Skip to content

Metafoor voor de wereld. Global Imaginations, De Meelfabriek, Leiden.

23 augustus 2015

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De groots opgezette tentoonstelling Global Imaginations in de Leidse Meelfabriek toont werk van kunstenaars uit verschillende continenten die internationaal actief zijn, of – in het geval van de betreurde Chen Zhen – waren. De locatie van de tentoonstelling is het casco met vloeren en trappen van de oude meelfabriek dat weldra zal plaats maken voor appartementen voor “young professionals” – zoals De Meelfabriek dit terrein voorbestemt aan een gedroomde verzameling van succesvol glanzende jeugd – en andere ontwikkelingen. Het geheel heeft nu nog het meeste weg van een kraakpand met veel graffiti en vervallen robuustheid, dat onderhanden is genomen door mensen wier glans er niet toe doet, maar die wel wat uit te dragen hebben. Dwalend over het terrein en door het complex en vele trappen beklimmend en afdalend kom je verschillende facetten van de huidige wereld tegen, alsmede de visie van twintig heel verschillende kunstenaars. Hoe verschillend ze ook zijn, de onderlinge overeenkomst is dat hun installatiewerk zich steeds min of meer goed leent voor de locatie. Het is een verademing te zien dat een tentoonstelling, gepresenteerd door een museum (Museum De Lakenhal, in samenwerking met Museum Volkenkunde en de Universiteit van Leiden), zo goed gedijt in een dergelijke ruwe omgeving zodat er een zekere dialoog ontstaat tussen installaties en omgeving. Een museumpresentatie heeft de neiging kunstwerken te isoleren, terwijl de presentatie in de Meelfabriek kunst en omgeving en daarmee ook het publiek dwingt tot een confrontatie. Dat werkt natuurlijk alleen wanneer het publiek zich voor al die verschillende zaken openstelt. Dat dat niet steeds het geval is, bleek uit een kleine openingsrel.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De samenwerkende christenen, joden en islamieten in Leiden protesteerden tegen een installatie van Ghana Thinktank uit de Verenigde Staten. De Thinktank heeft het achterhuis van Anne Frank in het klein nagebouwd en ingericht als islamitische gebedsruimte en de boekenkast voorzien van boeken met als enige heilige boek de Koran. Ernstiger nog, zij hadden het bouwsel Anne Frankmoskee gedoopt. Van Anne Frank moet je afblijven. Elke toevoeging is overbodig, aldus de verenigde, oecumenische ruimdenkenden. Ghana Thinktank had zich verdiept in de huidige Nederlandse weerstand tegen de islam en de tegenstellingen die dat veroorzaakt. Een kleine moskee te bouwen in de vorm van het Achterhuis en dat de Anne Frankmoskee te noemen leek hen een mooi teken van actieve tolerantie.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het geheel is omringd door een aantal bordjes met historische, Nederlandse en niet-Nederlandse figuren waaronder Willem van Oranje (Ben ick van Duytschen Bloedt?) en sultan Süleyman I (met wiens zoon, Selim II, Oranje internationaal samenwerkte, onder meer tegen de Spanjaarden), die een vorm van religieuze tolerantie uitdroegen die Nederland bij zijn ontstaan zou hebben beïnvloed. Maar het verenigde, gelovige gezelschap wilde het blijkbaar allemaal niet horen, ook niet toen de naam in de huidige naam Monument to the Dutch werd omgedoopt. Of de Thinktank er goed aan gedaan heeft de naam te veranderen, is de vraag. Het is een gemiste kans dat het relletje niet gedocumenteerd is en tot onderdeel gemaakt van de installatie. Leiden en de wereld hadden dan wat radicaler tegenover elkaar gestaan. Het verhaal van de Thinktank had er dan misschien wat minder sympathiek en lief uitgezien, maar het had wel de realiteit dichterbij gebracht en het had uitgenodigd tot verdieping. Het blijft nu gewoon bij een sympathiek monumentje.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Meelfabriek 06 Ghana ThinkTank

Het houten gebouwtje staat overigens niet op zich zelf. Ghana Thinktank heeft getracht in Leiden te onderzoeken wat de problemen zijn die daar zoal leven, daarbij zou het probleem tussen moslims en niet-moslims nogal eens ter sprake zijn gekomen. Hoe de aard van het onderzoek van de Thinktank precies was, wordt nergens vermeld, maar feit is dat de tegenstelling tussen moslims en niet-moslims in vrijwel alle Nederlandse kringen nogal vaak en graag op de spits gedreven wordt. Ghana Thinktank denkt in oplossingen en heeft mensen in andere landen en continenten de problemen van de Nederlanders eens voorgelegd. De aandacht van de reacties lag daarbij vooral op de genoemde religieuze tegenstelling. De antwoorden zijn, hoe oprecht ook, nogal voor de hand liggend, maar een oproep van Soedanezen in een Israëlisch detentiekamp (stel je voor: een groep mannen die de dictatuur van hun land ontvlucht zijn en asiel aanvragen in een land waar zij evenmin welkom zijn) is toch zeer ontroerend in zijn welgemeendheid, ongeacht de inhoud. Misschien is die welgemeendheid ook wel de inhoud.

Meelfabriek 07 Romuald Hazoumè

Meelfabriek 08 Romuald Hazoumè

Thinktank sluit nauw aan bij de installatie van Romuald Hazoumè uit Benin. Zoals Leiden in zijn academische en daarmee parallel lopende museale historie de wereld naar zich toehaalde, zo haalt Hazoumè de wereld naar een Beninese stad. Alleen is zijn manier niet die van verzamelen en laten zien, maar die van direct confronteren. Hij doet dat in dit project vanuit de fictieve non-gouvernementele organisatie Solidarité Béninoise pour Occidentaux en Péril (Beninese Solidariteit voor Westerlingen in Nood; NGO SBOP) waarin hij en een aantal collega’s in Cotonou collecteren voor arme blanken. Een aantal mensen in het publiek is verbaasd, immers, de blanken zijn toch rijk? In een aantal gevallen maken de collectanten duidelijk dat geven een daad van liefde is, want er zijn naast rijke blanken ook arme blanken en de blanken geven weinig om elkaar, zodat de liefde van Afrikanen moet bijdragen aan het welzijn van de arme blanken. Alsof dat niet genoeg was, viel de collecte op Valentijnsdag.

Meelfabriek 09 Romuald Hazoumè

Of het donatiegedrag van de Beninois nu zo bijzonder is, is maar de vraag, maar interessant zijn wel de discussies die ontstaan tussen de collectanten en de gevers. De presentatie van de video’s zelf draagt enigszins bij aan de sfeer, met een geïmproviseerd palaverhoekje en een gestalde fiets met collecte-jerrycans. Er worden veel jerrycans gebruikt, de symboliek daarvan doet zich raden: olie, waarvan zowel Afrikanen als Europeanen afhankelijk zijn, maar waar toch vooral de Occidentaux fors aan verdienen. Het geheel moet duidelijk maken dat een groot aantal Afrikanen ondanks het harde dagelijkse bestaan en de armoede toch bereid is uit liefde een bijdrage te geven. Dat heeft een ietwat moralistisch en nogal vertekenend trekje, want er zijn genoeg gelegenheden waarbij Afrikanen, als Europeanen, bepaald niet met liefde met elkaar omgaan, zowel in kringen waar de Afrikaanse macht en het Afrikaanse geld zit als in het gewone dagelijks leven in een Afrikaans land, nog afgezien van wat precies met “Afrikanen” bedoeld wordt. In dit geval moeten dat een aantal inwoners van Cotonou zijn. Het hilarische redt het geheel, want verder toont het niet veel meer aan dan dat er ook in Afrika, als elders in de wereld, vrijgevige mensen zijn die graag iets aan een goed doel willen geven. Maar voor sommige kijkers is dat misschien al een openbaring.

Meelfabriek 10 Brook Andrew

Jumping Castle War Memorial van Brook Andrew zou ook als moralistisch opgevat kunnen worden. Toch is daar meer aan de hand. Het zal de kijker spoedig duidelijk zijn dat dit niet gaat om een gewoon oorlogsmonument en het zal op het eerste gezicht sowieso verbazen dat het om een oorlogsmonument gaat. Het is juist die radicale tegenstelling tussen het plezier van een springkasteel, het wankele en weinig stoere van een opblaasobject en het ernstige zwart-wit, de plechtige zwarte figuur en de hangende schedels in de hoeken die de zaak vreemd maken. De abstracte zwart-wit-decoratie herinnert aan de patronen van de Australische Aboriginals en de met de armen geheven figuur herinnert aan de gebiedende standbeelden van Lenin, Stalin of dictators die zich op de zelfde zouteloze manier lieten vereeuwigen in brons of gesteente.

Meelfabriek 11 Brook Andrew

In de hoeken van de kasteeltorens hangen de schedels zacht met het springkussen mee te deinen. Een kasteel als westerse bouwvorm (hoewel er ver buiten Europa door niet-Europeanen ook kastelen zijn gebouwd), als architectuur van macht en rijkdom, de Australisch-inheemse decoraties, de schedels die voor iedereen duidelijk met de dood te maken hebben en de kale pathetiek van de zwarte figuur vormen een hybride combinatie van allerlei aspecten uit verschillende delen van de wereld. Op die manier kun je het niet alleen als een monument voor Australië zien, maar als een monument voor veel delen van de wereld waar veel mensen met voorouders uit verschillende windstreken leven. Die samenkomsten van verschillende volkeren zijn zelden harmonieus verlopen. Voor zover zij niet gepaard gingen met gewelddadige dominantie, zorgden vreemde ziektes er wel voor dat de plaatselijke oorspronkelijke bevolking gedecimeerd werd. Australië is daar zelf natuurlijk een sprekend voorbeeld van. Tot voor kort was het een officieel immigratieland. Dat is het in feite nog steeds, maar veel Australiërs schijnen dat liever niet te willen weten. De migratie waarmee Australië vandaag de dag te maken heeft, verloopt ook niet bepaald zonder slag of stoot. Dat niet-zonder-slag-of-stoot wordt zelfs benadrukt door het springkussen. Je kunt het springen op het kussen interpreteren als een gebrek aan respect voor al het leed en al die doden-door-dominantie, maar ook de idee van een dodendans zou daarbij op kunnen duiken met de meedeinende schedels.

Meelfabriek 12 Mona Hatoum

Andrews springkasteel staat buiten naast een van de monumentale gebouwen van het complex op een prachtige plek. Het zal van het weer afhangen hoe het werk zich gedraagt en hoe het de verbeelding aan het werk zet. Het werk van Mona Hatoum is ook uitstekend op zijn plaats in een verdieping van een van de gebouwen van het complex. Hatoums werk heeft de stilte van het binnen-zijn nodig. Haar werken kunnen er op het eerste gezicht uitzien alsof zij een eenzijdige boodschap te vertellen hebben, maar dat wordt juist door hun eenvoud teniet gedaan. Haar Prayer Mat (Bidmatje) vol met dicht op elkaar geplaatste spijkers en een kompas mag op het eerste gezicht een wat flauwe grap lijken, maar het geheel als object heeft ook iets mysterieus. Waarom staan de spijkers zo dicht op elkaar? Ze staan zó dicht op elkaar dat ze een nieuw oppervlak vormen; het idee van een spijkerbed voor een fakir is totaal afwezig en in de minder heldere verlichting van de ruimte van de Meelfabriek wordt het oppervlak zelfs raadselachtig flonkerend. Het harde van de spijkers kan als defensief opgevat worden, maar het oppervlak suggereert ook diepte, als iets bijzonders dat zichzelf tegelijk verdedigen moet. Het kompas kan daarbij een leidraad zijn.

Meelfabriek 13 Mona Hatoum

Hatoum weet steeds een persoonlijke lyriek te vermengen met algemeen herkenbare aspecten en die menging te materialiseren met alledaagse voorwerpen die ze tot bijzondere objecten en installaties omtovert. De presentatie van Hatoum is heel sober gehouden, met drie vloerobjecten (twee matten en een tapijtje) en een wandobject. In de ruwe omgeving van de oude fabriek wint die combinatie aan kracht en verstilling.

Meelfabriek 14 Batoul S'himi

Dat kan helaas niet gezegd worden van de butagasflessen en snelkookpannen van de Marokkaanse Batoul S’Himi, met als titel World under pressure. In de wanden van de flessen en pannen zijn de contouren van werelddelen en van het Midden Oosten uitgesneden. De referenties liggen wel erg voor de hand: de spanningen in de wereld en in en met het Midden Oosten, de positie van de vrouw etc. We kennen immers die zaken die de wereld onder druk zetten. World under pressure voegt daaraan niets toe. De metaforen zijn aardig, maar hadden een stapje verder gemogen.

Meelfabriek 15 Rivane Neuenschwander

Wereldproblematiek speelt ook een rol in het getoonde werk van de Braziliaanse Rivane Neuenschwander, maar zij heeft toch beduidend meer te bieden. In Contingent worden de continenten zoals we die kennen van wereldkaarten opgegeten door mieren en in Pangaea’s Diaries (Pangaea’s dagboeken) worden de continenten herschikt tot het oercontinent Pangaea. Neuenschwander biedt dramatisch kijkvoer. Contingent kan gezien worden als een uiting van ongerustheid over het opraken van de wereldreserves, niet zozeer door overbevolking als wel door overconsumptie. Dat geeft een melancholieke ondertoon aan een verder speelse en fascinerende video, waarin op de helft de continenten nog slechts gereduceerd zijn tot een archipel van drie eilanden. Zo verwordt de wereldkaart tot een detailkaart van terra incognita.

Minstens zo fascinerend is het veel kortere Pangaea’s Diaries waarin stukjes carpaccio in de vorm van onderdelen van de huidige continenten versleept worden – naar het lijkt door mieren, maar hoe de constructie precies verlopen is, is niet duidelijk – en worden samengevoegd tot Pangaea. Het gebruik van vlees laat de wereld zien als iets lichamelijks, dat uit elkaar gevallen is en samengevoegd wordt. De kleine mieren staan tegenover de grote landmassa’s. Het geheel laat de wereld zien op een ovale kaart, zoals die vaak gebruikt wordt om de bolvorm van de Aarde op het platte vlak zoveel mogelijk te benaderen. In dit geval is die ovaal het witte bord waarop de stukjes carpaccio liggen en waar de mieren werkzaam zijn. De donkere achtergrond laat de kaart als het ware zweven in het donker. Diaries kan wijzen op de lange periode van vervaardigen die de vrij korte maar bewerkelijke timelapse-video nodig heeft gehad. Dat doet weer denken aan de schema’s in boeken over het ontstaan en evolueren van de wereld; kleine, overzichtelijke schema’s die in werkelijkheid gaan over periodes van miljoenen jaren aan activiteit.

Meelfabriek 16 Tintin Wulia

Wie meer fysieke activiteit verkiest kan terecht bij Nous ne notons pas les fleurs (Wij merken de bloemen niet op) van de Indonesische Tintin Wulia. Wulia heeft perken met zonnebloemen aangelegd die volgens zichtbare aanwijzingen langzaam verplaatst kunnen worden. De perken zijn in de vormen van de continenten, die langzaam uiteendrijven van Pangaea tot heden, wanneer je deelneemt aan het werk. Achter het perk staan schermen die laten zien hoe het plantsoen veranderd is. Naast verplanten en aanplanten kun je ook gewoon de zonnebloemen water geven. Op die manier draag je zelf bij aan de zorg voor de wereld, misschien ook gestimuleerd door de titel, die erop wijst dat we vaak te weinig aandacht voor details op deze wereld hebben, inclusief de fraaie details die er zijn om mee te leven en van te genieten, maar ook onderhouden moeten worden. Ondanks de schermen met overzicht, is het jammer dat er niet een uitzichtpunt is waar vanaf je het plantsoen kunt overzien. Wie eerst de werken van Neuenschwander gezien heeft, kan misschien zelfs meer het hart ophalen aan dit werk en ook genieten van de bezoekers die tussen de perken doorlopen en af en toe een liefdevolle hand uitsteken.

Meelfabriek 17 Andrea Stultiens
Meelfabriek 18 Andrea Stultiens

Meelfabriek 19 Andrea Stultiens

Op die manier wordt ook duidelijk hoe de verschillende werken op elkaar inwerken wanneer je alles op je gemak bekijkt. Dat is echter niet in alle gevallen een voordeel. Wie na veel kijken en trappen beklimmen en afdalen door het complex aankomt bij de uitgebreide presentatie van de Nederlandse Andrea Stultiens, zal misschien niet meteen de moed op kunnen vatten om te onderzoeken waar haar verhaal nu eigenlijk over gaat. Er is een ware stortvloed aan tekst en plaatjes verspreid over de tafels waar geen beginnen aan lijkt. Stultiens’ project is gebaseerd op een lijst met beschrijvingen van beelden die een lokale Oegandese chief ooit opstelde rond 1930. Die beelden hadden een toekomstig geschiedenisboek van hem moeten illustreren. Stultiens ging aan de slag met Oegandezen en Nederlanders om die beelden alsnog te maken. Het werd een fascinerend en zeer uitgebreid project dat eigenlijk aparte aandacht vereist naast deze grote tentoonstelling. Het zou goed zijn als een van de musea in Leiden (of elders) een aparte tentoonstelling zou wijden aan Stultiens’ project.

Meelfabriek 20 Marjolijn Dijkman
Meelfabriek 21 Marjolijn Dijkman

Meelfabriek 22 Marjolijn Dijkman

De af en toe niet al te goede belichtingsomstandigheden spelen hier en daar ook een rol bij een wat lastige receptie van Stultiens’ project. Dat speelt helaas ook een te belangrijke rol in de presentatie van de eveneens Nederlandse Marjolijn Dijkman. De ruimte waar haar installatie Cultivating Probability te zien is, is noodzakelijkerwijs verduisterd omdat een groot videowerk deel uitmaakt van het geheel. Dijkman baseerde zich in haar objecten, sculpturen en haar video op dingen en zaken die te maken hebben met bezweringen en voorspellingen van de toekomst uit het Leidse Museum Volkenkunde en het Afrika Museum in Berg en Dal. Het geheel is intrigerend geworden. De video waarin handgebaren ook een bezwerende functie hebben, zuigt als het ware de aandacht naar zich toe en bepaalt, ook door het bijbehorende geluid, de sfeer van de presentatie. In de ruimte staan en liggen allerlei zaken die des te fascinerender zijn, omdat Dijkman veel vormen vertaald heeft naar een ander materiaal of naar een vereenvoudigde vorm. Helaas liggen en staan deze objecten in een hier en daar al te spaarzaam verlichte ruimte. Dat verhoogt misschien de mystiek van het geheel, maar dat heeft ook iets gemakzuchtigs: doe het licht uit en het wordt vanzelf mystiek. Het verhindert dat de verschillende onderdelen in hun materialiteit voldoende tot hun recht komen. Nu krijg je al te gemakkelijk de indruk dat de objecten wellicht niet de mystiek bezitten die zij in het duister lijken te hebben. Misschien is dat ook de bedoeling, of misschien moeten zij daar staan en liggen om de bezwerende handbewegingen te ondergaan, maar overtuigen doet het daardoor niet.

Meelfabriek 23 Tsang Kin-Wah
Meelfabriek 24 Tsang Kin-Wah
Meelfabriek 25 Tsang Kin-Wah

Dat het duister niet zomaar mystificeert maar een eigen rol kan spelen, blijkt onder meer uit een van de hoogtepunten van de tentoonstelling, The Fourth Seal (Het Vierde Zegel) van de Chinees Tsang Kin-Wah. De opening van het vierde zegel staat beschreven in Openbaring 6: 7-8 als onderdeel van de Apocalyps, het einde van de wereld. De sfeer van die regels wijst al duidelijk op de sfeer van Tsangs werk: En toen Het [ het Lam, BP] het vierde zegel geopend had, hoorde ik een stem van het vierde dier, die zeide: Kom en zie! En ik zag, en ziet, een vaal paard, en die daarop zat, zijn naam was de dood; en de hel volgde hem na. En hun werd macht gegeven om te doden tot het vierde deel der aarde, met zwaard, en met honger, en met den dood, en door de wilde beesten der aarde. Dat voorspelt niet veel goeds.

De ruimte van Tsangs werk is aanvankelijk verduisterd, terwijl er een of twee bewegende korte zinsneden oplichtend, als slangen kronkelen over de vloer waarop je staat. Op het eerste gezicht heeft dat iets onrustbarends maar ook zelfs iets vertederends, die kleine, korte kronkelende zinnetjes. Voordat je het weet, komen er een paar bij en de woorden blijken allemaal met angst, dood en andere naargeestige zaken te maken te hebben. Er komen er meer en meer en ze kronkelen rond en over je heen, tot je in een oplichtende brei van snel rondkronkelende, inmiddels onleesbare zinnen staat. Wat die zinnen inhouden, kun je dan wel raden. In feite vormen de woorden en zinnen de angsten die we hebben, niet zo zeer voor de dood zelf, als wel de pijn waarmee die gepaard kan gaan en de angst voor het onverwachte waarmee de dood ons kan verrassen. Tsang toont die angst als iets dat steeds bij je aanwezig is, als woorden of een zinsnede die je liever niet gebruikt, maar die steeds als een slang of een worm in je kronkelt en je handelen meer kan bepalen dan je lief is. Op een gegeven moment krijgt de macht van het woord de overhand en in een nog later stadium is de gehele vloer verlicht en zijn de woordslangen tot één egale lichtgevende massa geworden. Je zou daar letterlijk van Verlichting kunnen spreken. De angst is overwonnen door haar beleefd te hebben, waarna het verhaal weer opnieuw begint. De installatie heeft een bijna morbide aantrekkingskracht.

Meelfabriek 26 Tsang Kin-Wah

Er is nog veel meer te zien, maar het zou te ver voeren hier alles te bespreken. Alles bij elkaar kan gesteld worden dat de tentoonstelling er een van wisselende kwaliteit is, ondanks de klinkende internationale namen. Daar staat tegenover dat de expositie als geheel wel geslaagd is; door de wijze van exposeren wordt de Meelfabriek bijna een metafoor voor de wereld zelf. Nu ja, bijna, in ieder geval van de wereld van de verschillende internationale kunstenaars, die als de mieren van Neuenschwander over de globe trotten. Het oude fabriekspand, ondergekalkt met opmerkingen, kreten en wilde decoraties, gaat in een aantal gevallen probleemloos over in de getoonde installaties of vormen er het woelige decor van. De wereld is oud en afgewerkt, maar ook vitaal en vol kleur en communicatie. Zelfs de bordjes, die waarschuwen niet te leunen tegen de houten balustrades en hekken, krijgen de betekenis voorzichtig te zijn met die wereld.

Meelfabriek 27 Ghana ThinkTank

Bertus Pieters

Zie ook: http://www.volkskrant.nl/recensies/global-imaginations-is-grappig-en-confronterend~a4118203/

http://www.artslant.com/ew/articles/show/43540

http://jegensentevens.nl/2015/07/pictured-169/

https://villanextdoor.wordpress.com/2015/08/24/global-imaginations-the-meelfabriek-leiden/

http://www.lost-painters.nl/global-imaginations/

Advertisements
2 reacties
  1. Prima stuk, Bertus, met veel plezier gelezen! De tentoonsteling heb ik nog niet gezien, maar hij staat op mijn verlanglijstje, vanaf nu met stip 🙂

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: