Skip to content

De macht der machteloosheid. Frank Halmans, Deel; Galerie Ramakers, Den Haag

1 mei 2016

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De realiteit en de herinnering zijn twee werelden die naadloos in elkaar overvloeien, maar hun onderlinge relatie is een absurde. De herinnering verlangt iets van de realiteit, maar de realiteit blijkt daar ongevoelig voor. Dat het vice versa ook zo kan werken, een realiteit die iets verlangt van de herinnering, waarbij de herinnering daarvoor ongevoelig blijft, lijkt minder logisch maar blijkt net zo zeer waar, vooral wanneer je de herinnering ziet als onderdeel van de realiteit. Dat laatste gebeurt in het werk van Frank Halmans, momenteel in een enigszins retrospectieve tentoonstelling te zien bij Galerie Ramakers. Realiteit en herinnering worden er ondeelbaar, de deling tussen de realiteit en het geestelijke wordt opgelost. Nu gebeurt dat laatste vaker in de kunst. Het doelbewust oplossen van die deling is zelfs al eeuwen uitgangspunt geweest voor veel kunstwerken. Bij Halmans is het echter uitdrukkelijk tot onderwerp geworden.

Frank Halmans 02

Frank Halmans 03

In bijvoorbeeld De slaapkamers waarin ik nog steeds wakker wordt probeert Halmans realiteit en herinnering tóch elkaar te laten beïnvloeden. Al sinds 1996 blijft dit een werk in wording. Halmans heeft vijf slaapkamers in miniatuur nagemaakt. Een aantal kamers bevat dezelfde meubelen, omdat zij in de realiteit steeds meeverhuisden. Er staan ook boekenkasten in, compleet met boeken. Ongetwijfeld zullen er ook een aantal dezelfde boeken tussen zitten, omdat zij ook meeverhuisden. Met bedden en boeken verenigt Halmans twee zaken: het dromen en het opdoen van kennis. Samen houden die het verstrijken van tijd in. Wie vast slaapt en droomt heeft geen weet van waar hij/zij ligt, het kan in de eigen slaapkamer zijn maar ook in een slaapkamer in een ander, eerder huis. De kennis en herinnering van die eerdere slaapgelegenheden is meegenomen naar de droom die gedroomd wordt en dat geldt ook voor de inhoud van de boeken. Of de boeken ook allemaal gelezen zijn, doet in feite niet eens ter zake; het gaat om de verhalen en om de kennis die ermee aanwezig zijn.

Frank Halmans 04

Frank Halmans 05

Iets vergelijkbaars gebeurt in Halmans’ boekenplank-werkjes die zo’n tien jaar geleden hun intrede deden in zijn oeuvre. “In gelul kan je niet wonen”, sprak ooit een staatssecretaris van volkshuisvesting. Een dergelijk politiek statement zal Halmans ongetwijfeld voorkomen als maar gedeeltelijk waar of misschien wel helemaal niet waar. In Je moet zelf kiezen, Hannie staat bijvoorbeeld een klein rijtje boeken, zo te zien allemaal boeken uit de tijd van voor en tijdens het begin van het televisietijdperk; de tijd dat mensen hun behoefte aan sentiment en kennis uit boeken haalden en daarin hun avonturen ook opgeslagen wisten. Wie aan de zijkanten kijkt, ziet dat de boeken geworden zijn tot een huis waarvan de zoldering en verdieping doorgezakt zijn. De boeken zijn tot woonruimte geworden, maar duidelijk een woonruimte die het begeven heeft. De kennis en de avonturen in de boeken verkeren nu in de onbewoonbare holten. Er valt weinig meer te kiezen voor Hannie, restauratie van kennis en avonturen of complete afbraak lijkt de enige keus. Daar staat tegenover dat Halmans juist dit werk gemaakt heeft in een staat van deconstructie waarin hij de tijd in ieder geval tijdelijk heeft stilgezet. Het is weliswaar nog steeds onderhevig aan de grillen en vergeetachtigheid van de tijd, maar dat líjkt in ieder geval niet zo. Je kunt daarmee het huis ook als een innerlijke ruimte opvatten, een hoofd waarin zich kennis en dromen vermeerderen maar waaruit een deel van die kennis en dromen ook weer verdwijnen, of latent aanwezig blijven in de ruimte die de geest nodig heeft om alles te verwerken.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het idee van een huiselijke ruimte die al of niet gevuld is, is een rode draad in het werk van Halmans. Schuilende tafels is een idee dat al uit 1999 stamt en het houdt sindsdien stand. Onder een tafel verschuilen zich kleinere tafels  De leegte onder een tafel is er een waar normaliter in het huiselijk gebruik weinig aandacht aan wordt besteed. Benen worden er onder gehouden en nu en dan wordt er onder gestofzuigd en dat is het. Een loze ruimte krijgt in Schuilende tafels een functie door opvulling met nog veel meer van die loze ruimtes. Je kunt gerust spreken van overbevolking onder het grootste tafelblad. Er zijn ook een aantal latafels bij waarin ongetwijfeld zaken opgeborgen zijn geweest. Schuilende tafels wordt daarmee een tweezijdige ode, één aan de loze ruimtes die als een soort tijdelijke doorgangsruimten dienden voor onderbenen, voeten, knieën en opgeborgen spulletjes en één aan de begrenzingen van die ruimtes die die opvulling mogelijk hebben gemaakt en elkaar nu onderdak geven in een poging niet te verdwijnen in de tijd.

Frank Halmans 07

Frank Halmans 08

Frank Halmans 09

Zoals al gezien in De slaapkamers… maar ook in Flat met kelders uit 2010 draait Halmans er trouwens zijn hand niet voor om om een dergelijke huiselijke installatie toe te passen in een architectonisch idee. Kelders zijn bij voorbaat ruimtes waarin zaken zijn die aan het reguliere oog onttrokken moeten worden om uiteenlopende redenen en waar activiteiten plaats vinden die het daglicht niet nodig hebben of niet verdragen kunnen. Ze krijgen hier een eigen gebouw. Het gebouw staat, in een kruising tussen elegantie en potsierlijkheid, op tafelpoten zodat de kelders een loze ruimte onder zich hebben. De onderste kelders hangen als het ware onder aan het gebouw boven in die loze ruimte tussen de tafelpoten, die na aanschouwing van Schuilende tafels vreemd leeg aandoet. De kelders zelf zijn vrijwel leeg, hier en daar is aan de muren te zien dat het om ruimtes gaat die qua uiterlijk weinig aandacht krijgen. Zij staan leeg als om alle opgeslagen gedachten te kunnen opslaan en de idee van hersens die ruimte bieden aan kennis en vaardigheden, dringt zich weer op. Maar ook als de ruimte waarin alle zaken worden opgeslagen die zowel vergeten als niet vergeten worden.

Ondanks dat de kelders door relatief uitzonderlijk grote ramen bekeken kunnen worden en op die manier beschenen worden door het daglicht, kun je je wel afvragen hoe bereikbaar de ruimtes zijn. Hoewel ze erg klein zijn en uitdagen helemaal van dichtbij bekeken te worden, lukt dat nauwelijks. De echte kelders hangen echter steeds onder een portaal en blijven daarom van binnen onzichtbaar. Maar ook de overlopen geven weinig uitsluitsel. Het is als in De slaapkamers… en in veel andere werken van Halmans: alles heeft er de schijn van in miniatuur tot in detail compleet te zijn maar het oog kan niet alles in een keer zien en het kost sowieso heel veel moeite alle details goed te zien door de ramen. Op die manier wordt veel aan de verbeeldingskracht van de kijker overgelaten.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zo heeft Halmans ook een aantal werken gemaakt als architectuur in de vorm van stofzuigers en kruimeldieven. Op de tentoonstelling zijn twee kruimeldieven te zien. Kleine schaalmodellen van bungalows die ook als kruimeldief gebruikt kunnen worden.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ook is Full house uit 2009 te zien, een complex van rijtjeshuizen op wieltjes en voorzien van een stofzuigermechanisme. Wederom is de binnenkant van de architectuur heel gedetailleerd, maar moeilijk in zijn geheel te bevatten. De stofzuigerslang zorgt ervoor dat stof naar binnen gezogen kan worden. Op die manier vult de binnenwereld zich met elementen van de buitenwereld, eigenlijk ook zoals dat in het menselijk bevattingsvermogen gebeurt. Tegelijkertijd wordt ook duidelijk dat alles in onvermoede en soms moeilijk zichtbare hoeken opgeslagen wordt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zo aanlokkelijk zichtbaar als alles lijkt in deze op architectuur gerichte werken, zo hermetisch zijn de vier betonnen Nestkastbunkers uit 2014. Het is normaal dat je als voorbijganger niet in een nestkastje kan kijken. Je zou het broedsel van de inwonende vogels ermee kunnen verstoren. Zoals in Full house de architectuur verkleind is tot het formaat van een stofzuiger, zo zijn de bunkers hier verkleind tot het formaat van vogelhuisjes en voorzien van het ronde gaatje van een nestkast. Wat gebeurt, is enigszins vergelijkbaar met wat gebeurt in Flat met kelders: de bunkers krijgen een ruimte om zich heen die hen naakt en open voor de buitenwereld toont. Maar dat is maar schijn. Zomin als je de kelders in Flat met kelders gemakkelijk kunt doorgronden, zo gesloten zijn de bunkers en hun geslotenheid wordt nog eens benadrukt door de kleine ronde openingetjes. Binnenin kun je alleen duisternis vermoeden, zelfs niet te onderzoeken met een simpele zaklantaarn zoals een echte bunker. Wederom spannen realiteit en het geestelijke samen om een moment van absurditeit te bereiken: je kijkt naar die Nestkastbunkers en je verlangt iets van ze, een antwoord, een eeuwige waarheid, misschien iets gevleugelds in meerderlei opzicht. Ze zijn immers duidelijk meer dan alleen maar mooi of grappig. Maar helaas, ze geven geen enkele oplossing. Alleen al het beredeneren of onderzoeken van hun logica leidt tot het absurde.

Frank Halmans 15

Er is nog een andere, al genoemde factor in Halmans’ werk dat het absurde raakt: de factor tijd. Je komt de tijd natuurlijk al tegen in De slaapkamers… waar zij verbonden is aan de herinnering. In De slaapkamers… poogt Halmans de tijd op te heffen of op te lossen door de herinnering zo nauwkeurig mogelijk haar werk te laten doen. In Je moet zelf kiezen, Hannie wordt de tijd bezworen door uitholling en het verbeelden van het inzakken van balken in het huis en de leestijd is er vervangen door uitholling van de boeken tot ruimte. Veel directer of definitiever in het te lijf gaan van de tijd is Halmans echter in zijn verbrande huisjes op schaal met werkende uurwerken. Op de tentoonstelling is een heel recent exemplaar te zien en je kunt het horen tikken in de galerie en ook horen slaan op gezette tijden. Een verbrand huis geeft altijd een aanblik van definitieve destructie, een definitieve ontnuttiging van een primaire levensbehoefte. Bij een brand wordt de tijd als het ware versneld. Het afbraakproces dat voor iedere structuur geldt, al duurt het eeuwen, wordt bij een brand versneld tot soms minder dan een half uur. De reactie van de betrokken mensen is meestal de verkoolde balken en de as zo schoon mogelijk op te ruimen om de vervallen ruimte opnieuw te kunnen gebruiken en misschien ook om de spookachtige aanblik van een verbrand huis definitief weg te halen. Halmans laat de ruïneuze aanblik echter in stand in zijn Verbrande klok. Nadat de tijd versneld is door de brand, staat zij nu stil, en toch ook weer niet, want de tijd van het uurwerk blijft doodnuchter doortikken. Dat constateren is wederom het moment van het absurde. Je wil het begrijpen, je wil antwoorden, een reden, een betekenis, een moment van waarheid, maar het enige antwoord dat je krijgt is het getik van de klok, als om het nog maar eens in te wrijven dat de realiteit van zichzelf geen betekenis of waarheid kent, anders dan die je er als kijker zelf aan wil verbinden.

Frank Halmans 16

Het werk van Halmans krijgt in zijn geheel daarmee een vreemde mengeling van macht en machteloosheid: de macht om het absurde steeds weer te tonen, op een manier die humor op kan wekken, of ontroering of beroering, en daarnaast de machteloosheid om het absurde te kunnen doorgronden. Die twee aspecten, macht en machteloosheid, gaan bij Halmans hand in hand en kunnen niet zonder elkaar. Het bestaan van zijn werk is een absurditeit als de wereld zelf. Dat maakt het tot veel meer dan een verzameling beeldgrappen. Het leidt ook tot ogenschijnlijk volslagen tegengestelde werken als de driedelige Kitchenette uit 2010, een werk dat nog hermetischer is dan de Nestkastbunkers. De “handige” moderne handgrepen geven niet de mogelijkheid de kastjes te openen, alleen zichtbaar blijft hun modernistische, glanzende en goed schoon te houden buitenkant. De versmelting van modernistische esthetiek en praktisch nut wordt door Halmans weer uit elkaar gehaald.

Frank Halmans 17

Frank Halmans 18

Daartegenover staat Installatie VIII, een werk speciaal gemaakt voor de tentoonstelling, waarin een heel proces blootgelegd lijkt te worden. “Lijkt”, want het waarom van het proces is volstrekt onduidelijk.

Frank Halmans 19

Nog tegengestelder (en hoe absurd klinkt dat alleen al!) aan Kitchenette is misschien nog Condocage III, een recent werk uit een ook heel recente ontwikkeling. De leegte is er bijna absoluut, als bij een vogelkooi, waaraan het werk doet denken, met zijn stokjes. Opener kun je een werk bijna niet maken als deze Condocage. Alles is te zien, de hele denkwijze van de constructie is te volgen. En toch zul je er geen enkel definitief antwoord in vinden over het waarom van de ruimte of over het statement dat Halmans maakt maar tegelijk ook vermijdt, want hij heeft als maker nu eenmaal de macht der machteloosheid.

Frank Halmans 20

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

Bertus Pieters

Zie ook: https://chmkoome.wordpress.com/2016/04/17/deel/

https://villanextdoor.wordpress.com/2016/05/01/frank-halmans-deel-part-galerie-ramakers-the-hague/

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: