Spring naar inhoud

Tussen einde en begin #33: Candice Breitz

29 april 2019

‘(….) the term “refugee” shall apply to any person who (….) owing to well-founded fear of being persecuted for reasons of race, religion, nationality, membership of a particular social group or political opinion, is outside the country of his nationality and is unable or, owing to such fear, is unwilling to avail himself of the protection of that country;’

Artikel 1 onder A en onder (2) van de Convention Relating to the Status of Refugees (de Geneefse Conventie van 1951, kortweg: het Vluchtelingenverdrag)

Het idee van het videowerk Love Story (2016) van Candice Breitz (1972)* is vrij simpel: er worden zes vluchtelingen geïnterviewd en delen uit hun interviews worden nagespeeld door twee bekende filmacteurs. Wie alle zes de interviews wil zien en de film met de twee acteurs, heeft daarvoor bijna een etmaal nodig. Dat maakt het idee al minder simpel want wat staat je te doen als toeschouwer? Je zult zelf moeten beslissen wat de bedoeling is. Het werk is momenteel te zien bij West in Den Haag en dat is weliswaar zeven dagen per week open, maar niet het hele etmaal, noch zul je gedurende een etmaal de alertheid kunnen opbrengen om alle details te volgen. Je zult honger krijgen, dorst, slaap, of je moet nodig naar het toilet. Gemiddeld zouden bezoekers in een museum zo’n vijftien seconden voor een kunstwerk staan. Dat is nogal een verschil met een etmaal kijken naar mensen die centraal in beeld zijn, tegen een neutrale, groene achtergrond een verhaal vertellen over hun leven, overwegend in het Engels, met een meer of minder zwaar accent, en schijnbaar zonder door vragen, opmerkingen of aanwijzingen van een interviewer of regisseur onderbroken te worden. De details zijn soms gruwelijk en emotioneel; je kunt er zomaar middenin terecht komen. In feite geldt dat voor iedere gebeurtenis in het leven, dat je er zomaar middenin terecht kunt komen, of het nu gaat om een nare ziekte, een zware onweersbui, een relatie, een werkverband of een oorlog.

Je kunt ook in het verhaal vallen van de Congolese vrouw Mamy Maloba Langa die vertelt over haar moeder die ze mist. Ze kan bijna niet van het onderwerp los komen, alsof zij op dat moment even niets anders weet om te vertellen. Mét dat ze zegt dat ze haar moeder mist, zie je het onderwerp in haar hoofd ronddraaien, alsof de gedachte aan haar moeder een doolhof creëert. Met haar sprekende ogen zoekt ze een uitweg. Ook dat is een situatie waar je zomaar middenin terecht kunt komen.

Vooral ook gaat het om de situaties waarin de vluchtelingen verkeerden voordat zij het predicaat ‘vluchteling’ opgespeld kregen, want in feite is het hele leven iets waar je zomaar middenin terecht komt. Je hebt de plek waar je geboren wordt niet voor het kiezen en ook niet wie je ouders, je familie of je landgenoten zijn. Sterker, je hebt zelfs je lichaam en geest, waarmee je het de rest van je leven moet doen en waar anderen soms naar hartenlust aan lopen te duwen, kneden en trekken, niet zelf uitgekozen. Die situatie waarin je ongevraagd terecht komt, is niet iets om treurig over te zijn of om medelijden mee te hebben, het is gewoon een feit, het meest serieuze van alle feiten. Het maakt ook dat dát wat je eigen is, je het moeilijkste kan worden afgenomen, dat wil zeggen niet anders dan met geweld. De jonge Syrische Sarah Ezzat Mardini – op het moment dat ze haar verhaal vertelt is ze net rond de twintig – leek het leven aanvankelijk niet slecht gezind. Haar vader was zwemcoach en zij haalde zelfs zilver tijdens een kampioenschap toen ze twaalf was. Alles veranderde toen de burgeroorlog uitbrak in Syrië. Tijdens haar vlucht bleek hoe goed het van pas kwam dat zij goed zwemmen kon. Zij en haar zusje konden er hun medevluchtelingen op zee mee verder helpen. Uit haar verhaal blijkt dat de gebeurtenissen haar leven sterk gevormd hebben.

Van de zes interviews werden er twee in Berlijn, twee in Kaapstad en twee in New York gehouden, in iedere stad een man en een vrouw. In New York sprak de Indiase Shabeena Francis Saveri over haar leven in India als transseksueel. Ze vertelt hoe ze als jongetje al hoopte op een toekomst als vrouw, en liefst een ‘gewone’ vrouw als alle anderen. Maar dat was haar niet vergund. Zomaar van geslacht veranderen, al is het alleen maar naar uiterlijk en gedrag, is er niet bij in India (en waar is het er eigenlijk wel bij?). Het zat haar niet altijd tegen maar uiteindelijk was onderdrukking haar deel. Ze is behoorlijk feitelijk in haar relaas, maar ze laat tegelijk ook zien hoezeer ze twijfelde, aan anderen, aan de verschillende situaties en vooral ook aan zichzelf. Ze kon als man geen ‘gewone‘ vrouw zijn, dat hoorde niet bij de Indiase postkoloniale tradities. Vanaf haar geboorte zat ze als het ware gevangen in haar eigen lichaam en ook haar omgeving wilde uiteindelijk niet meewerken om haar een kans te geven op een normaal dragelijk bestaan. Ze kon in feite geen kant meer op met haar leven en er zat niets anders op dan naar een plaats te vertrekken waar zij misschien wel ‘gewoon’ als vrouw geaccepteerd zou worden.

Ook de Venezolaanse Luis Ernesto Nava Molero vertelde in New York zijn verhaal. Het is een verhaal waarin de ontwikkeling van zijn intellect nauw verweven is met zijn onderdrukte homoseksualiteit. Zijn revolutionaire ideeën werden uiteindelijk teniet gedaan door het militante en homofobe machismo van het Chávez-regiem. Dat maakte dat de grond hem na een aantal nare gebeurtenissen te heet onder de voeten werd en hij de wijk nam naar de Verenigde Staten.

In Berlijn vertelden de jonge Syrische  en de Somalische Farah Abdi Mohammed (een gefingeerde naam) hun verhaal. Het atheïsme van de Somalische Farah Mohamed, zoals hij het uitlegt, lijkt hem bijna zo ingeboren als Saveri’s wens om een vrouw te zijn of als Nava’s homoseksualiteit. Hij vertelt hoe hij al op jonge leeftijd de tekenen van goddelijkheid probeerde te zien, maar ze met de beste wil van de wereld niet kon ontdekken. Zijn atheïsme was niet slechts het teleurgesteld zijn in de godsdienst, het was voor hem de blijkbaar onvermijdelijke ontdekking dat er gewoon geen God kan bestaan. Hij zocht maar zag het niet. Al spoedig bleek dat hij met dergelijke ideeën en gevoelens niet geaccepteerd kon worden in Somalië en ook niet in Egypte, waarnaar hij in eerste instantie vluchtte.

In Kaapstad werden de Congolese Mamy Maloba Langa en de Angolese José Maria João geïnterviewd. Maloba Langa vluchtte voor de gewelddadige politieke ontwikkelingen in haar land waarin ze verzeild raakte. Haar man werkte als beveiliger van oppositieleider Jean-Pierre Bemba. Tot dan toe betekende iedere politieke ontwikkeling in Congo altijd bijltjesdag voor de verliezer en met name diens entourage en beveiliging. Maloba Langa’s man sloeg op de vlucht en zijzelf bleef met twee kinderen achter en moest de prijs betalen.

João steelt in het geheel de show met zijn schijnbaar extraverte persoonlijkheid. Als jongen werd hij op de markt ontvoerd en ingelijfd als kindsoldaat. Hij nam gehersenspoeld en gedwongen deel aan de meest gruwelijke zaken tot hij na jaren droomde van zijn moeder, die hij sinds zijn kidnapping niet meer gezien had. In zijn droom zei zij hem dat een dergelijk leven van moorden en gruwelen niet goed is. Wie hem nu ziet praten, levendig en groot gebarend, zoekt achter hem geen kindsoldaat of moordenaar. Hij heeft blijkbaar zijn in zijn onvoorstelbare leven opgebouwde kracht kunnen omzetten in iets positiefs. Hij is zichzelf tot schild geworden, gedwongen door de omstandigheden. Juist uit João’s verhaal blijkt hoe dun het draadje van het lot van een mensenleven is.

Dat het leven getekend en gemanipuleerd wordt door de omstandigheden is duidelijk, dat je op basis daarvan je keuzes moet maken is ook duidelijk, maar als het leven zich letterlijk tegen je keert, verkeer je opnieuw in de situatie waarin je niet te kiezen hebt. Het is in feite een hergeboorte die lang niet altijd positief uitpakt.

Wat dat betreft lijkt de keuze van de kijker een peulenschil: het is niet mogelijk alle interviews achter elkaar in hun volledigheid te zien, dus je opteert voor delen uit de interviews naar gelang je zin en tijd hebt. De interviews ontvouwen zich als verhalen waarin vluchtredenen en vluchtverhalen uiteengezet worden, maar er zitten altijd onderdelen in waarin het verhaal als het ware stilstaat en de verteller zijn of haar gedachten over de situatie vertelt, blijft steken in die gedachte, reflecteert of zich bedenkt of het wel zinnig is een bepaald onderdeel te vertellen. Het zijn de punten waarop geroutineerde ondervragers van asielzoekers ongeduldig worden omdat het relaas van feiten daar stokt. Ook een andere beschouwer zal misschien de neiging hebben meer vaart te willen zien in het verhaal, maar dan is het van belang te bedenken dat het niet om een film of een roman gaat. Ook dát zijn de consequenties van de feiten zoals ze zijn: vertellen over het eigen leven leidt onwillekeurig tot zelfreflectie. Wanneer dat aspect wordt veronachtzaamd is er angst bij de verteller dat het verhaal onvolledig en daarmee onbetrouwbaar is, niet alleen tegenover de luisteraar, maar ook tegenover zichzelf. Zoiets is ook een selffulfilling prophecy, onvolledigheid leidt tot onzekerheid en onzorgvuldigheid.

De twee acteurs, Julianne Moore en Alec Baldwin, die delen uit de interviews naspelen, hebben daar geen last van. Voor hen geldt alleen dat de tekst die zij moeten uitspreken volledig is en dat hun bewegingen lijken op die van de oorspronkelijke sprekers. Zij dragen eenvoudige sieraden die de vluchtelingen dragen en die een soort dierbare getuigen zijn van hun levensverhalen, maar aan de lichamen van de acteurs worden zij rekwisieten voor een toneelvoorstelling. Het pruilerige onderlipje van Moore en de tranerige ogen van Baldwin die opkomen als de zaken wat emotioneler worden, zijn ingestudeerd en blijken van toepassing op alle zes de personages. Zij richten zich tot Breitz op de manier waarop de ‘echte’ geïnterviewden dat ook doen, zij richten zich zelfs tot zichzelf, wanneer de ‘echte’ personages Breitz vertellen dat ze hopen dat de acteurs met hun roem een bijdrage kunnen leveren aan het bekend maken van hun levensverhalen. Weliswaar wisselen de persoonlijke sieraden, draagt Baldwin af en toe een zonnebril waar Farah Mohamed dat ook doet en houden zij zich min of meer aan de lichaamstaal van de ‘echte’ mensen, maar uiteindelijk blijven Baldwin en Moore zichzelf, hoe prachtig en overtuigend ze ook trachten te spelen. Dat kan de acteurs moeilijk nagedragen worden. Zij hebben beide dezelfde beperking als de zes vluchtelingen: zij hebben alleen zichzelf maar. Moore en Baldwin kunnen trachten zich in te leven door zich voor te stellen hoe zij zich onder de omstandigheden van de vertellers zouden voelen en als leidraad hebben ze daarvoor de mimiek en gestiek van de zes voorbeelden.

Het lijkt of bij hen de interviews ook af en toe hortend en stotend gaan, zoals in het echt, maar ook dat is geacteerd en geregisseerd. De teksten van Moore en Baldwin zijn met name ingedikt uit de citaten waarin de ‘echte’ personages vertellen over hoe zij zich voelden onder de verschillende omstandigheden. Die gevoelens zijn herkenbaar voor de beschouwer en de acteurs nemen de kijker overtuigend voor zich in. Zij kweken met hun professionele acteurschap empathie bij de kijker. Hoewel alle zes de vluchtelingen open en eerlijk hun levensverhaal vertellen en hoewel zij daar ongetwijfeld ook zorgvuldig voor gekozen zijn door Breitz (veel vluchtelingen zijn niet in staat of bereid hun privézaken aan de wereld mede te delen) en hoewel bij alle zes al te zware emoties vermeden worden (of misschien juist daarom) moet je als toeschouwer steeds wennen aan ieder van de zes vluchtelingen. Je moet wennen aan hun Engels, aan hun manier van vertellen, hun mimiek, hun karakters. Je zult misschien meer sympathie voor de een voelen dan voor de ander, je zult meer herkennen bij de een dan bij de ander. Er is dus een barrière tussen de kijker en ieder van de zes vluchtelingen. Je kunt goed voorbereid zijn om Love Story te gaan zien, op de hoogte zijn in grote lijnen van de personages, dan nog is de rechtstreekse confrontatie met de zes vluchtelingen een andere dan die met de twee acteurs.

Dat ligt ook aan de presentatie van het werk. Bij West wordt de film met de twee acteurs, als eerste, in een groter zaaltje getoond. De beelden van Baldwin en Moore wisselen elkaar af. De levensverhalen verteld door de vluchtelingen worden ieder in een klein kamertje vertoond. De bankjes met koptelefoons staan zo dicht voor het scherm dat je vrij dicht op de huid van de vertellers zit en de stemmen zijn kristalhelder en met een minimum aan bijgeluiden opgenomen.. Wanneer je uit het scherm wegkijkt zie je de rasters voor de verduisterde ramen van de ambassade. Dat geeft je des te meer het idee dat de verteller je bijna fysiek meeneemt in zijn of haar verhaal, meer nog dan wanneer de vluchteling bij je thuis tegenover je zou zitten. Je kunt bovendien het verhaal niet beïnvloeden, je kunt geen vragen stellen, het verhaal versnellen of onderbreken.

Het valt ook op hoe vaak er door sommige vertellers langs je heen wordt gekeken of in het niets wordt gekeken. Toch, bij langer kijken en luisteren, wekken de personen empathie, misschien zelfs sympathie, door een mengeling van hun persoonlijkheid, karakter en door wat zij te vertellen hebben. Ze laten je constant zelf keuzes maken en bedenken wat je zou doen in de door hen beschreven situaties.

Bij nader kijken is het niet zo dat je, als je desnoods de film met Moore en Baldwin helemaal hebt uitgekeken, dan de hoogtepunten wel kent en dat je alleen maar even de gezichten van de ‘echte‘ mensen hoeft te zien om het hele project wel zo’n beetje tot je genomen te hebben. De monologen van Baldwin en Moore zijn duidelijk de ouverture tot het geheel.

De vluchtelingen zijn niet uitgekozen op hun schoonheid of lelijkheid, eerder op hun bereidheid en capaciteit te kunnen vertellen en op hun karakter en dat is in feite al een handreiking aan de beschouwer, want de praktijk van een vluchteling die bereid is zijn of haar verhaal te doen, kan veel wispelturiger zijn. Het gaat Breitz dan ook niet om die specifieke realiteit. Het gaat eerder om de interpretatie die je als kijker geeft aan wat je ziet, hoe je je laat overtuigen en waarom, en misschien ook hoe je je bewust bent van jezelf als deelnemer aan dit werk. Je bepaalt immers zelf nadrukkelijker dan anders hoeveel je ervan wil zien en wat je wil zien en welke indruk je eraan overhoudt, terwijl je je er ook van bewust bent dat je niet alles gezien hebt en daardoor moeilijker een oordeel kunt hebben. Misschien dat bij dat laatste zelfs de notie doordringt dat dat in het algemeen geldt.

Love Story heeft ook een eigen esthetiek. Het is de esthetiek van de confrontatie van acteren met ‘echt’ vertellen, van geacteerde karakters en ‘echte’ karakters en van de monumentaliteit van de presentatie van de zes vluchtelingen. Het gaat om zes heel verschillende karakters en de kracht van overleving die zij stuk voor stuk uitdragen. Ze zitten erbij als levende sculpturen, monumenten voor zichzelf, iets waaraan een acteur zich alleen maar kan spiegelen. Dat is misschien nog het minste bij de Somali, want hij heeft zich vermomd uit angst herkend te worden door andere Somali’s die hem naar het leven zouden kunnen staan om zijn afvalligheid. Dat is een bitter accent in het geheel. Toch wordt zijn karakter weer benadrukt door de breekbaarheid van zijn manier van vertellen, mede door zijn onzekerheid in het Engels. Dat alles maakt Love Story een rijk werk over het menselijk tekort.

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

Bertus Pieters

* Candice Breitz (1972), Love Story, 2016 videowerk bestaand uit zeven loops van verschillende lengte, vertoond via zeven kanalen, totaal 21:46:12, is momenteel te zien bij West aan het Lange Voorhout in het gebouw van de voormalige Amerikaanse ambassade in Den Haag als onderdeel van de tentoonstelling Foreign Agents waarin ook het videowerk Factum is te zien.

Zie ook: https://chmkoome.wordpress.com/2019/02/16/onzeambassade/

https://trendbeheer.com/2019/03/16/west-amerikaanse-ambasade/

Eerdere afleveringen in de serie Tussen einde en begin:

MOGELIJKE ADVERTENTIES OP DEZE SITE VALLEN NIET ONDER VERANTWOORDING VAN VILLA LA REPUBBLICA!!

 

 

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: