Skip to content

Een licht van verlangen of de flits die aan alles een eind maakt; Raquel Maulwurf, The Carbon War Room; Gemeentemuseum, Den Haag

30 mei 2017

Momenteel is in het Haagse Gemeentemuseum een bescheiden overzicht te zien van het werk van Raquel Maulwurf (1975) van de laatste tien jaar. Er worden installaties getoond – speciaal voor de gelegenheid gemaakt –, maar vooral een aantal tekeningen, kleinere maar vooral ook grotere, monumentale werken. De tekeningen van Maulwurf nodigen uit dichterbij te komen kijken en te zien hoe donker het diepste donker is en hoe licht het hoogste licht. De vuistregel van het zoeken naar de balans tussen het diepste donker en het hoogste licht stamt uit de zwart-witfotografie – hoewel de idee veel ouder is: kijk naar etsen van Rembrandt of naar Las Meninas van Velázquez – . De balans tussen die twee uitersten draagt bij aan de diepte, de realiteit van het beeld. Het donker is niet slechts een zwart vlak, het is een deel van de foto dat letterlijk diepte lijkt te geven aan de lichtere delen van de voorstelling. Het werk van Maulwurf heeft veel weg van zwart-witfotografie; het is erop gebaseerd. Ze werkt met houtskool en zwart krijt. Het fluwelig zwart dat je kunt aantreffen in sommige zwart-witfoto’s lijkt misschien een wonder, maar de zwarte diepte in Maulwurfs tekeningen wordt bijna tastbaar. Hoe groot de oppervlakken ook zijn, ze heeft het zorgvuldig aangebracht, zelfs waar ze tussen het hoogste licht en het diepste donker zacht doezelt, blijft ze gelijkmatig in wat ze doet. Voor Maulwurf geen expressief gekras, geen uitschieters, geen accidentele vingerafdrukken, het lijkt erop dat geen vierkante centimeter in haar monumentale tekeningen ontkomt aan de toewijding waarmee het geheel vorm moet krijgen en vooral moet ademen.

Er is op verschillende manieren een balans tussen het hoogste licht en het diepste donker in Maulwurfs tekeningen te zien. Een van de subtielste voorbeelden van de tentoonstelling is Black Sea VII uit 2013. Ruwweg is het vlak in tweeën verdeeld: bovenaan een strook van het diepste donker en daaronder het grote vlak met een minder diep donker en witte schuimkoppen. Het minder diepe donker (het is moeilijk anders te omschrijven) is onregelmatig, heeft meer grijze en juist donkerder vlekken. Ook de schuimkoppen zijn niet allemaal even wit. Het wit verstuift soms in het donker, het lost hier en daar grijs op in de het duister. Het schuimige en oplichtende van het hoogste licht wordt hier en daar benadrukt door inkervingen in het karton. Zo is er op een vrij simpele manier een tegenstelling ontstaan tussen het grote onrustige vlak en de diepdonkere strook erboven. Die twee onderdelen zijn ook weergaven van twee soorten diepte: de eindeloze diepte van de hemel, het heelal zo je wil, en de peilloze diepte onder de golven van de zee. Het ene is het donker van de oneindige rust en het andere het donker van de oneindige onrust. Het hoogste licht, in de schuimkoppen, speelt een rol om die twee soorten diepte te benadrukken. In het bovenste deel door afwezigheid, in het grote vlak eronder door het rusteloze oppervlak van de donkere zee te benadrukken. Objectief gezien neemt het wit maar een klein deel van het oppervlak van de hele tekening in, maar het is allesbepalend voor hoe het donker – en er is naast het wit bijna niets anders dan donker – zich gedraagt en hoe het subtiele van de verschillende tinten donkergrijs en zwart het zeeoppervlak vorm geeft.

In Colliding Galaxies, ook uit 2013, beweegt het wit zich juist vrij in de ruimte. Die ruimte lijkt bij een eerste slordige blik misschien overal even donker, maar bij nader inzien blijkt het diepste donker tussen de sterren moeilijk te vinden. Wederom is het wit qua oppervlakte van de tekening niet het meest omvangrijk, maar Maulwurf laat wel het donker als het ware overschijnen door het licht van de sterren. Ook hier gebruikt Maulwurf inkervingen in het karton, maar niet om het hoogste licht te benadrukken, eerder om uitgebluste sterren aan te duiden die als verwondingen in het karton achterblijven. Ondanks het simpele gegeven blijft ieder detail in Colliding Galaxies boeien, niet alleen door de detaillering maar ook door de ritmische spreiding van de sterren en nevels.

links: Black Sea VII; rechts: Louisiana

In Louisiana uit 2009 is het aandeel van wit en zwart gelijkwaardiger. De lichte en donkere delen grijpen gedeeltelijk in elkaar en het licht ligt gedeeltelijk ook over het donkere heen.

Er zijn tekeningen van Maulwurf waarin het wit zelfs de overhand krijgt en een verblindend licht verbeeldt. In deze tentoonstelling gaat het echter vooral om de materialen zwart krijt en houtskool, beide van koolstof, ontstaan uit verbranding. Koolstof kan vrij snel ontstaan door iets in de brand te steken, er zijn voorbeelden van te zien in Maulwurfs tekeningen zoals brandende bomen of steden. Houtskool wordt echter gemaakt door een vorm van langzame verbranding en de steenkool en bruinkool die ooit de Industriële Revolutie op gang brachten, hebben er zelfs eeuwen over gedaan om te ontstaan.

De factor tijd speelt ook in de tekeningen zelf een belangrijke rol, afgezien dat zij gemaakt zijn met een materiaal dat is ontstaan uit langzame verbranding. Oorlogsfotografie nam vanaf de Tweede Wereldoorlog (soms zelfs letterlijk) een hoge vlucht. Foto’s van bombardementen door mensen als W. Eugene Smith en Margaret Bourke-White zijn hoogtepunten geworden in de zwart-witfotografie. Ze laten taferelen zien waarin mensen een spel van donker en licht aanrichten dat hun eigen macht ver te boven gaat. Soms is de mens zelf uit beeld verdwenen en is alleen de ravage nog zichtbaar. Bourke-White was in Moskou in 1941 in de nacht dat de aanval van de Duitsers op die stad begon. Ze stormde het dak van haar hotel op en gebruikte de magnesiumflitsen van de Duitsers (die daarmee hun doelen bijlichtten) als belichting en om haar camera te richten. Het was een kwestie van tijd en improvisatie om de nu bekende foto’s van de aanval te kunnen maken. Er gaat een vreemde esthetiek uit van die platen met hun flitsende lichtpijlen tegen het verduisterde Moskou. Aan iets vergelijkbaars zou je kunnen denken bij Maulwurfs tekening Tokyo 9 III ‘45 uit 2008, maar de factor tijd maakt het grote verschil. Voor Maulwurf was het (gelukkig) geen kwestie van terecht komen in een luchtaanval op een stad en daar snel een weergave van maken. Haar tekening is juist met de grootst mogelijke aandacht gemaakt. De wild geschoten bommen en vuurpijlen en het opflakkerende vuur worden in haar tekening een ritmische choreografie. Waar een fotograaf onder invloed van veel adrenaline fotografeert om de beste shots te krijgen die het wilde drama in enige momenten in beeld moeten brengen, daar heeft Maulwurf de tijd om haar beeld op te bouwen, de plaats van het diepste donker en het hoogste licht te bepalen en hoe ze dat zal doen; hoe ze het licht scherp uit zal laten komen of hoe ze het juist zal laten oplossen in het donker, hoe fluwelig dat donker moet zijn of hoe nevelig grijs, hoe de lichtpijlen en de vlammen gegroepeerd zijn. Haar hel is er een van perfectie. Waar foto’s van bombardementen weergaven van geraas, chaos en ontreddering zijn, zijn Maulwurfs tekeningen toonbeelden van aandacht en verstilling. Haar apocalyps voltrekt zich met concentratie, toewijding en vakmanschap. Daarmee nodigt de voorstelling eerder uit tot associatie dan tot inleving. Terugkijkend naar de schuimkoppen van haar donkere zee, is die associatie helder, maar bij langer kijken vallen vooral het ritme en de compositie op die vooral ook om koolstof en wit karton gaan. Het is de combinatie van de tastbaarheid van de koolstof, het aanzuigende van het diepe zwart, het felle wit en de voorstelling zelf die de aantrekkingskracht van het sublieme tonen. Want je kunt wel stellen dat Maulwurf in de traditie van het sublieme werkt.

De 19de eeuw geldt vooral als de eeuw waarin het sublieme nagejaagd werd in de kunst. In de tijd dat de Industriële Revolutie, aangewakkerd door steenkool en stoom, in heel Europa het landschap en de samenleving aantastte en het onmogelijke mogelijk maakte, in de tijd dat de fotografie ontwikkeld werd, trachtten kunstenaars het onzegbare en overweldigende zichtbaar en hoorbaar te maken. Het onzegbare en overweldigende – het sublieme – heeft zo zijn eigen esthetiek. Het is niet de esthetiek van de fraaie harmonie, van het lieftallige, van de blijheid om het schone, het vertederende, het ontroerende en wat dies meer zij, het is het verlangen naar iets dat groter is dan wijzelf. Dat grote kan verpletterend zijn, die onzekere mogelijkheid schuilt steeds in het sublieme, maar dat verhoogt alleen maar zijn aantrekkingskracht. De Britse filosoof en politicus Edmund Burke (1729-1797) publiceerde in 1757 een studie over het sublieme en het schone waarin hij stelde dat het beleven van het sublieme te maken had met ontberingen, het ontberen van licht, van gezelschap, van taal, van leven. Hij noemde die sensatie terror. Het is misschien een wat vreemde manier om het menselijke verlangen naar het onzegbare uit te drukken, maar het laat goed zien dat het wat anders is dan blinde sensatiezucht en spektakelgeilheid. Dat laatste wordt vooral ingegeven door onze huidige vercommercialiseerde samenleving die met name onze gevoelens wil vermarkten. Het sublieme staat daar onbedwingbaar tegenover en Maulwurf tracht er iets van te laten zien. Met de aandacht die zij besteedt aan haar tekeningen, de artistieke keuzes die zij in het proces maakt, de beperking van haar materiaal tot zwarte koolstof op een witte drager, de voorstellingen die zij ontleent aan wat tot een soort 20ste en 21ste-eeuws collectief onderbewustzijn is gaan horen, nodigt zij de kijker uit ook de tijd te nemen en niet de blik voor de apocalyps af te wenden. Ze probeert je daar ook in haar recente installatie The Carbon War Room deelgenoot van te maken, waar in het duister voortsmeulend licht de aarde langzaam verteert. In de ruimte van de installatie kan maar één persoon staan. De kijker is er overgeleverd aan de gestage consumptie van zijn wereld. Het licht dat je ziet is aanlokkelijk als warmte en troost, maar in feite gaat het om pure destructie.

Ondanks de terror die zij de kijker laat zien en beleven is er ook de schoonheid van het diepste donker en het hoogste licht. Dat licht waarnaar je verlangt als het stikdonker is, als een verlangen dat niet zonder duister bestaan kan, maar misschien is het ook de flits die aan alles een einde maakt.

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

 

Bertus Pieters

 

Zie ook: https://villanextdoor.wordpress.com/2017/05/31/raquel-maulwurf-the-carbon-war-room-gemeentemuseum-the-hague/

Advertenties
Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: