Spring naar inhoud

Goed, veel, maar dan? Kati Heck, Hauruck d’Orange; GEM, Den Haag

20 oktober 2020

Sinds haar huidige overzichtstentoonstelling in het Haagse GEM (en daarvóór – in 2008 had zij al een solotentoonstelling in Museum De Domijnen/Het Domein in Sittard) is de loftrompet in Nederland al behoorlijk gestoken over het werk van Kati Heck (1979). Gezien haar durf en souplesse in het schilderen is dat begrijpelijk en terecht. Verdient haar werk daarom dan ook onvoorwaardelijke bewondering?

Sinds het grote succes van Neo Rauch (1960) en anderen is in Duitsland en Oostenrijk de figuratieve schilderkunst weer alomtegenwoordig. Voorstellingen met allerhande, niet zelden grootscheepse bizarriteiten worden monumentaal en theatraal gepresenteerd en geven een beeld van een complexe samenleving waarbij psychologen en filosofen zich de lippen kunnen aflikken, en waarin het publiek een bonte mengeling aan vermaak, diepzinnigheid en quasi-diepzinnigheid geboden wordt. Kati Hecks schilderkunst verbindt de Duitse Nieuwe zakelijkheid uit het Interbellum met de schwung van een hedendaagse striptekenaar. Vooral de rondingen van het menselijk lichaam worden met veel trefzekerheid geschilderd. Ze heeft sowieso meer een voorkeur voor een vloeiende, ronde penseelbeweging dan voor het hoekige, vlakke, harde kwasten. Haar ensceneringen zijn soms virtuoos gedacht en uitgewerkt. Neem bijvoorbeeld het doorlopende behang in Der süssliche Erinnerungsmehrwert (2015) dat deels de naar de kop koffie uitgereikte arm van de man bedekt, en de weelderige plooien van kleding en ligbankbedekking die bijna de aandacht afleiden van allerlei vreemdsoortigheden in de voorstelling. De meest opvallende daarvan is natuurlijk de struisvogel die de koffie komt aanbieden. Een minder opvallende is de linkervoet van de vrouw, die een tweede rechtervoet blijkt te zijn.

In Simsalabumm! (2019) is ook de linkervoet verwisseld voor een tweede rechtervoet. Het hele linkerbeen lijkt daar sowieso anatomisch een rechterbeen, benadrukt door de schaduwglans aan de binnenzijde van de knie, die het been op kunststof laat lijken. Ook in dit schilderij is weer sprake van een bijzondere enscenering. De liggende vrouw bestrijkt vrijwel het gehele schilderij, liggend op een glimmende, zwartgemarmerde ondergrond, vlak voor wat een natuurstenen schouw lijkt. Naast de twee rechtervoeten zijn ook hier vreemde zaken aan te treffen: De compositie wordt onderaan afgebroken en er zijn daar geschetste cartoonachtige figuurtjes te zien. Van links komt een tank, die in het midden door een man met zeis naderbij gewenkt wordt. Rechts van hem staat een soort spook en lopen vier eer-eeuwse soldaten die de weg wordt gewezen door de dood op een paard. Dat maakt van de vrouw erboven een soort allesbepalende droomfiguur. Zij lijkt te zweven in het zwarte marmer, ondanks lichte reflecties daarin van haar lichaam. Het marmer loopt zelfs enigszins door haar linkerpols. In haar polsen, handen en onderarmen gebeuren sowieso weer vreemde zaken. De vingers aan haar linkerhand hebben verschillende kleuren, haar rechterhand is cartoonesk weergegeven en haar rechteronderarm is schetsmatig, bijna ruw en vormloos geschilderd, wat erg opvalt naast het zeer plastische gezicht en de zeer weelderig weergegeven blouse en broek.

Met die twee oppervlakkige analyses lijkt al een zekere trend in Hecks werk naar voren te komen. Schetsmatigheid, detaillering en het cartooneske wisselen elkaar voortdurend en soms binnen kleine oppervlakken af – de manier van schilderen zelf blijft overigens overal aan de schrale kant – , er is geen zekerheid over het vanzelfsprekende van ledematen en in beide schilderijen spelen vrouwen een invloedrijke rol. Dat laatste is natuurlijk niet vreemd bij een vrouwelijke schilder. Hoeveel mannen zijn er in de kunstgeschiedenis tenslotte al niet verbeeld in memorabele rollen, waarbij je je niet aan de indruk kunt onttrekken dat de wereld, die toch ongeveer half om half uit mannen en vrouwen (afgezien van andere varianten) bestaat en heeft bestaan, toch vooral bestierd wordt en werd door mannen. Hoeveel schoons en groots de Europese kunsthistorische canon ons ook geschonken heeft, de mannen bepalen er de geschiedenis, die de vrouwen hier en daar wat inkleuren. Hoewel zij daar (gelukkig) niet de eerste in is, breekt Heck met die masculiene traditie. Bij Heck spelen vrouwen de hoofdrol en waar een man de hoofdrol speelt is hij meestal geen masculien pronkstuk. De ten voeten uit geportretteerde man in Ins Innen! (2020) heeft, naast een gezicht waaraan weinig noblesse is toegevoegd, ook een lichaam dat in overmaat van amputaties en de gebruikelijke stijlwendingen aan elkaar hangt. Een van de armen zweeft vrij in de lucht. Daarboven hangt smoezelig wit wc-papier. Op de kale grond is een blauwe cirkel te zien en een aantal bolletjes waarvan de witte van nabij op lege eierdoppen lijken. Aan de andere kant op de grond naast de voeten van de man, groeit een bloemloze plant met een slakkenhuisje erop. De man die daar staat met zijn geamputeerde arm en zijn schilderkunstig gehavende lichaam lijkt zelf niet te begrijpen in wat voor beeldraadsel hij is beland.

In Alles-Mehr (2015) zit een wat morsige man, aan de meer definitieve kant van de middelbare leeftijd, en met een prominente buik, in een stoel, terwijl hij met zijn rijkberingde linkerhand in een pot augurken grijpt. Zijn rechterarm zweeft weer los in de ruimte, naast zijn hoofd. Hij houdt een blauwige bol omhoog waar een fel licht op schijnt of waaraan zich spontaan een vuur ontsteekt. Of is het een planeet van waarachter de zon opkomt? De man lijkt vanuit een houten schommelstoel meelevend televisie te kijken, de fictieve actoren op het fictieve beeldscherm aanmoedigend of waarschuwend. Misschien is het ook een verlopen godheid die met een schicht de chaos compleet wil maken, om augurken etend te zien hoe het toneel dan verder zal verlopen.

De mannelijke protagonist in het drieluik Einsamer im Herbst (2017; de titel lijkt te verwijzen naar een deel uit Mahlers Das Lied von der Erde) maakt ook al geen zeer florissante indruk. Zijn ledematen zitten gelukkig nog aan zijn lijf, maar daar lijkt toch alles mee gezegd. Zijn wat afgeleefde voorkomen is omhuld door textiel dat op een kimono lijkt. Er zijn nog wat flarden kersenbloesem zichtbaar en ook twee figuurtjes: Europeanen zoals ze ooit door de Japanners weergegeven werden. Hij tracht zich in evenwicht te houden op een door het zand van de tijd ondergestoven monumentaal beeld van een vrouw dat gestut wordt door houten balken. De omgeving is verder leeg als in een woestijn, wat nog versterkt wordt door het oker op de zijluiken. Saillant detail is een deel van de sculptuur, twee grijze verfstreken, links van het onderste deel van de kimono. Zoals niet ongebruikelijk bij Heck lopen zij dood als twee gewone verfstreken. Uit de bovenste streek is nog wat verf naar beneden gevloeid in de onderste streek. In de onderste streek lijkt iets vergelijkbaars te gebeuren, waar onderaan een “zakker” lijkt te hangen. Alleen is dat geen echte zakker, maar een geschilderde, een trompe-l’oeil. Of is het uitvloeisel in de bovenste streek ook een trompe-l’oeil? Of is het hele schilderij, misschien heel Hecks schilderkunst een trompe-l’oeil, niet meer en ook niet minder?

Als bij willekeur doen zich de vreemdsoortigheden voor in haar werken. Soms lijken zij een betekenis te hebben, dan weer lijken zij er alleen maar te zijn omdat het kan. Zo staat in Der Abschied (2017) een vrouw met twee hoofden en met een mandoline in de hand in een bos. Achter haar doemt uit een vuur een soort blauwhandige kobold op die lijkt op Iggy Pop. De schaduw van de vrouw beweegt zich onafhankelijk van haar (hoe kan het ook anders?), haar ledematen zijn knoestig en knokig geschilderd, een beetje als de knoesten en knoken van het donkere, kale bos waarin zij dwaalt. Dat bos neemt het grootste deel van het schilderij in beslag en is in een Disney-achtige trant geschilderd. Daar wreekt zich ook de schrale manier van schilderen. Hoeveel aandacht er ook besteed is aan de bomen en stronken, de spanning die zij in haar figuren teweeg brengt, weet ze niet te handhaven in dit boze sneeuwwitjesbos.

Het is ook die schrale, quasi-objectieve manier van schilderen die ertoe bijdraagt dat de voorstellingen, hoe bizar ook, na enige tijd niet meer verrassen. De manier waarop zij trachten te verrassen is ook nogal aan herhaling onderhevig; ledematen die los zitten, of op een overdreven of cartooneske manier geschilderd zijn, realistische geschilderde onderdelen die uitlopen in gewone verfstreken, en dat in combinatie met details die allerhande betekenissen kunnen suggereren, of met stukken van het schilderij die niet beschilderd zijn. Daarnaast zijn er dan nog de niet-schilderkunstige zaken, zoals het aan de onderkant los en op de grond hangen van het beschilderde linnen in Der Süssliche Errinerungsmehrwert, de grote zonnebloempitten die geplakt zijn aan de zijkanten van Verspätete Sitzung (2019), en de onnavolgbaar aan elkaar genaaide stukken linnen waarop Heck schildert, waardoor er op onverwachte plaatsen in de schilderijen naden lopen. Afgezien dat dat gimmicks zijn waar je na zo’n honderdtwintig jaar moderne en postmoderne kunst niet echt meer van staat te kijken, lijken ze ook weinig toe te voegen aan de veelheid van voorstellingen. Dat is jammer, want veel voorstellingen van Heck hebben ontegenzeggelijk spanning en potentie. Je zou willen dat ze af en toe een stap verder zou gaan, maar dan niet op de manier die, hoe bizar ook, toch redelijk voor de hand ligt.

Misschien is het meest beklijvende schilderij in de tentoonstelling nog Selbstverständlich! (Die Übernahme) (2016), een groepsportret van acht vrouwen, die zich allen overgeven aan hun eigen al dan niet gedroomde wereld. Je zou het werk als een vrouwelijk statement kunnen zien, maar het zou, algemener bekeken, ook kunnen gaan over de macht van de verbeelding, waaraan de vrouwen zich overgeven, terwijl op de achtergrond een schoenmaker zich bij zijn leest houdt. Dit werk bevat zo’n beetje alles wat Heck schilderkunstig en picturaal te bieden heeft: aantrekkelijk glimmende ogen, ledematen die zich verliezen in verf, een afwisseling van cartoonesk en realistisch, een eenvoudig vlak geschilderde fles, veelbetekenende details, verwijzingen, textielweergave, een goed uitgedachte compositie, een stuk onbeschilderd linnen. De acht dames lijken niet echt met elkaar te communiceren en kijken elkaar niet echt aan. Ieder schijnt in haar eigen gedachten te leven. Allerlei details doen symboliek vermoeden, alsof er een rebus is geschilderd, waarin het één voor het één en het ander weer voor wat anders staat, en dat het dan samen een verhaaltje vormt, of de ware betekenis van de voorstelling onthult. Dat kan, maar het kan ook niet zo zijn, want er hangt een sfeer van vrolijke, soms zelfs hardhandige ambivalentie in de werken. Heck laat zich inhoudelijk niet vastpinnen. Gelijk heeft ze natuurlijk, maar het probleem is dat je je niet alleen afvraagt wát er gezegd wordt, maar ook óf er sowieso wat gezegd wordt. Je kunt je bijvoorbeeld van alles aan betekenis voorstellen bij een werk als Einsamer im Herbst. Het is echter of het werk je dan automatisch terugfluit met de boodschap dat er eigenlijk helemaal geen betekenis in zit. Je kunt dan hooguit nog naar de vreemde voorstelling kijken, naar het eenzame van die verlopen man, naar de Japanse voorstellingen op zijn kimono, naar de schilderkunstige grapjes, je omdraaien en naar het volgende kunstwerk kijken. Dat bestaat dan weer uit dezelfde soort ambivalente zaken. Is dat dan de bedoeling?

Nu je toch tot hier gekomen bent: blijf op de hoogte en neem een abonnement (zie rechtsboven op deze pagina)

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

(Alle links openen in een nieuw tabblad)

Bertus Pieters

Zie voor meer plaatjes: https://villanextdoor2.wordpress.com/2020/10/21/art-in-corona-times-40-kati-heck-hauruck-dorange-gem-the-hague/

Zie ook: https://www.denhaagcentraal.net/kunst/beeldende-kunst/nu-in-gem-de-hallucinerende-droom-van-kunstenares-kati-heck/

https://www.parool.nl/kunst-media/bij-kati-heck-mag-alles-en-is-niks-wat-het-lijkt~b150cfa9/

https://jegensentevens.nl/2020/06/kati-heck-perfecte-imperfectie/

https://www.avrotros.nl/nu-te-zien/gemist/detail/item/kati-heck-in-gem-den-haag-11-09-2020/

VILLA LA REPUBBLICA IS NIET VERANTWOORDELIJK VOOR EVENTUELE ADVERTENTIES OP DEZE PAGINA!!

One Comment
  1. Ik ben er doorheen. Goed en mooi geschreven, Bertus, we zitten op één lijn qua Kati. Knap maar ook knap vervelend. Het is een plaatjesmaakster, saai als je er met je neus bovenop staat. Dikwerf melig en ik beschuldig haar ook in het wilde weg van diefstal. Op een gegeven moment heb ik mijn mondkap naar boven geschoven om mijn ogen rust te gunnen. Het doet mij denken aan een tentoonstelling van Immendorff in Boymans die mij zo amuseerde en fascineerde dat ik een tweede keer ben gaan kijken. Je raadt het al, er bleef helaas niets van mijn enthousiasme over. “En dan? “ is de vraag die inderdaad bij je opkomt, net als de latere Neo Rauch. Groet! Diederik

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: