Spring naar inhoud

Tussen chaos en samenhang. Robin Rhode, Jericho; Stevenson, Amsterdam

11 februari 2020

De wereld is een chaos. Die chaos is echter ook haar rijkdom, want als mensen zijn we geneigd de samenhang te zien tussen de meest onsamenhangende zaken, voor zover niet wetenschappelijk, dan toch gevoelsmatig. Die neiging tot het zien van samenhang geeft ons begrip, zekerheid en esthetiek. Ondanks die neiging hebben we als mensen ook de eigenschap de chaos steeds te vergroten, niet zozeer om de rijkdom daarvan weer te doorgronden, als wel om redenen van overleving en onderdrukking. Die laatste twee lijken steeds samen te gaan en zijn zichtbaar in onze directe omgevingen, maar vooral ook in bepaalde brandpunten in de wereld waar overleving en onderdrukking in extreme mate plaatsvinden of hebben plaatsgevonden. Een van die plaatsen is de Westelijke Jordaanoever, tegenwoordig Palestijns grondgebied  en als zodanig onder voortdurende politieke druk. Jericho ligt in dat gebied. Het is de langst bewoonde stad op aarde, en hoewel de stad vandaag de dag met rond de twintigduizend inwoners niet bijzonder groot is, heeft zij door haar geschiedenis mythologische proporties gekregen. Geschiedenis leidt onwillekeurig tot mythevorming. De bekendste mythe is ongetwijfeld de Oudtestamentische van de val van de muren van Jericho onder aanvoering van Jozua en vervolgens het uitmoorden van alle inwoners (Jozua 6:15-21). Het hele verhaal is fictie, maar het idee van de vallende muren heeft beklijfd. Wie aan muren denkt, denkt aan Jericho. Het is dan ook niet vreemd om een kunstenaar die de muur als uitgangspunt heeft voor zijn werk, te vragen een project uit te voeren in Jericho. Kunstenaars kunnen niet alleen samenhang zien – dat kunnen we allemaal – maar kunnen juist ook de esthetiek daarvan zichtbaar maken. Juist voor een plaats als Jericho, met een zo beladen prehistorie, en Oudtestamentische, Nieuwtestamentische, koloniale, moderne en hedendaagse geschiedenis, geldt dat er een chaos aan historie en actualiteit rondhangt.

Het Kunstmuseum Wolfsburg vroeg de Zuid-Afrikaanse kunstenaar Robin Rhode (1976) een aantal werken te maken in Jericho als meest recente werk voor zijn overzichtstentoonstelling Memory Is The Weapon in het museum, die inmiddels is afgelopen. Vier werken uit het Jericho-project zijn momenteel te zien in de tentoonstellingsruimte die de Zuid-Afrikaanse galerie Stevenson in Amsterdam aan de Prinsengracht enige tijd geleden geopend heeft. Rhode, al sinds 2002 woonachtig in Berlijn, is onterecht een vrij onbekende naam in Nederland. De kleine tentoonstelling bij Stevenson, mag wat dat betreft des te meer bescheiden genoemd worden. Rhodes werk is in de eerste plaats theatraal en komt vrij letterlijk van de straat. Het komt voort uit graffiti en performance. Daarnaast komen er de meest uiteenlopende referenties in voor van high en low culture. Onder meer maakte hij in 2015 in de New Yorkse Times Square een performance van Schönbergs Erwartung, maar het bekendst is hij toch geworden vanwege zijn avonturen als tekenaar op een muur. Zo tekende hij bijvoorbeeld een auto op een muur en trachtte vervolgens in de auto te breken en hem te stelen. Hij heeft in de tussentijd veel van dat soort acties ondernomen, als performance, als fotoserie of als stop-motionfilm. “Dat soort acties” impliceert misschien dat wanneer je er een hebt gezien, je ze allemaal gezien hebt. Iedere nieuwe muurteken-performance van Rhode is echter ook daadwerkelijk steeds een nieuwe uitdaging.

Vaak heeft Rhode zichzelf als protagonist in zijn werk gebruikt, als tekenaar van situaties, waarvan hij zelf ook onderdeel is, maar in het Jericho-project heeft hij gebruik gemaakt van een danspaar. Geregisseerde en choreografische houdingen zijn altijd al belangrijk geweest in zijn werk, dus zijn modellen moeten wendbaar zijn en over de volle beheersing en het volle bewustzijn van hun lichaam beschikken. Voor eerdere muurtekenseries maakte hij gebruik van een blinde muur in Johannesburg. In Jericho maakte hij gebruik van verschillende muren en laat hij soms ook iets van de omgeving zien. In Palms en in Lantern is de gehele gevel zichtbaar. In Palms kun je zelfs een deel van de omgeving zien. Dat geeft, schijnbaar achteloos, een doorkijkje. Er is akkerbouw zichtbaar en op de achtergrond behuizing met geboomte, een bijna klassiek doorkijkje, met de elegant dun torenende cipressen en rechts een monumentale palmboom. Van wat voor soort behuizing de façade is, is niet duidelijk. Ze staat schijnbaar losjes gestut op een rotsbodem, met een eenvoudige puntdakconstructie. Het zou een graanschuur kunnen zijn, of een ander soort opslagplaats, maar het kan ook de blinde muur van een woonhuis of boerderij zijn. De zon schijnt fel tegen de gevel in een strakblauwe hemel. Dat zorgt ervoor dat de schaduwen, behalve die van de balken van de dakconstructie, zo gering mogelijk zijn. Er is daardoor een zo klein mogelijk verschil tussen het driedimensionale van de figuur  en het tweedimensionale van de palmtakken die zij, naar het lijkt, steeds toevoegt aan de gevel. Daar komt bij dat de figuur, door haar bewegingen, ook vrij plat tegen de gevel aan zit. Zoals gebruikelijk bij Rhode wordt het getekende op de muur een actief onderdeel van het verhaal. Het is plat, maar gedraagt zich driedimensionaal, mede omdat de hoofdrolspeelster driedimensionaal is. De vijf palmtakken worden symmetrisch aan de gevel bevestigd, eerst de twee liggende bladeren, als om de breedte van de gevel aan te geven en om een grondslag voor de symmetrie te bevestigen. Vervolgens wordt het verticale blad aangebracht om de hoogte aan te geven en het midden te bevestigen. Daarna worden de twee schuine takken aangebracht. De vijf palmtakken spreiden zich nu als een hand over de gevel.

Als je bij elkaar optelt wat er allemaal te zien is, ontstaat er al een soort verhaal; een verhaal van referenties en symboliek. Het verhaal is echter niet eenduidig, de fotoserie is geen simpele rebus. Alleen al de symboliek van de palmtak is meerduidig. Een palmtak kan staan voor vrede, voor vruchtbaarheid, voor het steeds doorgaande leven, voor de overwinning, voor martelaarschap. Ieder van die symbolieken kan van toepassing zijn op de gevel en op de omgeving, maar ook op dat wat de protagonist te zeggen heeft. Er is een relatie tussen de vruchtbaarheid van het land en de palmtakken, wat dat betreft misschien zelfs tussen het gebouw en de takken. Er is een relatie tussen martelaarschap, overwinning en vrede in de geschiedenis en het politieke heden van Jericho en de Westelijke Jordaanoever. Er is een relatie tussen vrede en de Bijbelse geschiedenis in het Oude en het Nieuwe Testament, de vredige, klassieke achtergrond en de moeite die de protagoniste zich schijnbaar getroost om de palmtakken op de muur te bevestigen.

In Lantern is de hemel betrokken, hetgeen een vrijwel schaduwloos licht oplevert. De gevel die hier gebruikt wordt is die van een gebouw met ramen, misschien een oud verlaten woonhuis. De muren zijn gepleisterd, wat een prettig oppervlak voor de tekening geeft. Het verloop van de serie toont een aantal maansikkels die aan draden hangen. Van boven en van links naar rechts gelezen begint het met één maansikkel en rechtsonder is de hele gevel vol getekend met aan draden zwevende halvemanen. De façade heef twee vensteropeningen waarbinnen een daarvan de hoofdrolspeler zich steeds bevindt. Die is gekleed in een lang licht gewaad en heeft lange zwarte haren. De titel Lantern kan afgeleid zijn van de lantaarn of fanous, een symbool van de ramadan, de islamitische vastenmaand. De sikkel van de wassende maan wordt uiteraard ook in verband gebracht met de islam. Overigens zijn de lantaarn en de maansikkel als symbool veel ouder dan de islam. De hoofdrolspeler lijkt een enorme inspanning te leveren om het huis met de twee ramen overeind te houden tegen de al maar toenemende schare halvemanen. De sikkels lijken de lichte gepleisterde gevel met grote snelheid te verduisteren terwijl de figuur zich met moeite staande houdt in de venstergaten en die uit alle macht open en in takt lijkt te houden.

Het is op het eerste gezicht misschien aanlokkelijk om hier een sluitende symboliek in te zien. Maar Rhode is in zijn voorstellingen gewoonlijk niet voor een gat te vangen. Het gaat bij hem zelden of nooit om een eensluidend statement. Het verhaal valt ook altijd samen met de choreografie van de protagonist(en). Je kunt nog zoveel symboliek hechten aan allerlei getekende situaties en voorwerpen in zijn voorstellingen, maar de menselijke hoofdrolspeler blijft altijd het grote mysterie. Het kan de kunstenaar zelf zijn (in het geval van Lantern niet letterlijk), het kan de mens in het algemeen zijn die zich teweer stelt tegen wat over hem heen komt, het kan de mens zijn die tracht wijs te worden uit wat er gebeurt, het kan de hoofdpersoon van een slapstick zijn en bovendien sluit het een het andere niet uit.

Vooral ook wordt de mens bij hem een abstract symbool, zoals een letter of een Chinees teken. Natuurlijk hebben letters een betekenis, maar die is niet per se verbonden aan hoe zij eruit zien. Zo heeft de letter A qua klank of eventuele symbolische betekenis niets uit te staan met zijn vorm. Zo hangt of staat de protagonist in Lantern als een letter in de vensteropeningen, als een belangrijk onderdeel van het verhaal dat iets vertelt, maar dat, ondanks zijn uitdrukkingskracht, niet vast te pinnen is op een eenduidige betekenis.

Dat aspect is misschien nog opvallender in Tree of Life, waarin twee steeds in elkaar gestrengelde personen staan te delibereren bij een boom, met wit krijt getekend op een donkere muur met donkere Arabische graffiti. De takkenkroon van de boom groeit, wederom van links naar rechts en van boven naar beneden gelezen, bij iedere nieuwe foto, en er komen steeds meer vruchten in de vorm van witte zakjes aan te hangen. De twee toeschouwers in hun zwarte kleding zitten soms als een kluwen aan elkaar en vormen een soort twee-eenheid. Samen lijken zij zich te verwonderen over wat zij zien en nemen daarbij expressieve houdingen aan, maar wat drukken die houdingen dan precies uit? Het is moeilijk te zeggen. Niettemin staan zij erbij als lettersymbolen of lettergrepen die iets uit te drukken hebben, fraai gekalligrafeerd en wel. In hun donkere kledij tegen de donkere muur – de boom is juist op het donkerste deel van de muur getekend – zouden zij ook nog een soort geesten kunnen zijn, die met hun geestkracht de boom laten groeien. Wie zal het zeggen? In het algemeen is het zo dat wanneer je je een aardig eind op weg waant met betekenis en dergelijke, Rhode je weer ontglipt.

Zo kan de figuur in Girl with a Skipping Rope nog meer doorgaan voor een geestverschijning die touwtjespringt (in feite zweeft ze, want ze raakt nergens in de zes foto’s de grond) voor een gepleisterd stuk blinde muur van een gebouw, terwijl de muur in haar kielzog bedekt raakt met tekens die in elkaar draaien tot een muurvullende structuur, de al aanwezige Arabische graffiti compleet overwoekerend. Wat er oorspronkelijk op de muur stond is voor een niet-Arabisch geschoolde westerling, afgezien van de telefoonnummers, niet te lezen, maar het meisje tovert er al touwtjespringend een decoratie overheen. Je zou dat kunnen ervaren als ontroerend en onderhoudend, maar Rhode geeft nergens aan dat dat ook de bedoeling is. Wie zegt dat het kielzog van het meisje een decoratie is? En wie zegt dat die decoratie haar verbeelding is? Het idee is uiteindelijk van de kunstenaar en niet van het meisje, dat uiteindelijk ook geen meisje is, maar een van de dansers. Wil de kunstenaar dat er niet meer dan een touwtjespringend meisje verbeeld is? Dat de expressie van de figuur “touwtjespringend meisje” verbeeldt, en niet meer? Uiteindelijk is de titel nog minder dan dat: Meisje met springtouw. Toch doet het feit dat de hoofdrolspeelster touwtjespringt in een hijab, maar met glanzend blote benen, in het Palestijnse Jericho, op de Westelijke Jordaanoever, abstracte tekens makend op een gepleisterde van graffiti voorziene muur, veel meer vermoeden dan alleen die titel. In feite wordt het “teken” van een touwtjespringend meisje daarmee net zo abstract als de tekens die, schijnbaar door haar toedoen, worden achtergelaten.

De chaos van het historische, hedendaagse en mythologische Jericho wordt daarmee niet opgelost en het lost de onderdrukking ook niet op. Voor menigeen zal stellingname de eerste vuistslag in een beslissende strijd tegen onrecht zijn. Die stellingname levert Rhode niet, althans niet direct. Er zullen mensen zijn die een quasi-onverwachte stellingname van een Banksy prefereren, als het dan toch om muren gaat. Banksy doet een beroep op de ontroering en het sociale rechtvaardigheidsgevoel van de toeschouwer, minzaam getolereerd door de machten die die sociale onrechtvaardigheid teweegbrengen. In dat krachtenveld begeeft Rhode zich duidelijk liever niet. Dat wil niet zeggen dat hij geen stelling neemt, maar hij ziet ook het absurde van de wereld in. De wereld zal niet veranderen door ertegen te schreeuwen. Rhode heeft in zijn land de staart van de apartheidsperiode meegemaakt en werd artistiek volwassen in de periode daarna. Hij zal ongetwijfeld weten hoe onrecht eruit ziet. Maar hij kent ook de speelsheid van de mens, diens vermogen verbanden in de chaos te zien, ook en juist daar waar de chaos moetwillig gecreëerd wordt, en hij wil er zelf blijkbaar artistiek actief in zijn, maar tegelijkertijd ook met een zekere distantie naar kijken, niet op zoek naar relativering maar naar esthetiek; de esthetiek die gezien kan worden als de spanning tussen vorm en inhoud. Het accent ligt bij Rhode daarbij steeds juist op die spanning. Het is ook of hij steeds een stapje terugneemt. Methodisch kun je een kunstwerk inhoudelijk analyseren door de vraag te stellen wat er verteld wordt, vervolgens waarom het verteld wordt en dan waarom het op die manier verteld wordt. In feite lopen die vragen bij Rhode voortdurend door elkaar heen, want bij iedere analytische stap zul je weer een stap terug moeten doen. Hij gunt je zelfs niet de mogelijkheid om er als toeschouwer “je eigen verhaal bij te verzinnen” (zoals nogal eens als prettige, democratische kwaliteit van een kunstwerk wordt gezien), want je stuit voortdurend op losse eindjes. Hij opent daarmee in feite de wereld die juist ligt tussen de chaos en het zien van verbanden. Daar ligt de onrust die zijn werk teweegbrengt en die er misschien aan ten grondslag ligt.

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

Bertus Pieters

PS: Stevenson Amsterdam is alleen op zaterdag open van 12 to 18 u.

VILLA LA REPUBBLICA IS NIET VERANTWOORDELIJK VOOR EVENTUELE ADVERTENTIES OP DEZE PAGINA!!

 

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: