Spring naar inhoud

Tussen einde en begin #31: Matthias Grothus

29 oktober 2018

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

“”Did you tell your wife you saw a unicorn?” asked the police. “Of course not,” said the husband. “The unicorn is a mythical beast.” “That’s all I wanted to know,” said the psychiatrist. “Take her away. I’m sorry, sir, but your wife is as crazy as a jaybird.””

James Thurber (1894-1961): The Unicorn in the Garden (1939)

Zo verging het de vrouw wier man een eenhoorn zag in de tuin in James Thurbers beroemde fabel. Een man vertelt zijn vrouw dat hij een eenhoorn in de tuin zag, de vrouw wil hem niet geloven, verklaart hem voor gek en belt de politie en een psychiater om hem te laten opnemen. De politie en de psychiater verwonderen zich over het verhaal van de vrouw, doen haar in een dwangbuis en voeren haar af. Matthias Grothus noemde zijn recente bewegende sculptuur The Last Unicorn, De laatste eenhoorn.*  Moeten we de dwangbuis alvast klaar houden? Uiteraard niet, maar dat neemt niet weg dat je je bij The Last Unicorn kunt afvragen wat je nu eigenlijk ziet.

Meestal gaan de dingen bij Grothus een eigen leven leiden en ook hier is dat weer het geval. Hij geeft er bovendien de naam aan van een mythologisch dier, waarvan lang verondersteld werd dat het echt bestond. Het wezen werd al beschreven door de Oude Grieken en het kwam, door een vertaalfout, ook in de Bijbel terecht, waardoor het wel moest bestaan. We weten nu beter, of we hebben weer een illusie minder; het is maar hoe je het bekijkt.

Het werk zelf heeft inderdaad iets wat je zou kunnen omschrijven als één hoorn. Het is meer dan manshoog, verticaal en de “hoorn” is een velg, uitgetrokken als een spiraal met twee à drie regelmatige krommingen. In de regelmatige gaten van de velg zijn stukken koperdraad bevestigd. Aan de onderzijde bewegen de koperdraden nog regelmatig als open ringen door en om de velg, maar verder omhoog staan de uiteinden van de koperdraden steeds verder omhoog. Nog voor zij de helft van de velg bereiken ligt de nadruk al op het omhoog wijzen van de koperdraden, en de bovenste draden eindigen in het niets als een vlam die naar boven toe tuit en ook in het niets eindigt. De velg met de koperdraden is bevestigd op een wiel dat weer op een draaitafel ligt die mechanisch in werking gesteld kan worden door een zwengel, zoals een oude grammofoon. Na het aanzwengelen draait het geheel tegen de wijzers van de klok in. Het gevaarte kan zo’n zeventien minuten ronddraaien. Het kan langzamer of sneller draaien. Wanneer er lampen op gericht zijn, dalen de reflecties van de lampen schijnbaar langs de velg, terwijl de reflecties in het koperdraad naar boven lijken te glijden. Wanneer het ding draait, draait het in stilte, op af en toe wat zacht getik van het koperdraad na.

Ook als het werk nog stilstaat, intrigeert het als een object dat geheel op zichzelf staat en geen andere functie heeft dan zichzelf te zijn. Het koperdraad lijkt als een soort dunne ribben rond een ruggengraat van een vreemd wezen te zitten. Wanneer het object draait, verwart het. Een regelmatig draaiende spiraal heeft natuurlijk altijd iets verwarrends in dat het een oneindige beweging uit lijkt te drukken naar boven toe. Het oog wil dat de beweging van de golvende spiraal verder naar boven gaat maar ziet tegelijkertijd dat de spiraal zelf niet omhoog beweegt. Weergegeven in het platte vlak van een video doet de bewegende spiraal misschien op het eerste gezicht denken aan een cobra die wiegt onder invloed van een slangenbezweerder, maar dat is het verschil tussen een plat vlak en de driedimensionale realiteit. In de realiteit verdwijnt de herinnering aan de slang. Het driedimensionale legt de nadruk juist op het ronddraaien van de spiraal, ook door de glijdende lichtreflecties in de velg en in het koperdraad. Wat wel blijft, is een zekere elegantie, een elegante draai, geknipt uit een choreografie die zich steeds herhaalt, een beetje zoals in minimal music bepaalde korte motieven en harmonieën zich herhalen. De regelmaat van de spiraal wordt doorbroken door de koperdraden, zowel door de tegengestelde beweging van de reflecties, als door de vorm die de koperdraden al draaiend aannemen en door hun kleur. Al ronddraaiend doet de vorm denken aan een soort mantel rond de spiraal en daarmee aan de bouw van een levend wezen. De regelmatige inplant van de koperdraden lijkt nog extra benadrukt te worden bij het ronddraaien. Tegelijkertijd zit er ook juist een onregelmatigheid in de vorm van de mantel van koperdraden omdat de uiteinden naar boven toe steeds verder naar boven reiken. Het geheel heeft de regelmaat van een primitief levend wezen en heeft er tegelijkertijd de onvoorspelbaarheid van. Daarnaast zou je ook kunnen denken aan een kolom van naar boven wervelende rook rond de spiraal.

Het is duidelijk: uit wat oorspronkelijk een mechanische draaitafel, een metalen schijf, een velg en een rol koperdraad was, heeft Grothus een complex object gemaakt dat vrijwel onmiddellijk connotaties oproept. Een vlam kwam al ter sprake, een cobra, een mantel, een ruggengraat, een levend wezen, rook, het niets. Je zou er nog oneindigheid en eindigheid aan toe kunnen voegen met het steeds maar “verdwijnen” in de hoogte van de beweging. Daar voegt Grothus met zijn titel dan nog een eenhoorn aan toe. Het feit dat het om een laatste eenhoorn gaat, bouwt een tegenstrijdigheid in, want, zoals de hoofdrolspelers in de fabel van Thurber al constateerden: de eenhoorn is een mythisch dier. Er kan dus nooit een laatste van zijn. Zoals al eerder genoemd kan de titel ook de idee geven van een laatste illusie en met het object zelf wordt dat dan een illusie die nog even in stand gehouden kan worden. Wanneer het object stilstaat, kan de illusie opgewekt worden door het draaien aan de uitnodigende zwengel. Het is misschien wat te negatief om het woord “illusie” te gebruiken, beter is misschien “verbeelding”. Je zou de verbeelding immers het eerste en het laatste houvast van de mensheid kunnen noemen. De eenhoorn is zelf zo onuitwisbaar geworden in ons collectief geheugen dat hij, ondanks zijn mythische status, gewoon toch bestaat. Je zou hem als symbool van de verbeelding kunnen zien, zowel als van de illusie. In dat perspectief schuilt er toch een soort bezorgdheid in de titel. Dreigt met het rationaliseren en daarmee het uitbannen van illusies de verbeelding te verdwijnen? Maar dan is het zaak toch weer terug te keren naar het object zelf. Het is ontstaan uit een combinatie van de ratio en de verbeelding, maar het geeft geen antwoorden. Gestaag ronddraaiend, glijdt het licht langs de koperdraden naar boven en langs de spiraal naar beneden, zolang als het mechaniek werkt. En dan kun je het weer opnieuw aanzwengelen, zoals ook de verbeelding soms aangezwengeld moet worden.

Bertus Pieters

* Matthias Grothus, The Last Unicorn, gemengde techniek, h 224 cm, ø 72 cm, privécollectie. Foto’s zijn stills uit een video van de kunstenaar.

Zie voor meer plaatjes: https://villanextdoor2.wordpress.com/2018/10/29/studio-visit-matthias-grothus/

Zie filmpje op Facebook: https://www.facebook.com/matthias.grothus/posts/2170904626517941

Eerdere afleveringen in de serie Tussen einde en begin:

Advertenties
One Comment

Trackbacks & Pingbacks

  1. Studio visit: Matthias Grothus – Villa Next Door 2

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: