Skip to content

Eindejaarsinterview met de redactie

30 december 2017

Antonello da Messina, Galerij Prins Willem V; Koninklijk Museum voor Schone Kunsten, Antwerpen

Zoals de meeste lezers wel weten hebben Villa La Repubblica en het jongere broertje Villa Next Door een eenmansredactie. Villa La Repubblica is voor de artikelen, Villa Next Door vooral voor de plaatjes. Villa La Repubblica bestaat in zijn huidige vorm sinds 2011, hoewel het eerder al bestond sinds 2006 op Blogspot. Villa Next Door kwam er in 2014 bij. Het wordt misschien eens tijd om een interviewtje te hebben met de eenmansredactie, een terugblik en vooruitblik, zoals dat hoort tegen Oud en Nieuw. Vooral omdat het ik-woord op Villa La Repubblica zelden of nooit voorkomt. Waarom eigenlijk niet?

Volgens mij zijn lezers over kunst niet geïnteresseerd in het wel en wee van de schrijver. Ze willen iets weten over de kunst waarover geschreven wordt om verschillende redenen: om een tentoonstelling al of niet te gaan bekijken, om te lezen over dat wat ze gemist hebben, omdat ze toevallig geïnteresseerd zijn in het werk van een bepaalde kunstenaar, omdat de kunstenaar een vriend(in) of familielid is, omdat je als kunstenaar of galeriehouder wil weten hoe tegen het getoonde werk wordt aangekeken. Dat heeft allemaal niets met de schrijver te maken.

Marije Bijl

Maar er zijn toch ook goede kunstschrijvers die de lezer juist wel heel persoonlijk laten delen in hun ervaringen?

Natuurlijk, en daar is ook niets op tegen. Als je in staat bent jezelf als een soort gids op te stellen met wie de lezer zich ook kan identificeren, is dat prima. Iedere kunstervaring is een persoonlijk avontuur, dat is voor mij niet anders. Je moet dat wel kunnen, schrijven vanuit de eigen persoon en mij past dat niet. Het ik-woord vermijden is voor mij de methode om alle ruimte te geven aan de kunstwerken en hoe die gepresenteerd worden.

Jesper Just; Lange Voorhout bij West, Huis Huguetan

Komt dat in de praktijk niet wat autoritair over?

Autoritair, hoezo?

In plaats van “ik vind” zeg je in feite “het is”. Laat je de lezer daarmee niet te weinig ruimte?

Dat weet ik niet. Maar als het om autoriteit gaat, mag je verwachten dat ik die heb, je mag stellen dat ik er verstand van heb, maar dat wil niet zeggen dat een ander dat niet heeft. Verder is de kunstwereld zo veelzijdig als de rest van de wereld, sterker, ze is er onderdeel van, en dan is het prettig daarin enige vastigheid te scheppen. Al is het maar om aan te tonen dat die vastigheid er zelden is. En toch moet je daarnaar zoeken. Die zoektocht zelf is een groot deel van de waarde van een kunstwerk en het is mooi als je jezelf en daarmee de lezer kunt meenemen. Maar ik pleeg dat dus enigszins op afstand te doen.

Wycliffe Mundopa; Twelve twelve gallery

Dat resulteert in Villa La Repubblica nogal eens in vrij lange artikelen. Er wordt van alle kanten geklaagd dat er zo weinig meer gelezen wordt, is het dan niet wat irrelevant om langere artikelen te schrijven?

Misschien, maar ik merk wel dat de artikelen geheel of gedeeltelijk gelezen worden. Of ze als zodanig ook gewaardeerd worden is een andere vraag. De reacties daarover komen vooral mondeling. Ik ben me ervan bewust dat positieve reacties alleen niet van belang zijn. De negatieve reacties hoor ik zelden of nooit. Die zullen er ongetwijfeld ook zijn en het is jammer dat ik die zelden hoor. Misschien dat ik er iets mee zou kunnen.

Jacopo Pontormo; Santa Felicità, Florence

Maar denk je niet dat je een groter publiek zult bereiken met kortere artikelen?

Nee, dat denk ik niet. Volgens mij voorziet Villa La Repubblica in een niche voor mensen die juist wel wat meer willen lezen over wat ze zien of zouden willen zien. Misschien is die niche niet zo groot, maar ik behoor zelf tot die mensen. Verder denk ik dat mensen die mijn artikelen lezen ook een bepaald verwachtingspatroon hebben en er dus niets op tegen hebben dat een artikel een beetje aan de lange kant wordt.

Femmy Otten; Kalvermarkt

Kun je wel korter schrijven?

Ja, natuurlijk en daar zijn ook voorbeelden van. Een recent artikel over een nieuw beeld van Femmy Otten in de Haagse binnenstad was behoorlijk kort, maar daarom niet met minder zorg geschreven. Het hangt er ook vanaf voor welk platform je schrijft. Als een artikel niet langer dan een aantal woorden mag zijn, vind ik dat ook prima, dat kan zelfs een uitdaging zijn. Maar in Villa La Repubblica bepaal ik zelf de spelregels en dat leidt nogal eens tot langere artikelen, en ook tot kortere. Bovendien geef ik in Villa Next Door ook heel kort commentaar.

Edward Krasinski; Stedelijk Museum, Amsterdam

In Villa Next Door vermijd je trouwens niet het ik-woord. Heeft dat een reden?

Dat klopt. Een serie foto’s van een tentoonstelling is altijd een momentopname en staat daarom ook dichter bij de persoonlijke ervaring.

Er staan op Villa Next Door vaak ook extra plaatjes van tentoonstellingen die je uitgebreid besproken hebt op Villa La Repubblica. Is dat niet dubbelop?

Misschien, maar de beide Villa’s hebben wel ieder een heel eigen karakter. Een beeldverslag is wat anders dan een geschreven analyse. Als er al een artikel staat over een tentoonstelling op Villa La Repubblica vind ik het toch de moeite waard om ook nog wat foto’s op Villa Next Door te zetten. Om meerdere redenen: het is een aanvulling op wat er gezegd wordt op Villa La Repubblica, maar het kan er ook een commentaar op zijn en verder geeft het wat snapshots van hoe ik precies gekeken heb en waarnaar precies, voor zover dat uit de hand te fotograferen is.

Raquel Maulwurf; Gemeentemuseum

Waarom is Villa Next Door in het Engels?

Ik vond het, toen ik Villa Next Door startte, eigenlijk vanzelfsprekend. Het gaat goeddeels over kunst in Den Haag en Den Haag is een stad met een potentieel internationaal publiek. Ik kwam een tijd geleden in Den Haag twee expats tegen die Villa Next Door kenden. Eentje had ook al door dat als er bij een post met plaatjes alleen maar staat vermeld dat er een artikel over op Villa La Repubblica is te lezen, dat ik het dan een hele bijzondere tentoonstelling vind. Zijn reactie was dat hij het jammer vond dat hij het artikel dan niet op Villa La Repubblica kon lezen maar dat het wel een aansporing was om de tentoonstelling te gaan zien. Kijk en dat is natuurlijk leuk. Verder merk ik ook dat Villa Next Door een groter bereik heeft.

Paul Beumer; Dürst Britt & Mayhew

Hoe zie je andere blogs over kunst? Zie je die als concurrentie?

Nee, in tegendeel. Ze hebben stuk voor stuk ook allemaal een eigen sfeer en een eigen manier van kijken. Als je er een aantal volgt, krijg je een aardig idee over hoe verschillend je kunst kunt benaderen.

Er zijn ook blogs van mensen die kunst bekijken vanuit een puur amateuristische positie, wat vind je daarvan?

Ik vind dat prima. Natuurlijk, als je het puur journalistiek en kunstkritisch bekijkt, vind je dat er alleen deskundigen over kunst zouden moeten schrijven. Die hebben veel kijkervaring en kunnen de kunst in een kader zetten. Maar ik vind  het meer een zaak van en en. Het internet is een overgedemocratiseerd medium. Het geeft iedere idioot de ruimte wat te zeggen, maar ook mensen die ergens verstand van hebben en daar serieus over willen schrijven. De amateurs die over kunst schrijven zijn in het algemeen genieters die anderen willen laten meegenieten. Ze doen dat met vallen en opstaan. Ik zie daar het probleem niet in. Zelf lees ik die blogs alleen minder, omdat er in het algemeen voor mij minder nieuwe inzichten in te verwachten zijn.

Sjoerd Knibbeler; LhGWR

De kritiek op kunstblogs is nogal eens dat ze vooral door kunstenaars zelf gemaakt worden en dat ze zelden kritisch zijn om elkaar niet op de tenen te staan. Hoe kijk je daar tegenaan?

Dan heb je die blogs niet goed bekeken. Blogs als Trendbeheer, Lost Painters, en webmagazines als Mister Motley of Tubelight zijn bepaald wel kritisch. Die laatste twee zijn in feite natuurlijk ook blogs en er wordt niet specifiek door kunstenaars in geschreven. Bovendien, waarom zou je als kunstenaar als een stomme uitvoerder je mond moeten houden over je vak en je collega’s en wat die maken? Het is juist goed als kunstenaars zich zelf actief mengen in het debat. De idee dat beeldend kunstenaars vooral moeten maken en verder hun mond moeten houden, houdt een onfrisse hiërarchie in stand. Zelf ben ik wat je noemt een latente kunstenaar. Ik heb lang kunst gemaakt, maar maak het nu al lang niet meer. Het geeft me het voordeel dat ik me kan inleven in het maak- en denkproces van een kunstenaar. Ik ben me ervan bewust dat iedere actie van een kunstenaar, al is het één verfstreek of het ergens in slaan van een spijker, een geste, een onderdeel van zijn of haar taal is en dat een kunstenaar, al werkt die nog zo clean, zich daarmee blootgeeft. Persoonlijk schrijf ik vooral over de zaken die me interesseren. Het lijkt me begrijpelijk dat ik de dingen die me niet interesseren of die ik slecht vind liever mijd. Niettemin ben ik daar wel kritisch in. Kijk, het zou anders liggen als iemand me de opdracht zou geven naar tentoonstelling X of Y te gaan en daar een artikel over te schrijven. Dat zou natuurlijk om een volstrekt waardeloze tentoonstelling kunnen gaan. Maar ik zou er dan wel mijn best voor doen te achterhalen waarom die tentoonstelling volgens mij dan zo volstrekt waardeloos is en daar zou ik ook geen problemen mee hebben. En er is ook kunst die je gewoon liever geen platform wil geven, gewoon omdat negatieve publiciteit ook publiciteit is.

belit sag; Nest

Hoe kijk je terug op je blogs het afgelopen jaar? Zijn er bepaalde artikelen waar je trots op bent?

Ja die zijn er wel, maar er zijn er ook waar ik achteraf niet trots op ben. Dus daar zeg ik verder niks over. Het gaat lang niet altijd om de artikelen die het meest of minst gelezen worden.

Welke artikelen worden het meest gelezen? Kun je een soort top-10 geven?

Dat kan ik wel, maar dat doe ik niet. De meest gelezen artikelen zijn lang niet altijd de beste en andersom. Kijk, een verslag over een eindexamententoonstelling of over een grote groepstentoonstelling trekt altijd meer bekijks dan een verhaal over een solopresentatie. Bij een verslag van een eindexamen kijken ook alle vriendjes, vriendinnetjes, broertjes, zusjes en ooms en tantes allemaal even, dus het is niet vreemd dat zo’n artikel meer lezers en kijkers trekt. Ik maak me er ook geen illusies over dat die mensen allemaal het hele artikel lezen. Ze willen hun oogappel zien schitteren en daar hebben ze ook alle recht toe, maar het zegt niets over de kwaliteit van het artikel of over de kwaliteit van de tentoonstelling. Sociale media spelen ook een rol bij de verspreiding van de artikelen. Ik merk dat een medium als Facebook bijvoorbeeld steeds onbetrouwbaarder wordt door het gebruik van algoritmen. Daardoor kan ik artikelen plaatsen op Facebook met nog zulke goede intenties, ze worden lang niet altijd opgepikt zoals dat voorheen ging. Dat ligt dus ook niet aan de kwaliteit van de artikelen of de kunst waarover die gaan, maar aan de grillen van het medium.

Shen Wei; SinArts Gallery

Is daar een oplossing voor?

Ja, mensen kunnen zich via een knop op het blog abonneren op zowel Villa La Repubblica als Villa Next Door, dan krijgen ze automatisch een mailtje wanneer er een nieuw artikel verschijnt. Dat is de meest betrouwbare methode om beide blogs te volgen.

Zijn er artikelen die volgens jou afgelopen jaar te weinig aandacht hebben gekregen om die redenen?

Ja. In het algemeen is de serie Tussen einde en begin minder populair. In die serie bespreek ik meestal één kunstwerk van een bepaalde kunstenaar. Het kan gaan om een kunstwerk dat op dat moment tentoongesteld wordt, maar het kan ook zomaar een kunstwerk zijn waarmee ik toevallig bezig ben. De manieren waarop ik zo’n werk onder de aandacht breng zijn verschillend, dat laat ik afhangen van het kunstwerk zelf, hoe ik er zelf tegenover sta en hoe ik er mee in aanraking gekomen ben. Zo schreef ik dit jaar over twee werken van twee Italiaanse Renaissance-meesters, de Graflegging van Pontormo en een Kruisiging van Antonello. Het eerste werk heeft bij een bezoek eraan in Florence bij mij diepe indruk gemaakt. Het ging daarbij niet alleen om het kunstwerk zelf maar ook het feit dat het lange tijd veronachtzaamd is geweest en dat de herwaardering de laatste decennia voortkwam uit onder meer postmoderne tendensen. Ik was me er bovendien van bewust tijdens het schrijven dat die waardering ook zo weer kan vervluchtigen en dat het werk heel erg voor zijn eigen tijd is gemaakt. De geschiedenis is hard en onrechtvaardig en het is niet zo dat goede kunstwerken uiteindelijk altijd de eeuwen zullen doorstaan omdat schoonheid van alle tijden zou zijn. Ik vond het mede daarom van belang er toch eens wat dieper in te duiken en het schilderij verder te analyseren. Tenslotte is esthetiek niet zomaar een lege huls. Bij Antonello lag dat anders. Dat werk is momenteel in Den Haag te zien en ik was er erg van onder de indruk. De presentatie is bovendien dusdanig intiem dat je het schilderij rustig voor jezelf kunt bekijken. Ik wilde graag iets van die verwondering en bewondering laten zien. Maar helaas, beide artikelen gaan niet over superbekende jongens, ze zijn allang dood en ze zijn dus ook geen vriendjes van. Dat maakt ook dat er weinig belangstelling is voor die artikelen. Andere kunstenaars zijn gewoon te onbekend om voldoende aandacht te trekken, zoals Marije Bijl van wie ik in dezelfde serie een portret van Hannah Arendt besprak. Mede omdat Marije een kunstenaar is die meer aandacht verdient, kun je het artikel ook zien als een soort introductie, maar helaas blijkt de Villa dan toch te weinig wervingskracht te hebben. Datzelfde geldt voor een schilderij van de Zimbabweaanse schilder Wycliffe Mundopa, dat overigens op dat moment ook in Den Haag werd tentoongesteld. Het trok maar heel weinig aandacht. Ook actuelere en bekendere kunstenaars blijken weinig op te vallen wanneer ze in Tussen einde en begin worden besproken. Zo schreef ik in dezelfde serie over de prachtige installatie van Jesper Just die deze zomer op het Lange Voorhout stond en kort geleden nog over het al eerder genoemde beeld van Femmy Otten.

Bram de Jonghe; 1646

Tussen einde en begin is dus geen succes?

Tja, ach, puur cijfermatig niet. Maar zelf heb ik er wel veel plezier aan beleefd en ik hoop dat die paar mensen die het gelezen hebben en (voor zover dat kon) de kunstwerken gezien hebben, er ook plezier aan beleefd hebben. Uiteindelijk maak je zo’n blog ook niet voor het succes. Natuurlijk, je wil communiceren, en het is mooi als iets aankomt, maar als het maar aan weinig mensen besteed is, dan zij dat zo. Als Villa La Repubblica een commerciële onderneming was, was Tussen einde en begin allang gesneuveld. Maar gelukkig is het geen commerciële onderneming. En verder, onbekend maakt onbemind. Mensen kijken blijkbaar toch liever naar iets dat ze al kennen dan naar iets wat ze in eerste instantie niet zoveel zegt. En dat ligt zeker ook aan het surfen op het internet. Bekendheid wordt door zoekmachines aangedikt, bekendheid werkt als een sneeuwbal, dus alles wat minder bekend is krijgt minder prioriteit. Wat dat betreft zou Villa La Repubblica misschien zelf wat bekender moeten worden.

Pierre Huyghe; Skulptur Projekte, Münster

Hoe kijk je tegen de toekomst van Villa La Repubblica en Villa Next Door aan?

Ik ga ermee door zolang ik er zelf lol in heb. Het zal het komend half jaar minder worden in verband met mijn studie. Voor degenen die gewend zijn dat er wekelijks wel iets te zien is op Villa Next Door: dat zou dus wel eens tijdelijk beduidend minder kunnen zijn. Tot zover even de realiteit. Verder zou ik graag wat vaker buiten Den Haag kijken. Dat is goed voor het kritisch vermogen en er is veel dat ik mis of gezien had willen hebben. Den Haag is uiteindelijk geen eiland en ik ken er de meeste hoeken en gaten wel. Dat maakt het ook minder verrassend. Den Haag heeft natuurlijk fantastische galeries en presentatiepodia, maar die zijn eerder goed voor de verdieping dan voor de verrassing. Dat ik niet veel buiten Den Haag kom heeft helaas een financiële oorzaak, want het budget voor de Villa is nul komma nul. Misschien zou het aardig zijn om hier of daar een plaatselijke correspondent te hebben. Die moet dan wel bereid zijn analytische artikelen te schrijven en een beetje stijlgevoel te tonen.

Victor Yudaev; 1646

Hoe kijk je tegen de toekomst van de kunst aan?

Ik kan geen koffiedik kijken dus in zoverre is dat een vrij stomme vraag. Wat ik de afgelopen tijd gezien heb, is een toenemende interesse bij kunstenaars en blijkbaar ook bij het publiek in meer maatschappelijk en politiek engagement. Dat is een tendens die al vrij lang speelt. Toch vraag ik me af in hoeverre dat nu echt van belang is. Wat ik mis, en zeker bij jongere kustenaars, is een zekere radicaliteit. Dat levert misschien niet altijd prettige mensen op, maar kunstenaars hoeven geen prettige mensen te zijn (liever wel natuurlijk…) en het hoeft ook niet meteen esthetisch iets moois te zijn. Esthetiek is geen vaststaand feit, esthetiek ontwikkelt zich en vindt zichzelf steeds opnieuw uit. Maar ik mis de kunstenaars die gewoon geen genoegen nemen met de zaken zoals ze zijn. Ik kan dat vanuit mijn positie makkelijk zeggen, want dat is voor die jonge mensen zelf ook wel heel moeilijk. Ze moeten zich een slag in de rondte werken om een bestaantje op te bouwen en om überhaupt kunst te kunnen maken. Het huidige probleem met maatschappelijk en politiek engagement in de kunst is, dat verwacht wordt dat het ook een bepaald maatschappelijk nut opbrengt. Een beetje het Daan Roosegaarde-syndroom. Begrijp me goed, er is verder niks mis met wat die jongen en zijn werkplaats maken, en ik gun ze hun succes – het leven is al moeilijk genoeg – maar het toegedichte maatschappelijke nut ervan haalt er uiteindelijk de kracht uit en Roosegaarde wordt te zeer geprezen als voorbeeld van het belang van kunst en het belang van cultureel ondernemerschap. Het zou goed zijn als jonge kunstenaars voor zichzelf de gelegenheid konden creëren om eens buiten de termen van maatschappelijk belang en cultureel ondernemerschap te denken, of hun engagement nu de kunst, de samenleving of een combinatie daarvan is. Voor dat soort zaken hoop ik de ogen wel open te kunnen houden en er waar het kan verslag van te kunnen doen op Villa La Repubblica, al dan niet aangevuld met foto’s op Villa Next Door.

Villa La Repubblica wenst iedereen een gelukkig, gezond en voorspoedig 2018. En wees een beetje aardig voor mekaar.

Bart van der Leck; Gemeentemuseum

 

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

Alle plaatjes zijn afkomstig uit artikelen die in 2017 in Villa La Repubblica verschenen.

Bertus Pieters

Advertenties
2 reacties
  1. Ik lees en bekijk beide blogs altijd met veel genoegen. Bertus heeft ideeën en een duidelijke liefde voor de kunst als basis. En hij kan schrijven. En dat schrijven is dan nog goed te volgen ook, wat wil je nog meer? Ik ben een groot voorstander van langere essays die de diepte in gaan. De kunst wordt niet in een uurtje gemaakt, dan moet je haar ook niet zo behandelen. En alles gaat al zo snel tegenwoordig, er is tegenwicht nodig.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: