Skip to content

Tussen einde en begin #13: Andries Botha

15 november 2014

Andries Botha 01

Traditie is plotseling nogal in trek in Nederland. Je zou bijna concluderen dat traditie zelf traditie geworden is, zoals voor- en tegenargumenten nu tot een ritueel geworden zijn en zoals de loopgraven in deze grauwe novemberdagen gevuld zijn met speculaas en marsepein. Zijn de Nederlanders dan een herkenbare stam met vreemde tradities en de daarbij behorende attributen die de tribale psychologie blootleggen?

Andries Botha 02

Wie naar het meerdelige werk*) kijkt van Andries Botha (Durban, 1952) bij de ingang van het Rijksmuseum voor Volkenkunde, tegenover de Morssingel in Leiden, zou dat misschien denken. In 2000 ging Botha in Nederland op zoek naar objecten voor een verzameling die iets zou kunnen zeggen over de tribale kenmerken van de Nederlanders.

Andries Botha 03

Hij goot de verzamelde objecten in aluminium zodat zij regen en wind zouden kunnen doorstaan en stelde ze tentoon in open metalen vitrines, voorzien van een begeleidende wetenschappelijke tekst.

Andries Botha 04
Andries Botha 05
Andries Botha 06(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

De tekst omschrijft de feitelijkheden rond de objecten en geeft een interpretatie, zoals dat ook zou gebeuren binnen in het Museum voor Volkenkunde. Tenslotte, een uit zijn context gehaald object van een ver en vreemd volk behoeft enige uitleg voor de museumbezoeker. Vervolgens kan die bezoeker enig begrip krijgen van het object en welke rol en waarde het heeft in een vreemde cultuur en tegelijkertijd kan de kijker zich verwonderen over de vreemdheid van dat verre volk. Bovendien voldoet het aan het verwachtingspatroon dat je hebt wanneer je een volkenkundig museum binnengaat. Want volkenkunde gaat blijkbaar vooral over volken die niet verwant zijn aan West-Europeanen en hun historische, koloniale renegaten. Zo kun je er bijvoorbeeld objecten verwachten van Noord-Amerikaanse Indianen maar meestal niet van blanke Amerikanen. En je zult er niets te weten komen over de vreemde gedragingen van pakweg Oostenrijkers, aan de hand van in Oostenrijk verzamelde objecten. Nee, je komt er objecten tegen van volkeren die veelal juist gekoloniseerd of bevochten werden door West-Europeanen. Dat zijn de volken van wie je als West-Europeaan blijkbaar vanzelf aanneemt dat er volkenkunde op gepleegd wordt.

En nu legt een Afrikaanse kunstenaar een aantal Nederlandse artefacten volkenkundig onder de loep! Dat schept vreemde paradoxen, waarvan Botha handig gebruik maakt. Hoewel Botha geboren en getogen is in Zuid Afrika, zou je hem kunnen verslijten voor een vertegenwoordiger van de eerder genoemde West-Europese renegaten. In een volkenkundig museum zul je wellicht objecten verwachten van de Zuid-Afrikaanse Zoeloes, Xhosa’s etc. maar niet van de Engels- of Afrikaanssprekende blanken uit Zuid Afrika, terwijl hun geschiedenissen nauw met elkaar verweven zijn en zij ook cultureel zaken van elkaar overgenomen hebben.

Sprekend over renegaten, Botha geeft zijn beschrijvingen in het Afrikaans en daar zit weer een vreemde paradox in. Het Afrikaans stamt af van het Nederlands, maar in een Nederlands museum verwacht je Nederlandse bijschriften met hooguit een Engelse vertaling. Voor veel Nederlanders geldt het Afrikaans als een “taaltje”, een dialect dat door zijn ogenschijnlijke eenvoud wat kinderlijk aandoet en waar misschien zelfs wat op neergekeken wordt. Om die reden is het op zijn minst opvallend om bij een Nederlands museum de Nederlandse tribale aard uitgelegd te krijgen in het Afrikaans. Het Afrikaans geldt dan als middel van zowel herkenning als vervreemding. Een Afrikaan legt in het Afrikaans uit wat de Nederlandse stam bezielt.

Andries Botha 07
Andries Botha 08
Andries Botha 09

Zo laat hij een kaasschaaf zien en verbindt die met de beweerdelijke Nederlandse zuinigheid (helaas is de kaasschaaf zelf niet compleet meer).

Andries Botha 10
Andries Botha 11
Andries Botha 12

En zo is er hondenpoep te zien samen met zeep en op het bijbehorende paneel staat een korte tekst over de vermeende Nederlandse properheid.

Andries Botha 13
Andries Botha 14
Andries Botha 15

Maar ook met de warmwaterkruik wordt wat dieper in de tribale psyche van de Nederlander geboord.

Andries Botha 16
Andries Botha 17
Andries Botha 18

En buitengewoon actueel (na bijna anderhalve decade) is het bijschrift bij de spionnetjes.

Andries Botha 19
Andries Botha 20

Een rijtje verpakte appels is aanleiding om nader in te gaan op de problematische verhouding van de Nederlanders met de natuur.

Andries Botha 21
Andries Botha 22

En wat voor een wereld van connotaties gaat er niet open bij de klomp!

Andries Botha 23
Andries Botha 24

Het is interessant te zien hoe Botha de VOC verbindt aan de logo’s van twee grote, hedendaagse Nederlandse grootgrutters en de tweeslachtigheid daarvan verwoordt.

Natuurlijk is het Botha’s bedoeling de bezoekers van het museum een soort satirisch voorproefje te geven van wat er binnen in het museum te zien is. Ook daar tref je objecten aan met een beschrijving en een uitleg van de context die je nader tot de psyche van de gebruikers van de objecten moet brengen. Het zegt iets over zowel de veelzeggendheid als de nietszeggendheid van een artefact. Brengt een object je echt dichter bij de gebruiker? Gevoelsmatig valt daar weinig tegenin te brengen. Maar zo gauw dat gevoelsmatige onderzocht wordt en in woorden uitgedrukt en zo gauw het object geïsoleerd wordt van zijn oorspronkelijke omgeving en context, lijkt er toch iets fout te gaan. Het gruwelijke, het ontroerende, het ordinaire, het wordt alles teruggebracht tot koele wetenschappelijke hypotheses en conclusies.

Andries Botha 25

Dat wordt in het geval van Botha’s presentatie nog benadrukt doordat alles van aluminium is en daarmee geen enkel object de kans krijgt echt zichzelf te zijn. Sterker, door de combinaties die Botha maakt in de presentaties, krijgen de objecten gemakkelijk de betekenis die hij erbij schrijft. En het is of dat ook meteen de reactie van de Nederlandse kijker wat dempt. Die ziet geen echte klompen, tulpen, zeep of hondenpoep maar eenkleurige monumentjes voor al die zaken. Zij zijn op die manier even belangrijk als de bijgeleverde tekst, zij illustreren de waarheid van het woord meer dan dat echte objecten dat zouden doen. En zo overtuigt het werk en is het absurd tegelijk. Ook zegt het iets over je verwachtingspatroon bij het betreden van het museum én over het volkenkundig museum en zijn Westerse historie.

Bertus Pieters

*) Andries Botha, Openluchtarchief of Oranje Blanje, Bleu, 2000 – 2001, aluminium, gegalvaniseerd staal, elektrische verlichting, Rijksmuseum Volkenkunde, Leiden (vóór de ingang)

Zie ook: http://villanextdoor.wordpress.com/2014/11/17/andries-botha-open-air-archive-in-the-garden-of-the-rijksmuseum-voor-volkenkunde-state-ethnographic-museum-leiden/

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: