Spring naar inhoud

Dilemma’s in De Kerk. Stormy Weather; Museum Arnhem/De Kerk, Arnhem

19 augustus 2019

Britta Marakatt-Labba, Máilmme-viidosas liegganeapmi/Global warming

“In 2018 waren miljoenen mensen aangewezen op noodhulp vanwege natuurrampen zoals overstromingen, orkanen en hittegolven. Tegen het einde van deze eeuw zal klimaatverandering twee miljard klimaatvluchtelingen veroorzaken, één vijfde van de wereldbevolking.“ Zo heet het Museum Arnhem de bezoeker welkom bij de tentoonstelling Stormy Weather in De Kerk in Arnhem, een tijdelijk onderkomen van het museum. In de tentoonstelling zijn klimaatverandering en sociale rechtvaardigheid de rode draad in een presentatie van werken van kunstenaars uit verschillende windstreken: West Europa, Noord Amerika, Afrika, Brazilië en Australië. Het verdient een compliment dat Museum Arnhem een tentoonstelling durft te maken op basis van dit uitgangspunt. Weliswaar is het onderwerp momenteel populair, het is ook controversieel en het gevaar dreigt dat het thema de kunstwerken overschaduwt. Aan dat laatste is in thematische groepstentoonstellingen sowieso moeilijk te ontkomen. Kunstwerken in een groepstentoonstelling kunnen echter ook juist aan betekenis winnen en elkaar versterken, soms geholpen door een specifieke tentoonstellingsruimte. Het is duidelijk dat er dus een balans gevonden moet worden. De overtuigingskracht van een groepstentoonstelling moet steeds weer bevochten worden. Dat blijkt ook uit Stormy Weather.

Serge Attukwei Clottey, GBOR TSUI/Visitor’s Heart

De Kerk is de oorspronkelijk 14de-eeuwse Sint-Walburgiskerk in Arnhem. Na de reformatie werd het gebouw leeggehaald en voor allerlei niet-religieuze doeleinden gebruikt. In de Napoleontische periode werd de kerk weer Rooms Katholiek en later in de 19de eeuw werd hij ingrijpend neogotisch gerestaureerd en vernieuwd. Tijdens de Slag om Arnhem vloog de kek in brand en werd grotendeels vernield, maar hij werd na de oorlog weer gerestaureerd en herbouwd. De kerk is niet bijzonder groot, hoewel hij voor zijn tijd prestigieus geweest zal zijn. Wat vooral van de oorspronkelijke gotiek nog over is, is de hoogte, die het gebouw zijn plechtige sfeer en akoestiek geeft. Door de kerkelijke leegloop van de laatste decennia is het gebouw, als rijksmonument, vooral een kostenpost geworden en vorig jaar is hij verkocht aan een belegger die er woningen in wil maken. Dat zijn de omstandigheden waaronder Museum Arnhem er tijdelijk asiel heeft gekregen tot eind 2020. Tijdelijkheid van de behuizing heeft altijd consequenties voor het aanzien van tentoonstellingen en dus ook voor deze.

Maarten Vanden Eynde & Musasa, Iis ont partagé le monde

Het maken van een tentoonstelling die vooral veel narigheid en onrecht als onderwerp heeft in een tijdelijke ruimte, is een dubbele uitdaging. Een valkuil daarbij is te vervallen in modieuze dystopie-verhalen, het trendy paracommerciële zwelgen in een wezenlijk probleem. Een kunstenaar die het wil hebben over dringende mondiale problemen zal toch goed beslagen ten ijs moeten komen, wil hij of zij niet vervallen in dergelijke holle sentimentaliteit. Gelukkig is er in deze tentoonstelling gewaakt voor een dergelijke leegheid. Er zijn negentien kunstwerken te zien, die variëren van het vrij kleine textielwerk Máilmme-viidosas liegganeapmi/Global Warming (2007) van de Zweedse Britta Marakatt-Labba (1951) tot het reusachtige gele plastic tapijt GBOR TSUI/Visitor’s Heart (2019) van de Ghanese Serge Attukwei Clottey (1985), fraai en vrij gehangen bij  de ingang van de kerk, als gordijn voor het middenschip, van het vrij onopvallende, ronde schilderijtje Ils ont partagé le monde (2017) van de Belgische Maarten Vanden Eynde (1977) en de Congolese Musasa (1950), tot de grote van kleur veranderende, bolvormige The Weight of History, The Mark of Time (2015) van de Australische Brook Andrew (1970), monumentaal gehangen boven in het koor achter in de kerk, en van Science-fiction Postcards (2013) van de Belgische Stéphanie Roland (1984), zwarte ansichtkaarten die bij opwarming veranderen, tot White Gold (2007-2012) van de Duitse Frauke Huber (1966) en Uwe Martin (1973), een documentaire video-installatie over de katoenteelt.

Brook Andrew, The Weight of History, The Mark of Time

Het gaat Manon Braat, de tentoonstellingmaker, met name om het effect van de klimaatveranderingen op minderheden en zij die dagelijks moeten ploeteren om het vege lijf en dat van hun gezinnen boven water te houden – soms letterlijk zoals de Bengali die massaal met zakken modder het hoge water trachten te keren in de video Deep Weather (2013) van de Zwitserse Ursula Biemann (1955). Het levert een tentoonstelling op met heel verschillende uitgangspunten en verschijningsvormen. Esthetiek, wetenschap en journalistiek lopen door elkaar.

Stéphanie Roland, Science-fiction Postcards

Die esthetiek krijgt in een aantal werken iets tweeslachtigs. De installatie Atlantis (2009) van Gayle Chong Kwan (1973) bijvoorbeeld kan moeilijk anders dan mooi gevonden worden. Het werk is gemaakt van lege plastic melkflessen en verwijst natuurlijk naar het mythologische Atlantis, dat ooit bestaan zou hebben. De titel is betekenisgevend voor het werk. Atlantis zou een groot eiland zijn geweest in wat nu de Atlantische Oceaan genoemd wordt. De mensen leefden er in grote weelde, maar door rampen verdween het land in zee. Daarmee is het verhaal verwant aan menig ander zondvloedverhaal. Plastic bevindt zich, zoals iedereen onderhand wel weet, onder meer in de oceanen en vormt daar gigantische dood en verderf verspreidende, drijvende eilanden, ook midden in de Atlantische Oceaan. Atlantis is een omtovering van gebruikt plastic tot een fraaie maquette van een blanke stad van luister. De gedeeltelijke transparantie van het materiaal geeft het bouwsel het idee van een hersenschim. De kijker wordt verleid door de esthetiek van het geheel en wordt tegelijk herinnerd aan het probleem van het plastic.

Frauke Huber & Uwe Martin, White Gold

Een dergelijke dubbelzinnige esthetiek is ook terug te vinden in Clotteys Visitor’s Heart. Dat werk is speciaal voor de tentoonstelling gemaakt (het is onlangs geschonken aan het museum) en de kunstenaar moest dus rekening houden met de kerkelijke ruimte en haar betekenis. Het is uiteindelijk een groot, monumentaal werk geworden met meerdere betekenissen, aangevuld door de betekenis van de kerk als gotische tempel waarin onder meer door middel van het hoge licht aanbeden werd. De koloniale naam van wat nu de staat Ghana is, was Goudkust. Er werd goud gedragen, verhandeld en geroofd, zo goed als er ook slaven vandaan kwamen, het menselijke goud waarmee de koloniën aan de andere kant van de Atlantische Oceaan werden opgebouwd. Het goud is in Ghana vandaag de dag vervangen door geel plastic van jerrycans die in grote hoeveelheden gebruikt werden om water mee te dragen. Ghana heeft nu een gigantisch overschot aan gele jerrycans. Als de plastic melkflessen van Chong Kwan, worden de plastic vaten door Clottey hergebruikt om er kunstwerken van te maken. Hij reduceert ze tot kleine rechthoekige stukjes, die hij weer aan elkaar zet om er grote werken van te maken, soms in de openbare ruimte. Dat heeft in Arnhem geresulteerd in een groot hangend tapijt. De plastic plaatjes zijn van verschillende tint en ouderdom en ook zijn er andere kleuren en structuren verwerkt in het tapijt, want niet alle jerrycans waren egaal geel, maar hadden ook opdruk of werden vervuild. De plastic stukjes gedragen zich als de letters van een taal die zich wonderwel voegt in de taal van de architectuur van de kerk.

Ursula Biemann, Deep Weather

Clottey is niet de enige kunstenaar, en zeker niet in Afrika, die de afdankertjes van de moderne en hedendaagse samenleving gebruikt als materiaal. Zijn degelijke materialen voor een gemiddelde kunstenaar soms al een schier onoverkomelijke kostenpost, dat geldt zeker voor Afrikaanse kunstenaars. Die wonen weliswaar onder meer in landen waar kostbare grondstoffen in grote hoeveelheden worden gedolven, maar waar de inkomens ook mensonterend laag worden gehouden om de producten die die grondstoffen opleveren financieel bereikbaar te houden voor de consument. Dat levert een immer groeiende afvalberg op. Clottey maakt daar specifiek metaforisch en esthetisch gebruik van en ook de Zimbabweaanse Moffat Takadiwa (1983) doet dat in zijn werk The Brushed Zeros (2019). Takadiwa’s werk is een samenspraak van de overblijfselen van het modernisme waarmee zijn land koloniaal werd en wordt vormgegeven, in de vorm van plastic onderdelen, en een vormgeving die refereert aan een Afrikaans bewustzijn. In het geval van The Brushed Zeros heeft Takadiwa, zoals hij in meer werken doet, een enorm aantal toetsen van computertoetsenborden gebruikt, in dit geval samen met tandenborstels; de toetsenborden als dragers van een taal en een alfabet die door de kolonisten werden ingevoerd en tot uitgangspunt van het dagelijks leven werden gemaakt, en de tandenborstels die onderdeel zijn van een eveneens koloniaal ingevoerde vorm van persoonlijke hygiëne die inmiddels min of meer noodzakelijk is geworden in iedere hedendaagse samenleving. Dat alles heeft bij Takadiwa geleid tot een indrukwekkend esthetisch geheel.

Gayle Chong Kwan, Atlantis

De esthetiek heeft ook de hoofdtoon in Vanden Eyndes Cornutopia, een aantal achter elkaar gezette vierkante plaatjes bakeliet, met daarin de uitgeslepen vorm van een olifantslagtand. Als in Chong Kwans Atlantis is bij Vanden Eynde de titel van belang als onderdeel en context van het werk. De woorden cornucopia (hoorn des overvloeds) en Utopia zijn er in elkaar verwerkt. Ivoor wordt tegenwoordig niet meer gebruikt voor de fabricage van kunstvoorwerpen, pianotoetsen of biljartballen. Toen begin vorige eeuw bakeliet werd uitgevonden, een primitieve vorm van plastic, bleek ivoor vervangen te kunnen worden. Een dreigende uitroeiing van wilde olifanten werd daarmee toen voorkomen. Bakeliet bleek echter het begin van een ontwikkeling die ons nu opgescheept heeft met enorme hoeveelheden plastic, het materiaal van onder meer Chong Kwans, Clotteys en Takadiwa’s werken. Intussen is de race voor het steeds kostbaarder wordende ivoor nog lang niet uitgewoed en is overgegaan in nietsontziende stroperij, of het stellen van quota aan ivoorexport, in feite een vorm van gestroomlijnde stroperij. Maar Cornutopia is daarmee niet alleen een kernachtig werk, het heeft ook zijn modernistische esthetiek, terwijl het zich als een relikwie voegt in de kerk.

Moffat Takadiwa, The Brushed Zeros

Esthetisch gezien een van de meeste opvallende en direct benaderbare werken is Andrews The Weight of History, The Mark of Time. Het heeft, als Visitor’s Heart, een plezierige esthetiek van verwondering die de kijker onmiddellijk voor zich inneemt. Andrew heeft een geweldige nylon bol gedecoreerd met traditionele Australische patronen, en voorzien van LED-verlichting die de bol voortdurend van kleur doet veranderen, en van een ventilatiesysteem dat de bol constant opblaast en weer leeg laat lopen. De bol hangt nu achter in het koor. Hij hangt daar prachtig op zijn plaats omgeven door hoge, smalle ramen en met uitzicht op het schip van de kerk. Het is een welkom rustpunt in de tentoonstelling. Automatisch geeft de bol associaties met de wereldbol of zelfs met de kosmos. Andrew zelf is van half-Schotse en half-Wiradjuri afkomst. De Wiradjuri zijn een Australisch Aboriginal volk. Het is opvallend hoe Australische Aboriginals met gemak hun kunstvormen aanpasten aan de eisen van de Europese kijker. Waar de Europeanen gewend waren aan schilderijen en tekeningen, maakten de Aboriginals schilderijen en tekeningen om hun esthetiek en ideeënwereld ook met Europeanen te kunnen delen. Het is dan ook niet vreemd dat Andrew het zwart-witte Wiradjuri-patroon presenteert op een nylon bol die met technische snufjes krimpt en uitzet en voortdurend sprookjesachtig van kleur verandert.

Maarten Vanden Eynde, Cornutopia

Technologie speelt een rol in een aantal werken van deze tentoonstelling, vooral inhoudelijk. Een aantal kunstenaars laat zien hoe moderne technologie met efficiëntie de roofbouw op onze planeet geprofessionaliseerd heeft. De technologie die voor de kunstwerken zelf gebruikt wordt is niet uitzonderlijk. Het gebruik van technologie in de kunst heeft een lange geschiedenis: het begint met het maken van pigmenten en tekenmaterialen, en leidt via fotografie en film naar onze tijd, een snelkookpan van digitalisering en technologisering. Waar video’s in de jaren ’70 van de vorige eeuw nog onduidelijk en slecht van kleur waren, staat nu niemand meer met de ogen te knipperen van de meest geavanceerde montagetechnieken of zelfs van virtuele realiteit. Dat laatste biedt Stormy Weather niet, maar de Amerikaanse Steve Rowell (1969) heeft in zijn film Midstream at Twilight (2016) wel gebruik gemaakt van een drone, ook zo’n technisch middel dat in de kortst mogelijke tijd heel gewoon geworden is. En zo zijn de meeste technologische snufjes die in Stormy Weather gebruikt worden redelijk middle-of-the-road. Alternatieve technologie past misschien ook niet meteen bij een tentoonstelling die vooral aandacht wil besteden aan de efficiëntie die met behulp van technologie wordt verhoogd ten koste van diegenen die blijkbaar voor de vooruitgang overbodig zijn geworden, behalve als werkvee, consumptievolk of applausmachine.

Steve Rowell, Midstream at Twilight

Het enige werk in de tentoonstelling dat zich nadrukkelijk bedient van wetenschap en technologie is Rolands Science-fiction Postcards. Roland heeft gedurende het laatste decennium gewerkt aan een oeuvre dat steeds een beroep doet op hedendaagse technologie. Het gaat haar daarbij niet om het vernuft van die techniek maar puur om het gebruik ervan in het creëren van beelden, dusdanig dat zij op een natuurlijke manier ontstaan en – in het geval van Science-fiction Postcards – ook weer verdwijnen. Daarbij gaat het niet zozeer op morele oordelen of waarschuwingen voor de toekomst. Zo weet iedereen die de laatste jaren niet onder een steen heeft geleefd dat een aantal eilanden in de wereld ten onder zal gaan aan de stijgende zeespiegel ten gevolge van klimaatverandering. Daar valt niet tegenop te polderen. Roland presenteert een aantal op het eerste gezicht compleet zwarte ansichtkaarten die, wanneer je ze tegen een rechaud houdt, een satellietopname van een eiland of eilandengroep laat zien. Op de achterkant van de kaart staat de naam van het eiland en het jaar wanneer het onder water zal verdwijnen. In tegenstelling tot de opwarming van de Aarde doet de warmte de eilanden hier dus tevoorschijn komen. De kijker heeft de opwarming hier zelf letterlijk in de hand.

Mary Mattingly, Objects Unveiled (Cobalt) & Mining Sites

Journalistiek van inslag zijn vooral een aantal videowerken en –installaties, met als hoogtepunt op dat gebied White Gold van Huber & Martin. Daarin komen katoentelers uit verschillende landen aan het woord over de problemen bij het telen en vermarkten van hun product. Voor iedereen die de tentoonstelling bezoekt in een simpel katoentje, is White Gold misschien een eyeopener. Katoen is in principe een erg arbeidsintensief gewas (het is niet voor niets dat het met name in de Verenigde Staten verbonden is aan de geschiedenis van de slavernij) en heeft veel water nodig, zodat het de grond uitput. De verschillende katoentelers, wat hun streven ook is (een goed product kweken, winst maken, het hoofd boven water houden), blijken allemaal mensen wier keuzes in de katoenverbouw – en daarmee in hun levens – volslagen begrijpelijk en menselijk zijn. Je krijgt gemakkelijk de idee dat de mensen die verantwoordelijk zijn voor de uitputting van het aardoppervlak verziekte, naargeestige types zijn die met hun ruïneuze activiteiten zelf veel geld verdienen dat besteed wordt aan debiliserende luxe, die de wereld alleen nog maar meer tot last is. En als zij dat niet zijn dan zijn zij toch domme, bruikbare idioten die nog wat kruimeltjes van het grote gewin denken op te pikken. In wezen blijken de in White Gold geïnterviewde katoenboeren juist uiterst hardwerkende mensen, voor wie de zorgen rond het milieu wel degelijk een rol spelen, maar die er ook een bestaan willen hebben. Een Amerikaanse boer vertelt zelfs over zijn liefde voor de katoenteelt, maar ook hoe het steeds moeilijker wordt om een goede prijs voor het product te krijgen, hoe hard je er ook aan werkt, wat je er ook in investeert en hoezeer je je medewerkers ook een brood uit de korf gunt. De katoenboeren worden gedwongen door de omstandigheden, misleid soms, misbruikt zelfs. Het meest pakkende is misschien nog dat je je als kijker verwant kunt voelen met de boeren en hun streven, hun hoop en hun teleurstellingen. Of je nu kleine of middelgrote katoenteler bent in Texas of een ploeterende kunstenaar in Nederland, je zit uiteindelijk allemaal aan dezelfde dis, al is het maar omdat je allemaal katoen draagt.

Marianne Nicolson, Kankagawí/The Seam of Heaven

White Gold is daarmee welsprekender dan Objects Unveiled (Cobalt) (2016) van Mary Mattingly (1979). Mattingly is onder meer actief als kunstenaar van openbare werken, die ontstaan in samenwerking met andere kunstenaars of niet-kunstenaars en bieden vaak een glimp van een andere samenleving, een waarbij op microniveau als vanzelfsprekend het ecosysteem van de hele wereld een rol kan spelen en vooral hoe het ecosysteem in het algemeen afhankelijk is geworden van de economie en vice versa. Ze is in feite een echte buitenkunstenaar en haar manier van werken schreeuwt om activiteiten buiten de muren van een tentoonstellingsruimte. In Objects Unveiled en Mining Sites (2016) wordt duidelijk gemaakt hoe veelgebruikt kobalt is. Het kent veel industriële doeleinden, het wordt gebruikt in batterijen voor telefoontjes en elektrische auto’s, in de Amerkaanse defensie-industrie en ruimtevaart, en het is bij beeldend kunstenaars uiteraard bekend als fraaie kleurstof. Kobalt wordt vooral veel gewonnen in Congo, een lagelonenland waarin het postkolonialisme extreme vormen heeft aangenomen in de vorm van willekeur, geweld, machtswellust, gegraai op wereldniveau, moderne slavernij, armoede, ziekte en bodemuitputting. Natuurlijk wordt die kobalt er gewonnen met grote risico’s voor de gezondheid van de mijnwerkers, tegen lage beloning en met een grote vernietigende werking op het plaatselijke milieu. Mattingly bindt producten waarin kobalt gebruikt is samen tot sculpturen en ze legt satellietbeelden van de kobaltmijnen op de vloer neer. Veel verder kom je daar als beschouwer echter niet mee dan de informatie die dat oplevert. Mattingly’s kobaltwerk blijft daarmee vooral in het primaire steken. Dat wordt nog eens benadrukt door het gebruik van een museaal schot waartegen een aantal onderdelen van het werk worden tentoongesteld.

Maarten Vanden Eynde, Around the World

De tentoonstelling is qua route en indeling mooi en vernuftig ingericht, en een aantal zaken zijn heel fraai opgesteld, waaronder ook de videowerken in de kapellen (met name de intrigerende film 4 Waters: Deep Implicancy van Denise Ferreira da Silva en Arjuna Neuman is een lange zit waard), maar het gebruik van schotten doet afbreuk aan dat fraaie geheel. Natuurlijk is het gebruik van schotten uit nood geboren. Het gebouw is te leen, een rijksmonument bovendien; je kunt er dus niet naar hartenlust in de wanden spijkeren en timmeren, en ook bij de belichting zul je soms van de nood een deugd moeten maken. In een kerk, en vooral een hoge gotische kerk als de Sint Walburgis, komen vooral de meer monumentale zaken tot hun recht. Kleinere zaken hebben een plek nodig waar de nieuwsgierigheid je naartoe leidt. In een kerk creëert iedere plek echter zijn eigen betekenis. Wie in een kerk iets aan de muur of aan een pijler hangt krijgt onmiddellijk te maken met de religieuze context van het gebouw. Dat gebeurt bijvoorbeeld bewust met The Weight of History van Andrew achter in het koor of met Kankagawí/The Seam of Heaven (2018) van de Canadese Marianne Nicolson (1969) vlak vóór het koor. Werken die een dergelijke context niet kunnen dragen worden problematischer en daarmee zit je als tentoonstellingmaker al gauw vast aan het gebruik van schotten om hier en daar een neutralere wand te kunnen creëren. Toch hebben schotten in een hoog kerkgebouw vaak iets armoedigs. Ze werken als noodgrepen omdat er geen natuurlijker oplossing gevonden kan worden in het gebouw. Dat maakt bijvoorbeeld het verschil tussen Visitor’s Heart van Clottey en The Brushed Zeros van Takadiwa. Takadiwa’s werk is ook aan de forse kant, maar kan, als een schilderij, maar van één kant bekeken worden en heeft daarom een min of meer neutrale en gelijkmatig belichte achtergrond nodig. Het hangt dan ook aan een schot, dat dan toch weer als een tijdelijk Fremdkörper in de kerk staat, waardoor het werk zelf ook een Fremdkörper wordt. Het werk zelf is prachtig en een verrijking van de inhoud van de tentoonstelling, maar de wijze van tentoonstellen lijkt een zwaktebod in de gotische ruimte. Dat geldt ook voor de andere werken die aan schotten hangen. Sommige daarvan zijn rijk belicht, andere hangen meer in de schaduw, zodat er onwillekeurig een idee van een primaire voorkant en een secundaire achterkant van een schot ontstaat. Zo hangen de overigens prachtige foto’s van Mattingly’s project Wearable Homes (2004-heden) aan de ‘achterkant’ van Brushed Zeros, en ook Chong Kwans foto’s hangen op die manier in een schaduwrijke hoek. Het is begrijpelijk dat foto’s niet in het volle licht worden tentoongesteld, maar het maakt hen in dit geval enigszins tot bijzaak. Dat kan nooit de bedoeling zijn.

Gayle Chong Kwan, Paris Remains

De hoogte en de (neo)gotische lichtval van de kerk werken overigens uitstekend bij een aantal grotere werken als The Weight of History, Visitor’s Heart en Vanden Eyndes Around the World (2017) en zelfs bij een kleiner werk als Cornutopia. Die werken winnen in de ruimte aan betekenis. Eigenlijk werkt de presentatie met een schot alleen natuurlijk bij Rolands Science-fiction Postcards, omdat daar door de kijker ook een handeling uitgevoerd moet worden, die aan een ritueel doet denken en daarom wel weer past in een kerk.

Marianne Nicolson, K’ak’akwama/The Fireweed

Er is nog een andere gevoelige tegenstrijdigheid in de tentoonstelling van zowel logistieke als inhoudelijke aard: de kunstenaars zijn bepaald niet per fiets de wereld rondgereisd om een aantal van deze werken te kunnen maken, noch zullen de kunstwerken per bakfiets in Arnhem bezorgd zijn. Ook zullen de kunstenaars en het museum er zich niet aan gecommitteerd hebben om per vliegtuigrit ergens een aantal bomen te laten planten of iets dergelijks symbolisch. Dat maakt logistieke overwegingen tot politieke, strategische en zelfs artistieke overwegingen en werpt lastige dilemma’s op. Wens je je strikt te houden aan dergelijke ethische (en daarmee ook esthetische) overwegingen dan verklein je de reikwijdte van je kunstwerken. Ze kunnen dan nog slechts plaatselijk gezien worden en tentoonstellingmakers zullen er iets op moeten vinden om het publiek toch werken te laten zien die met de samenhang van de wereldecologie te maken hebben en die de kijker op de hoogte brengen van wat er artistiek elders in de wereld leeft, hetgeen inmiddels een noodzaak is. Ook economisch zou dat voor een groot aantal kunstenaars een probleem worden. Het is fantastisch dat het werk van een kunstenaar als Moffat Takadiwa hier en elders in de wereld gepresenteerd kan worden, zodat zijn werk ook hier onder de aandacht komt en tegen een redelijke prijs verkocht kan worden, want Zimbabwe kent amper een kunstmarkt. Hij kan zich dan voegen in een groep van internationaal werkende kunstenaars die ook internationaal verstaan worden, maar dat heeft ook een keerzijde. De internationale kunstmarkt, hoezeer die ook is toe te juichen, heeft een kunstenaarsklasse doen ontstaan die over de hele wereld van de ene residentie naar de volgende biënnale reist, zich druk maakt om de vrijheid van expressie, om het milieu en het klimaat, om sociale rechtvaardigheid, om gelijke rechten, om macht en geweld, om het vluchtelingenvraagstuk, om de uitwassen van het hyperkapitalisme, maar ondertussen werk verkoopt aan onder meer die hyperkapitalisten en met het vliegtuig pendelt tussen meerdere ateliers, verspreid over de wereld. Wat je je als intercontinentale kunstenaar ook mag verbeelden in je voorhoederol, je bent uiteindelijk gewoon onderdeel van een wereldhandel als iedere andere; zoals Congolezen de kobaltmijnen ingaan of zoals mensen hun telefoontjes en elektrische auto’s gebruiken omdat de consumptie-economie dat van hen verlangt. Dat is geen verwijt aan kunstenaars en tentoonstellingmakers in het algemeen en die van Stormy Weather in het bijzonder. Een ieder moet nu eenmaal roeien met de riemen die hij of zij heeft en wanneer je je constant moet afvragen waarvan die riemen gemaakt zijn, waar die boot vandaan komt, hoe vervuild het water is waarin je roeit en wat de effecten zijn van het roeien, dan kun je net zo goed thuis blijven en niets doen. Toch zou het goed zijn wanneer in een tentoonstelling als deze meer rekenschap van juist deze problematiek wordt gegeven. Misschien zou het ooit eens als onderwerp voor een tentoonstelling gebruikt kunnen worden.

Mary Mattingly, Wearable Homes

Niettemin is Stormy Weather een tentoonstelling met een aantal indrukwekkende werken die schreeuwt om gezien te worden. De zomer en komende nazomer duren nog even, dus alle reden om te gaan kijken!

Denise Ferreira da Silva & Arjuna Neuman, 4 Waters: Deep Implicancy

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

Bertus Pieters

Voor meer plaatjes zie: https://villanextdoor2.wordpress.com/2019/08/20/stormy-weather-de-kerk-the-church-museum-arnhem/

Zie ook: https://www.metropolism.com/nl/features/39459_circulair_in_zimbabwe_moffat_takadiwa

https://www.destentor.nl/arnhem/inktzwarte-ansichten-van-eilanden-die-verdwijnen-in-nieuwe-tentoonstelling-van-museum-arnhem~ae668965/

https://www.nrc.nl/nieuws/2019/08/28/kunst-over-klimaatcrisis-op-expositie-stormy-weather-toont-kwetsbare-mens-en-aarde-a3971426

VILLA LA REPUBBLICA IS NIET VERANTWOORDELIJK VOOR EVENTUELE ADVERTENTIES OP DEZE PAGINA!!

 

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: