Spring naar inhoud

De kunst en de verkiezingen; een soort stemwijzer

10 maart 2021

De Tweede Kamerverkiezingen komen eraan. Een enorm aantal partijen en partijtjes wil graag een Kamerzetel veroveren. Voor kunstenaars, mensen werkzaam in de kunst en kunstliefhebbers wordt het er niet makkelijker op om een doordachte keuze te maken. Daarom worden hieronder de kunst- en cultuurparagrafen van de partijen doorgelicht. De nadruk ligt natuurlijk vooral op de beeldende kunst. Uiteraard zijn de opmerkingen bij de programma’s tendentieus en niet objectief. Wel zijn de partijen alfabetisch gerangschikt, met als objectief gegeven dat de partij die het meeste aandacht krijgt in de campagne onderaan is komen te staan.

50Plus. Zoals de naam van de partij al zegt, mikt ze vooral op het grijzere deel (ongeveer de helft) van het electoraat, de tot-senior-gemaakten, zeg maar.. 50Plus heeft zowaar een kopje “Cultuur en (social) media” in het programma. Daar staat dat de partij wil dat “culturele innovatie” “gestimuleerd” moet worden. Wat die innovatie precies inhoudt, staat er niet bij. De kunst wordt slechts drie maal en niet bijzonder expliciet genoemd. Zo moet de kunst geholpen worden met opdrachten voor de publieke omroep, en de kunst moet ook meer overdag te zien zijn. 50Plus heeft daarbij blijkbaar vergeten dat de meeste beeldende kunst ook overdag te zien is. Tenslotte is de partij tegen “strafexpedities tegen historische standbeelden”. De partij wil dat alle bedenkelijke monumenten voorzien worden van teksten waarin “niet alleen heldendaden en overwinningen maar ook uitbuiting en slavernij” besproken worden. Dat zal ongetwijfeld de leesvaardigheid van de oudere kiezer bevorderen. Echter, ben je werkzaam in de kunst of kunstliefhebber én vijftigplusser (of van welke leeftijd dan ook), dan schiet je bitter weinig op met dit avondroodprogramma.

BIJ1 is een relatief nieuwe partij die momenteel niet in de Tweede Kamer vertegenwoordigd is. Om het politieke handwerk in de vingers te krijgen heeft de partij in de Amsterdamse gemeenteraad kunnen oefenen. Kort samengevat streeft  de partij naar een evenrediger deelname aan de samenleving, en rechtvaardiger verdeling van haar verworvenheden voor zowel meer donkere als meer bleke mensen. Ze tracht dat te doen door een programma van sociale en culturele dekolonisatie, want in de koloniale geschiedenis wordt de bron gezien van het huidige racisme en de huidige onrechtvaardigheden in de maatschappij. De partij ziet de cultuursector “als een sector die ons scherp houdt, ons vermaakt en onderwijst, en die haar verantwoordelijkheid neemt voor haar aandeel in onder andere de koloniale geschiedenis en het slavernijverleden”. Wat de partij met dat laatste bedoelt, wordt niet helemaal duidelijk. BIJ1 zegt dat ze “kunst, cultuur en de creatieve sector” de gelegenheid wil geven “op hoog niveau te werken”. Er moet ontwikkeld, geïnspireerd en geprovoceerd kunnen worden dat het een lieve lust is. In het bijzonder noemt de partij gemeenschapskunst (“community art”), gesproken woord (“spoken word”) en internetkunst (”internet art”), als kunsten die in opkomst zijn, maar waarvoor minder geld zou zijn. Minder geld is er echter voor de meeste vormen van kunst. “Culturele vrijplaatsen staan onder druk en makers worden gedwongen om commercieel te worden. Toegangsprijzen voor (….) tentoonstellingen worden ook alleen maar hoger”, zo constateert de partij. Terechte observaties, maar hoe wil BIJ1 daar wat aan doen? De partij stelt ten aanzien van de kunst ook dat door de overheid gesubsidieerde kunst “maar een beperkt deel van de Nederlandse samenleving aanspreekt”, omdat “makers van kleur” moeilijker toegang krijgen tot fondsen en culturele instellingen. Dat het door allerlei instanties gehanteerde kwaliteitscriterium voor meerderlei uitleg vatbaar is en zo net goed gebruikt kan worden om uit als om in te sluiten, is een waarheid als een koe. Of dat met name “makers van kleur” (voor zover daar geen verfmengers mee bedoeld worden) treft in de kunst, is maar de vraag. Wat BIJ1 concreet voorstelt waar het de beeldende kunst betreft is: meer fondsen beschikbaar stellen zodat meer instellingen daarop aanspraak kunnen maken; het ongedaan maken van de bezuinigingen van het Kabinet Rutte I; herinvoering van de WIK (Wet Werk & Inkomen Kunstenaars); proberen de armoede in de kunstsector op te heffen; toezicht op naleving van de Fair Practice Code en extra middelen voor organisaties om de code te kunnen naleven; gratis toegang tot musea en andere culturele instellingen; een cultuurbudget voor ieder kind; verplichte kunsteducatie op basisscholen, middelbare scholen en het mbo. Mooie plannen, maar wat het opheffen van de armoede in de kunstsector betreft, kun je je afvragen waarom de partij niet streeft naar een algemeen basisinkomen, want armoede is niet alleen een probleem in de kunsten. BIJ1 vindt ook dat de Code Diversiteit en Inclusie strikt nageleefd moet worden. Ook dat is mooi, maar we hebben onder meer in het Haagse subsidiebeleid gezien wat dat kan inhouden. De meeste Haagse beeldende kunstinstellingen werden paternalistisch en neerbuigend aangesproken over hun vermeende gebrek aan diversiteit en inclusie in hun subsidieverzoeken. Diversiteit en inclusie werden aangevoerd om subsidies te korten of zelfs niet toe te kennen. Zo zie je dat er altijd een stok is om de hond mee te slaan als het budget voor de kunst eigenlijk te krap is. Alles bij elkaar is de cultuurparagraaf van BIJ1 ten aanzien van de beeldende kunsten niet onaantrekkelijk, maar de partij zou zich er meer rekenschap van mogen geven dat de ongelijkheid in de samenleving, de geestelijke en materiële afstomping en de algoritmische terreur bepaald niet alleen bestreden kunnen worden op basis van de koloniale geschiedenis en de slavernij.

BoerBurgerBeweging (BBB). Deze partij wil, kort samengevat, het platteland ten opzichte van de stedelijke gebieden emanciperen en leefbaar houden voor komende generaties. Aan kunst en cultuur besteedt de BBB alleen zijdelings aandacht. De partij vindt bijvoorbeeld dat “landelijke regels omtrent tradities, folklore en cultuur” een “plattelandstoets” moeten krijgen. Voorbeelden van landelijke culturele regels die voor het platteland niet goed werken, geeft de BBB niet. De BBB is overigens verrassend positief over kunst en cultuur. “Kunst en cultuur zijn ook voor de BBB van onschatbare waarde voor een samenleving. Voor iedere samenleving! “ zo zegt de beweging. Ook vindt de partij dat de BTW op cultuur geheel afgeschaft moet worden. Het spreekt dat de BBB vindt dat er een betere spreiding moet komen van kunst en cultuur, zodat je daarvan ook op het platteland niet verstoken hoeft te zijn. Ook in het onderwijs moeten kunst en cultuur als “praktijkvakken” meer ruimte krijgen van de BBB, naast techniek, “voedseleducatie” en ICT. Die laatste drie worden ook beschouwd als “praktijkvakken”. Die “praktijkvakken” moeten prioriteit krijgen boven lezen, schrijven en rekenen. Dat ook die vakken praktijkvakken zijn, ontgaat de plattelanders blijkbaar. We mogen overigens van de BBB de woorden “legbatterijen” en “kistkalveren” niet meer in de mond nemen. Dat gaat lastig worden, want de BBB geeft geen alternatieven. Moeten we straks spreken over “community nesting”  en “tot-kistkalf-gemaakten”?

CDA (Christendemocratisch Appèl). Met uitzondering van de twee kabinetten Kok en het Tweede Kabinet Rutte hebben de christendemocraten sinds de Tweede Wereldoorlog steeds deelgenomen aan de regering en ze zijn dus voor een belangrijk deel verantwoordelijk voor hoe Nederland er nu uitziet. Zij hebben sinds de Oorlog tien van de in totaal vijftien premiers geleverd. De partij heeft dan ook de neiging zichzelf onmisbaar te achten in het landsbestuur. Waar nu met name de VVD gezien wordt als de partij van het kapitalisme, waren het decennialang het CDA en zijn voorgangers die daarvan juist de aanjagers waren. Daartegenover staat dat het CDA samen met de PvdA verantwoordelijk is voor de Nederlandse verzorgingsstaat. Verder is het CDA ook traditioneel een partij voor de boeren en is het met name een partij voor het gezin en de daarbij behorende waarden. Normen en waarden zijn belangrijk voor de christendemocraten, maar tevens is veel rekbaar, om toch vooral in het midden van de macht te blijven, en om dit land van ploeterende zondaren als zodanig te beschermen met de nodige stabiliteit. Cultuur wordt door het CDA gezien als iets dat “ons” (de Nederlanders) verbindt. Daarmee is cultuur impliciet een stabiliserende factor. De partij erkent dat de cultuur door haar veelkleurigheid ook verschillen laat zien. Die verschillen scheppen de “verantwoordelijkheid om de vrijheid van anderen te beschermen en te bewaren”. De partij zag hoe een gebrek aan zichtbare kunst tijdens de corona-lockdown het leven verschraalde en de samenleving onthield van troost, reflectie, inspiratie en ontspanning. In de inleiding op de culturele paragraaf wordt veel gesproken over “we” en “ons’. Zo zijn we onder meer “trots op het koningshuis”. Mocht je meer republikeins gezind zijn, dan heb je blijkbaar, wat het CDA betreft, niets bij “we” te zoeken. Taal, streektalen, het koningshuis, nationaal kunstbezit en erfgoed zijn wat de christendemocraten betreft “symbolen van onze gemeenschap”. Koningshuis, vrijheid van godsdienst, behalve voor de uitwassen van de Islam, en een morele opvatting van het Nederlandse wij-gevoel zijn grondslagen voor het christendemocratisch cultuurbeleid. Zo moet er een nieuw nationaal historisch museum komen. Zo’n nationaal historisch museum staat al in Amsterdam: het Rijksmuseum. De discussie over zo’n nieuw historisch museum is allang gevoerd en is in onbenul doodgebloed. De partij vindt echter dat zo’n museum bijdraagt aan “verbinding, saamhorigheid en aan het gevoel één veelkleurige gemeenschap te zijn”. Kort samengevat: een politiek museum dus, dat de geschiedenis presenteert met een moreel streven naar het christendemocratisch perspectief. Museaal een doodgeboren kindje Ook het CDA wil een betere regionale spreiding van de cultuur en het voegt eraan toe:“De huidige nadruk op diversiteit in het aanbod kan niet zonder ook de unieke voorbeelden van de Nederlandse cultuur te beschermen en behouden”. De partij heeft de betekenis van “diversiteit” blijkbaar niet goed begrepen. Ook overigens ademt de cultuurparagraaf van de christendemocraten veel oranje-blanje-bleu. Concrete voorstellen om bijvoorbeeld de positie van jonge kunstenaars te verbeteren, zijn er niet, noch komen die naar voren in de andere paragrafen. Als je niet gelooft in symboolpolitiek en de Nederlandse natie niet ervaart als een grote, leuke familie, dan heb je als kunstenaar of kunstliefhebber niets te zoeken bij het CDA.

ChristenUnie (CU). De CU is een samenvoegsel van twee kleine domineespartijen en ze heeft meegeregeerd in de huidige coalitie. De culturele paragraaf van het verkiezingsprogramma is kort – te kort, want ze benoemt de problemen te weinig – maar er worden wel voorstellen in gedaan. Ja, ook de CU zegt dat de cultuur “een rijke geschiedenis” heeft, die “duidelijk verbonden is met onze identiteit”. (Wat zou het toch mooi zijn als we het woord “identiteit” voorlopig eens zouden kunnen schrappen). De partij ziet “dat zzp’ers tegen zeer lage tarieven werken, dat talentontwikkeling onder druk staat en dat een verschraling van het culturele aanbod dreigt”. Het voorgestelde beleid van de unie valt uiteen in beheer van erfgoed, jeugd en de hedendaagse cultuurpraktijk. Op erfgoedgebied wil de partij dat er ook monumenten uit de moderne geschiedenis aangewezen blijven worden. Daarbij vertelt ze niet of dat vanuit de staat of vanuit de gemeentes moet gebeuren. Specifiek besteedt de unie aandacht aan het behoud van kerkgebouwen. De partij vindt dat alle kinderen cultuureducatie op school moeten krijgen en ieder kind moet buiten schooltijd ook toegang krijgen tot cultuur. Dat klinkt mooi, maar het is wat vrijblijvend dat er geen curriculum hangt aan die cultuureducatie en dat er geen garanties zijn voor de mogelijkheden  van toegang tot cultuur voor kinderen. Wat de hedendaagse cultuurpraktijk betreft is ook de CU voor regionale spreiding van de cultuur, maar ze vertelt er niet bij welke instrumenten daarvoor gebruikt moeten worden. Broedplaatsen moeten een centrale plek krijgen in de praktische cultuurpolitiek van CU. Momenteel ligt het beleid ten aanzien daarvan heel duidelijk bij de gemeentes en de partij vertelt niet wat ze er op landelijk niveau mee wil doen. De CU is voor gebruik van de Fair Practice Code, ze vertelt er echter niet bij hoe ze met de implementatie ervan wil omgaan. Wie broedplaatsen wil stimuleren én de Fair Practice Code wil implementeren zal stevig de knip moeten openen. Ook wil de partij ervoor zorgen dat talentvolle kunstenaars gesteund worden in de opbouw van een inkomen. Ze doet daarvoor echter geen concrete voorstellen. Alles bij elkaar is de cultuurparagraaf van de CU niet onsympathiek, maar ze vereist meer deskundigheid, durf en slagkracht.

Code Oranje heeft een verkiezingsprogramma dat bestaat uit elf punten. Cultuur komt daarin niet expliciet voor. Wel zegt de partij in één zin: “Beperken immigratie, stevig op integratie & waarderen van tradities”. Wat die tradities precies zijn, staat er niet bij. Geen zuivere koffie dus.

D66 is ooit ontstaan (in 1966 dus) als een non-conformistische partij die het verzuilde Nederland wilde veranderen en democratiseren. De partij begon als een uitgesproken progressieve partij, maar is verworden tot een middenpartij die ruimdenkend genoeg is om aan te schuiven bij coalities van verschillende signatuur en zo voldoende parlementair draagvlak te behalen. Zo neemt D66 ook deel aan de huidige coalitie. Het moet gezegd, de cultuurparagraaf in het verkiezingsprogramma van D66 is behoorlijk uitgebreid en goed doorwrocht. De democraten besteden maar liefst vier bladzijden aan kunst en cultuur. De partij geeft er blijk van goed geïnformeerd te zijn en het belang van kunst en cultuur te zien. Ook worden de zaken behoorlijk onderbouwd en wordt er niet gestrooid met holle frasen. De paragraaf valt uiteen in zes onderwerpen: investeren in kunst en cultuur, de financieel-economische positie van kunstenaars, de spreiding van kunst en cultuur, bibliotheken, erfgoed en auteursrechten. De veelheid van punten maakt het interessant om nader te kijken naar wat D66 specifiek voor de beeldende kunst in petto heeft. De partij wil meer subsidie door de rijksoverheid en voldoende geld voor het cultuurbeleid van lokale overheden, meer “ruimte voor individuele kunstenaars en collectieven” bij de landelijke fondsen. Die fondsen moeten van de democraten werken als “aanjagers voor vernieuwende genres, experimenten en talentontwikkeling”, en het subsidiesysteem moet vereenvoudigd worden. Met een overheidscampagne wil D66 de kennis over de cultuursector vergroten. Als het aan de partij ligt komt er een éénprocentnorm voor kunst bij de bouw van publieke instellingen, en komen er meer culturele attachees op de ambassades om de Nederlandse kunst te promoten. Het is de vraag hoe het aanjagen van “vernieuwende genres, experimenten en talentontwikkeling” door fondsen in de praktijk gaat uitpakken. Dit soort zaken worden in het algemeen in willekeurbevorderende criteria vertaald en op de kunstenaars zelf afgewenteld. Wat de éénprocentnorm betreft; die is natuurlijk uitstekend, maar waarom wordt hij niet uitgebreid naar alle gebouwen? Dat zou pas een echt radicaal voorstel zijn dat de functionaliteit van publieke kunst ter discussie stelt. Wat de financieel-economische positie van kunstenaars betreft wil D66 om te beginnen de positie van zelfstandigen verbeteren. De Fair Practice Code moet “prioriteit” krijgen en daar moet “bijvoorbeeld bij subsidieaanvragen” rekening mee gehouden worden. Er moet volgens de partij extra geld in de Code gestopt worden om hem uitvoerbaar te maken. Culturele instellingen moeten makkelijker bij de bank kunnen lenen en het lage btw-tarief moet behouden blijven. Kunst doneren en sponsoren moet makkelijker worden. In de paragraaf over werk en inkomen stelt de partij ook een breuk met het huidige uitkeringen- en toeslagenstelsel voor. Ze wil het vervangen door een nieuw belastingstelsel, waarbij er gekort wordt op de inkomstenbelasting, waarbij de laagste inkomens – die geen belasting betalen –  het bedrag krijgen uitgekeerd. Dat gaat de richting op van een onvoorwaardelijk basisinkomen. D66 wil bovendien het bijverdienen naast een uitkering aantrekkelijker maken. Dat is in ieder geval een stuk realistischer dan het blindelings korten, wat momenteel aan de orde van de dag is. Aan cultuuronderwijs wil D66 veel aandacht besteden en de partij wil daar ook een zekere eenvormigheid in. Ook D66 wil meer spreiding van cultuur over de regio’s. Wat het erfgoed betreft wil D66 een Slavernijmuseum  of –instituut. D66 blijk dus ook  bevattelijk voor het optuigen van een nieuw museum (of instituut) dat mooi vooruitstrevend klinkt, maar dat op de langere duur waarschijnlijk niet levensvatbaar is. Zou het niet beter zijn wanneer de bestaande musea en instituten specifiek aandacht aan het onderwerp besteden? Verder is de partij voor een Openbare Schatkamer, een digitale schatkamer waarin erfgoed makkelijk te vinden is. Mooi, maar zet eerst een stap in de ondersteuning van digitalisering van erfgoed. D66 heeft een heel behoorlijke kunst- en cultuurparagraaf, die qua uitwerking moeilijk is te evenaren.

DENK heeft geen aparte cultuurparagraaf. DENK vindt wel dat de cultuur bij de politie etc. veranderd moet worden en dat er meer cultuursensitieve- en cultuurspecifieke zorg moet komen. De meer creatieve betekenis van cultuur komt niet bij de DENKers voor en het woord kunst komt in het geheel niet voor in het verkiezingsprogramma. Wat kunst betreft moet bij DENK het denken blijkbaar nog beginnen. Ongecultiveerd zooitje dus en daarom sterk af te raden.

Het FvD (Forum voor Democratie) is zo vervuld van wat het als de eigen westerse en Nederlandse cultuur beschouwt, dat het totaal geen aandacht heeft voor de hedendaagse kunstpraktijk. De partij wil volgens het verkiezingsprogramma onder meer dat alle overheidsgebouwen in neoklassieke stijl gebouwd gaan worden. Het vindt ook dat het “Frysk als Tweede Rijkstaal behouden” moet worden. Dezerzijds was onbekend dat we momenteel in het Tweede Rijk leven.

GroenLinks (GL) bestaat sinds 1990 en is van oorsprong een fusie van linkse christenen, radicalen, pacifistisch socialisten en communisten. In haar bestaan is de partij opgeschoven naar wat meer liberale opvattingen. Hoewel de partij nooit heeft deelgenomen aan een regeringscoalitie is ze in het verleden vatbaar geweest voor het sluiten van soms pijnlijke compromissen en soms vreemde standpunten voor een zich links noemende partij. Of dat definitief verleden tijd is, staat te bezien. In de cultuurparagraaf van GroenLinks valt te lezen dat de partij kunst en cultuur een warm hart toedraagt. Het onrecht de kunsten aangedaan in de afgelopen decennia wordt breed uitgemeten. Wat stelt ze daar tegenover? De voorstellen van GL zijn beknopt maar redelijk samenhangend. De kunst-  en cultuurparagraaf van de partij valt uiteen in vijf onderwerpen: subsidiëring en financiering van de kunst, verdienste in de cultuursector, deelname aan cultuur, bibliotheken, audiovisuele kunst. Wat de subsidiëring en financiering betreft wil GroenLinks veel: meer geld voor cultuur dat ook beter verspreid moet worden over de regio’s; en geld voor talentontwikkeling, jonge makers, culturele broedplaatsen. GroenLinks wil dat je voor acht in plaats van vier jaar subsidie kan aanvragen en eigen inkomsten worden minder belangrijk, zulks om investeringen met een langere adem mogelijk te maken. Flexibilisering van het subsidiestelsel om meer ruimte te bieden aan “experiment en innovatie” en donaties aan individuele makers worden aftrekbaar van de belasting als het aan Groen Links ligt. Een wat meer concrete uitwerking van de plannen blijft overigens uit. Wat de verdienste betreft wil GroenLinks een vast inkomen voor makers en “mensen achter de schermen”  Wie niet in vaste dienst kan of wil werken moet ook meer bestaanszekerheid geboden worden. De Fair Practice Code moet van GL wet worden en er moet een financiële compensatie tegenover staan. De praktijk van veel beeldend kunstenaars en zeker die van jonge kunstenaars is er een van gedwongen bijklussen. Talent wordt op die manier verspeeld en de partij laat niet zien hoe ze dit wil aanpakken.  Weliswaar wil de partij voor iedereen die te weinig verdient een aanvulling en noemt dat een basisinkomen, maar of dat voor jonge kunstenaars de kou uit de lucht haalt is de vraag. Wat de toegankelijkheid betreft wil de partij de Code Culturele Diversiteit en het VN-verdrag Handicap gebruiken, het cultuuronderwijs moet binnen- en buitenschools versterkt worden en iedere jongere krijgt een eigen cultuurbudget. Wat het cultuuronderwijs betreft wil GroenLinks veel samenwerking tussen vakleerkrachten, verschillende scholen, kunstinstituten en cultuurprofessionals. In zijn algemeenheid zijn de kunst- en cultuurplannen sympathiek en geloofwaardig, en er zijn veel raakvlakken met de plannen van D66. Een bundeling van beider plannen zou een en ander uitstekend kunnen versterken.

JA21 is een recente afsplitsing van twee FvD-renegaten. JA21 heeft er meer woorden voor nodig dan FvD, maar het verhaal komt op het zelfde neer. De partij wil van alles terugdraaien en de nadruk leggen op de vaderlandse historische trots. Een speciale aandacht voor historische en historiserende architectuur heeft de partij van FvD geërfd. Er wordt verder met geen woord gerept over de hedendaagse kunstpraktijk, dus ach, waar hebben we het eigenlijk over?

Jezus leeft besteedt slechts één zin aan cultuur:” Jezus leeft is tegen elke vorm van subsidie die gebruikt wordt om de mens te vermaken. Iedere recreatieve activiteit (b.v. sport, cultuur e.d.) moet volledig ‘selfsupporting’ zijn. Dit geldt niet voor activiteiten die als doel hebben de zwakke te ondersteunen.”  Enfin, dat zegt voldoende: voor Iemand die door de eeuwen heen zo vaak zo subliem is verbeeld, is Hij wel erg ondankbaar.

JONG, een jongerenpartij, besteedt geen aandacht aan kunst en cultuur. Zeker als je jong bent of de jeugd een warm hart toedraagt, kun je dus beter niet op deze partij stemmen. 

Libertaire Partij (LP). Bij het lezen van de standpunten van de Libertaire Partij, krijg je – net als bij Jezus leeft – de idee dat ze in een fictieve samenleving rondwandelt. De oplossingen voor de problemen in die samenleving zijn weinig samenhangend en slecht onderbouwd. De LP heeft verder geen idee over cultuur en kunst. Misschien maar goed ook.

Lijst 30 is de zoveelste partij die zegt iets met de vrijheid te willen. Er is een paragraaf in het verkiezingsprogramma over media en cultuur. De partij wil “educatie vergroten over kunst & cultuur”, ze wil “cultuurabonnementen voor alle cultuur in Nederland voor een vast bedrag en een extra bedrag per gebruik”, en ze wil “cultuur als vast onderdeel van het (basis)onderwijs, bijv. d.m.v. vakleerkrachten”.  Fijn, maar erg vrijblijvend en nietszeggend.

Lijst Henk Krol besteedt, voor zover zichtbaar, geen aandacht aan kunst en cultuur. Dus ook geen aandacht voor Henk Krol lijkt het beste recept.

NIDA is een partij op islamitische grondslag en zit in Almere, Rotterdam en Den Haag in de gemeenteraad. Het verkiezingsprogramma heeft ook een duidelijk grootstedelijke basis. De partij richt zich in kunst en cultuur vooral op jongeren. Volgens NIDA is er “een pijnlijk gebrek aan culturele diversiteit en bereik van praktisch geschoolden en jongeren” in de kunst- en cultuursector. De partij zegt vooral dat gebrek te willen bestrijden. Door het rijk gesubsidieerde kunst- en cultuurinstellingen moeten op grond van hun diversiteitsbeleid worden “beloond dan wel afgerekend” zo vermeldt de partij dreigend. Dat standpunt is begrijpelijk, maar wat nu als dat meerdere instellingen de kop kost, terwijl ze niet eens de gelegenheid krijgen om een behoorlijk diversiteitsbeleid te voeren? Het resultaat is dan alleen maar minder kunst- en cultuurinstellingen en bijgevolg minder diversiteit. Rijksmusea dienen op gezette tijden gratis toegankelijk te zijn. Verder verlangt NIDA van rijksmusea dat zij geregeld  zaken ter beschikking stellen voor de openbare ruimte. Een mooi idee maar het heeft wel haken en ogen en vraagt dus om nadere uitwerking. Roofkunst moet van de partij terug naar de “rechtmatige eigenaar”. Die stelling klinkt mooi, maar roept ook vragen op. Momenteel worden al aanstalten gemaakt voor teruggave. Het is echter niet altijd helder wie de “rechtmatige eigenaar” is, en het is ook niet gezegd dat de “rechtmatige eigenaar” altijd zit te wachten op teruggave. NIDA stelt daarbij uitwisselingsprogramma’s voor. Dat laatste gebeurt al met regelmaat. NIDA wil verder dat er vooral geïnvesteerd wordt “in de kleinere vernieuwende initiatieven die een ander, breder en diverser publiek bereiken en die zelf ook vanuit deze diversiteit zijn ontstaan”. Daarbij moet ook gebruik gemaakt worden van cultuurscouts.  Er moet van de partij ook samengewerkt worden tussen scholen, cultuurinstellingen en zelforganisaties met name in wijken “met een ongelijke toegang tot kunst en cultuur”. Er moet verder meer aan straatkunst gedaan worden. NIDA wil verder gezamenlijk op zoek gaan naar een nieuwe nationale symboliek, waarbij de oude symboliek van heldendom en het verzwijgen van slavernij overboord wordt geworpen. Het zou beter zijn wanneer Nederlanders van welke komaf dan ook zich eens niet druk gingen maken om zaken als nationale symboliek. Tot slot ziet NIDA leegstand van panden, winkelcentra etc. als een goede gelegenheid om kunst en cultuur in het openbaar te laten zien. Bij elkaar biedt NIDA een niet onsympathieke grabbelton van plannen die in de grootstedelijke problematiek geboren zijn. Daar kun je ook op landelijk niveau op beperkte wijze wellicht wat mee. Dan zou NIDA wel meer detaillering moet geven en de plannen verder uitwerken. Waar NIDA echter niet op in gaat, is de positie van kunstenaars in het algemeen, en die van beginnende kunstenaars van alle komaf in het bijzonder. Ze biedt ook geen structureel alternatief voor de gaten die indertijd door het Eerste Kabinet Rutte geslagen zijn en die nog steeds zichtbaar en voelbaar zijn. De plannen van NIDA houden ook geen rekening met de beloning van kunstenaars. Aanvullend zijn de plannen van NIDA echter interessant.

NLBeter beschouwt, kort samengevat, Nederland als ziek, in het bijzonder ten gevolge van neoliberaal beleid. De verkiesbare kandidaten komen vooral uit de medische wereld en het onderwijs. Daar liggen dan ook de accenten van de partij. De partij voorziet onder meer in een zogenaamd “leefbaar inkomen”, in feite een onvoorwaardelijk basisinkomen voor iedereen. Overigens staat er, voor zover voorshands zichtbaar, niets over kunst en cultuur in het programma van de partij. Blijkbaar zijn die nog gezond. 

OPRECHT wil meer democratie en de “geijkte partij-politiek” doorbreken. Ze wil de belangen van “traditionele Nederlanders” dienen. Dat houdt dus in dat de partij per definitie geen partij voor alle Nederlanders is. De partij wil die belangen dienen met de gedroomde coalitiegenoten VVD, CDA, 50Plus, JA21 en gedoogd door SGP, FvD en SGP (dus tóch geijkte partijpolitiek). Dat alles is wellicht al voldoende om de partij hier verder onbesproken te laten. Niettemin toch een greep: gesubsidieerde instellingen moeten gratis toegang verlenen “om de burger kennis te laten maken met onze rijke geschiedenis”, en het volgende mag de lezer niet onthouden worden: “Lastig te begrijpen cultuur mag echter niet uit het kunst- en cultuurbeleid verdwijnen, juist omdat deze vorm prikkelt, aanzet tot nadenken en ontwikkeling. Als voorbeeld dient Vincent van Gogh die arm is gestorven. Het is belangrijk dat hiervoor subsidies ter beschikking worden gesteld in plaats van weg te bezuinigen met als reden dat deze vorm van cultuur niet voldoende opbrengsten genereert.” Het is werkelijk ontroerend. Dat is het zo’n beetje.

De Partij voor de Dieren (PvdD) leek aanvankelijk een wat sektarische beweging die zich alleen druk wenste te maken om de al dan niet vermeende rechten van dieren. Ze heeft zich echter ontwikkeld tot een partij met stevige systeemkritiek. Maar wat houdt de kunst- en cultuurparagraaf van de partij in? Over het recente cultuurbeleid zegt de PvdD: “Er moeten geen miljarden naar fossiele bedrijven, maar meer geld naar de kunst- en cultuursector. De harde bezuinigingen van de afgelopen jaren en de coronacrisis brengen de bestaanszekerheid en de toegankelijkheid van kunst, cultuur en erfgoed in gevaar en moeten dus dringend worden goedgemaakt.” Hoe wil de partij dat bereiken? Om te beginnen moet het budget voor kunst en cultuur omhoog. Ze wil meer cultuuronderwijs in basis- en middelbaar onderwijs en daar ook de wijk, ouders, cultuurinstellingen en kunstcentra, bibliotheken, musea, verenigingen en podia samen laten komen. Het is prachtig dat de partij dat wil, maar dan moeten al die genoemde instituties er wel zijn en er moet dan ook budget voor zijn. In het algemeen worden dat soort zaken op gemeentelijk niveau geregeld. Wil je dat soort zaken als landelijk overheid toch stimuleren dan is er dus meer spreiding van instellingen en fondsen nodig. Daarin wil de PvdD dan ook voorzien. De partij gaat niet zo ver dat ze vindt dat musea gratis toegankelijk moeten zijn, maar ze vindt wel dat de musea “financieel toegankelijk” moeten zijn  voor iedereen. De PvdD wil het auteursrecht verbeteren voor de makers. Wat monumentenzorg betreft vindt de partij dat monumentale panden niet gesloopt mogen worden maar “natuurinclusief gerenoveerd” moeten worden. Wat dat precies inhoudt, is niet duidelijk. Uiteraard vindt de partij dat er strikte eisen gesteld moeten worden aan het gebruik van dieren in kunst. Ook van belang is dat de partij twee vormen van basisinkomen wil onderzoeken: een vast maandelijks bedrag voor iedereen, of een vorm van belasting die bij te weinig of geen inkomsten een negatieve belasting wordt. Alles bij elkaar komt de PvdD met sympathieke voorstellen, maar er is niet veel onderbouwing en de plannen zijn ook niet echt specifiek voor de PvdD, behalve de wensen ten aanzien van dieren in de kunst. Het meest ingrijpend is de wens om te experimenteren met een basisinkomen.

De Piratenpartij is een internationale partij, oorspronkelijk ontstaan uit een denktank met onder meer kunstenaars en muzikanten. Ze is nu vertegenwoordigd in verschillende openbare lichamen in Europa en in het Europees parlement. De partij werpt zich op als bewaker van de openbaarheid van alle kennis, kunst en cultuur. Met name op het gebied van ICT-kennis en het gebruik daarvan voor de openbaarheid van kennis en cultuur blinken de piraten uit. Zij willen kleine ondernemers beschermen tegen de overheid en grote ondernemingen, zij willen een onvoorwaardelijk basisinkomen en, evenals andere partijen, willen zij het auteursrecht hervormen ten voordele van de makers. ZZP’ers moeten zich volgens de partij kunnen verenigen om rechten af te dwingen en ze wil een einde maken aan wat ze de “schuldenindustrie” noemt, waarbij armoede beboet wordt. Digitale sloten op cultuurgoederen op het internet moeten worden afgeschaft. Voor het overige heeft de Piratenpartij geen specifieke voorstellen voor een kunst- en cultuurbeleid. Dat valt eigenlijk een beetje tegen voor een partij die uit creativiteit ontstaan is. Een groot voordeel van de Piratenpartij is haar grondige kennis van ICT-zaken en het spanningsveld tussen openheid en privacy in de digitale wereld.

De PvdA (Partij van de Arbeid), vanouds de sociaaldemocratische partij van Nederland,  is voor een groot deel verantwoordelijk voor de moderne verzorgingsstaat. Vier van de vijftien naoorlogse premiers waren van de PvdA en de sociaaldemocraten hebben meermaals deelgenomen aan regeringscoalities, laatstelijk in het Kabinet Rutte II. Tot ver in de jaren ’70 bleef de PvdA de belangrijkste partij en machtsfactor voor wie een progressieve politiek voorstond. Vanaf de jaren ’80 ging het echter bergafwaarts met de ideeën. De partij leek haar kompas kwijt en associeerde zich steeds meer met een apolitieke markteconomie. Het kost de PvdA nu de grootste moeite zich weer een overtuigende, politieke houding te geven, en ze is er nog steeds niet aan gewend dat ze haar spilfunctie kwijt is. Ooit gaf de partij vorm aan een behoorlijke sociale cultuurpolitiek, waarbij fraaie, oude verheffingsideeën een rol speelden. Wat wil ze nu met kunst en cultuur? Ze wil nu in ieder geval fondsen hebben om de door corona getroffen cultuursector overeind te houden. De partij spreekt zelfs van een “reddingsplan”.  Wat uitkeringen betreft vindt de PvdA dat gemeenten meer zelf mogen gaan invullen, eventueel mensen vrij kunnen stellen van sollicitatieplicht, en de tegenprestatie wordt geschrapt. Dat is een breuk met het eerdere harde sociale regeringsbeleid waar de PvdA medeverantwoordelijk voor was. De sociaaldemocraten stellen ook voor dat gemeenten kunnen experimenteren met vormen van een basisinkomen. Er moet van de PvdA in het onderwijs meer ruimte voor cultuur komen door “goedopgeleide vakleerkrachten”. Ze vindt dat er ook cultuur in de wijken moet komen om bij te dragen aan de leefbaarheid. De partij wil kijken hoe provinciale cultuurbudgetten, waar nu grote verschillen in zijn (zo zijn Zeeland en Flevoland “arme” provincies), rechtgetrokken kunnen worden. Het perspectief op kunst en cultuur is bij de PvdA trouwens onversneden populair te noemen: “Een liedje dat een dierbare herinnering teweeg brengt. Het festival waarop je je grote liefde hebt leren kennen. Of die ene film waarbij je elke keer een traan laat.” De partij is zich bewust van de armoede die er vaak achter de kunst schuil gaat. Kinderen moeten al vroeg in aanraking komen met kunst en rijksmusea moeten eens in de maand gratis geopend zijn. Per provincie moet er minimaal een rijksmuseum aangewezen worden, dat dan een “passende rijkssubsidie” krijgt. Wat de ratio achter dit plan is, wordt niet echt duidelijk. Zzp’ers in de sector moeten collectief over arbeidsvoorwaarden kunnen onderhandelen. Kosten voor de implementatie van de Fair Practice Code worden gedragen door het rijk, zodat dat de cultuursector geen extra geld gaat kosten. De Code Culturele Diversiteit moet ook nageleefd worden, maar blijkbaar heeft de PvdA niet door dat daaraan ook kosten verbonden kunnen zijn. Met onder anderen cultuurcoaches moeten “nieuwe groepen”  kennis kunnen maken met kunst en cultuur. Basisschoolleerlingen krijgen een “cultuurontdekkingspas” en alle jongeren tot 25 jaar krijgen een cultuurkaart met kortingen. Er komt een “seizoensregeling” voor seizoensgebonden cultuur en verder wil de partij kunst op straat stimuleren. Al met al is duidelijk dat de PvdA tracht haar sociale gezicht weer terug te winnen. De plannen zijn, hoewel aantrekkelijk, verder niet echt specifiek voor de sociaaldemocraten en passen uitstekend bij die van een aantal andere partijen.

De PVV (Partij Voor de Vrijheid) is een afsplitsing van de VVD. De partij heeft een nogal voorspelbare cultuurparagraaf. Het is een mopperige tirade tegen alles wat vreemd, ongewoon of niet-Nederlands is. De andere partijen staan volgens de PVV “voor dezelfde massa-immigratie, voorliefde voor multikul, zelfhaat, diversiteitsgeneuzel, islamisering en de EU.”  Het is waarachtig jammer dat er niet meer van is, zodat de PVV niet meer heeft om zo eloquent op te kunnen kankeren. Verder zegt de PVV: “Wij spreken uit dat onze eigen cultuur de beste is. En daar zijn we trots op!” De vrijheidsaanbidders noemen Black Lives Matter en Kick Out Zwarte Piet  “gevaarlijke actiegroepen”. De PVV wil in de grondwet verankerd hebben dat “de Joods-christelijke en humanistische wortels de dominante en leidende cultuur vormen in Nederland”. In het kort komt het erop neer dat de PVV dus een heleboel níét wil. Het enige voorstel in de cultuurparagraaf is Nederland te dwingen tot een ellendig cultuurautisme. En zulks in alle vrijheid.

SGP (Staatkundig Gereformeerde Partij). Na CDA, ChristenUnie, Jezus leeft en NIDA is dit de vijfde religieus geïnspireerde partij in het lijstje. Waar de Joods-christelijke traditie al niet toe leidt!. De SGP is momenteel de oudste partij van Nederland en werd opgericht in 1918. Ze ontstond als afsplitsing van de twee toenmalige protestantse christendemocratische partijen. De partij heeft tot op recentelijk iedere vrouwelijke functionaliteit in het eigen politieke bestaan uitgesloten en ook overigens is de partij Bijbels conservatief. Cultuur is in de ogen van de SGP een gave “van onze goede Schepper”. “Door cultuur worden we boven het alledaagse getild” zegt het verkiezingsprogramma onder meer. De overheid kan volgens de SGP “natuurlijk” niet alle cultuuruitingen subsidiëren, monumenten krijgen daarom voorrang bij de SGP. Voor het overige moet in de cultuur het verwerven van eigen inkomsten voorop staan. Ieder voor zich en God voor ons allen dus. Uiteraard moet er vooral subsidie naar het onderhoud van monumentale kerken. Ook wil de SGP dat “topstukken uit de Nederlandse cultuurgeschiedenis, zoals schilderijen van Rembrandt,” weer naar Nederland gehaald worden. Het is duidelijk, dat gaat nog een ware strijd worden. En dat was het dan zo’n beetje, wat de SGP betreft. Wanneer je Gods water over Gods akker wil laten lopen, is de SGP misschien iets voor je, maar dan moet je als hedendaags kunstenaar wel je zwemdiploma hebben.

De SP (Socialistische Partij) is van oorsprong een afsplitsing van de CPN (Communistische Partij Nederland) met maoïstische sympathieën. Na verloop van tijd werd het maoïsme afgeschud en werd de partij meer sociaaldemocratisch. Toen de PvdA de weg kwijtraakte wist de SP het ontstane politieke gat aanvankelijk goed op te vullen. De partij heeft daarin inmiddels geduchte concurrentie gekregen. De socialisten willen bestaanszekerheid en een goede betaling voor mensen in de cultuursector en ze willen daartoe een investeringsfonds oprichten. Verder willen zij een collectieve verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en een pensioen voor de cultuursector. Er is helaas één grote overeenkomst met het CDA: de SP wil ook een nationaal historisch museum oprichten. Schei toch uit met die gekheid! Er is al een nationaal historisch museum: het staat in Amsterdam en het heet Rijksmuseum. Uiteraard moet het nationaal historisch museum bij de SP een meer socialistisch tintje hebben met meer strijd voor rechtvaardigheid en zo. Het toont des te meer aan, dat politieke partijen geen historische musea moeten willen oprichten. Verder wil de SP de regionale musea een dag in de week gratis toegankelijk maken. Voordat de SP zoiets wil moet ze misschien eerst kijken hoe ze deze musea überhaupt open wil houden. Ook wil de partij een betere spreiding van cultuur over de regio’s. Er zijn onderhand zoveel politieke partijen die dat in hun blazoen borduren, dat je je afvraagt waarom de cultuur niet allang gespreid is over de regio’s. De inkomenspolitiek van de SP is klassiek en weinig inspirerend te noemen. De uitkeringen moeten omhoog en de topinkomens moeten omlaag, maar een beleid dat daadwerkelijk de strijd aangaat met armoede wordt niet geleverd. Alles bij elkaar optellend, stelt het cultuurbeleid van de SP, hoewel er sympathieke elementen in zitten, teleur.

Splinter bestaat sinds eind 2020 en profileert zich als een seculiere sociaalliberale partij. Vooral in de partijstructuur wil de partij democratischer en anders zijn dan andere partijen. Hoe onderscheidend is de partij dan in haar cultuur- en kunstbeleid? “Splinter wil zekerheid bieden voor hen die ons land inspireren, die Nederland mooier en esthetischer maken” zegt het verkiezingsprogramma. Fijn, maar wat houdt dat in, “mooier”? In ieder geval wil Splinter een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering voor mensen werkzaam in de kunstsector. Subsidieaanvragen  van vier jaar gaan wat de partij betreft verlengd worden tot acht jaar. Ook wil de partij de Wet Werk en Inkomen Kunstenaars (WIK) weer terug en ze wil een investeringsfonds oprichten om de financiële malaise in de cultuursector op te lossen. De splinters vinden ook dat jongeren tot en met 17 gratis toegang tot musea moeten krijgen. Zij zijn echter tegen “diversiteitsquota” in de cultuursector, want die zouden de creativiteit remmen. Splinter blijkt tegen “identiteitsdenken” te zijn. Bedenkelijke monumenten en straatnaamborden krijgen tekst en uitleg “zonder ideologische invloed”. Splinter meent dan dat ze zo een “objectief beeld “ geven. Beste splinters, objectieve beelden bestaan niet en iedere zinsnede op dit gebied is ideologisch bepaald, ook als die dat niet lijkt. Nog een ideologische opmerking uit het programma: “De kunsten zouden net zoals wetenschap en journalistiek een plek moeten zijn waar het beste idee aan invloed wint en getoetst kan worden op houdbaarheid of moraliteit. Dat is niet altijd het meest politiek- of ideologisch correcte of meest welgevallige idee. Maar juist dit brengt ons als samenleving verder.” Lieve splinters, er bestaan geen beste ideeën in de kunst. Kunst kan alleen maar veranderen, niet verbeteren, ieder goed kunstwerk is het beste in zichzelf, en scheer jullie weg met je moraliteit! Verder moet van de splinters de kunst gesubsidieerd door de staat mensen tegen het hoofd kunnen stoten. Tot slot wil Splinter een pilot met een basisinkomen in twee soorten: als maandelijkse uitkering of als negatieve belasting voor de laagste inkomens. Al of niet in gemoede kun je je afvragen of met dit knip- en plakjatwerk en wat politieke couleur locale het politieke landschap nu echt verrijkt wordt.

Trots op Nederland. Deze partij heeft geen kunst- of cultuurparagraaf. De naam van de partij zegt al voldoende.

Ubuntu Connected Front (UCF). De partij zegt te staan voor “absolute erkenning, rechtvaardigheid en ontwikkeling”, en richt zich op het gedachtegoed van Afrikanen en mensen van Afrikaanse afkomst. Ze pleit voor “voldoende –laagdrempelige-  voorzieningen (….) in de wijken ten behoeve van kunst-, cultuur- en religieuze uitingen”. Er moet een Nationale Raad komen volgens de ubuntisten waarin ook op het gebied van cultuur zaken rond Reparatory Justice besproken worden.  Dat is wat te vissen valt uit de soep die de partij presenteert. Concrete voorstellen die de huidige praktijk van kunstenaars van zowel Afrikaanse of welke afkomst dan ook verder helpen, staan niet in het verkiezingsprogramma.

Volt is een partij die op Europees niveau actief is. De standpunten gelden dan ook vooral een vooruitstrevende Europese Unie. De partij vindt dat de positie van zzp’ers en flexwerkers verbeterd moet worden en er moet “fors” geïnvesteerd worden in de cultuursector. Volt is blijkbaar wars van uitgebreide verkiezingsprogramma’s. Dat is het goed recht van de partij, maar ze kan daardoor ook niet laten zien of ze enig verstand van zake heeft .

De VVD (Volkspartij voor Vrijheid en Democratie) afficheert zich als liberaal, maar ze is in feite een amalgaam van wellevend liberalisme, oprecht conservatisme, brallerige rechtsheid, middenstandszuinigheid en buitenissig hyperkapitalisme. De VVD heeft sinds de Tweede Wereldoorlog één van de vijftien premiers geleverd: de huidige. De partij heeft de neiging zichzelf als ideologievrij, realistisch en technocratisch te presenteren met een bravoure die nog lijkt te stammen uit het inmiddels toch wat achterhaalde TINA (There Is No Alternative)-tijdperk. De VVD heeft sinds de Oorlog al in meerdere coalities meegeregeerd en was daar steeds de spreekbuis van de (grote) werkgevers in dit land. De VVD is bovendien verantwoordelijk voor een van de meest rücksichtslose bezuinigingen in de cultuursector van de laatste decennia en van het publiekelijk kleineren van kunstenaars en werkers in de cultuursector. De VVD vraagt “gepaste trots” op onze cultuur, met name tegenover nieuwkomers, de VVD is dan ook, wat je noemt, Trots op Nederland. Er wordt muziek gemaakt die de wereldtop bereikt, de cultuur is belangrijk voor toerisme en het erfgoed draagt bij aan “onze Nederlandse identiteit”, zoals de VVD het formuleert in haar programma. Cultuur is bij de VVD blijkbaar vooral juichcultuur. De partij wil investeren in het toegankelijk maken van cultuur. Ze verwijst daarbij naar het Plakkaat van verlatinghe dat nu ook op een toegankelijke plek tentoongesteld is. Cultuur als zelffelicitatie met het Nederlanderschap. Wat stelt de VVD concreet voor? Ze wil de cultuur regionaal beter spreiden, zoals vrijwel iedere partij momenteel al wil. Ze wil ook “behoud en ontwikkeling van volkscultuur” van meer geld voorzien in het Cultuurparticipatiefonds. De partij maakt niet duidelijk wat ze daarmee precies bedoelt, maar het klinkt goed in de canon van de genoemde zelffelicitatie. “Populaire cultuur zoals musicals” kunnen ook gebruik maken van subsidies, aldus de partij. Dat is toch vreemd. De VVD vindt toch juist dat de kunst zelf zijn broek op moet houden? Waarom moet populaire cultuur, die al prima zijn eigen broek op kan houden (buiten corona-omstandigheden), gesubsidieerd worden? The winner takes it all? Ook wat de musea betreft lijkt de VVD een ei van Columbus te hebben: meer depotkunst uitwisselen en tentoonstellen. Oké, het komt er dus op neer dat je depotspullen van het ene museum tentoongesteld ziet in een ander. Van welk probleem is dit de oplossing? Verder wil de VVD een deel van de Rijkscollectie afstoten om nieuw werk aan te kunnen schaffen. Wie bepaalt dan wat afgestoten kan of moet worden? Een regeringscommissaris van de VVD? Afgezien dat het niet ongebruikelijk is collecties te herijken, lijkt het erop dat de partij de Rijkscollectie aanziet voor een uitdragerij. Volgens de VVD moet er blijvende aandacht voor cultuureducatie zijn in het onderwijs. Van welke aard die educatie zou kunnen of moeten zijn zegt de VVD er niet bij. Het komt er ook wel erg lamlendig uit nadat eerst een hoop cultuur in het onderwijs is wegbezuinigd, zeker ook waar het samenwerking tussen scholen en cultuurorganisaties betreft. Dat laatste heeft de voorkeur van de VVD. Culturele ondernemers wil de VVD verder ondersteunen door uitbreiding van de Geefwet en als kers op de taart wil de VVD werkgevers en werknemers voorleggen om van 5 mei een permanente vrije dag te maken. Ben je geen topkunstenaar en kun je niet zelf je broek ophouden als kunstenaar, dan ben je niet interessant voor de VVD. Als grootste partij in het parlement, als partij die de premier levert en daarmee als partij die Nederland het afgelopen decennium bestierde met wisselende partners, is de VVD een schaamteloze partij voor mensen die erbij willen horen en zich zo ook winnaar kunnen voelen. 

Villa La Repubblica wenst je een ingetogen stemdag toe!

Nu je toch tot hier gekomen bent: blijf op de hoogte en neem een abonnement (zie rechtsboven op deze pagina)

 (Alle links openen in een nieuw tabblad)

Bertus Pieters

VILLA LA REPUBBLICA IS NIET VERANTWOORDELIJK VOOR EVENTUELE ADVERTENTIES OP DEZE PAGINA!!

2 reacties
  1. Ingrid van Santen permalink

    Ha Bertus. Prima analyse en zelfs uitgebreider dan in de NRC van vorige week. Bedankt!

    Like

  2. Super Bertus dat je zoveel werk hebt gestoken in het ontrafelen van de cultuurstandpunten van de diverse partijen. Heel erg bedankt. Ik voel me gesterkt!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: