Spring naar inhoud

Tussen einde en begin #49. André Kruysen

7 april 2021

In sculptuur opent zich de wereld van zowel de zinnelijke plasticiteit van de vorm – het lichaam – als de weerklank van de ruimte. In verschillende stijlperiodes zie je afwisselend meer de nadruk op het ene aspect en dan weer op het andere. Soms lijkt het streven van de sculptuur op ballet: het quasi-moeiteloos vrijkomen van de zwaartekracht. Soms wil de sculptuur juist de massieve zwaarte van een volume opdringen, een volume dat zich nadrukkelijk plaatst binnen een ruimte. Die ruimte is steeds nodig, of dat nu een vensterbank is of de weidsheid van een polderlandschap. In verschillende periodes in de geschiedenis maakte sculptuur – al dan niet gekleurd – vast onderdeel uit van architectuur, waarbij beide ruimtelijke kunsten in elkaar overgingen om elkaar betekenis te geven. Het gebouw als sculptuur is door de eeuwen meegeëvolueerd met alle periodieke stijlen en neuroses die de mensheid besmetten en besmet hebben  Het Operagebouw van Sydney of het Guggenheim Museum in Bilbao zijn zelfs nadrukkelijk sculpturen. Je wordt door dergelijke gebouwen opgeslokt alsof je in een gigantische sculptuur beweegt. Sommige sculpturen gedragen zich juist nadrukkelijk architectonisch, zoals de Jardin d’émail van Jean Dubuffet of de Groene Kathedraal van Marinus Boezem. In die verschillende gebouwen en sculpturen spelen niet alleen massieve volumes een rol. Ook juist de openingen, de holle binnenruimtes, de doorkijkjes en de uitzichten naar buiten gedragen zich dan als volumes. Zij vormen de holten waarbinnen je zelf weer beweegt als een levende sculptuur, een levend ornament dat betekenis geeft aan een ruimte. Die betekenis wordt gegenereerd door je hersenen, die zich ook weer compact bevinden in een behuizing, een vorm van architectuur: een schedel. Zo’n schedel is niet alleen een materieel efficiënt goed gevuld volume, het is ook het volume van de verbeelding. Een menselijke schedel is fysiek berstensvol maar ook hol en ruimtelijk om de “geest” betekenis te laten geven aan wat zich opdringt aan de menselijke zintuigen. Dat maakt de geest of de verbeelding variabel van grootte binnen een en het zelfde schedeldak. Anders gezegd: de geest, de verbeelding zet voortdurend uit en krimpt voortdurend, hij explodeert en implodeert. Soms tegelijk, soms vloeiend, soms zacht en teder, soms hard en gewelddadig. Die geestelijke holte in de schedel omvat de grootste volumes en de kleinste details, terwijl de schedel fysiek hetzelfde blijft.

Sommige sculpturen kunnen je de idee geven dat dat allemaal samenkomt: al die tegenstellingen, het grote en het gedetailleerde, de explosie en de implosie, de volumes en de holtes. Het recente werk Abode of the Mind  (1) van André Kruysen (1967) is zo’n sculptuur. Er is moeilijk vat op te krijgen, van welke kant je het ook bekijkt. Het is alsof een puberale godheid zijn opdracht om uit een rechthoekig stuk basismateriaal een harmonische wereld te scheppen, vloekend op de grond heeft gegooid. Daardoor is er plotseling iets ontstaan dat weliswaar totaal niet in de buurt komt van de opdracht, maar dat onverwacht een beeld schept van holtes, ruimtes en licht. Ongetwijfeld zal het daadwerkelijke ontstaansproces van het werk stukken minder impulsief zijn geweest en zal het ook bepaald meer tijd hebben gekost om te maken. Kenmerk van het werk is wel dat het zich niet makkelijk laat interpreteren, of liever dat het zich voortdurend meervoudig laat interpreteren. De idee van bijvoorbeeld een schedel of fossiel maar ook van architectuur, een ruïne of een grot doen zich tegelijk voor. Je kunt je het voorstellen als een model voor een groot en monumentaal uit te voeren werk, maar tegelijk wil het die grootte niet aannemen, of het kan juist iedere gewenste grootte aannemen. Het is alsof Abode of the Mind dat voortdurende exploderen en imploderen van de geest laat zien.

Er zit een rechte hoek in, de hoek van een doos, van een kamer, van een groot modernistisch gebouw. Uit die hoek lijkt de rest van het werk zich te ontvouwen als een weerbarstige bloem, een gigantische barokke zwam. Tel uit je winst: de hoek van een doos, een kamer, een gebouw en verder een schedel, een fossiel, een ruïne, een grot, een bloem, een zwam. Iedere vergelijking roept een bepaalde spanning op, alsof het werk zich tegelijkertijd verzet tegen al die vergelijkingen. Uiteindelijk blijven toch begrippen over als holtes, volumes, licht, schaduw. De gaten en holten in het werk zijn geen duistere nissen van de geest, maar holtes die het licht doorlaten. Ze herverdelen het licht en geven daarmee nieuwe perspectieven. Dat het beeld zich van verschillende kanten verschillend voordoet, komt niet alleen door de barokke uitwerking van de vormen, maar ook door het licht dat er in en op valt. Dat wordt nog versterkt door de afwisseling van ruwe en gladde oppervlakken. Aan de rechte hoek in de buitenkant van het werk grenst een vlakke rechtopstaande zijde. Het lijkt wat op een alternatieve voet van het werk, dat daarna op zijn kant is gezet. Nu is het meer een vlakke maar ruïneuze muur. Als een stukje muur van een afbraakpand waar de sloopkogel nog definitief tegenaan moet. Er gaapt een enorm gat in de wand, maar erachter zijn geen overblijfselen te zien van behuizing of kantoorruimte. Noch is duidelijk of het gat vanaf de buitenkant is gemaakt of dat het van binnenuit is ontstaan. Daarachter schuilt het raadselachtig stelsel van holtes en openingen. Dat krult uit naar de andere kant van het werk, waar het de bodem weer bereikt, zodat het werk op twee punten rust.

In zijn geheel verzet het beeld zich tegen iedere vorm van representatie. De eerdergenoemde associaties duiden eerder op een tegenstelling tussen rationeel bouwen en het meer organisch laten ontstaan van innerlijke ruimtes, dan dat die associaties doeltreffend zouden zijn. Nee, het gaat hier niet om een huis of een grot en ook niet om een zwam, een bloem of een schedel, maar er zijn wel associaties met de principes van deze en dergelijke uiteenlopende zaken. Het meest in de buurt komt misschien dan nog de schedel met zijn ruimte van de verbeelding. Een dergelijke ruimte met een voortdurend ineenschrompelende en uitdijende verbeelding leidt tot een hele andere architectuur waar Abode of the Mind dan misschien het beste bij past. De titel geeft het al aan: een onderdak van de geest. De normale behuizing van de geest is een schedel en in ruimere zin het hele lichaam. Al sinds mensenheugenis is het gebruikelijk het geestelijke van het lichamelijke te scheiden. Sinds de mens zich bewust werd van zijn sterfelijkheid moest er ruimte zijn voor de vrijheid van de geest, zowel bij leven als in de dood. De geest is toch altijd gezien als iets wonderlijks dat een materiële behuizing nodig heeft maar anderzijds ook vrij moet kunnen dolen binnen en buiten die behuizing. Er werd ook lang getwijfeld aan de sterfelijkheid van de geest, maar toch moest zijn bestaan steeds door materiële zaken bevestigd worden. Zo vervaardigden de Oude Egyptenaren beelden van hun hooggeplaatste overledenen om die in hun graftempels te kunnen plaatsen en op die manier de geesten van de gestorvenen een onderdak te bieden waar zij voeding en rust konden vinden (zie ook Tussen einde en begin 48). In de West-Europese cultuur is de geest steeds meer verworden tot iets nuttigs en werkzaams, terwijl hij na de dood niet meer is dan een sentiment en een herinnering. Niet-materiële eigenschappen van de mens – waaronder kennis en esthetiek –  zijn steeds meer verworden tot verhandelbaar consumptiemateriaal.

Ondanks de eerdergenoemde voorbeelden van architectuur en sculptuur – het Operagebouw van Sydney, het Bilbaose Guggenheim Museum, de Jardin d’émail, de Groene Kathedraal – biedt de hedendaagse architectuur weinig onderdak meer voor de dolende geest, voor de levende noch voor de dode. Het Modernisme heeft veel moois gebracht, maar vooral het utilitaire ervan is blijven hangen. Het Postmodernisme – eveneens ondanks het moois dat het gebracht heeft – heeft het utilitaire verder vervormd tot een opdringerige consumptiearchitectuur. Kruysen biedt een onderdak voor de geest waarin hij weer zichzelf kan zijn. Het licht van de geest moet van binnenuit komen anders kan het niet schijnen naar de wereld om hem heen. De geest moet in verschillende volumes tegelijk kunnen denken. Hij moet zichzelf groot kunnen denken en weer met beide benen op de grond kunnen komen. Hij moet de logica tegelijk kunnen omarmen en ontkennen. En vooral moet hij plastisch en ruimtelijk tegelijk kunnen zijn, want dat de menselijke geest het materiële nodig heeft is duidelijk. Tegelijk laat Abode of the Mind de botsing zien tussen het positieve en het negatieve dat de menselijke geest heeft aangericht, en misschien is het dan toch het gewrocht van de puberale godheid.

Nu je toch tot hier gekomen bent: blijf op de hoogte en neem een abonnement (zie rechtsboven op deze pagina)

(Klik op de plaatjes voor een vergroting.)

(Alle links openen in een nieuw tabblad)

Bertus Pieters

(1) André Kruysen (1967), Abode of the Mind (2020), Acrylic One (plastische twee-componenten acrylhars), 53x41x33 cm, is momenteel te zien in de duotentoonstelling What’s on met werken van Kruysen en Ton van Kints (1955).bij Galerie Ramakers, Den Haag. Abode of the Mind maakt onderdeel uit van een aantal kleinere sculpturen die Kruysen als variaties en studies heeft gemaakt voor een groter werk Inner Vision. Voor een interessant kunstfilosofisch essay door Mark Kremer over Inner Vision, het daarmee samenhangende werk en de sculptuurhistorische verbanden met vooral het werk van Umberto Boccioni, en de modernistische ontwikkelingen daarna, zie/klik hier.

Zie voor meer plaatjes van de hele tentoonstelling: https://villanextdoor2.wordpress.com/2021/04/09/art-in-corona-times-64-ton-van-kints-andre-kruysen-whats-on-galerie-ramakers-the-hague/

VILLA LA REPUBBLICA IS NIET VERANTWOORDELIJK VOOR MOGELIJKE RECLAME OP DEZE PAGINA!!

One Comment
  1. André kruysen permalink

    Bertus, wat heb je een prachtig stuk geschreven, je hebt me een nieuwe inkijk in mijn eigen werk gegeven. Hartelijk dank hiervoor. Ik hoop je gauw weer eens te spreken.
    André

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: