Skip to content

Tussen einde en begin #24: Wycliffe Mundopa

11 juli 2017

(Klik op het plaatje voor een vergroting)

In Twelve twelve gallery hangt momenteel onder meer een groot en kleurrijk schilderij dat door zijn monumentaliteit bijna de hele galerie beheerst.1 Het gaat om het schilderij Kugara nhaka kuona – Shona voor Erfgoed –  van Wycliffe Mundopa (1987).2 Het is manshoog en bijna twee en een halve meter breed en dat is zeker voor een betrekkelijk kleine ruimte als die van de galerie opvallend groot.

 

Het is niet alleen de grootte of de kleurenrijkheid die het schilderij doen opvallen, het heeft ook een dwingende compositie. Het werk is in de eerste plaats opgebouwd uit kleur: de kleur bepaalt de vormen en richtingen. Er zitten tegen een witte achtergrond veel warme en felle kleuren in het werk – oranjerood, fel groen, knalgeel, blauw – maar die vallen vooral op door de combinatie met zachtere kleuren – flets oranjeroze, lichte oker, bleekblauw – en zelfs vaalgrijs. De centrale figuur, liggend in een hangmat is vaalgrijs, zoals in sommige schilderijen van grafleggingen uit de Renaissance en Barok de Jezus-figuur grauwig of doodsbleek is. Of de centrale figuur in Mundopa’s schilderij nog leeft is niet helemaal duidelijk. In plaats van ogen heeft hij holle donkere oogkassen.  Wel schijnt er een vaal donkerrood in het haar, door het gezicht en in de hals, maar het is niet duidelijk of dat nu een teken van leven is. Het zou ook een teken van pijn kunnen zijn. Er valt een schaduw over het gezicht door een parasol die wordt opgehouden door een vrouwenfiguur, maar het kussen waarop het hoofd ligt, is wit met knalrode strepen. De grauwe figuur houdt een opengepelde banaan in de hand, maar die valt pas in tweede instantie op doordat het geel van de openhangende schillen een andere vorm heeft en daardoor het ritme doorbreekt van de andere kleuren van de hangmat rond de grauwe figuur.

Het afhangende magere been van de figuur, met de donkerblauw geschoeide voet, wijst naar de al even grauwe, magere hond die blijkbaar tevergeefs iets te eten zoekt in het water. Met zijn naar boven gekromde lichaam is hij een kleine tegenpool van de grauwe figuur die naar beneden gekromd is. Het hondje is niet omgeven door fel gekleurde ritmes, als de grauwe figuur, maar draagt een bontgekleurd bakje op de rug.

Verder zijn er nog vier figuren te zien op het schilderij: twee dragers van de hangmat, de parasoldraagster en een dwerg of een kind met een brandende kaars in de hand. Het figuurtje is blauw met een bleekroze jurk en de kaars schijnt fel geel tegen de wang. Het heeft Mickey Mouse-oren op het hoofd en de oogkassen zijn even donker en leeg als die van de grauwe figuur. Het figuurtje staat tot ver over de enkels in het water.

Het is een raadselachtig figuurtje, maar in feite zijn alle figuren op het schilderij raadselachtig. De twee dragers sluiten de compositie links en rechts af. De linker is een vrouwenfiguur. Haar gloeiend gele en rode benen en billen steken fel af bij het grauwe hondje onder haar. Boven haar benen draagt ze een vrolijk gekleurd jurkje of hemd. De willekeurige spreiding van de bloemetjes laat het strakkere kleurenritme van de draagmat speels uiteenvallen. Ze draagt de hangmat deels op haar rug die naar voren buigt waardoor de billen automatisch bloot komen. Zij draagt de grauwe figuur naar links het schilderij uit, of liever, ze draagt hem misschien juist het schilderij in te midden van ronde kleurvlekken. Haar eigen linkerarm steekt er fel groen tegen af.

De drager aan de rechterzijde is veel minder fel van kleur. Het is niet duidelijk of het om een man of een vrouw gaat. Alleen de torso van de rechterdrager is vlammend rood en geel gekleurd – met een opvallende ruggengraat – als de benen en billen van de linkerdrager. De rest van de figuur is in veel gedemptere kleuren, hij draagt een soort lendendoek met een levendig maar heel eenvoudig patroon. Het bestaat uit maar twee kleuren, oker en grijsblauw. Het heeft een ritme, maar dat wijkt wat terug in vergelijking met de andere ritmes in het schilderij. Eromheen zijn het vooral de tinten blauw en blauwgroen die opvallen.

De figuur met de parasol is de enige met levendige ogen, maar de rest van het gezicht gaat verborgen achter iets wat op een masker lijkt, misschien is het een afgezakt gasmasker. Misschien zijn de levendige ogen in het witte gezicht ook onderdeel van een masker. Het haar is lang en springt om haar gezicht. Haar borsten zijn carnavalesk versierd. De vormen van de parasoldraagster en het figuurtje met het roze jurkje doorkruisen denkbeeldig de grauwe, liggende figuur. De kleuren en ritmes verdoezelen dat wat, maar je zou de combinatie van de grauwe figuur, de parasoldraagster en het kleine figuurtje zelfs compositorisch kunnen vergelijken met een kruisdraging uit de late Gotiek of de Renaissance. De parasol licht fel wit op, contrasteert in zijn geometrie en richting sterk met de figuren en geeft de grauwe liggende figuur waardigheid.

 

Het is overigens niet duidelijk of dit alle figuren in het schilderij zijn. Het is mogelijk dat er nog een figuur staat tussen het figuurtje met het roze jurkje en de rechterdrager in, achter de draagmat. Er lijkt daar iemand te staan met een zwart-wit gestreepte broek, maar over de rest van het lichaam blijf je in het ongewisse. Het ritme van de broek gaat over in de rode strepen van het kussentje onder het hoofd van de grauwe figuur en verder lijkt het lijf uiteen te vallen in gekleurde eivormige vlekken, die zich boven het hoofdkussen verder opstapelen.

Verder is de voorstelling ingebed in kleurvlakken en -vlekken, het is daardoor moeilijk te spreken van een ‘achtergrond’. Het brandpunt is wat dat betreft duidelijk het hoofd van de grauwe figuur waaromheen zich een knalrode ruimte bevindt, aangevuld met de rode strepen van het hoofdkussen. De grotere kleurvlakken doen denken aan gekleurde muren. De ronde en ovale gekleurde vlekken lijken de omgeving uiteen te doen vallen. Dat alles weerspiegelt flets in het water op de grond. Je zou zelfs kunnen denken aan de rivier de Styx die overgestoken moet worden om het dodenrijk te bereiken.

 

Hierboven worden al meer suggesties aangedragen voor de interpretatie, die samenhangen met een Europees denkkader. De Gotiek, de Renaissance, de Barok zijn West-Europese kunstbegrippen en dito stijlperiodes. Maar daarmee zijn ze niet uitsluitend voorbehouden aan West-Europeanen. Mundopa is Zimbabwaan en woont en werkt in de hoofdstad Harare. Wateroverlast in de regentijd en open riolen in de straten zijn bij de bewoners van Harares slums maar al te bekend. Water is levengevend, zeker in een land als Zimbabwe, dat lange periodes van droogte kent en geen natuurlijke meren heeft. Des te groter kan het probleem bij een stortbui zijn, het gebrek aan een goede riolering en afvoer doet de rest. Ziekte en dood liggen dan op de loer. De grauwgrijze figuur zou de dood zelf kunnen zijn, of een verpersoonlijking van de vergankelijkheid. De opengepelde banaan – toch niet voor niets in het midden van het schilderij – zou tevens een symbool van vergankelijkheid zijn. Je zou het ook kunnen zien als een fallussymbool, maar dan blijft de betekenis hetzelfde. De kracht van individuele lust blijft eindig en kan naast veel plezier ook veel ellende veroorzaken. De banaan geeft een moment van plezier en vult de maag maar laat daarna een leegte achter wanneer er niet méér is. Bovendien rot de banaan, zeker in de Zimbabwaanse zomer, snel weg.

Een kind kan een teken van hoop zijn, het draagt hier een kaars, maar daarmee beschijnt het een leeg gezicht met holle ogen. De Mickey Mouse-oren, kunnen staan voor een narrenrol, traditioneel staan ze voor commercialisering en de bijbehorende, maar slechts voor weinigen uitkomende belofte van rijkdom van dure maar lege oppervlakkigheid. In het onderste deel van het schilderij wordt de verf dunner, vloeibaarder, als om het vervloeien van reflecties en illusies aan te geven. Het hondje zoekt in het water maar heeft nog niets gevonden, terwijl het zijn rijkdommen op zijn rug draagt. De vijf figuren op het schilderij zijn, zoals gezegd, raadselachtig. Twee hebben holle oogkassen, twee vertonen geen gezicht en de vijfde toont alleen twee aantrekkelijke ogen, waarvan je je kunt afvragen of ze echt zijn. De laatste, de parasoldraagster lijkt een verleidster maar geeft de grauwe figuur ook schaduw. De voorste vrouw is ook een mengeling van seksuele aantrekkingskracht en zorgzaamheid. Ze draagt ongevraagd of op bevel de hangmat voort en geeft er richting aan, maar door haar gekromde houding laat ze ook haar billen zien.

 

Volgens informatie van de kunstenaar zou de scène gebaseerd zijn op een foto uit een publicatie  ‘100 reasons to believe in ZANU-PF’. Die foto is hier niet bekend, maar ZANU-PF is de partij van president Robert Mugabe, een partij die het kolonialisme van de blanken (die het land bezet hadden en een bloedige oorlog voerden met de bevolking tot aan de onafhankelijkheid in 1980) zegt te bestrijden, maar die verder alleen zichzelf verrijkt ten koste van vele kansloze Zimbabwanen die met de kruimels van het banket zoet gehouden worden, zoals ook de kolonialen regeerden in eigen en andermans landen. Dat zet het schilderij in een meer politiek-maatschappelijke context. De scène is er een van een vrolijke maskerade die tegelijkertijd gruwelijk is, zonder dat er iets echt gruwelijks te zien is. Het wordt getoond in wat Zimbabwanen overblijft wanneer zij niets meer hebben: kleuren, ritmes en verhalen. Kunsthistorisch is er in die verhalen sinds de onafhankelijkheid veel veranderd. Zimbabwe had al een traditie ontwikkeld in de beeldhouwkunst, die ook internationaal enig succes had. De verhalen waarop die beelden gebaseerd waren, gingen terug op tradities van het platteland en zaten vol mystiek, geloof en bijgeloof. Met de opkomst van de schilderkunst in Zimbabwe hebben de verhalen zich verplaatst naar de stad en zijn ze grimmiger geworden. Het exotisme van dieren en geesten in de beelden is vervangen door de verleidingen en de hardheid van de stad. Ze zetten de geschiedenis van het land, 37 jaar na de onafhankelijkheid weer in een ander perspectief. Het schilderij heet niet voor niets Erfgoed. Het is een verhaal van de koloniale erfenis zoals die vermengd is met de maatschappij zoals die nu is geworden. Daarmee is het ook de erfenis van het bewind van Mugabe en de zijnen.

De scène mag dan gebaseerd zijn op een foto in een uitgave van ZANU-PF, het had ook gebaseerd kunnen zijn op een foto uit de koloniale historie van het land. Het zijn niet alleen eventuele referenties aan Europese kunst die het schilderij herkenbaar maken voor meer dan alleen Zimbabwanen, het is ook de historie zelf en wat daarvan geworden is, die het schilderij voor een groter publiek dan alleen Zimbabwanen en Europeanen aansprekend maakt.

Bovenal van belang is echter de onnavolgbare manier waarop Mundopa dat doet. Je kunt naar nog zoveel verwijzingen naar wat voor soorten kunst dan ook zoeken, het gaat er hier vooral om hoe deze scène aan je voorbij trekt. Hoe de linkerdrager de hangmat met de grauwe figuur mee de kleurige omgeving in trekt, hoe de kleuren, ritmes en de manier van schilderen het verhaal vol met levendigheid en horror tot je brengen.

(Klik op het plaatje voor een vergroting)

Bertus Pieters

1.Twelve twelve Gallery, Tongogara: solotentoonstelling van Wycliffe Mundopa, nog tot 30 juli.

2. Wycliffe Mundopa (1987), Kugara nhaka kuona (‘Erfgoed’ of ‘Erfenis’), olieverf op doek, 174x249cm.

Zie ook: https://villanextdoor.wordpress.com/2017/07/12/wycliffe-mundopa-tongogara-twelve-twelve-gallery-the-hague/

Klik hier voor eerdere afleveringen van Tussen einde en begin.

Advertenties
Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: