Skip to content

Geen glimlach-oecumene. I am closer to you than your very self, Nest, Den Haag

28 december 2015

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

     Nader hier niet toe; trek uw schoenen uit van uw voeten; want de plaats, waarop gij staat, is heilig land.

Exodus 3:5

Religiositeit of godsdienst doet er momenteel eigenlijk weinig meer toe in de West-Europese kunst. Alle grote ideeën, en daartoe behoren ook de religies, zijn van hun sokkels gehaald door het postmoderne denken. Zij zijn gerelativeerd, gerationaliseerd en zodoende geneutraliseerd. Sommige kunstenaars vallen vooral nog de godsdienst aan als een repressieve kracht, als een kracht die inmiddels overgenomen is door het kapitalisme of als een ridiculiseerbare irrationaliteit. Maar voor het overige is het artistieke discours toch vooral godsdienstneutraal. Dat ontkent dat er nog steeds grote volksdelen zijn voor wie religie een geestelijke reden tot leven is en er behoren ook kunstenaars tot die volksdelen.

De godsdienstneutraliteit in het discours heeft ervoor gezorgd dat religie een extreem particuliere zaak is geworden in de kunst. Daar staan zaken als etniciteit, seksegeaardheid en andere identiteitskwesties in de kunst tegenover, waaraan veel gespecialiseerde studies gewijd worden. Niettemin zijn er kunstenaars die er niet voor schuwen ook een zekere religieuze inspiratie in hun werk te laten zien, of zij nu zelf gelovig zijn of niet. In de klaarblijkelijke erkenning dat ook een geloof een aspect kan zijn van de identiteit van een kunstenaar en diens werk, heeft Nest drie kunstenaars uitgenodigd hun religieuze achtergrond te belichten in de tentoonstelling I am closer to you than your very self. Kunstenaars met een christelijke, een joodse en een islamitische achtergrond. Het is goed dat Nest juist maar drie kunstenaars heeft uitgenodigd en geen grotere groepstentoonstelling heeft geïnitieerd. Een zweverige ratjetoe had het resultaat kunnen zijn en het zou de individuele beleving van de geloofsachtergrond van de betreffende kunstenaars in hun werken ondermijnd hebben.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De zeer verschillende artistieke persoonlijkheden van Gijs Frieling, Hamid El Kanbouhi en Chaim van Luit zijn ieder zo sterk dat de een de ander gemakkelijk zou kunnen verdrukken. Gelukkig gebeurt dat niet. Het werk van Van Luit krijgt zelfs onwillekeurig de functie het werk van de andere twee bij elkaar te houden zonder duidelijk een brug te slaan.
De tentoonstellingsruimte heeft nu twee gedecoreerde poorten van Frieling. Het zijn geschilderde versies van mozaïeken die Frieling maakt voor de St. Bavokathedraal in Haarlem – waar overigens ook werk te bewonderen valt van Marc Mulders en Jan Dibbets – waarop Mozes en de brandende braamstruik en een groot aantal geiten te zien zijn. IK ZAL ER ZIJN is de boodschap in de brandende braamstruik, een variant op het veel imperatievere “IK ZAL ZIJN” uit Exodus 3:14 (volgens de Statenvertaling). God manifesteert zich aan Mozes in een brandende braamstruik, die wonderlijk genoeg zelf niet verbrandt. Mozes ontvangt bij die gelegenheid de opdracht zijn volk uit Egypte weg te halen en God geeft hem mee dat als zijn volk hem niet gelooft, hij kan zeggen dat hij is gestuurd door IK ZAL ZIJN. IK ZAL ER ZIJN klinkt veelomvattender en beschermender en is daarmee acceptabeler binnen een samenleving die niet langer welk goddelijk imperatief dan ook als leidend wil accepteren maar wel openstaat voor vormen van mystiek. Mozes is in de tijd van zijn contact met de braamstruik geitenhoeder en van dat feit heeft Frieling met graagte gebruik gemaakt door een kudde weer te geven van geiten die zowel individueel als eenvormig zijn. De geiten zijn individualistisch en gehoornd maar zien er wel allemaal hetzelfde uit.

Nest 03 Gijs Frieling
Nest 04 Gijs Frieling

Tussen de decoratieve planten vallen vooral de rozen en distels op. Beide bloemplanten hebben een symboolfunctie in de christelijke iconografie. De roos is een symbool van Maria, de witte roos duidt op maagdelijkheid en de rode roos op martelaarschap. Frielings rozen zijn roze. De distel kan staan voor de aardse zonde maar is ook een symbool van de passie van Jezus. De bladcombinaties in Frielings braamstruik nemen regelmatig een kruisvorm aan. De sfeer in het werk is die van een Arcadië, een verleden dat zo ver weg en zo gemythologiseerd is dat het sprookjesachtig wordt. Maar het wil geen sprookje zijn want een en ander is gebaseerd op oude geschriften – in dit geval het Oude Testament – die erop gericht zijn een kern van waarheid over te brengen. Of die waarheid ook ooit realiteit was, speelt daarbij geen rol. Bijbel, Thora en Koran vertellen ieder een waarheid naast de realiteit. Het accepteren en interpreteren van die waarheid is dan een kwestie van geloven. Op die manier heeft Frieling een interpretatie gegeven die archaïsch lijkt maar in feite hedendaags is.
Het aantonen dat er naast een realiteit ook een waarheid bestaat, is niet waardevrij gebleken: het heeft zowel fervent vertrouwen als een diepgaand wantrouwen jegens het geschreven (en later het gedrukte) woord opgewekt. Het accepteren van het geschreven woord, of dat nu uit de Bijbel, uit een roman of uit een krant komt, is in de eerste plaats gebaseerd op geloof, van welke gezindte of niet-gezindte de lezer ook is. Dat heeft ook zijn weerslag op de beeldende kunst die gebaseerd is op het geschreven woord. Voor een niet-gelovige rationalist zal de verbeelding van het brandende braambos door Frieling niet meer zijn dan de illustratie bij een sprookje, maar het is ook mogelijk dat het werk door diezelfde niet-gelovige geseculariseerd wordt en op die manier op basis van esthetiek of moraal toegeëigend of verworpen kan worden. Een en ander hangt direct samen met de presentatie en uitvoering van het kunstwerk en de levendigheid, verleidelijkheid en relatieve openheid waarmee Frielings werk gemaakt is, staat daar behoorlijk garant voor.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In tegenstelling tot Frieling is Van Luit niet gelovig maar hij heeft wel een joodse achtergrond die hij ook een rol laat spelen in zijn werk. Hij verbeeldt ook de brandende braamstruik, maar abstracter dan Frieling. Waar Frieling een verhaal vertelt, waarmee de kijker zich zou kunnen identificeren, tracht Van Luit een ervaring weer te geven, de ervaring van het wonderlijke van communicatie door licht. Het gaat natuurlijk om meer dan communicatie, het gaat om overtuiging. Immers, in Exodus is te lezen hoezeer Mozes via de braamstruik overtuigd moest worden door God om te doen wat hem werd opgedragen. Van Luits brandende braambos heeft geen doornen of bladeren, het zijn brandende vlekken die in een ovaal rood oplichten uit verder zwarte tl-buizen. De brandende ovaal doorbreekt de rechte lijnen van tl-buizen en het branden is gedempt tot een verstild oplichten van ordening uit schijnbaar willekeurig samengebrachte rechte lijnen, een oplichtende ovaal die ordening communiceert. De idee van communicatie en overtuiging, waarover in het verhaal van het braambos gaat, wordt geïncorporeerd in de idee van het werk zelf. Het is juist díé idee dat het werk eigenlijk niet méér laat zijn dan een verwijzing naar de brandende braamstruik, in feite is het werk niet meer (maar ook niet minder) dan een teken aan de muur, zoals ieder op een muur bevestigd kunstwerk dat is. Via zo’n teken, zo’n kunstwerk, wordt ook altijd iets gecommuniceerd, maar nu gaat het bij Van Luit in dit werk juist om die communicatie zelf. Het is de titel die de alomtegenwoordigheid van communicatie in herinnering brengt, in het bijzonder de eenrichtingscommunicatie die de mens aanvaardt wanneer het gaat om zijn/haar levensopdracht en moraliteit.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Muren komen ook nadrukkelijk voor in ander getoond werk van Van Luit waaronder een schilderij dat hij maakte van het schraapsel van Duitse bunkers waarin onder meer entartete Kunst werd opgeslagen tijdens het Naziregime. Ook hier toont Van Luit in feite weer een teken aan de wand, hoewel enig expliciet teken is verdwenen, in de beste conceptuele traditie. Waar de communicatie zelf de hoofdtoon voert in zijn werk over de brandende braamstruik, raakt in het schilderij de communicatie verspreid en vormt ze een mist die vooral zichzelf verbergt.

Nest 07 Chaim van Luit

Van Luit pakt met minimale zaken uit op deze tentoonstelling, maar toch is hij alom tegenwoordig. Op een tentoonstelling met deze titel, en die opent met Frielings brandende braamstruik, krijgt die alomtegenwoordigheid een welhaast religieuze betekenis. Second thoughts heten Van Luits in metaal uitgevoerde hersenscans, die op meerdere plekken van de tentoonstelling te ontdekken zijn, maar ze hadden ter plekke evengoed omgedoopt kunnen worden in Ik zal zijn. Dat geldt evenzeer voor de kruisen die hij heeft aangebracht. Het is niet duidelijk wat de eerste mens precies kraste toen die ergens een teken in kraste en daar een betekenis in zag die door anderen opgemerkt kon worden, maar het zou zomaar een kruisje kunnen zijn geweest, immers, twee snijdende lijnen kunnen meerdere voorchristelijke betekenissen hebben gehad. Zo kunnen kruisende lijnen een plaats of plek nader weergeven of markeren, maar ze kunnen ook een ontmoeting of een verbinding inhouden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ook in een schijnbaar gewoon en onschuldig voorwerp als een deurknop kan voor Van Luit verborgen communicatie zitten of een verborgen aanwezigheid schuilgaan. Het is een kopie van Van Luits eigen deurknop maar gemaakt van metaal dat door hem werd verzameld in de vorm van kogelhulzen etc. op de plaats van het Ardennenoffensief dat plaats vond aan het eind van de Tweede Wereldoorlog.

Nest 09 Chaim van Luit

Voor joden is de herinnering aan het Derde Rijk en de Tweede Wereldoorlog van een aparte bijna religieuze betekenis geworden. Het is sowieso opvallend hoe opoffering, lijden en pijn een rol spelen in godsdiensten. Die pijn is bijna voelbaar in het steeds terugkerende geluid van het afschrapen van de verf van een bunkermuur door Van Luit in een video en dat voortdurend weerklinkt door de tentoonstellingsruimte.

Nest 10 Hamid El Kanbouhi, Anne Rodermond

Hamid El Kanbouhi maakt ook gebruik van geluid in zijn presentatie in de vorm van soundscapes van René Baptist Huysmans die te beluisteren zijn door koptelefoons. Het gaat om soundscapes die de post-postmoderne wereld laten horen en dat is tevens waar de pijn van El Kanbouhi zit. Die zit niet in het lijden van een profeet of in het lijden van een volk maar in de rol en perceptie van de islam in het huidig tijdsgewricht in combinatie met zijn persoonlijke overtuiging. In zijn tekeningen mengt hij religieuze en historische gebeurtenissen met hedendaagse figuren. Hij tekent ze als acteurs en figuranten die veroordeeld zijn samen in dezelfde scènes te spelen, geframed in de achtergrond van die scènes.

Nest 11 Hamid El Kanbouhi, Anne Rodermond

Politie op hoge hakken en met netkousen, ongure mannen met zonnebrillen waar één oog doorheen gluurt, gesluierde en gewapende figuren, een farao, een jongen die klaarblijkelijk klaar zit om zijn hoofd af te laten slaan, twee duiven, gebrilde Adam en Eva met hun lijven vol Arabische kalligrafie, heren die ogenschijnlijk verkeerd om in het pak zitten, zo heeft El Kanbouhi een bonte verzameling aan figuren bij elkaar getekend die je vaag bekend voorkomen uit nieuwsberichten maar als in een nachtmerrie door elkaar lopen. Ze hebben ook de fatalistische uitstraling van figuren uit een nachtmerrie.

Nest 12 Anne Rodermond

Binnen die drukke en warrige wereld duiken de sculpturen van Anne Rodermond op als natuurlijke groeisels die ondanks alle ideële druk gewoon hun gang gaan. Ze lijken soms geïnspireerd door botten of zelfs door gevuld gevogelte dat klaar is om geserveerd te worden. Samen met Huysmans´ soundscapes vormen zij een esthetische begeleiding bij El Kanbouhi´s werk, maar je kunt de werken van Huysmans en Rodermond ook zien als een tegenklank. Je kunt ze ook zien als de wereld die zwijgt bij de vraag die El Kanbouhi stelt: Who has peed in my mind. Dat staat met grote letters boven zijn werken, alsof hij gedwongen is beelden en ideeën toe te laten die hij niet wil toelaten en zijn figuren weerspiegelen de pijn die dat opwekt. Het zijn beelden van een strijd waarin figuren uit de mythologie en religieuze historie zich mengen in de actualiteit, want van de drie godsdiensten van deze tentoonstelling ligt de islam momenteel het meest onder vuur. Moslimfanatisme staat tegenover moslimhaat en het gelovige individu dat beide tracht te vermijden wordt gedwongen te balanceren in zijn denken. Het is die dwingelandij die zich mengt in het geestelijk leven en die mogelijk de demonen oproept die El Kanbouhi schildert.

Nest 13 Hamid El Kanbouhi, Anne Rodermond
Nest 14 Hamid El Kanbouhi, Anne Rodermond

In een kleinere, donkere ruimte heeft El Kanbouhi de muren beplakt met Arabische teksten, naar verluidt teksten uit de Koran waarmee hij zich verbonden voelt. De teksten hebben verder geen vertaling en daarmee blijven zij abstract voor de lezer die geen Arabisch kan lezen. Het eigen beleven blijft abstract en moeilijk toegankelijk voor diegenen die er niet mee vertrouwd zijn, of misschien voor wie dan ook. El Kanbouhi heeft het innerlijk, het ik, beplakt met spreuken die levenskracht bezweren, kanaliseren en richting geven. En wederom wordt dat geheel begeleid door Huysmans en Rodermond. In de schemer van deze ruimte lijkt hun werk vooral als getuige op te treden. Frielings bloeiende doornplanten zijn vervangen door Rodermonds zachte maar groteske groeisels, de geiten zijn bij El Kanbouhi vervangen door zijn bonte stoet van hedendaagse mythologische figuren en IK ZAL ER ZIJN is een verzameling abstracte spreuken geworden.

Nest 15 Hamid El Kanbouhi

De combinatie van secularisatie en godsdienstvrijheid in de samenleving brengt paradoxen met zich mee. Wanneer alle godsdiensten als evenwaardig behandeld worden, hebben zij alle dezelfde waarde maar worden zij daardoor ook waardevrij, wat nu juist indruist tegen het begrip dat de eigen godsdienst voor de belijder zelf de grootste waarde heeft en dus groter van waarde is dan de godsdienst van een ander. Die ongelijkheid moet ingepast worden in een systeem van gelijkheid; maar het is misschien beter die gevoelde ongelijkheid niet zozeer te ontkennen als wel erover heen te kijken en te beseffen dat de meerwaarde van het geloof een onderdeel kan zijn van de identiteit van het werk van zowel belijdende als niet-belijdende kunstenaars. Het soms beperkende karakter van een religie kan in het huidige kunstkritische vertoog als een onderdrukkende factor van de identiteit gezien worden. Maar is een identiteit niet van zichzelf al een beperkende factor?

Het is goed dat Nest over eventuele bezwaren is heengestapt en deze tentoonstelling gemaakt heeft met deze drie kunstenaars. Het is natuurlijk in de eerste plaats het werk van deze specifieke kunstenaars die deze mooie en veelvormige tentoonstelling maakt. Het gaat dan niet alleen om het idee dat hun werken hier zo fijn samen hangen; een dergelijke glimlach-oecumene zou de artistieke waarde van het werk meteen genekt hebben. Het gaat vooral om een indrukwekkende tentoonstelling waarin drie goede kunstenaars de individuele motor achter hun verbeeldingskracht trachten bloot te leggen. Alle drie hebben zij daarmee een krachtig statement gemaakt. De tentoonstelling staat open voor de open geest en je hoeft er ook je schoenen niet voor uit te doen.

Nest 16 Chaim van Luit
(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

Bertus Pieters

Zie ook: https://chmkoome.wordpress.com/2015/12/12/i-am-closer-to-you-than-your-very-self/

https://vimeo.com/147010770

https://villanextdoor.wordpress.com/2015/12/28/i-am-closer-to-you-than-your-very-self-nest-the-hague/

http://jegensentevens.nl/2016/01/de-warme-deken-van-het-collectieve-niet-weten/

http://www.mistermotley.nl/art-everyday-life/geloof-de-twijfel

http://artatpresent.blogspot.nl/2016/01/in-search-for-my-religion.html

Advertenties
3 reacties
  1. Jeannette permalink

    Misschien goed om ook nog te vermelden dat de tentoonstelling te zien is van 2 t/m 31 Januari 2016. Tijdens tentoonstellingen donderdag tot en met zondag, 13.00 tot 17.00 uur
    Buiten deze tijden zijn wij op afspraak geopend

    Like

  2. Jeannette permalink

    Beste Bertus, dank voor je artikel. Dat IK ZAL ER ZIJN veelomvattender is dan IK ZAL ZIJN deel ik niet geheel met je. ER is hiermee verworden tot iets (persoon/plaats) buiten jezelf. In IK ZAL ZIJN sluit je jezelf én de ander niet uit. Sterker nog bij IK ZAL ZIJN ben jezelf het beginpunt. Als gelovige, maar niet aan een kerk of instituut verbonden, voel ik daarbij heel duidelijk dat dat uitgangspunt het Goddelijke in jezelf is. Daarvan is het belangrijk dat je dit Goddelijke ziet te vinden en daar vanuit leeft.
    Wel neem ik waar dat dit voor veel mensen heden ten dage een zeer lastige zaak is, er is veel afleiding/verleiding/misleiding. Als je dan IK ZAL ZIJN vervangt door IK ZAL ER ZIJN voel je je misschien meer gedragen en beschermd. Maatschappelijk geaccepteerd is het zeker. Maar hoe mooi zou het zijn als een ieder weer de stap naar zichzelf zou kunnen maken (en ook weer de verantwoording neemt voor zijn/haar handelen)
    Ik ga deze tentoonstelling zeker nog bekijken want voor mij is het toch vaak de kunst die ons wezen raakt.

    Like

Trackbacks & Pingbacks

  1. I Am Closer to You Than Your Very Self | chmkoome's blog

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: