Skip to content

Theaterstuk met achtergrondkoortjes; Pieter Paul Pothoven, facade suspended, Dürst Britt & Mayhew, Den Haag

28 mei 2018

Er zijn altijd redenen om in verzet te komen. Mensen leggen elkaar in samenlevingen altijd beperkingen op die kunnen worden ervaren als stabiliserend maar ook als knellend, of zelfs onderdrukkend of gewelddadig. Vooral daar waar mensen tekort gedaan worden is er sprake van structureel geweld en dat zal altijd tot verzet en tegengeweld leiden. Dezer dagen zul je misschien meteen denken aan de oorlogen in Syrië en Jemen, of aan de behandeling die vluchtelingen uit dergelijke gebieden ten deel valt, vooral door landen en personen die zich een behoorlijke humaniteit zouden kunnen veroorloven, maar dat in meer of mindere mate nalaten. Dat ook de opgelegde beperkingen in een democratische rechtstaat als de onze als knellend, onderdrukkend of gewelddadig kunnen worden ervaren, is misschien minder voor de hand liggend of tot de verbeelding sprekend. Toch gebeurt dat. Soms uit een sterk gevoel van slachtofferschap, wat meestal niet tot succesvolle acties leidt (simpelweg omdat het slachtofferschap er nooit mee opgeheven zal kunnen worden) maar of verzet en rebellie vanuit een andere grond- of karakterhouding dan meer succesvol zijn, is ook maar de vraag.

Wat precies de grond- of karakterhouding van de leden van actiegroep RaRa (Revolutionaire Anti-Racistische Actie, of, naar de mode van de tijd: Revolutionaire Anti-Rascistiese Axie) was, die in de jaren ’80 en ’90 brandbomaanslagen uitvoerde, is niet duidelijk en zal ook wel nooit duidelijk worden. RaRa werkte buitengewoon zorgvuldig en alle acties waren onderworpen aan het bereiken van het doel en niet ter meerdere eer en glorie van de actievoerders zelf, zelfs niet als collectief. Ook werd voorkomen dat er slachtoffers vielen, die op die manier martelaren zouden kunnen worden. Daar moet een diepgevoelde overtuiging en een grote discipline aan ten grondslag hebben gelegen, en nog steeds, want er wordt door geen enkel voormalig RaRa-lid uit de school geklapt. Dat heeft ertoe geleid dat RaRa tot op de dag van vandaag een wat mysterieuze club is gebleven, waarvan de deelnemers nog steeds niet algemeen bekend zijn, laat staan hun beweegredenen. Bekend werd RaRa vooral met aanslagen op een aantal Makro-supermarkten in de jaren ’80.

Het ging om brandstichtingen waarbij ervoor gezorgd werd dat er geen doden of gewonden vielen. De aanslagen waren gericht  tegen de aanwezigheid van Makro in Zuid Afrika, dat toen nog zuchtte onder de racistische dictatuur van het apartheidssysteem. Tegen Zuid Afrika golden daarom internationale sancties die het bedrijf, toen in handen van SHV, het grootste familiebedrijf van Nederland, eigendom van de familie Fentener van Vlissingen, in feite schond. De brandstichtingen leidden er uiteindelijk toe dat SHV zich terugtrok uit Zuid Afrika. Daarmee was misschien een slagje gewonnen, maar de apartheid verdween er niet door. Ook Shell ontkwam niet aan aanslagen van RaRa, eveneens omreden van steun aan het Zuid Afrikaanse racistische bewind.

In het begin van de jaren ’90 werden nog een aantal brandstichtingen gepleegd, waarbij het vooral ging om het aanbrengen van materiële schade, als kritiek op het toen hardvochtiger wordende asielbeleid van de overheid. Of deze aanslagen allemaal daadwerkelijk zijn uitgevoerd door RaRa is nooit duidelijk geworden, maar in de mystificerende werkwijze werd wel die van RaRa herkend. Een aanslag op het woonhuis van toenmalig staatssecretaris Kosto werkte in de publieke opinie echter averechts. Het beeld van Kosto met zijn geredde kat op zijn arm bij zijn geruïneerde huis, maakte dat de aanslag persoonlijk werd. Kosto was weliswaar niet gesneuveld of gewond, hij was wel een herkenbaar slachtoffer. Het is tekenend dat René Roemersma, het enige in de media bij naam bekende lid van RaRa, de aanslag op Kosto “vergaand” en “op het randje“ vond, hoewel hij met het doel sympathiseerde.

Sinds de aanslagen in de jaren ’80 en begin jaren ’90 heeft de wereld een andere dynamiek gekregen. De apartheid in Zuid Afrika is officieel verdwenen, zij het niet door toedoen van RaRa, maar het land kampt nog steeds met het doorwerken van het gewelddadige verleden en het Nederlandse asielbeleid is sinds Kosto sterk geëuropeaniseerd en is er daarmee, ook onder publieke druk, niet humaner op geworden.

Pieter Paul Pothoven (1981) heeft zich er nader in verdiept en toont zijn resultaten momenteel bij Dürst Britt & Mayhew. Het ging Pothoven daarbij niet om achter de karakters van de RaRa-leden te komen en ook niet om erachter te komen hoe de acties en aanslagen precies werden georganiseerd en door wie, maar wel om te zien welke rol zij hebben gespeeld in de samenleving, hoe verzet tegen de bestaande orde in elkaar kan zitten en ook hoe dat alles is ingebed in de geschiedenis, die eraan vooraf ging en erna kwam, tot in het heden. Het ging hem er daarbij om de zaak met open vizier en met zo min mogelijk vooroordeel tegemoet te treden. Het gaat hem er niet om RaRa te veroordelen of vrij te pleiten. Je zou de vraag terug kunnen brengen tot een aantal essenties: Wat is je bijdrage in een samenleving, welke rol speel je zelf of ben je bereid te spelen in onrecht of in de bestrijding daarvan en wat heb je daarvoor over? Dat je met dergelijke beslissingen een rol in de geschiedenis speelt, of die nu meer of minder doorslaggevend is, is duidelijk, maar hoe is die geschiedenis dan duidelijk in het heden? Wat zijn de sporen van de daden en ideeën uit het verleden en welke vorm hebben die nu? Met dergelijke vragen en uitgangspunten verschilt zijn werk van dat van een onderzoeksjournalist of van een historicus, hoewel er raakvlakken zijn. Het woord “onderzoek” is sowieso wat clichématig en versleten geworden in de kunst, uiteindelijk ben je in de kunst geïnteresseerd in het beeld dat iets oplevert – al is het nog zo summier – en niet in puntsgewijze conclusies.

Pothoven richt zich op de façade van een architectonisch monument, zo je wil, van RaRa: Overtoom 274 in Amsterdam. In (onder meer) dat pand vond in 1988 een huiszoeking plaats waarbij de politie hoopte op zijn minst de harde kern van RaRa te kunnen oprollen alsmede, natuurlijk, zo veel mogelijk bewijsmateriaal omtrent de aanslagen te kunnen bemachtigen. Er werden meerdere mensen gearresteerd, die alle op een na werden vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Alleen Roemersma, die in het pand aan de Overtoom woonde, werd veroordeeld, maar werd in hoger beroep vrijgelaten wegens onrechtmatig bewijs tegen hem. Zo liep in feite het onderzoek naar RaRa vast en het is ook nooit meer vlot getrokken. Pothoven toont sporen die het complex van feiten en omstandigheden heeft nagelaten: videomateriaal over het politieonderzoek uit de media van die tijd, juridische stukken en notities en de tekst van de uitspraak in hoger beroep, maar ook de bouwtekening van het pand Overtoom 274 en een replica van de houten pui ervan.

Uiteindelijk gaat het hier vooral om de levensloop van Overtoom 274. De juridische gegevens zijn delen van die biografie. Dat maakt de hoofdrolspelers, RaRa, de politie, de juristen en de zaken waarom het ging – steun of bestrijding van racisme – tot een koor op de achtergrond. Overtoom 274 wordt op die manier meer dan een plaats delict. Het wordt de façade van een gedachtegoed, een “concept” zoals Roemersma het later zou noemen, en van daaruit voortvloeiende activiteiten.

Architectuur kent zijn eigen geschiedenis en ook die wordt door Pothoven gemengd in het verhaal. Het pand werd in de jaren ’30 gebouwd en in de tijd dat het gekraakt was – in de RaRa-periode –werd het verbouwd, maar de winkelpui is, hoewel ontdaan van de oorspronkelijke details, in essentie hetzelfde gebleven. Juist dat houten raamwerk werd gemaakt van teakhout, dat in die tijd nog uit het door Nederland gekoloniseerde Indonesië kwam. De Kaapkolonie in Zuid Afrika werd door de Nederlanders in de 17de eeuw gesticht als bevoorradingshaven voor de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC), halverwege Amsterdam en Batavia (Jakarta) maar groeide al vrij spoedig als een belangrijke kolonie op zichzelf, wat uiteindelijk resulteerde in de apartheidsdictatuur in de 20ste eeuw.

Pothoven heeft de replica van de pui gemaakt van VOC-kisten uit de 17de en 18de eeuw. Je zou hem dat uit historisch oogpunt kwalijk kunnen nemen, want horen kisten uit de VOC-tijd niet thuis in een museum? Anderzijds, Nederland zelf is gebouwd op en met historische fundamenten, waarvan we graag de zaken bewaren die ons heden betekenis geven. De waarde die gehecht wordt aan bepaalde historische relieken en monumenten wisselt daarom erg per tijdperk. In feite zijn de kisten dan ook niet verloren gegaan, maar hergebruikt voor een kunstobject dat op zich als zodanig al van monumentale waarde is. De Overtoomse pui is zelf ook aangepast door de jaren heen en in het pand worden, voor zover we kunnen weten, geen brandstichtingen voorbereid. Er zit nu een kinderdagverblijf achter de in koloniaal hout ontworpen winkelpui. De geschiedenis is nu eenmaal iets waarmee je verder moet, het is nooit een gesloten boek. Dat wordt des te duidelijker met Pothovens replica, die als een monumentale metafoor in de ruimte van de galerie hangt en die beheerst.

Al eerder werden de andere getoonde sporen aangehaald als een soort achtergrondkoor. Het geheel heeft dan ook iets onmiskenbaar theatraals. De getoonde teksten, deels notities in handschrift, deels stukken, deels ingelijste fragmenten, zijn als het ware het libretto voor de achtergrondkoren en Klaas Wilting – toenmalig politiewoordvoerder – is de verteller of zanger van de recitatieven in het videomateriaal. Als proloog zijn er de bouwtekeningen van het pand en een typische jaren ’80-tekst over de lokale positie van het gekraakte pand. Zo laat Pothoven de geschiedenis van het pand deels die van RaRa overvleugelen en deels samenvallen, want zowel RaRa als het teakhout hadden hun oorsprong uiteindelijk in de VOC. De pui zelf is zowel object als bühne.

Dat alles maakt facade suspended ook tot een reflectief werk. Het laat zien hoe geschiedenis het dagelijkse heden bepaalt, hoe je als nu levend persoon deelneemt aan de verwerking van die geschiedenis, zelfs al is die gewelddadig. Het zegt iets over het deelnemen in de geschiedenis, de bewustheid daarin een al dan niet anonieme rol te spelen met de verantwoordelijkheid die daarbij hoort. Het laat ook zien hoe oneindig schijnheilig de dooddoener is dat je historische feiten alleen in het licht van hun tijd zou moeten zien, wanneer een heikele historische kwestie wordt opgerakeld (zoals eerder in Villa La Repubblica besproken). Volgens die redenering wordt de geschiedenis omheind door zichzelf als een museumstuk. Bij Pothoven wordt de geschieden juist een venster.

Het is prachtig dat Dürst Britt & Mayhew Pothoven de vrije hand heeft gegeven om dit in de galerie te realiseren. Het is te hopen dat er nog een vervolg op komt, want het onderwerp dat Pothoven heeft aangeboord kent erg veel facetten.

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

Bertus Pieters

Zie ook: (voor meer plaatjes) https://villanextdoor.wordpress.com/2018/05/28/pieter-paul-pothoven-facade-suspended-durst-britt-mayhew-the-hague/

http://www.metropolism.com/nl/features/35146_yvette_mutumba_pieter_paul_pothoven_conversation

https://www.anderetijden.nl/aflevering/222/De-explosieve-idealen-van-RaRa 

https://www.anderetijden.nl/aflevering/221/De-explosieve-idealen-van-RaRa

Advertenties
One Comment
  1. Tanja Smit permalink

    Interessant stuk Bertus over Rara, dank je.

    Veel groeten uit Xiamen, Tanja

    >

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: