Skip to content

De verspreidingsfactor; Distributors, West, Den Haag

15 januari 2016

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Wie het woord distributie hoort, moet wellicht het eerste denken aan iets als een distributiebedrijf, een bedrijf dat tegen betaling waren verspreidt ten bate van detailhandel en consumenten. Uit een dergelijk idee blijkt al de ingebedheid van het begrip distributie in een markteconomie, terwijl het woord zelf niet veel meer inhoudt dan “verspreiding”. In de jaren ’60 met de opkomst van het conceptualisme in de kunst werd een dergelijke vorm van distributie vaak als knellend en afleidend van de kunst zelf gezien. Met het verhandelend verspreiden van de materiële voortbrengselen van de beeldende kunst werd de essentie van de kunst te niet gedaan. Om dat laatste tegen te gaan moest de idee niet alleen samenvallen met het materiële kunstobject, het moest ook samenvallen met de wijze van distributie. Op die manier werd distributie een soort materiaal, dat net als ieder ander materiaal in de beeldende kunst openstaat voor esthetiek. Uiteraard leidde een dergelijke gedachtegang tot een forse uitbreiding van wat kunst is. Distributie, verspreiding, werd daarmee ook onderdeel van de presentatie van de kunst en vice versa werd de presentatie onderdeel van de esthetiek van de kunst.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Kunstenaar Remco Torenbosch (1982) heeft bij West een tentoonstelling samengesteld over distributie als onderdeel van de kunst en het kunstenaarschap. Het moet een dream come true voor Torenbosch zijn – gezien zijn eigen interesses en werk –, daar hij een kleine maar mooie kunsthistorisch getinte show kon samenstellen, met niet alleen eigentijds werk van Hannah Weinberger (1988) en Wendelien van Oldenborgh (1962) maar ook met historisch werk van Charlotte Posenenske (1930-1985) en K.P. Brehmer (1938-1997), waaronder een klein exemplaar van Posenenskes klassieke Drehflügel uit 1967/68. Van dat werk is de distributie daadwerkelijk onderdeel van het geheel.
De Drehflügel is een werk dat door de kijker zelf aangepast kan worden: de vlakken kunnen naar believen geopend en gesloten worden en het werk kan gekopieerd worden en tentoongesteld, mits gecertificeerd door de beheerder van de nalatenschap van Posenenske. Dat duidt al op het democratische gehalte van het werk. Posenenske wilde de uniciteit en daarmee de financiële waarde en het gewin uit de distributie van het werk vermijden. Het is dan ook meer dan op zijn ideële plaats in deze tentoonstelling. In principe refereert Drehflügel aan niets dan aan zichzelf. Het werk ontleent vooral zijn kracht aan de manier waarop het zich in de ruimte gedraagt en hoe de kijker de ruimte zelf ervaart, ook door het werk eventueel zelf aan te passen. Het materiële aspect van het werk is dus belangrijk, net als de ruimte waarin het staat.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In de tentoonstelling fungeert het tevens als een soort meervoudig klankbord voor Hannah Weinbergers For Future Inspirations. Als het om distributie gaat is muziek, op de menselijke stem na, in principe het gemakkelijkste medium. Je kunt een instrument bespelen of via een elektrisch of elektronisch medium muziek laten weerklinken en de klanken bewegen zich vrij door de ruimte. De klank doet het werk. Niettemin is de ruimte essentieel en daarmee speelt meteen weer de distributiefactor. Weinberger past haar klankwerken – haar muziek, zo je wil – aan aan de ruimte waarin of gelegenheid waarbij zij te horen zijn, of zij kunnen daar op uitgekozen worden. For Future Inspirations is niet specifiek voor de ruimte van West gemaakt, maar past er uitstekend. Tegen een soort klankschap (soundscape) zijn cartoonachtige geluiden te horen die herinneren aan de Flintstones en dergelijke. Hoewel de geluiden overduidelijk uit twee op de grond staande kanalen komen is het, met het zicht op de Drehflügel, moeilijk te bepalen of dat ook zo is. Je kunt makkelijk de indruk krijgen dat de klanken ook ergens anders vandaan komen en door de Drehflügel verspreid worden door de ruimte. Op die manier vloeien Drehflügel en For Future Inspirations fraai samen en wordt beider distributie verrijkt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In dezelfde ruimte als Drehflügel is ook Bedeutungsspektrum des Begriffes “Polizei” van K.P. Brehmer uit 1978 te zien en zelfs daar lijken de klanken van For Future Inspirations invloed op te hebben. Op het eerste gezicht lijkt het werk een eenvoudig schijfdiagram te zijn waarin maatschappelijke begrippen getoond worden waarin de politie werkzaam is of mee te maken heeft en het aandeel daarin van, of het gevoel daarover bij Jugendliche (jeugdigen), Socialarbeiter (maatschappelijk werkenden) en Richter (rechters). Er staan geen bronnen bij vermeld en wat er precies getoond of aangetoond wordt blijft enigszins in het ongewisse.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De kleuren zelf en de verhoudingen tussen kleur en belettering volgen een eigen, aantrekkelijke esthetische logica die gebaseerd is op drie kleuren die de drie sociale groepen vertegenwoordigen. Niet voor niets zijn dat de drie primaire kleuren, die werken als de driekleur van een nationale vlag waarbij de Sozialarbeiter blauw, de Jugendliche rood en de Richter geel zijn. Dat doet onmiddellijk de vraag rijzen waarom niet andere sociale groepen gekozen zijn dan juist deze en waarom de kleuren op deze manier verdeeld zijn. Er is geen vaststaande historische, heraldieke duiding van de afzonderlijke primaire kleuren. Brehmer laat de vraag rijzen wat precies de boodschap is van dat elementaire kleurgebruik. Is dat slechts praktisch en efficiënt? Opvallend is dat het thema van het onderzoek, de Duitse politie, zelf geen kleur heeft, anoniem is als een onzichtbare macht. En waarom zijn de Richter geel? Zijn zij het goud van de natie? Zijn de Sozialarbeiter het rustgevende blauw? Zijn de Jugendliche het bloed van de samenleving? Zijn zij het brandpunt? Wie zijn die Sozialarbeiter trouwens? Welke beroepsgroepen moet je daaronder rekenen? Hoe oud moet je zijn om tot de Jugendliche gerekend te worden? En zijn die Richter leden van de rechterlijke macht of gaat het om een ieder die oordeelt? Afgezien van de esthetiek van Bedeutungsspektrum zegt het daarmee ook iets over de manipulatie die uitgaat van schijnbaar objectieve kleuring en benoeming van grootheden in een schijnbaar objectief diagram. Brehmers grafieken zetten de beschouwer meer aan het denken dan aan het vinden van heldere antwoorden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Brehmer verheft het lezen van een diagram tot iets abstracts dat weigert te verhelderen. Fred Lonidier (1942), die documentaire en conceptuele fotografie paart aan activisme en onderzoek naar arbeid, is echter veel uitgesprokener in het benoemen van zaken in Confessions of the Peace Corps uit 1974 waarin de Amerikaanse Peace Corps vrijwilligersorganisatie voortdurend in documenten, foto’s en een voice-over op de korrel wordt genomen als een soort wolf in schaapskleren van de Amerikaanse machtspolitiek. De indruk ontstaat dat de Amerikaanse overheid in haar buitenlandse politiek op niets anders uit is dan het bestendigen en uitbreiden van de eigen corporatieve belangen. Het Peace Corps is daarvoor een schaamlapje en een pion in het diplomatieke spel volgens Confessions. Lonidiers werk is sterk gericht op bewustwording van de werkende mens, liefst door diens eigen constateringen of door het vastleggen van arbeidsomstandigheden in een combinatie van documentaire fotografie of film en tekst. Een werk als Confessions laat de manipulatieve kracht zien van zowel het (deels) achterhouden als het (deels) tonen van informatie. Je kunt je afvragen hoe manipulatief Lonidiers werk zelf is, maar Lonidier laat ook vrijelijk uitkomen waar zijn sympathieën liggen en – misschien vreemd genoeg – maakt dat zijn werk begrijpelijk. Een werk als Confessions blijft bovendien actueel, waar het de politieke werking van ontwikkelingssamenwerking ook laat zien. Ook tegenwoordig wordt in iedere discussie de morele noodzaak van hulp en ontwikkeling steeds gepaard aan economisch gewin en het eigen belang. Binnen de Nederlandse overheid is ontwikkelingssamenwerking openlijk gekoppeld aan buitenlandse handel, waarbij de link tussen hulp en Nederlands financieel en diplomatiek gewin vrij gemakkelijk gelegd kan worden.

Distributor 08 Seth Siegelaub

Eveneens een internationaal aspect belicht de verzameling textiel van Seth Siegelaub (1941-2913). Op het oog ziet zo’n verzameling er waardevrijer of objectiever uit dan de diagrammen van Brehmer. De getoonde lappen en textielen hoofddeksels lijken hooguit museale vragen op te wekken – die beantwoord worden door de tentoonstellingsgids –, maar dat is schijn binnen de context van deze tentoonstelling.

Distributor 09 Seth Siegelaub

Je kunt je afvragen waar de grondstoffen vandaan kwamen, hoeveel mensen aan dit textiel gewerkt hebben, waar de patronen vandaan kwamen en hoe de resultaten vervolgens weer gedistribueerd werden en vervolgens ook in de verzameling van Siegelaub terecht kwamen. Siegelaub is bovendien een sleutelfiguur in de tentoonstelling: hij was de grote, vaak onzichtbare kracht achter de distributie van conceptuele kunst in Amerika in de jaren ’60 en ‘70.

Distributor 10 Wendelien van Oldenborgh

Deels terug in het economische aspect van distributie is La Javanaise van Wendelien van Oldenborgh, die gaat over zowel de Nederlandse verhouding met het koloniale verleden, met fraaie opnamen uit het Tropenmuseum en een conversatie over Vlisco, het Nederlandse bedrijf dat de oorspronkelijk Javaanse batiktechniek gebruikt voor textiel dat geleverd wordt aan Afrika. Het in Soedan geboren Noorse model Sonja Wanda vertelt over haar werk bij Vlisco en over hoe Vlisco bijvoorbeeld ook patronen maakt geïnspireerd op Indiase ontwerpen in de voortdurende zoektocht naar concurrerend materiaal om het marktaandeel te behouden in Afrika. In een conversatie komt onder meer letterlijk naar voren hoe in principe zaken afgepakt worden door de (neo)koloniale macht van het ge(neo)koloniseerde land, verwerkt worden en terug verkocht worden. De toon is niet beschuldigend, eerder lichtvoetig. De Surinaams-Nederlandse Charl Landvreugd, Wanda en de Brits-Nigeriaanse David Dibosa spelen hun rol en vertellen hun verhaal in de film, zoals zij ook hun rol spelen op het wereldtoneel. Wereldburgers als zij zijn kunnen zij zich niet onttrekken aan hun nationaliteit van Europese en deels voormalig koloniale machten. Er is echter geen sprake van een culture clash. Alles in La Javanaise lijkt harmonisch en vredig, maar de problematiek woelt aan de oppervlakte, weelderig als de patronen van Vlisco.

Distributor 11 Wendelien van Oldenborgh
Distributor 12 Wendelien van Oldenborgh

Het is mooi hoe Torenbosch dit werk van Van Oldenborgh tot onderdeel van deze veelzijdige tentoonstelling heeft gemaakt, als een soort eindpunt. Het is sowieso fraai hoe de werken van de zeer uiteenlopende kunstenaars in elkaar grijpen en hier en daar ondanks hun grote verschillen zelfs op elkaar lijken te rijmen. In een betrekkelijk klein aantal kunstwerken uit de jaren ’60 en ’70 en van veel recenter datum en met als middelpunt Siegelaubs textielverzameling heeft Torenbosch een goed verhaal verteld dat tot nadenken stemt en ook eigenlijk verplichte kost zou moeten zijn voor kunstenaars die zich meer bewust willen zijn van de herkomst en distributie van hun eigen kunstwerken, zowel materieel als immaterieel.

Distributor 13 Seth Siegelaub(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

Bertus Pieters

Zie ook: https://vimeo.com/148390885

http://metropolism.com/reviews/distributors/

https://villanextdoor.wordpress.com/2016/01/15/distribution-west-gallery-the-hague/

One Comment
  1. Mooi stuk Bertus, ik heb het gemist helaas.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: