Spring naar inhoud

Een aanwinst. The Bricks that Build a Home, Migratie Museum, Den Haag

20 december 2018

Rotterdam krijgt, met veel klaroengeschal aangekondigd, een Landverhuizersmuseum, iets groots en heroïsch dat binnen- en buitenlandse toeristen moet trekken en de Rotterdammers in hun eer bevestigt. Den Haag heeft in de tussentijd vergelijkenderwijs in alle stilte een Migratie Museum gekregen, klein en haast introvert; zonder enige vorm van kapsones. In het Migratie Museum zijn geen relikwieën van een groots migratieverleden te zien, geen interactieve doedels die je weetjes bijbrengen over het exotische gehalte van Den Haag en ook geen materieel geworden tranen van welkom of afscheid. Het museum is er, en meer lijkt het voor het moment niet te willen of kunnen zijn. Het Rotterdamse museum viert het vertrek van zo velen die een beter leven zochten en is daarmee maar een half verhaal, terwijl het Haagse museum meer wil vertellen over vertrek en vestiging. Er is ook een belangrijk verschil in de totstandkoming van beide musea. Het museum in Rotterdam wordt van de grond getild met privaat geld en wordt gezien als een belangrijke injectie voor de cultureel-economische toekomst van de stad, terwijl het museum in Den Haag het resultaat van getouwtrek is; een botsing van idealisme en angstvallige fantasieloosheid. Waar voor het Rotterdamse museum op welhaast Bommeliaanse wijze geld geen rol speelt, moet het Haagse museum het stellen zonder een rijke investeerder met inzicht, en zelfs met een startsubsidie die door het nieuwe Haagse college wordt gezien als een afbouwsubsidie. Het nieuwe stadsbestuur vindt het idee drie keer niks en vindt ook dat het niks moet worden. Het heeft simpelweg niet de tegenwoordigheid van geest om er eer mee te behalen. In Den Haag is provincialisme nu eenmaal de “back stop” van het culturele beleid. Het museum zelf wil “een nieuwe ontmoetingsplek [zijn] die het Haags erfgoed rondom migratie toegankelijk maakt voor een breed publiek”, aldus de website van het museum. Het gaat om een “nieuw gemeenschappelijk Haags verhaal” dat verteld moet worden en het wil meer doen dan alleen tentoonstellingen maken. Feit is dat Den Haag, als de andere Nederlandse grote steden, voor een belangrijk deel zijn grootheid in voor- en tegenspoed ontleent aan migratie.

Het wordt tijd dat de maatschappelijke verkramptheid over de al dan niet vermeende voor- en nadelen van migratie eens plaats maakt voor het realistische besef dat migratie een onderdeel is van het weefsel, de sociale en culturele architectuur van de stad. Geen opgelegd positief gedoe over kleurrijke feestjes met gepeperd eten, geen negatief gezeur over verlies van Joods-christelijke cultuur en eigenheid, maar de ervaringen van de mensen die er iets over te vertellen hebben. Ook die verhalen maken een stad. Een stad is niet alleen maar een verzameling stenen met daarin en daartussen anonieme mensen die er rondscharrelend hun geld verdienen en het weer uitgeven.

Ook kunstenaars kunnen daarover verhalen vertellen en dat gebeurt in de huidige tentoonstelling The Bricks that Build a Home, samengesteld door Manon Braat en in samenwerking met Nest. De aard van de tentoonstelling bewijst dat het het Migratie Museum menens is met het tonen van bijzondere verhalen. Van de vijf kunstenaars wier werk getoond wordt, wonen er maar twee in Den Haag. Op die manier laat het museum zien de wereld in Den Haag te willen brengen en niet perse de blik te willen vernauwen tot de Haagse klinkers. De stedelijke migratieproblematiek die Den Haag kent is nu eenmaal een wereldwijd verschijnsel. De getoonde werken zijn ook geen militante aanklachten tegen racisme, kolonialisme of vooroordelen, noch zijn het verheerlijkingen van diversiteit. Ze tonen vooral persoonlijke verhalen en achtergronden. Daarbij gaan maar liefst vijf van de zes getoonde werken over familie. Bij Amber Toorop (1989) is dat het Indische verleden van haar familie, bij Sara Blokland (1969) het Surinaamse verleden, bij de Zuid Afrikaanse Lebohang Kganye (1990) de perikelen van haar familie in Zuid Afrika en bij de Curaçaose Quentley Barbara (1993) zijn familiekring in Curaçao.

Anaïs López (1981) toont daarentegen een soort fabel, The migrant, over de Javaanse maina, een soort spreeuw afkomstig uit Java. Door de internationale vogelhandel komt de Javaanse maina in The migrant met een omweg via Engeland in Singapore terecht. Al op Java was de maina een geliefde kooivogel die kan zingen en geluiden kan imiteren, een soort superspreeuw. In Singapore ontsnapt de maina en wordt daar nu gezien als een plaag, want het stadsleven lijkt hem zijn zangcapaciteiten en aanhankelijkheid te laten verliezen. Hij schreeuwt er nu hard en is eerder brutaal dan aanhankelijk. Verder trekt hij op met de Indische huiskraai, een andere plaatselijke exoot, die volgens de Singaporezen ook tot een brutale en agressieve plaag is geworden. In Singapore wil men beide vogelsoorten nu het liefste uitroeien. In The migrant, dat gedeeltelijk vanuit het perspectief van de vogel wordt verteld, komen een aantal opvallende aspecten naar voren die te maken hebben met ontheemding en aanpassing. De maina is van oorsprong een plattelandsvogel, maar verandert zijn manier van communiceren onder invloed van de lawaaiige stad. Van geliefde exoot wordt hij gehate vreemdeling. Ook de mensen die hem hebben laten migreren veranderen van houding tegenover hem, van tolerant en liefhebbend zijn zij haatdragend en zelfs angstig geworden. Parallel loopt nog een verhaal van kolonisatie, waarbij kolonialen die het betalen konden, en hun entourage, een ongekende vrijheid van vervoer en reizen kenden en op die manier niet alleen zorgden voor de verspreiding van de eigen mores in de koloniën maar ook voor de migratie van cultuur en gewoontes uit verschillende gekoloniseerde gebieden. The migrant, gepresenteerd als een film en een boek, is uiteindelijk een ontroerende fabel geworden waarbij zowel de vogel, de menselijke omstanders als de verteller niets menselijks vreemd is.

Fabels zijn metaforische vertellingen waarbij gelijkenissen natuurlijk nooit volledig zijn, toch laat dit verhaal op meer manieren de verwarring zien die veranderingen sinds de opkomende verstedelijking en de tijd die daaraan vooraf ging teweeg hebben gebracht. De koloniale en de postkoloniale tijden hebben de verschillen flink door elkaar gegooid. Van immigranten wordt stilte en onopvallendheid verwacht in ruil voor hun aanwezigheid, en als ze dan toch willen opvallen moeten ze dat maar doen met leuke, exotische, culturele dingetjes, zoals de Javaanse maina ooit gewaardeerd werd om zijn bijzondere gezang en aanhankelijkheid. Dat schept een duidelijke gemeenschap van “wij” en “zij”.  Beide zijden vechten om eigenheid, waarbij die eigenheid tot extremiteit verwordt.

Bij Sara Blokland lijkt juist de eigenheid zelf een vorm van vervreemding. Zij toont twee projecten. In een daarvan, De dag dat mijn vader een Surinamer werd, reist zij – zelf geboren in Nederland – met haar vader naar Suriname, die zijn land voor het eerst sinds 25 jaar weer ziet. In feite is dit werk vrij letterlijk een verhaal, verluchtigd met foto’s van dochter Sara en vader Iwan. Voor de vader is Suriname een tastbare herinnering, maar allang niet meer de plaats waar hij thuis is, hoewel hij met zijn broers, die hij in Suriname ontmoet, Sranan praat, wat dochter Sara niet verstaat omdat ze in het Nederlands is opgevoed. Ergens thuis zijn, wil niet altijd zeggen ergens horen en ergens horen wil niet altijd zeggen ergens thuis zijn.

Met Reproduction of Family 2 snijdt ze andere familie- en afkomstonderwerpen aan, zoals die van het vastleggen van de herinnering waarbij familieportretten van individuen en foto’s van landschappen uit de fotografische familieherinnering worden afgedrukt op boeken en op porseleinen borden, waardoor familiale en persoonlijke herinnering de monumentaliteit van het officiële krijgt.

Ook in Amber Toorops project G’lijk weleer, mijn lieve schat is de familieafkomst het hoofdonderwerp, in haar geval die van de zogenaamde Indische Nederlanders. Meer nog dan in Bloklands De dag dat mijn vader een Surinamer werd is het verleden voor de Indische Nederlanders iets ongrijpbaars geworden. Nederlands Indië, waar een verleden ligt dat hen bindt, is verdwenen, zoals de naam van het land ook veranderd is en daarmee een heel andere entiteit aanduidt. Het traumatiserend geweld van de Tweede Wereldoorlog en Onafhankelijkheidsoorlog spelen daarbij een troeblerende rol die de nostalgie naar het geborgene van het Indische alleen maar lijkt te versterken. Het zich geborgen voelen in die nostalgie, terwijl de reële wereld een hele andere is, is ook een vorm van thuis zijn. Toorop laat dat zien door middel van persoonlijke foto’s, documenten en objecten van vroeger en nu. Uit de titel van het project zelf blijkt het vol liefde gunnen van zo’n mooie herinnering als bron van geluk en geborgenheid.

Ook in de film The Pied Piper’s Voyage van Lebohang Kganye (dit jaar eerder te zien in de tentoonstelling Tell Freedom in de Amersfoortse Kunsthal KAdE) speelt oud familiefotomateriaal een belangrijke rol. Zelf speelt ze de rol van de Pied Piper, de Engelse benaming voor de Rattenvanger van Hamelen, die daar, zoals bekend, de kinderen weglokte omdat de ouders hem niet voor zijn diensten wilden betalen. De Pied Piper bij Kganye is de figuur van haar grootvader die brak met de traditie in zijn familie om op het platteland werkzaam te zijn als knecht, door naar de stad te verhuizen. Het huis van de grootvader speelde een belangrijke rol in de familiegeschiedenis van Kganye, gekenmerkt door verhuizingen ten gevolge van apartheidswetgeving van het blanke minderheidsregiem en vervolgens door het einde van de apartheid. Verkleed als haar grootvader beweegt ze tussen knipsels uit oude fotoalbums van haar familie, waarbij ze zich liet inspireren door verhalen over haar grootvader. De familieverhalen geven op die manier in kort bestek ook een intieme geschiedenis van het moderne Zuid Afrika, waarin de familie zich, gedreven door economische omstandigheden in weerwil van alles een thuis trachtte te creëren. Het vinden van een thuis wordt bij Kganye een mythologie.

Even mythologische vormen nemen de familieleden van Quentley Barbara aan in zijn zich steeds uitbreidende werk The Foreigners, dat dit jaar voor het eerst publiek te zien was bij zijn eindexamenpresentatie van de KABK in deze stad. De reusachtige kartonnen portretten van zijn familieleden krijgen een bijna goddelijke status in de ruimte waarin zij verzameld zijn. Het bijzondere is dat alles van karton en plakband is, waardoor het sacrale tegelijk iets tijdelijks wordt. Je zou Barbara kunnen zien als een moderne Pied Piper die zowel zijn familie als de willekeurige toeschouwer betovert met zijn kartonsculpturen. De herinnering van Barbara aan zijn Curaçaose familieleden en de vertrouwdheid en geborgenheid waarvoor zij staan, werd daarmee ook een vorm van mythologie waaraan hij zich kon warmen in deze kille Noordzeestad, die vanwege zijn studie aan de Academie een nieuw thuis voor hem moest worden.

Alleen al met deze verschillende verhalen toont het Migratie Museum een mooie aanwinst voor de stad te zijn. Het laat zien dat het door deze individuele verhalen te laten vertellen een heel andere bijdrage levert dan bijvoorbeeld het Haags Historisch Museum dat – terecht – vooral de blik gericht heeft op de historie van de stad en tentoonstellingen maakt vanuit dat specifieke perspectief. Iedereen heeft momenteel de mond vol over inclusiefheid en diversiteit en de rijkdom daarvan, maar er zijn andere methodes nodig om die rijkdom op het persoonlijke niveau en voor iedereen op een interessante wijze zichtbaar te maken dan wat inclusiefheid hier en daar en af en toe een multicultureel festival. Het Migratie Museum doet dat op een alternatieve, invoelende en fraaie manier en schuwt daarbij het grote gebaar niet. Het is te hopen dat het energieke begin van het Migratie Museum een mooi vervolg krijgt.

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

 

Bertus Pieters

Zie voor meer plaatjes: https://villanextdoor2.wordpress.com/2018/12/21/the-bricks-that-build-a-house-migratie-museum-the-hague/

Zie ook: https://africanah.org/quentley-barbara-portraits-in-cardboard/

Advertenties
2 reacties
  1. Tanja Smit permalink

    Interessant, Bertus, dank je wel!

    Hartelijke groeten, Tanja

    >

    Like

Trackbacks & Pingbacks

  1. The Bricks that Build a House; Migratie Museum, The Hague – Villa Next Door 2

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: