Spring naar inhoud

Het stijgende water. William Kentridge, 10 Drawings for Projection; Eye Museum, Amsterdam

26 juli 2019

“In Souzafrica everybody has a swimming pool. And ze blacks, zey profit!”

Een Duitse toerist in Harare, Zimbabwe, 1982

Eye Museum in Amsterdam vertoont deze zomer 10 Drawings for Projection van William Kentridge (1955). Het gaat om tien animatiefilms die aan het museum werden geschonken door de kunstenaar in 2015. De films zijn gemaakt in een tijdspanne van meer dan twee decennia, tussen 1989 en 2011 en zijn daarmee een belangrijk tijdsdocument geworden. Kentridge is ongetwijfeld, en waarschijnlijk ongewild, internationaal de bekendste Zuid Afrikaanse kunstenaar. Als zodanig is hij ook een van de bekendste artistieke commentatoren uit Zuid Afrika en in het bijzonder over de uiterst gewelddadige nadagen van de apartheid, de overgang naar een meerderheidsregiem en wat erop volgde. De een zijn bekendheid staat altijd die van een ander in de weg, en dat geldt ook voor Kentridges roem in een tijd waarin zoveel getalenteerde jonge Zuid Afrikaanse kunstenaars trachten het wereldtoneel te beklimmen. Maar Kentridge kan er natuurlijk ook niets aan doen dat hij zulk fantastisch werk maakt en dat het zo gewaardeerd wordt. Waar dat precies aan ligt, is moeilijk te beoordelen. Het zal er ongetwijfeld mee te maken hebben dat hij de disciplines waarin hij werkzaam is voortdurend mengt en ook steeds op een manier die boven het persoonlijke uitstijgt. Hij is werkzaam op het gebied van theater, film en beeldende kunst en combineert dat voortdurend, niet omdat enige mode dat voorschrijft, maar omdat het blijkbaar de enige manier van werken is die hem past.

Misschien dat met name zijn animaties aanspreken juist vanwege hun techniek en het feit dat ze een verhaal suggereren. “Suggereren” want er is in het algemeen geen na te vertellen verhaal met een verhaallijn waarin protagonisten een vooropgezette rol vervullen, behalve in de eerste films van 10 Drawings for Projection. De inhoud van zijn werken is zelden eenduidig en verwijst niet naar de zekerheid van een moraal. Zeker, de moraal speelt voortdurend een rol in het werk in dat ze voortdurend getest en geconfronteerd wordt. Niet om te testen en te confronteren, maar gewoon omdat het werk zich ontvouwt en het dat oplevert. Het werk is niet optimistisch, hoewel het soms vol perspectieven zit, en het is niet pessimistisch, hoewel strijd, geweld en aftakeling voortdurend aanwezig zijn. Het wil zich voortdurend open houden voor iedere suggestie die de techniek van het werk zelf biedt. De titel 10 Drawings for Projection is daarbij typerend. Alle tien films zijn gebaseerd op tekeningen, hoe die ontstaan en zich transformeren. Iedere tekening lijkt aan te sturen op een open einde en zelfs dat niet, want dan gebeuren er toch weer dingen die niet tegen te houden lijken, zoals dat kan gaan in dromen of nachtmerries. Vaak komt het beeld terug van water dat het geheel overstroomt. Het kan het water zijn in een zwembad, in een bad, uit een kraan, of gewoon uit de zakken van een krijtstreeppak. Je ziet het gebeuren en weet als kijker dat het niet anders kan, anderzijds is er niets of niemand die het gebiedt.

De eerste vier films van de 10 Drawings for Projection zijn met korte tussenpozen gemaakt tussen 1989 en 1991, de volgende vier films zijn ontstaan tussen 1994 en 1999 en de laatste twee films in 2003 en 2011. Daarmee kun je de tien films beschouwen als werken uit drie verschillende periodes. Het is mogelijk dat de serie door Kentridge in de toekomst nog wordt uitgebreid, want de veranderingen in zijn land en zijn plaatsbepaling daarin zullen hem ongetwijfeld blijven bezighouden. De tekeningen zullen niet ophouden en misschien weer tot nieuwe gehelen leiden die passen in de saga van de Drawings for Projection.

De cyclus begint ogenschijnlijk eenvoudig. De eerste film uit 1989 Johannesburg, 2nd Greatest City after Paris lijkt een strijd tussen goed en kwaad, het kwaad vertegenwoordigd door de magnaat en projectontwikkelaar Soho Eckstein, breed en uitgezakt als een buldog, sigaren rokend, gulzig vretend en gestoken in krijtstreeppak, en de uiterlijk sterk op Kentridge zelf gelijkende Felix Teitlebaum, naakt en tot over zijn oren verliefd op mevrouw Eckstein. Soho en Felix gaan uiteindelijk fysiek het gevecht aan, waarbij Felix wint. Mooi, zou je zeggen, de naakte waarheid die wint van het volgevreten grootkapitaal. Kentridge tekent Soho als een hebberige heerser die half Johannesburg heeft om er één grote mijnbouwwoestijn van te maken. Hij verdient er goed aan en je ziet hem aan een goedgevulde dis schransen terwijl hij de overgebleven kluiven gooit naar het berooide zwarte proletariaat dat hij misbruikt en laat leven in de ondergraven stad. Het is natuurlijk prachtig om zo iemand ten onder te zien gaan, maar wat waren de intenties van Felix? Zijn leven stroomt letterlijk over van zijn liefde voor Soho’s vrouw, die zelf aan de rand van haar privézwembad zit waar ze Felix in het geheim ontvangt en waarin ze samen de liefde bedrijven tot ook daar het water steeds hoger komt. Het is mooi hier te veinzen dat de liefde overwint, maar wat is die liefde vergeleken bij de desolaatheid van de stad en het onrecht geschapen door Soho? Wat doet die eenbenige zwerver op krukken daar, die zich warmt bij een vuurtje? Wat doen al die hoofden in die kast?

De volgende twee films tekenen opnieuw de grootheidswaan (Monument, 1990) en arrogantie (Mine, 1991) van Soho, zelf steeds frontaal in beeld, maar in de vierde film Sobriety, Obesity & Growing Old (1991) is er een kentering in alles. Beide protagonisten worden ouder en kaler en Soho wordt vanaf de rug gezien, of je ziet hem eenzaam in het landschap, of in zijn bed. De kat die in Johannesburg, 2nd Greatest City after Paris nog krijsend uit het beeld vlucht, wordt hier door Soho aangehaald. Hij kijkt toe hoe Felix en mevrouw Eckstein de liefde bedrijven en dat doet hem blijkbaar eindeloos terugverlangen naar zijn vrouw. Zijn verlangen doet alles letterlijk overstromen. Het doet zijn hele imperium ineenstorten terwijl hij daar eenzaam staat in het kale landschap met alleen nog de kat als troost. Daar zie je hem zelfs van de zijkant terwijl hij de kat oppakt en liefkoost. Terwijl hij zijn vrouw terugwint zonder gewelddadig slag te leveren en zijn macht verkruimelt, komt de bevolking van Johannesburg, de stad die Soho ooit in zijn zak had, massaal in opstand. De massa’s die hij ooit optrommelde om de onthulling van een monument bij te wonen in Monument of om zich als slaven ondergronds door hem te laten gebruiken in Mine pikken het niet langer. Daarmee lijkt in de vierde film een vertoog rond. De zwarte arbeiders zijn bevrijd en kunnen hun stem laten horen, de macht van Soho is gebroken en zijn vrouw is bij hem terug. Retrospectief vallen de eerste vier films samen met het geweld aan de vooravond van de afschaffing van de apartheid, de vrijlating van Nelson Mandela en de daaropvolgende onttakeling van de apartheid.

De volgende vier films zijn allengs meer introspectief en in Felix in Exile (1994) en History of the Main Complaint (1996) zelfs confronterend. De titel van de zevende film Weighing and Wanting (1997) duidt op moreel zelfonderzoek. Het geweten is er veranderd in een steen. De hoofdfiguur is Soho, die in veel opzichten ook op Felix lijkt. De steen doet zich voor als een gigantische rots, midden in het brake landschap, als een object, gevonden en mee naar huis genomen door Soho/Felix/Kentridge, als hersenen in een hersenscan, of als scherven van een koffiekopje of papiersnippers waarin dingen uit het dagelijks bestaan en het verleden te zien zijn en uit elkaar vallen. Er zit ook een zekere woede in de scherven en de snippers, maar zij kunnen de herinnering niet tegenhouden, sterker, de herinnering wordt steeds zichtbaar in de scherven en snippers. Is dit een kwestie van gewogen en te licht bevonden worden?

Stereoscope (1999) drijft de gespletenheid van Soho/Felix verder op de spits. De twee figuren zijn inmiddels samengevallen in één hoofdfiguur, maar het dualisme uit zich niet meer in twee verschillende karakters, maar meer in een gespleten beeld. Een blauwe lijn doorklieft het beeld, soms door het midden, soms ongecontroleerd en alles blijkt voor meerderlei uitleg vatbaar. De kat komt terug, maar nu eerder als een onberekenbaar wezen. Was het dat eerder tot op zekere hoogte al, nu straalt de dubbelzinnigheid ervan af: veranderde de kat in Sobriety, Obesity & Groing Old nog in een zuurstofmasker, hier verandert hij in een bom.

De vier films Felix in Exile, History of the Main Complaint, Weighing and Wanting en Stereoscope stammen uit de periode dat het nieuwe Zuid Afrika net op de benen stond en de Waarheids- en Verzoeningscommissie onder leiding van bisschop Tutu was geïnstalleerd. De commissie bereikte haar doel in dat veel gruwelijke feiten, die vaak al verondersteld werden, aan het licht kwamen; ze miste haar doel waar de meeste verantwoordelijken voor het geweld de schuldvraag arrogant ontweken. Kentridge gaat in deze films verder niet op die problematiek in, maar wel gaat hij in op de positie van de witte Zuid Afrikaan, in Felix in Exile nog als Felix Teitlebaum, in de andere drie films als Soho Eckstein, die inmiddels steeds definitiever de trekken heeft van Kentridge zelf. In Felix in Exile ziet Felix vanuit een hotelkamer in zijn ballingsoord de moord en doodslag in zijn geboorteland. De berichten daarover krijgt hij te zien via een zwarte intermediair, Tandi, een landmeetster die met haar gevoelige instrumenten het land gedetailleerd in het oog houdt tot zij op het eind zelf ook vermoord wordt. Ook in deze film speelt plotseling opkomend water een rol als de gevoelens die de hoofdrolspelers leven beheersen. Hij staat eenzaam en naakt in zijn hotelkamer ver weg van waar alles gebeurde, enerzijds te ver om medeverantwoordelijk te zijn, anderzijds medeverantwoordelijk omdat hij opgegroeid is in het land. Het eeuwige dilemma van de balling.

In History of the Main Complaint keert Soho Eckstein weer terug, liggend in het ziekenhuis. Hij wordt omringd door artsen die er allemaal hetzelfde uitzien en op hem en Kentridge zelf lijken. De ziekte waaraan Soho lijdt, lijkt het infarct waarin Zuid Afrika zelf terecht was gekomen. In zijn herinnering rijdt Soho onder meer een zwarte man te pletter. Zo lijkt in de vier films van 1994 tot en met 1999 het idee van morele verantwoordelijkheid een steeds zwaarder wegende rol te krijgen. Er zijn weinig echte verhaallijnen in Kentridges films, maar in de eerste vier films is er nog tot op zekere hoogte de idee dat er een situatie getoond wordt, dat daar iets mee gebeurt en dat er op het eind een ontknoping is. Ook in Felix in Exile is dat zo, maar in de verdere films lijkt zelfs die basale verhaallijn te verdwijnen.

De twee laatste films Tide Tables (2003) en New Faces (2011) zijn gedrenkt in herinneringen. In Tide Tables zit een oudere man in krijtstreeppak in wie je onderhand Soho Eckstein kunt herkennen in een strandstoel aan het strand de krant te lezen. Het ziet eruit als een anachronisme: van zon en zee genieten in pak. In een oud luxehotel achter hem kijken drie sinistere, zwarte Afrikaanse generaals vanaf een balkon door verrekijkers. Om Soho heen vindt het strandleven plaats: kinderen spelen er, mensen laten zich dopen, er staan koeien in het water, in de strandhuisjes wordt een vitaal leven gecreëerd, ondertussen komen bij Soho uiteenlopende herinneringen op, weemoedige en herinneringen van schaamte die zich vermengen met de beelden in de strandhuisjes. Uiteindelijk valt hij in slaap in zijn stoel met de krant over zijn gezicht. Een passerende zwarte vrouw legt haar hand op zijn pols. Na het ontwaken gooit Soho een steentje in het water alsof hij ontwaakt in een nieuwe realiteit.

De laatste twee films verschillen qua sfeer en presentatie hemelsbreed van de eerste films. Een eventuele verhaallijn is versnipperd geraakt door de herinneringen en als composities zijn de films veel abstracter geworden. De scherpe tegenstelling tussen Felix en Soho is verdwenen. Het krijtstreeppak van Soho is gebleven, maar in de laatste film New Faces heeft Soho het uiterlijk gekregen van Kentridge zelf, een transformatie die in eerdere films al voorbereid was, met name in History of the Main Complaint. Ook wordt in de laatste twee films de enorme vitaliteit en dynamiek van de Zuid Afrikaanse samenleving benadrukt. De man in krijtstreeppak voelt zich er blijkbaar lang niet altijd meer op zijn plaats. Bij een verkeersongeluk krijgt hij “you fucken white man” naar het hoofd geslingerd. Johannesburg is in die laatste film veranderd van een desolate, vergraven mijnbouwstad, geregeerd door uitbuiting, in een levendig organisme van gemeenschappen, massa’s individuen, ook uit andere Afrikaanse landen, die gedreven worden door overlevingsdrang in een dynamiek van dromen, concurrentie en geweld. In de eerste films was het nog vrij simpel: de machtige grootkapitalist had in Johannesburg als zijn territorium alle vrijheid om zijn graaizucht te botvieren. In de laatste film is de man in krijtstreep niet meer dan een zoveelste karakter in een drukke stad, waar men hem bovendien liever kwijt dan rijk is. Herinneringen komen er even vluchtig op als dat ze weer verdwijnen en vermengen zich of botsen zelfs met de realiteit van de stad. Een constante is een ibis die onverstoorbaar in de grond naar voedsel zoekt tot hij – ook vluchtig – wegvliegt, verdwijnt als vegen houtskool van de tekening terwijl zijn vleugels veranderen in de spaden, de basis van de mijnbouw en dagelijks materiaal van de mijnwerkers, maar waarmee ook gedanst werd door diezelfde mijnwerkers. Naar de film vordert, verandert het beeld vaker in onduidelijke vegen.

Tezamen bieden de tien films een enorme reis door de tijd en ze geven gestalte aan de veranderingen in Zuid Afrika, aan de plaats van de bevoorrechte blanke Zuid Afrikaan, aan gevoelens van boosheid, rebellie, schuld, verantwoordelijkheid, vertwijfeling, hoop. Zaken die in feite in de hele wereld spelen, maar in Zuid Afrika verhevigd optreden. Er is al veel gezegd over Kentridges techniek van tekenen, uitgummen en veranderen in stop-motionfilms. Ze worden in het algemeen opgevat als een manier om herinnering zichtbaar te maken als beelden die uitgegumd worden maar zichtbaar blijven, waarbij ook het papier zelf vaak aangetast wordt. Kentridge is er zonder meer een meester in, dusdanig  dat je de films niet alleen als films kunt zien, maar evengoed als verzamelde tekeningen. Er spreekt een enorme drang uit om te tekenen, overvloedig te tekenen, en die tekeningen in een groter verband betekenis te geven. Ze heten ook niet voor niets “10 tekeningen voor projectie”, deze serie films is een groot feest van tekenkunst en de toewijding die daarbij hoort. Stop-motionfilms zijn van zichzelf al buitengewoon bewerkelijk, vergen veel precisie en geduld. Neem vervolgens ook de toepassing van muziek en geluiden, die in een groot deel van de films op het conto komen van componist en geluidskunstenaar Philip Miller (1964), die, als Kentridge, een speciale band met het theater heeft. Alleen al de laatste film New Faces is een meesterwerk van muziek en geluid in samenwerking met de elkaar soms snel opvolgende beelden. Sowieso is het tiendelige feuilleton zo overdadig aan beelden en ideeën, en de beelden volgen elkaar soms zo snel op, dat het loont de films twee keer te zien. Dat is bij Eye ook mogelijk want de films draaien non-stop, een aantal in cabines. Je kunt je afvragen of de vertoning van O Sentimental Machine (2015), een filminstallatie in een belendende ruimte, niet teveel van het goede is, maar voor wie niet genoeg van Kentridge kan krijgen, is niets natuurlijk te veel. Zo hangen er tussen de films door ook nog wandtapijten naar Kentridges ontwerp. Ze hangen er eerlijk gezegd als niet meer dan aardige bijverdiensten en illustraties. Het epos van 10 Drawings for Projection is in zijn geheel te zien voor iedereen en zo vaak als per dag mogelijk is, en dat is al uniek, fascinerend en overdadig als het water dat er soms zomaar stijgt, alsof het ten koste moest gaan van al Zuid Afrika’s zwembaden.

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

Bertus Pieters

Zie voor meer plaatjes: https://villanextdoor2.wordpress.com/2019/07/27/william-kentridge-10-drawings-for-projection-eye-filmmuseum-amsterdam/

Zie ook: https://reportersonline.nl/de-zuid-afrikaanse-kunstenaar-william-kentridge-toont-in-het-amsterdamse-filmmuseum-eye-een-overweldigende-onaffe-wereld-in-beweging/

https://www.parool.nl/kunst-media/kentridge-in-eye-animaties-van-de-beladen-geschiedenis-van-zuid-afrika~b483ec87/

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/06/02/kentridges-bewegingen-tussen-schuldgevoel-en-slapstick-a3962296

https://www.textielplus.nl/artikelen/wandkleden-van-een-animatiemaker-william-kentridge/

https://kunstvensters.com/2019/06/18/william-kentridge-hoe-kom-je-los-van-de-apartheid/

https://www.telegraaf.nl/entertainment/1402851747/william-kentridge-in-eye

VILLA LA REPUBBLICA IS NIET VERANTWOORDELIJK VOOR EVENTUELE ADVERTENTIES OP DEZE PAGINA!

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: