Spring naar inhoud

Tussen einde en begin #34: Dieter Mammel

25 juni 2019

Dieter Mammel: Dei Welle I (2017); foto dank aan Maurits van de Laar

Het beeld van een eenzame, anonieme figuur in een groots natuurlijk verband is een typisch Romantisch verschijnsel. In de 19de-eeuwse Romantiek werd de geringheid van de mens gesteld in het grootse verband van de mystieke almacht van de natuur. De bekendste vertegenwoordiger van die idee in de schilderkunst is ongetwijfeld Caspar David Friedrich (1774-1840). Naar werken als Der Mönch am Meer (De monnik aan zee, 1809; Nationalgalerie, Berlijn), Der Wanderer über dem Nebelmeer (De wandelaar boven de nevelzee, 1817-18; Kunsthalle, Hamburg) of Das Eismeer (De IJszee, 1823-24; Kunsthalle, Hamburg) is later nog vaak verwezen in de beeldende kunst. De monnik aan zee staat als een nietig figuurtje tussen de massa’s van zee en land, alsof hij de Bijbelse scheiding van land en water in de context van een contemplatieve grootsheid herbeleeft. Het gaat hier niet alleen om de grootsheid van de natuur, maar ook om de grootsheid van het geestelijke en het mysterie, het onkenbare. De wandelaar boven de nevelzee die uitkijkt over bergtoppen omgeven door nevel, lijkt zowel te bewonderen als in gedachten verzonken; als de monnik staat hij ook tussen twee massa’s: aarde en hemel. In De IJszee tenslotte is de mens fysiek verdwenen en wat hij met veel vernuft gemaakt heeft, wordt vermalen tussen de gigantische ijsschollen. Zelfs in zijn werken is de mens onderworpen aan tijd, natuur en het sublieme. Tussen het snijvlak van hemel en water vergaan de materiële zaken waarmee de mens de aarde trachtte te veroveren en te begrijpen. Kun je je in de twee oudere schilderijen als kijker nog vereenzelvigen met de monnik en de wandelaar, in De IJszee kun je je alleen een voorstelling trachten te maken van het verschrikkelijke lot van de opvarenden. In alle drie de voorstellingen staat de mens eenzaam tegenover de wereld in zijn streven van transitie van het aardse naar het geestelijke. Zelfs de bootslui van het vergane schip – al kun je ze niet meer zien –  waren eenzaam in hun nietigheid bij hun confrontatie met het sublieme en vooral: de kijker staat eenzaam in zijn of haar gedachten bij het aanschouwen van het schilderij (behalve zij die slachtoffer zijn van de huidige verhaal-, uitleg- en educatiecultuur). Ook de kijker bevindt zich eenzaam in een transitie van het materiële naar het geestelijke, van het schilderij naar de eigen gedachten en gevoelens.

Het is niet vreemd dat dergelijke werken ook en juist heden ten dage weer aanspreken. De inspanningen van de mensheid om de natuur te beheersen en te bezweren lijken schipbreuk te lijden, het almachtige en sublieme van de natuur laat zijn onverbiddelijke gezicht zien. Was het in Caspar David Friedrichs tijd nog Onze Lieve Heer die de mensheid met behulp van de schepping haar Zijn grootheid inpeperde, vandaag de dag is de mens zelf sluiswachter, regelaar en ontregelaar. Stond de mens in zijn nietigheid in Friedrichs tijd nog eenzaam tegenover een schepper, nu staat hij eenzaam tegenover zichzelf. Dat alles komt samen in een werk van de Duitse kunstenaar Dieter Mammel (1965): Die Welle I *) (De golf I) uit 2017. In feite komen die ideeën in veel meer werken van Mammel samen, maar in Die Welle I kun je er op geen enkele manier omheen. In het inktschilderij is een man te zien die tegen de stroom op het hoofd boven water probeert te houden, drijvend in zee, met boven zich een gigantische golf die het volgende moment op hem neer dreigt te vallen. Als bij Friedrich bevindt deze man zich in transitie tussen water en hemel. Hij ligt daar letterlijk eenzaam in het water, niet langer in staat het ultieme lot af te wenden. Hij hoeft er niet eens op te wachten of erover te contempleren (hoewel je nooit weet wat een mens in zijn laatste ogenblikken nog kan denken). Het schilderij biedt echter een stilstaande situatie; natuurlijk, want schilderijen bewegen niet. Het beeld lijkt te vertellen dat in minder dan een ogenblik de man verzwolgen zal worden door de golf, maar het verhaal wordt niet verder verteld, het blijft bij die cliffhanger. De golf blijft hangen en de man blijft daar drijven tussen de ongenaakbare elementen.

De spanning zit tussen de oren van de kijker en niet tussen die van de man op het schilderij. Kijkend naar de man kun je de hopeloosheid van zijn situatie aanvoelen. Een situatie die misschien zelfs hopelozer lijkt omdat de man daar maar voortdurend onder die grote golf blijft drijven. Het beeld nodigt je uit je voor te stellen hoe het zou zijn, drijvend in een zee zo groot dat hij dergelijke golven kan voortbrengen en specifiek het ogenblik dat zo’n golf zich over je zal uit storten. Daarin zit ook een belangrijk verschil met Friedrichs schilderijen. De figuren in Friedrichs schilderijen – en daarmee de toeschouwers – worden weliswaar herinnerd aan hun vergankelijkheid en kleinheid, ze staan echter niet op het punt ten onder te gaan. Van Mammels figuur weet je: als dit verhaal verder wordt verteld dan is de kans groot dat het tragisch afloopt met de figuur. Als zodanig is het figuurtje in Mammels werk eigentijdser dan Friedrichs figuurtjes, hoezeer die ook algemeen geldend blijven. De figuren bij Friedrich zijn van de periode van het begin van de Industriële Revolutie, die we inmiddels ver achter ons hebben, maar van welker gevolgen ieders leven nog steeds doordrongen is. In dat laatste tijdsgewricht verkeert nu het figuurtje in Die Welle I. Doordrongen worden van sublieme grootsheid gaat bij Mammel gepaard met een gevoel van onafwendbaar gevaar. Bij Friedrich dwingen de oneindige natuurkracht en het eindige leven ontzag af en de schilderijen zoeken daarin een vorm van harmonie. De kijker wordt uitgenodigd het grootse te bewonderen en vrede te hebben met het onkenbare dat leven en dood bestiert. Bij Mammel heeft de kijker die uitnodiging, historisch gezien, allang afgeslagen. De wereld is te zeer veranderd, zowel materieel als geestelijk.

Er is nog een belangrijk verschil met Friedrich: diens schilderijen zijn in het algemeen niet groot, zij zijn er eerder op uit binnen een beperkt kader een enorme geestelijke ruimte te scheppen. Dat is een verdienste die door een post-postmodern publiek minder ervaren wordt, gericht op directe sensatie als het hedendaagse beeldmateriaal is. Mammels veel grotere schilderij sluit meer bij die kijkcultuur aan. De kijker kan zich compleet verliezen in het beeld wanneer hij of zij ervoor staat. Die Welle I komt uit een serie werken, genaamd Transit, waarin Mammel vrij letterlijk het in transit zijn behandelt, mede geïnspireerd door de ongewisse oversteek die vluchtelingen en andere migranten maken van hun thuis naar een hopelijk toekomstig thuis. Het gaat hem er niet om simpel het leed of het spel van lot en noodlot te laten zien dat daarbij komt kijken. Hij laat in Transit de verschillende aspecten van de ongewisheid en ook de absurditeit van de oversteek zien en ze spreken daarmee het eigen idee van de beschouwer van in transit zijn in het leven zelf aan. In Transit gaat de reis over land, door de lucht, door de sneeuw en, natuurlijk, ook over zee, steeds op het snijvlak van minstens twee elementen.

Mammel heeft meerdere versies van Die Welle gemaakt, zelfs grotere dan de hier besprokene. Het onderwerp zelf leent zich ook bijzonder goed voor de techniek die hij gebruikt: het laten uitvloeien van al dan niet verdunde inkt op doek. In het op het linnen verbeelde water zitten dikke strepen, als nerven in hout, of lijnen in een gerimpelde huid, die van rechtsonder uit naar links toe opkrullen en in de top van de golf compleet uit elkaar spatten, gedeeltelijk donker gedeeltelijk licht, als uit elkaar stomend schuim en daarachter nog met spetters die als een wild gebladerte over de achtergrond verspreiden. Het kalende hoofd van de drenkeling is niet groter dan kleinere schuimkopjes in het geheel. De techniek maakt dat je voortdurend en van dichtbij en van verderaf wil kijken. Je wil als kijker graag het overzicht houden over het geheel, maar je wil ook van dichtbij zien hoe de inkt en het water vervloeid zijn met elkaar. Het verhaal vermengt zich in de inkt, het water en het linnen en in de esthetiek van het werk. Dit is geen venster meer waarbinnen zich een verhaal ontvouwt zoals dat bij Friedrich gebeurt, dit verhaal lijkt rechtstreeks uit het linnen te komen. Het sublieme van de tijd van het begin van de Industriële Revolutie is onderdeel geworden van het linnen, zoals het onderdeel van ons denken is geworden, en Mammel laat het er met inkt en water weer uitkomen in al zijn grootsheid en ongenaakbaarheid, de mensen indachtig die van de ene oever naar de andere hebben getracht te geraken.

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

Bertus Pieters

*) Dieter Mammel (1965): Die Welle I (De golf I; 2017), inkt op doek, 190 x 280 cm. Het werk is momenteel te zien in de tentoonstelling Generate, met werken van Tobias Lengkeek, Dieter Mammel en Erik Pape, bij Galerie Maurits van de Laar in Den Haag.

Klik hier voor meer afleveringen uit de serie Tussen einde en begin.

VILLA LA REPUBBLICA IS NIET VERANTWOORDELIJK VOOR EVENTUELE ADVERTENTIES OP DEZE PAGINA!

Advertenties
Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.

%d bloggers liken dit: