Skip to content

De wereld van plakband aan elkaar; Edward Krasinski, Stedelijk Museum, Amsterdam

19 augustus 2017

Plastic Tape Scotch blue; breedte 19 mm, lengte onbekend.
Ik plak het overal en op alles, horizontaal op een hoogte van 130 cm.
Het verschijnt overal en ik kom mee.
Ik weet niet of het kunst is.
Maar het is zeker Scotch blue; breedte 19 mm, lengte onbekend.

Edward Krasiński in een catalogus, 1976

 

Dit is een blauwe streep van SCOTCH TAPE 19mm. In de breedte geplakt op de wanden van de galerie (en dat niet alleen) op een hoogte van 130 cm. HET intervenieert IN en ontmaskert ALLES. HET bestaat. Ik vertrouw HET.

Edward Krasiński in een catalogus, 1977

 

Vanaf de jaren zeventig gebruikte Edward Krasiński (1925–2004) in zijn presentaties consequent  blauw plakband, strak horizontaal, op een hoogte van een meter dertig. De blauwe lijn liep over de muur, over objecten die (quasi-)toevallig aan de muur zaten, over kunstwerken, maar ook over objecten in de ruimte of zelfs over personen. Iedere presentatie van Krasińki had vanaf die tijd die strakke blauwe lijn die alles bij elkaar hield.

Hij maakte ondermeer schilderijen met quasi-ruimtelijke, abstract-geometrische voorstellingen en ook daardoorheen liep het strakke, blauwe plakband. De blauwe lijn zorgde voor de enige kleur in de zwart-witte voorstellingen en verbond ze onderling. Maar er gebeurde meer: de lijn paste zich aan aan de gesuggereerde diepte van de voorstelling en de voorstelling paste zich aan aan de lijn. De blauwe lijn volgde de ruimtelijke geometrie van de voorstelling en iedere voorstelling hing op de juiste, individuele  hoogte om de blauwe lijn zijn werk te laten doen, waarna de lijn op de muur zijn weg weer vervolgde op een meter dertig hoogte. Daarmee werd niet de gewoonlijke esthetische manier van ophangen in een moderne tentoonstellingsruimte (een white cube) het uitgangspunt, niet het kijkpunt van de beschouwer, niet de gelijke boven- of onderkant van de schilderijen, maar de blauwe lijn in de ruimte die alles samenbond op de hoogte van een meter dertig. Later werden de geometrische voorstellingen ook daadwerkelijk reliëfs.

Een meter dertig is voor langere mensen ongeveer ter hoogte van de maag, voor kortere mensen ter hoogte van de borst. Een volwassene zal de blik wat naar beneden moeten richten om naar die hoogte te kijken. De strakke blauwe lijn over de muur en de kunstwerken bepaalde daarmee de blik van de kijker, de samenhang van de presentatie en de ruimtelijkheid van de voorstellingen, zoals de horizon ons blikveld bepaalt en in het kijken naar een landschap alles samenbindt en ruimte suggereert. Je kunt de blauwe lijn daadwerkelijk opvatten als een horizon in de ruimte waarin je je bevindt, als om aan te geven dat daar de wereld voor de menselijke blik ophoudt. Je kunt de lijn – en wat is de horizon optisch uiteindelijk meer dan een lijn? – ook zien als ruimtedoorklievend en daarmee ruimtesuggererend. Dat werkt verder ook sculpturaal, zoals blijkt uit de opstelling in verschillende zalen van het Amsterdamse Stedelijk, waar momenteel een groot overzicht van het werk van Krasiński te zien is. De blauwe lijn nodigt uit rond te kijken en niet te concentreren op één bepaald werk. De lijn compromitteert de kijker, want die kan niet anders dan in de ruimte rond kijken en daarmee erkennen dat het blauwe plakband onderdeel van een sculptuur is, waarvan hij of zij zelf deel uit maakt. Er is in die zin een verschil dat je gewoonlijk om een sculptuur heen kunt lopen, maar dat de sculptuur nu om je heen is en pas helemaal bekeken kan worden wanneer je door de ruimte loopt, of je noodgedwongen omdraait om de hele lijn te kunnen volgen.

Sculptuur wordt in het algemeen ook geassocieerd met volume dat onderworpen is aan de zwaartekracht. Zoals wij dat zelf ook zijn. Een sculptuur staat of ligt en bevestigt daarmee in feite nadrukkelijk de werking van de zwaartekracht. Een schilderij doet dat al minder, maar een enkele lijn van plakband lijkt vrij te zijn van de idee van een volume dat zich onderwerpt aan de zwaartekracht. Sterker, de muren waarop het band geplakt is, zijn weliswaar onderworpen aan de zwaartekracht, maar diezelfde muren werken ook als ruimte waarbinnen de blauwe lijn loopt. In feite zijn het die denkbeeldige ruimte en de ‘echte’ ruimte waarin je staat het ware volume van de sculptuur.

De blauwe lijn duikt ergens aan het eind van de jaren zestig in het werk van Krasiński op. Op de Biënnale van Tokyo van 1970 presenteerde hij een aantal objecten uit het voorgaande jaar die grotendeels bestaan uit blauwe lijnen, blauwe, plastic snoeren die hangen of recht, gedrapeerd of zigzaggend over de vloer liggen. Een aantal is verbonden aan witte objecten als boeken of een telefoon. Dat blauw doet misschien wat denken aan het blauw van Yves Klein, maar dat is anders getint en had een geheel andere functie. Klein iconiseerde zijn blauw, maar bij Krasiński zie je het blauw in 1969 ook optreden in foto’s waarin hij het plakband recht horizontaal had geplakt op de wand en zodanig recht op een persoon bij of voor de wand op dezelfde hoogte, dat het leek of de lijn recht over de persoon liep. Het ging daarbij niet om de optische grap van een perspectivische correctie in een foto als bij Jan Dibbets. Krasiński noemde het een Interventie. Het blauw van de naar Tokyo ingezonden werken kan gezien worden als geïnspireerd door het blauw van het plakband. Het blauwe plakband was een veelgebruikt materiaal om kunstwerken mee te verpakken. Blijkbaar vond Krasiński dat hij genoeg had aan die ene kleur die het plakband ook had – de traditionele kleur van zee en hemel – , zonder daar zelf overigens direct enige betekenis aan te geven.

Toen de objecten voor de biënnale niet op tijd arriveerden, zond Krasiński een telex naar Tokyo met daarop vijfduizend maal het woord “BLUE”, en de opdracht die lange telexstrook tijdelijk neer te leggen op de tentoonstelling, totdat de objecten zouden zijn aangekomen. In Tokyo gebeurde dat ook. Krasiński ervoer het als een doorbraak in zijn werk. Het betekende niet dat hij afstand zou doen van het materiële in de kunst. Integendeel, hij hechtte grote waarde aan materialiteit. Hoe abstract de idee van het plakband ook kon worden, het bleef ook een beeldend element en een materieel middel om andere materiële zaken aan elkaar te koppelen. Het plakband creëerde bovendien een ruimte met eigen voorwaarden. De voorwaarde was niet dat alles zich aan moest passen aan die horizontale lijn op consequent een meter dertig hoogte, de voorwaarde was dat alles de invloed van die blauwe lijn zou ondergaan. Al voor Krasiński begon met zijn plakband, maakte hij kunstwerken die minimalistisch waren in materiaalgebruik en absurdistisch van opvatting. Dat bleef hij in principe doen, maar alle werk kreeg nu te maken met de blauwe lijn die zowel het minimalistische als het absurdistische nog eens extra benadrukte, ook wanneer een kunstwerk of gebruiksvoorwerp zelf geen blauwe lijn over zich heen geplakt kreeg maar wel in een ruimte stond die beplakt was met de blauwe lijn. Je ziet dat ook in de opstelling in het Stedelijk waar bijvoorbeeld een monumentaal, titelloos werk uit 1965 hangt in een ruimte met de blauwe lijn op de wand. Het monumentale werk is, ondanks zijn afmetingen, rank. Het bestaat slechts uit lijnen in de ruimte, die onderbroken worden en onderaan uitlopen in twee bollen, een hangend en een liggend onder het werk, alsof de lijnen in druppels weglekken op de vloer. Het werk is duidelijk te rank om bewerkt te worden met plakband, maar zijn functie in de ruimte – die combinatie van minimalisme en absurdisme – wordt wel versterkt door de ruimte eromheen met kunstwerken en muren waar de blauwe lijn doorheen loopt.

Een en ander wordt duidelijk wanneer je de woon- en atelierruimte van Krasiński ziet. Dat kan, want het Stedelijk toont een film, gemaakt door Babette Mangolte (1941) in 2013, waarin het appartement in Warschau te zien is waar Krasiński de laatste zestien jaar van zijn leven in zijn eentje sleet. Sinds de dood van Krasiński is het appartement onveranderd gebleven, als monument. Je ziet de blauwe lijn er over de muren lopen, over de deuren, over gebruiksvoorwerpen, over kunstwerken – waaronder de eerder genoemde werken waarin Krasiński de blauwe lijn zich laat aanpassen aan het gesuggereerde geometrische perspectief – maar niet over zaken die korter zijn dan een meter dertig, of die te rank zijn om beplakt te worden. Door die blauwe lijn worden die laatste werken echter wel opgenomen in een groter verband. Dat is ook – met enig voorstellingsvermogen – te zien in de kleine maquettes voor tentoonstellingen van de hand van Krasiński die ook getoond worden in het Stedelijk.

Daarin is tevens te zien dat hij foto’s van de situatie in zijn appartement op ware grootte gebruikte voor die shows. Ook in het Stedelijk is een opstelling met die foto’s gereconstrueerd. Het gebruik van die foto’s van de persoonlijke omgeving van Krasiński is op zich een opvallend gegeven. Wie Krasiński’s vroegere werken uit de jaren zestig ziet – en die zijn gelukkig ook ruim vertegenwoordigd op de tentoonstelling – kan concluderen dat die zich afspelen in de ruimte. Een aantal van die vroegere werken zoals het eerder genoemde werk uit 1965 werd door hem ook buiten in de open ruimte opgehangen en gefotografeerd als om de oneindige ruimte rond de ranke werken op te laten nemen als onderdeel van de sculptuur. Omstreeks het midden van de jaren zestig bereikt dat idee een hoogtepunt. Wanneer Krasiński in 1969 begint met het plakband doet hij dat ook eerst onder meer in de buitenruimte. Het plakband loopt recht door en over de omgeving, vastgehouden door personen die het consequent op de zelfde hoogte over zichzelf heen laten lopen. Het is of die ruimte in de loop van de jaren zeventig later beperkt wordt tot de binnenruimte. Dat had ongetwijfeld een praktische reden: het maken van een galerie-  of museale tentoonstelling vindt nu eenmaal binnenshuis plaats. De blauwe lijn op de muren kon daarin gelden als een fictieve horizon die de ruimte rondom min of meer oneindig maakte, maar de lijn kon onherroepelijk ook als een afbakening gezien worden. Een antwoord van Krasiński op een vraag van Hans Ulrich Obrist, dat hij na aandringen gaf, dat die blauwe lijn net zoiets is als bij een wolf die overal zijn poot oplicht om de ruimte de zijne te maken, is misschien belangrijker dan het op het eerste gezicht lijkt. De blauwe plakbandlijn had zich uiteindelijk ook genesteld in het persoonlijke leven van Krasiński. Het appartement, dat hij de laatste jaren van zijn leven bewoonde, was oorspronkelijk van zijn oudere collega – en een van de grand old men van de Poolse moderne kunst – Henryk Stażewski (1894-1988) die hem ruimhartig onderdak verschafte toen zijn huwelijk op de klippen liep in 1970. Hoewel de artistieke inboedel van Stażewski na diens dood door diens familie werd weggehaald uit het appartement, bleef het daarna een ruimte met herinneringen. Het was tijdens Stażewski’s leven een ontmoetingsplaats van internationale kunstenaars, waaronder bijvoorbeeld Daniel Buren (1938) die ook zijn nog altijd zichtbare sporen naliet in het appartement. Het is of de blauwe lijn ook dat allemaal moest blijven vasthouden. Het plakband kreeg daarmee niet alleen een ruimtelijke betekenis maar werd ook iets materieels dat de tijd en de herinnering moest binden aan de ruimte.

Het is ook duidelijk, zowel uit zijn antwoord aan Obrist als in het eerste citaat boven aan dit artikel, dat Krasiński zich er weinig druk om maakte of dat wat hij maakte ook werkelijk kunst was. Hij omschrijft zijn activiteiten eerder als een levensbehoefte waarin het absurdistische in feite de boventoon voert. Het absurde ontstaat op het moment dat de mens iets verlangt van de wereld in zijn verlangen naar zingeving, maar de wereld niet reageert. In het van oorsprong zwaar Rooms Katholieke maar na de oorlog geseculariseerde communistische Polen, dat bovendien zwaar geleden had in de oorlog, met een onderdrukkende overheid die de artistieke avant-garde hooguit tolereerde waar ze die niet begreep, was een dergelijke houding ten aanzien van de kunst misschien de meest logisch denkbare. Het werk van Krasiński is letterlijk een zoektocht in de ruimte, die de ruimte tegelijk uitdaagt maar er ook geen enkele zin aan wil ontlenen, wetende dat die zin niet door de ruimte, de wereld, gegeven zal worden. Het werk van Krasiński is daarmee tegelijk heel persoonlijk maar ook heel relativerend. Het is ook bepaald niet vrij van esthetiek.

De tentoonstelling in het Stedelijk biedt er een min of meer chronologisch overzicht van dat aanvangt in het begin van de jaren zestig. Wat je nu de artistieke volwassenwording zou kunnen noemen van Krasiński begint in die periode met prachtige abstracte objecten, die minstens zo interessant zijn om zichzelf als om de schaduwen die ze om zich heen werpen. Vanaf die tijd ontwikkelt het werk zich snel. Het wordt materieel steeds minimaler en het culmineert in werken als de Speren uit 1965 waarin het minimale gegeven van een speer zelfs nog opgedeeld wordt in kleinere delen waardoor de tussenliggende ruimte en de oneindige ruimte waarin zij zich bevinden onderdeel worden van de sculptuur.

Krasiński ging verder met de idee van de lijn die de ruimte eromheen tot onderdeel van de sculptuur maakt in de al genoemde werken die hij inzond naar de Biënnale van Tokyo in 1970. Hij maakte een gedetailleerde schets voor hoe de werken getoond moesten worden. Hoezeer het hem zelf blijkbaar niet interesseerde of zijn werk kunst was of niet, het moest wel met toewijding en aandacht behandeld en getoond worden. In de tentoonstelling is de presentatie van de Biënnale van Tokyo nauwkeurig gereconstrueerd en is het vrij letterlijk een toneel geworden van minimalisme en absurdisme. Krasiński moet zich hier sterk bewust zijn geweest van de kracht van die ene bindende kleur, een kleur die niet overstraalt en tegelijk de ruimtelijke werking van de lijnen benadrukt en die voldoende contrasteert met het wit en zwart van de objecten en het licht en de schaduwen in de ruimte. Wie volgens de officiële route door de tentoonstelling loopt krijgt een chronologische presentatie van Krasiński’s werk en die zal ook zien dat werken in de Biënnale-presentatie een eigen voorgeschiedenis hebben in ouder werk, maar dat een en ander nu fraai samenkomt op het podium. De fascinatie met de lijn, niet alleen als grafisch gegeven, maar ook als de meest minimale uiting van sculptuur in de ruimte, is meer dan duidelijk in deze presentatie.

De gehele tentoonstelling is er een van nauwkeurige historische getrouwheid en biedt een fascinerende kijk op een van de belangrijkste Poolse avant-gardekunstenaars. Hoewel het werk zich, chronologisch gezien, lijkt te individualiseren of te verinnerlijken met behulp van het blauwe plakband dat ruimte, tijd, herinnering en het persoonlijke leven van Krasiński uiteindelijk aan elkaar verbond, blijft het werk een open karakter voor de kijker houden, juist omdat het de kijker in zich opneemt. Het is overigens sowieso interessant te zien hoe de avant-garde zich na de Tweede Wereldoorlog ook achter het IJzeren Gordijn afspeelde en niet – zoals gesuggereerd in menige uitgave over de geschiedenis van de moderne kunst – specifiek kenmerkend was voor de kapitalistische samenlevingen in West Europa en Noord Amerika. De inhaalslag die het Stedelijk, samen met Tate Liverpool, gemaakt heeft, is misschien laat maar ook heel toegewijd en overtuigend. Juist in deze tijden dat Polen zich weer politiek in zichzelf terugtrekt, is het misschien van belang aandacht te besteden aan de belangrijkste kunstenaars uit die roemrijke, hier in het Westen vrij onbekende geschiedenis van de Poolse avant-garde uit de tijd van de Koude Oorlog. Daar ligt nog een mooie taak voor het Stedelijk en voor andere moderne kunstmusea. Deze Krasiński-tentoonstelling is een fantastische aanzet.

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

 

Bertus Pieters

 

Zie ook: https://villanextdoor.wordpress.com/2017/08/20/edward-krasinski-stedelijk-museum-amsterdam/

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/06/23/met-blauwe-tape-wilde-krasinski-mensen-ruimte-en-tijd-verbinden-11233583-a1564288

https://www.groene.nl/artikel/een-kat-in-een-vleugelpiano

http://www.digitalekunstkrant.nl/edward-krasinski-schoonheid-blauw-tape/

Advertenties
Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: