Skip to content

Strijklicht; Marius Lut, Billytown, Den Haag

5 oktober 2016

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De schaal van glans en dofheid is de mate waarin licht gereflecteerd wordt in een oppervlak. Er is een enorme variatie in dofheid en glans in oppervlakken in de voorwerpen en ruimtes om ons heen. In de beeldende kunst wordt er kwistig gebruik van gemaakt, zoals met de intense glans van een gepoetst edelmetalen object die het zicht op de vorm bijna ontneemt. Hoewel reflecterende glans in een schilderij meestal wordt gezien als een hinderlijk bijverschijnsel waarmee je met het ophangen rekening moet houden, is lichtreflectie die glans veroorzaakt ook al eeuwen in gebruik als middel van expressie en esthetiek. Niet voor niets werden in de Middeleeuwen en vroege Renaissance schilderijen met bladgoud belegd. In de schemerige kerken zorgde het flikkerende kaarslicht daardoor voor een speciale sensatie in die schilderijen en het trok de aandacht naar de details ervan. De glans van het goud van de schilderijen werkte ook tweezijdig, het verhoogde de mystieke sfeer in de ruimte waarin het werk zich bevond. Ook later, rond 1600, hield Caravaggio in zijn Mattheüs-drieluik, in de Contarelli-kapel van de San Luigi in Rome, rekening met het door de ramen binnenvallende strijklicht over zijn olieverfschilderijen*). Het daglicht diende daarbij om de “echtheid” van de voorstellingen te verhogen en de weergegeven dramatiek dichterbij te brengen voor de bezoeker. Door het strijklicht werd de driedimensionale diepte van het platte vlak verhoogd en won de kapel waarin de schilderijen zijn opgesteld wederom aan mystiek (voor 50 cent kun je er nu het elektrisch licht aan laten gaan zodat het effect weg is). Toen schilderijen eind jaren ’20 en zeker na de Tweede Wereldoorlog in modernistische white-cube-settings getoond gingen worden, werd iedere hinderlijke glans in een schilderij echt uit den boze. Dat gold zowel voor oude als voor nieuwe, modernistische werken. Dat idee werd nog versterkt in de tijd van het abstract expressionisme en de colorfield painting. De sensatie moest uit het schilderij zelf komen, uit het doek en de verf. De sublieme diepte kwam voort uit de kleur en desnoods de verfstreek maar dat moest allemaal niet komen door invloeden van “buitenaf”.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Bij Marius Lut zijn die invloeden juist weer terug. Een schilderij van hem kan esthetisch misschien mooi zijn wanneer je er recht voor staat en niet gehinderd wordt door invloeden van “buiten” het werk, maar het gaat pas echt leven met die invloeden van “buiten”. Hij legt er zelfs de nadruk op door alleen zwart en wit te gebruiken en het zwart in verschillende maten van glans aan te brengen. Het is wat ongepast om te zeggen dat Lut de mystiek van de reflectie in het schilderij weer terug brengt (hoewel, waarom niet?), maar feit is wel dat hij de toeschouwer ermee uitnodigt om niet stil te blijven staan voor zijn werken. Zijn werken zijn overigens niet voor een specifieke ruimte bedoeld. Dat laatste zou je misschien niet zeggen wanneer je Luts huidige tentoonstelling met recent werk ziet in Billytown. Het werk is met zo uitzonderlijk veel zorg opgehangen, dat het voor de ruimte gemaakt lijkt te zijn.

Het is de eerste solotentoonstelling in Billytowns nieuwe onderkomen, nadat er eerst een aantal uitstekende groepstentoonstellingen te zien waren, waarin de ideëel vernieuwde galerie een statement trachtte te maken over welke richting ze uit wilde.  De galerieruimte leek zich te voegen naar de wensen van de exposanten en tentoonstellingmakers. Het accent lag steeds op de kunstwerken zelf – op hun  eigen karakter –, maar niet volgens de white-cube-idee dat invloeden van buitenaf geschuwd moeten worden. Onderlinge beïnvloeding en de eigenheid van de ruimte –  met zijn diepte en zijn ramen, zijn tl-licht en zijn daglicht –  kregen in de groepstentoonstellingen op uitgekiende wijze vrij spel.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ook in deze solotentoonstelling worden de werken van Lut weliswaar individueel gepresenteerd, maar er is ook sprake van onderlinge beïnvloeding. Dat komt ook door de wijze van werken van Lut. Er zit veel eenheid in de werken ondanks hun verschil in grootte en compositie. Al geruime tijd zet hij het zwart af tegen het wit, waarbij het zwart in het algemeen de vorm en de structuur toebedeeld krijgt. Dat gezegd hebbende speelt het wit niettemin ook een belangrijke rol. Heel eenvoudig: zonder het wit zou het zwart ook niet zo duidelijk uitkomen. Maar er is meer. Het wit speelt niet slechts de rol als gewillige achtergrond. Het geeft ook een dimensie aan het zwart, het maakt zijn composities ruimtelijk. Niet alleen omdat de in deze show getoonde schilderijen witte achtergronden zouden hebben, want het is betwistbaar of het wit daadwerkelijk de achtergrond is, of dat het het zwart inklemt, samen met het wit van de muren. Het wit creëert een omgeving waarin het zwart zich bevindt, eerder dan dat het een achtergrond is. En er is meer: het wit zet zich voort in het wit van het strijklicht in het zwart, dat je kunt zien wanneer je beweegt voor het schilderij of wanneer je het van opzij ziet. Op die manier gaat het wit over in de ruimte en omgeeft het zwart ook driedimensionaal.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Iets vergelijkbaars gebeurt ook in zijn gloednieuwe boek Form No Form/The Black Series (te zien en te koop bij Billytown). Dat is als een tentoonstelling in boekvorm, waarbij de ruimte mede aangegeven wordt door de witte bladzijden tussendoor. Het boek laat niet alleen zien waarmee Lut de laatste jaren bezig is geweest – je zou het kunnen omschrijven als het ontvormen van vorm op verschillende niveaus –  maar het is ook een werk op zichzelf. Het matzwarte, titelloze omslag maakt het tot een object, maar wanneer je het opent is de compactheid van de buitenkant onmiddellijk verdwenen. Dat geldt natuurlijk voor ieder boek dat je opent, maar Lut maakt het tot onderwerp van zijn boek.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Binnen het kader van rechthoekige schilderijen met wit en zwart is de variatie van de getoonde werken in de tentoonstelling vrij groot. Er zijn verschillende maten en het is misschien aanlokkelijk om de kleinere werken te betitelen als “intiemer”, als dat niet zo’n vreselijk misbruikt en in dit geval ook onjuist predicaat was. Wanneer een schilderij “intiem” genoemd wordt omdat het uitnodigt van dichtbij bekeken te worden, zodat je de kunstenaar op de vingers denkt te kijken, dan geldt dat eigenlijk voor alle getoonde werken. De kleinere werken laten zich mooi in hun omgeving oplossen en worden daarmee in feite monumentaal, terwijl de grote werken met hun verschillen in glans en dofheid in het zwart even groot zijn als de persoon tegen wie je zou kunnen spreken. En wederom: er is meer. Sommige schilderijen hebben aan de onderzijde een smal en klein extra luikje (in een geval aan de rechterkant), alsof het zwart meer ruimte nodig heeft dan alleen de enkele rechthoek van het doek. Het trekt ook de platheid van het schilderij verder in twijfel want het blijkt ook vaak aan de zijkanten zwart geschilderd te zijn.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Soms verspreidt zich dat zwart ook meer of minder over de zijkanten van het hoofdluik. Een aantal schilderijen, met name een fraai, groot werk met veel wit, krijgt door de horizontale verdeling van het zwart iets landschappelijks. Dat is een vrij simpel gegeven: trek een horizontale lijn over een rechthoek en je hebt de basis voor een landschap. Het landschap leeft van de ruimtelijkheid die het suggereert. Maar hier zet het landschappelijke zich voort in het aan de onderkant bijgevoegde luikje en strekt zich daar ook uit over de zijkanten. Wat misschien doorkijk leek komt juist naar voren en verliest zijn landschappelijke ruimte daardoor enigszins. Daarvoor in de plaats krijg je een nieuw soort ruimtelijkheid.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Op die manier doorbreekt Lut de rigide absoluutheid van de modernistische vorm. Het zwart blijkt nergens absoluut zwart, de scherpe contouren ervan zijn niet zelden verzacht door verzachtend spuitwerk, wat achtergrond lijkt, wordt niet zozeer de tegenvorm van het zwart als wel de ruimte waarin het zich bevindt, het rationele wordt intuïtief. Er zit ook een fijne humor in, geen postmoderne schaterlach die de hele boel in elkaar laat zakken, maar meer een subtiele glimlach die de zaak scheef trekt.

Zoals gezegd, zijn de schilderijen goed opgehangen. Wie door de ruimte loopt, merkt zowel hun subtiliteit als monumentaliteit op en ze lijken dusdanig gemaakt voor de ruimte, dat ze elkaars echo zouden kunnen zijn. Dat de zon er in de middag fraaie regelmatige lichtplekken naar binnen werpt, geeft aan het geheel die extra diepte aan de show die het strijklicht op Caravaggio’s schilderijen in de Contarelli-kapel ook geeft.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

Bertus Pieters

*) OLYMPUS DIGITAL CAMERA OLYMPUS DIGITAL CAMERALinker en rechterluik van Caravaggio’s triptiek in de Contarelli-kapel met strijklicht.

 

 

Zie ook: https://chmkoome.wordpress.com/2016/09/11/solo-tentoonstelling/

http://trendbeheer.com/2016/09/12/marius-lut-billytown/

https://villanextdoor.wordpress.com/2016/10/05/marius-lut-solo-exhibition-billytown-the-hague/

 

2 reacties
  1. Prima tekst weer, Bertus, die zelf ook stof tot verder nadenken biedt, mij wel tenminste.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: