Skip to content

Het ware karakter. André Kruysen bij Galerie Ramakers, Den Haag

24 november 2015

André Kruysen 01

Moderne architectuur staat in alle bewoonde gebieden van dit land. Het staat er in alle vormen en maten en het is daarmee een belangrijke bekleding van het Nederlandse landschap. Het modernisme heeft allerlei vormen van architectuur mogelijk gemaakt, van de meest trieststemmende bedrijfsparken tot kekke postmoderne kolossen. Een gebouw is ook een beeld dat een bepaalde boodschap uitdraagt. Een gebouw in de modernistische traditie ademt efficiëntie en ambitie maar ook een vorm van conservatisme. Immers, als zo’n gebouw er eenmaal staat, geeft het ook een beeld van een voldongen feit dat de sfeer van de omgeving bepaalt. Het is een vertrouwd, onveranderlijk en daarmee conservatief beeld geworden. Het gebouw is een holle sculptuur geworden waarin in- en uitgelopen kan worden, waarin en waar omheen mensen hun dagelijkse of ondagelijkse zaken doen en waarlangs het dagelijks licht strijkt. Het is een sfeerbepalende sculptuur die aan menselijke eisen moet voldoen. Het is daarmee een soort uitwendig huisdier geworden, dat, ondanks dat het biologisch niet leeft, verzorgd moet worden om zijn feitelijkheid te blijven bewijzen. Op het moment dat een gebouw in onbruik raakt of minder goed of niet verzorgd wordt, lijkt het echter juist te gaan leven. Het is in deze dagen van moedwillige en grootschalige vernieling van steden in het Midden Oosten misschien wat navrant om te zeggen, maar het is of de ware aard van een gebouw pas helder wordt, wanneer het ernstige sporen van slijtage gaat tonen. Dat geldt voor de buiten- en binnenkant van een gebouw. Zo krijgt het licht van buiten uit meer de gelegenheid het karakter van het gebouw te belichten. Een gebouw kan er vriendelijker, onvriendelijker of zelfs boosaardiger van worden. De efficiëntie en ambitie zijn doorbroken en een karakter wordt letterlijk belicht, zoals voorheen alleen de buitenkant of de façade belicht werd. Ruimte krijgt pas karakter wanneer je haar inperkt en dat karakter wordt pas duidelijk door de werking van het licht.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

André Kruysen doet onder meer sculpturale ingrepen in architectuur die daarmee een soort “waar” of alternatief karakter van die architecturale ruimte laten zien, zoals slijtage of ravage dat ook kunnen doen. De huidige ingreep die hij gedaan heeft in Galerie Ramakers – Ramakers heeft Kruysen de vrije hand gegeven – , construeert en deconstrueert daarmee tegelijkertijd. De galerieruimte is in de eerste plaats een utilitaire ruimte: wanden en vloer zijn praktisch en kaal en er komt onder meer licht van boven ter ondersteuning van het kunstlicht. Het is een modernistische ruimte in dat er geen versieringen of andere inefficiënte buitensporigheden in te bespeuren zijn. De rechtlijnige idee van deze ruimte is door het modernisme mogelijk gemaakt. Dat is aanleiding voor Kruysen om het licht opnieuw naar binnen te brengen. Op het eerste gezicht hebben de ingrepen van Kruysen soms iets weg van een ravage. Zo ook hier. De ruimte lijkt te imploderen onder haar ware aard en die aard wordt aan de dag gelegd door het licht. Dat licht komt, deels van buiten vóór en achter uit de galerie en van boven. In het midden van de ruimte waar de installatie is gemaakt wordt geen gebruik gemaakt van kunstlicht. Het daglicht van boven is gedeeltelijk blauw gemaakt, zodat niet alleen het licht zelf maar ook de kleur van de hemel zelf de ruimte in dringt. Het materiële deel van de installatie heeft iets weg van een modernistische nachtmerrie van Bernini. Als in een beeld van die barokkunstenaar bij uitstek is de beweging hier stilgezet juist op het moment van een soort val. In Bernini’s tijd gold het weergeven van een snapshot in dode materie als een huzarenstukje waarvan iedereen de mond openviel. Men was immers niet gewend aan fotografie of het stilzetten van een film. Ook Bernini gebruikte daarbij het licht dat, in zijn geval, langs het marmer gleed of glinsterde waardoor in het beste geval de hele ruimte in beweging leek te komen. Bij Kruysen behoeft het licht echter niet, als bij Bernini, de mystiek van mythologie of religie te verhogen. Het is de rechthoekigheid van het modernisme zelf die de drukte veroorzaakt. De ingreep is zowel een ontregeling van de ruimte, als het naar binnen dringen van licht van buiten, deels gefilterd tot blauw.

André Kruysen 04
André Kruysen 05

Ook in andere veel kleinere, en veel minder tijdelijk bedoelde werken houdt Kruysen zich bezig met de relatie tussen sculptuur en architectuur. Het gaat hem er duidelijk niet om, om een aardig beeld te plaatsen in een ruimte. In bijvoorbeeld Nature loves modernism III zit een minuscuul figuurtje op de rand van het plateau waar de sculptuur op staat. In feite creëert Kruysen daarmee een alternatieve ruimte als in een architectonisch model. Aanvankelijk kun je de sculptuur zien als een object van enige rechthoekige, modernistisch geïnspireerde, grijze onderdelen met daar overheen een natuurlijke woekering, maar het kleine figuurtje zet alles plotseling in een ander perspectief. Wat nu als die grijze onderdelen geweldige rechthoekige pilaren waren, of de fictieve onderdelen van een modernistisch gebouw in verhouding tot het kleine figuurtje dat met zijn rug naar het geheel zit? De overwoekering is dan reusachtig en geeft vorm aan de rest van de architectuur die lijkt te ontbreken. Ze ontkent alle efficiëntie en ambitie en ook trekt ze de feitelijkheid van de constellatie in twijfel: weg modernisme! De onderdelen staan er nog, de geest is weg. Het figuurtje zit er met de rug naar toe. Weet het niet wat er zich achter hem is te zien, of zijn het juist de ideeën van het figuurtje zelf? Zo’n figuurtje betrekt de kijker onwillekeurig bij het werk en op die manier wordt de sculptuur achter het figuurtje automatisch de gedachte van de kijker, wanneer die zichzelf vereenzelvigt met het figuurtje.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
André Kruysen 07
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Dat principe werkt ook in I like modernism, modernism likes me. Wederom is daar een wat groter maar nog altijd klein figuurtje, deze keer een vrouw, voor een bouwwerk dat hoog achter haar oprijst. Hoog achter haar steken staken uit een modernistische, geometrische constructie. In de hoogte bevindt zich een horizontaal vlak. Een omhoog gerezen dak, een springplank of – wat macaberder gedacht – een mislukte guillotine? Het stuk doorzichtig plastic geeft nog een extra dimensie aan het witte geheel waar het licht gulzig langs strijkt. Het doorzichtige plastic werkt anders, gaat anders met licht om dan het wit gelakte hout. Het geeft reflecties en bewegingen weer als je als toeschouwer om het werk heen beweegt. De vrouwenfiguur is wit geschilderd als de rest van het werk en is als zodanig meer opgenomen, onderdeel geworden van het werk dan het figuurtje in Nature loves modernism III. Wederom dringt zich de gedachte op of het de ideeën van de vrouw met haar handtasje zijn die achter haar te zien zijn en bijgevolg die van de kijker zelf. In feite lijkt hier iets extremers gebeurd te zijn dan in de tijdelijke, grote installatie. Het karakter is als het ware verrezen uit een modernistische basis. Een karakter vol onzekerheden en ook van een zekere ongenaakbaarheid,.zoals een ruïne er ongenaakbaar uit kan zien. Het geheel kan ook een ruïne zijn van een hoge bebouwing. Daar dringt het “ware” karakter van moderne architectonische vormen zich weer op. Het wordt door het wit vanzelf aan het licht gebracht terwijl de vrouwenfiguur er met de rug er naartoe in opgenomen wordt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Stel het eens andersom voor en verbeeld je dat je een dergelijk nietig figuurtje bent als onderdeel van de tijdelijke installatie. Je kunt je dan afvragen of het jouw idee, jouw visioen is dat je daar voor je ziet, waar je omheen kunt lopen of onder kunt staan. Natuurlijk is het in eerste instantie Kruysens idee, maar door de kijker de mogelijkheid te geven zelf onderdeel te worden van het werk – zoals een architect dat doet met een gebouw – krijgt die kijker ook zelf een idee over de ruimte waarin hij/zij staat. Het licht, het blauwe en het witte, schijnt ook langs de kijker. Kruysen reflecteert op meer aspecten van het 20ste-eeuwse modernisme in de kunst, dan alleen op de geometrie en de architectuur. Je vereenzelvigen met de figuurtjes in de twee bovengenoemde werken lijdt al tot bijzondere gedachtesprongen. Jezelf als onderdeel zien van een kunstwerk is een logische volgende stap. Je wordt onderdeel van wat het licht teweeg brengt, van het kabaal zonder lawaai, zoals ik dat eerder omschreef. En daarmee word je zelf ook weer onderdeel van de architectuur, dat grote uitwendige huisdier.

André Kruysen 11
(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

Bertus Pieters

Zie ook: https://villanextdoor.wordpress.com/2015/11/24/andre-kruysen-at-ramakers-gallery-the-hague/

2 reacties
  1. Mooi stuk over mooi werk

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: