Spring naar inhoud

Tussen einde en begin #37: Francisco de Zurbarán

1 januari 2020

Foto: Wikipedia. Klik op het plaatje voor een vergroting

Francisco de Zurbarán (1598-1664) is een van de minder bekende Spaanse meesters uit de 17de eeuw. Hij was bevriend met onder meer Velázquez (1599-1660), maar werd niet geliefd aan het Spaanse hof en is daarom in het Madrileense Prado, welks collectie gebaseerd is op de voormalige koninklijke collecties, maar met weinig werken vertegenwoordigd. Hij schilderde vooral voor de Spaanse geestelijkheid, voor kerken en kloosters. Daarom hebben we een groot aantal werken met onder meer heiligen aan hem te danken, waaronder een van zijn bekendste werken, Sint Serapion uit 1628 (1). Het is een van de bekendste van alle minder bekende Spaanse 17de-eeuwse werken. Het beeld van de aan zijn polsen opgehangen monnik, met zijn naar links liggende hoofd boven zijn lange witte pij die het grootste deel van het schilderij inneemt, blijft lang nazingen op het netvlies, in al zijn plechtige berusting.

Momenteel is het te zien in het Rijksmuseum in Amsterdam als onderdeel van de tentoonstelling Rembrandt – Velázquez en alleen al voor dit ontstellende schilderij zou je die tentoonstelling moeten bezoeken, want normaal hangt het in Hartford, Connecticut. In Europa is het werk daarom vooral bekend van plaatjes uit kunstgeschiedenisboeken en van het internet. Dat laat voor de Europese kijker dus vragen open als: hoe is het geschilderd, hoe donker is het donker en hoe licht het licht, hoe zijn de details geschilderd?

Er is al veel geschreven over de achtergronden van het schilderij, het onderwerp en de opdracht waar het uit voortkwam. Serapion (1179-1240) zelf was afkomstig van de Britse Eilanden en nam deel aan de Derde Kruistocht, waarna hij ging vechten tegen de Moren in Spanje waar hij toetrat tot de toen juist gevormde orde van de Mercedariërs en een martelaarsdood stierf. De Mercedariërs hielden zich bezig met het vrijkopen van Christelijke gevangenen en slaven in Moorse handen en droegen een witte habijt. Het wit stond voor de onschuld. Er zijn verschillende versies van de dood van Serapion. Hij zou in Engeland vermoord zijn, of in Marseille of in Algiers. Er is één overeenkomst in die moordpartijen: hij werd gruwelijk verminkt, gevierendeeld, uit elkaar getrokken, de ingewanden werden uit zijn lichaam gesneden en de nek werd hem gebroken, enfin, alles wat mensen nog steeds zouden doen, zouden zij niet voetballen of twitteren.

In het schilderij vertoont Zurbarán echter weinig of niets van die gruwelijkheid. Van het lichaam zelf toont hij alleen het hoofd en de handen. De rest van het lichaam is verhuld achter de witte kledij van de monnik. De achtergrond is donker en zelfs in het echte schilderij is nauwelijks te zien waaraan Serapions handen precies zijn opgehangen. Zurbaráns concept is eenvoudig: het onschuldige wit wordt tegenover het diepe duister gesteld. Het wit licht niet alleen op uit het duister, het bedekt het duister goeddeels. De figuur van de heilige is levensgroot verbeeld, gezien vanaf  de knieën of de dijen. Zijn handen zijn klein en steken machteloos omhoog. In het echt is te zien hoe verfijnd ze geschilderd zijn. Het hoofd, rustend op zijn rechterschouder is in een doodse grauwheid weggetrokken. De pij voorkomt dat de hangende onderkaak nog verder naar beneden zakt. Voor zover Serapion geschreeuwd zou hebben bij zijn marteling is dat niet te zien aan zijn mond die op een kier staat, eerder door de verzakkende kaak of om de laatste levenstocht te laten ontsnappen. Het geheel straalt berusting uit. Er is niets meer aan te doen: de heilige is verscheiden, maar de gruwelen worden bedekt door de onschuld van het wit van de habijt, dat alleen onderbroken wordt door de hanger met het rood met gouden teken van de Mercedariërs. Dat wit is zonder meer briljant geschilderd. De stofuitdrukking is weergaloos, ondanks dat daar niet de nadruk op ligt. De stofuitdrukking komt eerder tot stand door verschillen in toon, de penseelvoering en de gelaagdheid van het schilderen dan door gedetailleerde nabootsing, een van de hoofdredenen om het werk in het echt te zien.

De sereniteit van het schilderij doet denken aan de stilte van een stilleven (ook als stillevenschilder geniet Zurbarán enige bekendheid) alsof de afhangende pij, breed uitgehangen door de gespreide armen van de monnik, de ommanteling is van een dood voorwerp, een futloze pop. De heilige hangt er even gelaten bij als Jezus aan het kruis, maar ingehoudener, want zonder zichtbare verwondingen. In combinatie is het werk ook te vergelijken met de zweetdoek van Veronica, het witte doek waarmee Veronica het bezwete gezicht van Jezus afdepte, waarop een afdruk van diens lijdende gelaat verscheen op de lap. Op dezelfde wijze lijkt Zurbarán met deze St. Serapion een gestold lijden te willen uitdrukken. Serapion heeft verlossing gevonden in het witte doek van zijn pij.

Het werk is geschilderd voor het Mercedariërklooster, het Klooster van Nuestra Señora de la Merced in Sevilla (tegenwoordig het Museum voor schone kunsten van Sevilla), waar Zurbarán de opdracht kreeg om, buiten dit schilderij, met gezellen een serie van 22 schilderijen te leveren met gebeurtenissen uit het leven van de stichter van de orde, St. Petrus Nolascus (1189-1256). Zurbarán kreeg daar een jaar de tijd voor en hij kreeg er goed voor betaald. Er zijn slechts tien werken uit die serie bekend. Algemeen wordt aangenomen dat Zurbarán de St. Serapion schilderde als een soort voorproef. Het hing in de Sala de Profundis, de ruimte waar overleden monniken werden opgebaard voor hun begrafenis. Het werk zal daar ongetwijfeld als een symbool van berusting in de dood hebben gehangen, en het zal doeltreffend zijn geweest. Tijdens de Franse bezetting werd het door de Fransen gestolen, waarna het in Engeland terecht kwam waar het uiteindelijk werd verkocht aan een Amerikaan, waardoor het later in het Wadsworth Atheneum in Hartford terechtkwam. Nu hangt het dan tijdelijk in Amsterdam. Zoals alle werken op deze tentoonstelling gepresenteerd worden in paren ter vergelijking van een zekere gemeenschappelijkheid, hangt de St. Serapion daar samen en ter vergelijking met Jan Asselijns bekende Bedreigde zwaan (van het Rijksmuseum zelf) van rond 1650. Het Rijksmuseum geeft er een nogal vergezochte reden voor op, waaruit geconcludeerd moet worden dat beide schilderijen eigenlijk alleen naast elkaar hangen omdat in beide een monumentale figuur is geschilderd met uitgespreide ledematen waar veel wit aan hangt. Het pronkstuk van Asselijn niet te na gesproken, moet toch geconstateerd worden dat het, buiten de witte verf, zowel inhoudelijk als technisch weinig te maken heeft met Zurbaráns ingehouden kloosterwerk.

Afgezien daarvan, ga het zien zolang het kan!

Bertus Pieters

(1) Francisco de Zurbarán (1598-1664), St. Serapion, 1628, olie op doek, 120x104cm., Wadsworth Atheneum, Hartford, Connecticut. Momenteel te zien in het Rijksmuseum, Amsterdam, in de tentoonstelling Rembrandt-Velázquez, Nederlandse en Spaanse meesters t/m 19 januari 2020.

Zie ook: https://estherschreuder.wordpress.com/2020/01/11/op-de-valreep-nog-eens-gezien-rembrandt-velazquez-nog-tot-19-januari-2020-in-het-rijksmuseum/

VILLA LA REPUBBLICA IS NIET VERANTWOORDELIJK VOOR MOGELIJKE ADVERTENTIES OP DEZE PAGINA!!!

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: