrekken. Maar blijkbaar zit het Van Walsum toch erg dwars. Hij kan eenvoudig niet inzien dat er mensen zijn die wel en oprecht van Dumas’ werk houden. Dat hij dat niet kan, moet hij zelf weten, maar het is nogal vreemd te menen dat Van Walsums eigen smaak daarbij per definitie maatgevend is, blijkbaar in de waan dat hij tot een zwijgende meerderheid behoort). En ze vragen zich bekommerd af: vinden de anderen haar écht zo goed? (Het zou zomaar kunnen) . Over een jaar of twintig zullen we het weten.(Kunst is iets van het heden en we weten het nu al: Dumas’ werk wordt nu gewaardeerd. Verder zegt zo’n periode vrij weinig. Rembrandt werd in de periode na zijn dood en tot in de loop van de 19de eeuw niet gewaardeerd of ondergewaardeerd. Dat is een periode van bepaald meer dan twintig jaar. De huidige waardering van Rembrandts werk heeft mede te maken met hoe er nú tegen zijn werk aangekeken wordt. Ook dat kan in een aantal decennia veranderen. De onderwaardering van El Greco heeft zelfs nog veel langer geduurd. Overigens is Isaac Israëls ook al langer dan twintig jaar dood, maar diens werk mag zich in ieder geval nog verheugen in de waardering van Van Walsum)

Inmiddels hebben Rutger Pontzen, Joost Zwagerman en Maarten Doorman ook hun mening gegeven in de Volkskrant over Van Walsums problemen met Marlene Dumas.

Bertus Pieters

Zie ook: http://www.volkskrant.nl/vk/nl/3184/opinie/article/detail/3750985/2014/09/19/Dumas-slecht-Kunst-is-niet-gebaat-bij-inspraak-en-gewoon-doen.dhtml

5 reacties
  1. kanton bubahsky permalink

    ja ze schildert te dun heh. maar serieus ik ben ook nooit een fan geweest van marlene dumas. ik vind het eng werk. dat is een teken dat het werk goed is maar ik hou er toch niet van. maar om daar nou de hele moderne kunst aan op te hangen. en dan nog als andere mensen het wel mooi vinden: prima.

    Like

  2. kanton bubahsky permalink

    “Van een figuratief schilder mag je verwachten dat ze de menselijke anatomie enigszins respecteert.” wat een raar argument. wie is die sander van walsum eigenlijk? is het een pseudoniem?

    Like

  3. kanton bubahsky permalink

    Dit is op Kanton Bubahsky's Uncategorized herblogd.

    Like

  4. ger permalink

    “En hij citeerde instemmend Robbert Dijkgraaf die in het zachte palet van Dumas een vorm van zielsverwantschap zag met de rotsschilders uit de prehistorie. (Als dat Robbert Dijkgraafs oprechte mening en gevoelen is, waarom mag hij dat dan niet zeggen en waarom mag Zwagerman daar niet mee instemmen, wanneer hij dat óók een goede gedachte vindt?)”

    Van Walsum ontzegt Dijkgraaf en Zwagerman toch niet het recht om respectievelijk iets te zeggen en daarmee in te stemmen? Zo kun je iedereen verdacht maken.

    Like

    • Van Walsum meent dat zowel Zwagerman als Dijkgraaf geen positieve mening kunnen hebben, omdat het naar zijn idee niet mogelijk is van het werk van Dumas te houden daar het slecht geschilderd zou zijn. Zij fingeren dus hun bewondering of praten elkaar na.

      Verder is het juist Van Walsum die mensen verdacht maakt.

      Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: