Spring naar inhoud

Tussen einde en begin #51. Aelbert Cuyp

15 april 2022

Het is zomerochtend op het water ten noorden van Dordrecht in de zeventiende eeuw. Links is de stad te zien met de karakteristieke toren van de Grote Kerk. Het ochtendlicht strijkt er pril langs. De stad en de gehele achtergrond lijken nog in een gelige ochtend-smog te liggen, alsof het juist opkomende en allengs feller wordende licht nog even voor het decor van de stad blijft hangen.

Het grootste deel van het doek wordt in beslag genomen door de lichtblauwe ochtendhemel, waar het zonlicht fel schijnt tegen zware wolken die openbreken en naar het westen drijven. Daar, boven de stad, is alles al geheel helder en wachtende tot de loop van de morgen de hemel blauwer maakt en de wolken witter.

Vogels trekken weg naar het noordwesten. Het is het perfecte uur voor een nieuw begin. Er is dan ook een en ander gaande langs de kade van Dordrecht en er ligt een groot aantal boten met gehesen zeilen.

Rechts ligt een boot waarvan de zeilen nog gehesen moeten worden. Op het eerste gezicht zou dit gewone bedrijvigheid in een Hollandse haven in de vroege ochtend kunnen zijn, maar er is meer aan de hand.

Rechts – net links van de prominente, plompe schuit – is er een bootje met hoogwaardigheidsbekleders te zien, waarvan er een, met zwierige hoed op, rechtop staat. Het bootje wordt juist van de grote schuit afgeduwd en in die laatste is het, ondanks de ochtendvroegte, een drukte van mannen.

Een tamboer roffelt op een grote trom, en te midden van de mannen staat een andere hoge ome met een bepluimde hoed die zich laat begroeten.

Helemaal links vooraan in het schilderij wordt een gezelschap van drie andere belangrijke mannen en een blazende trompetter door vier roeiers in een sloep vervoerd. De morgen is dus veel minder stil dan de hemel boven de stad doet vermoeden.

De stilte wordt doorbroken door tromgeroffel, getrompetter en in het midden van de compositie wordt zelfs een kanonschot gelost. Ook op de andere schepen en op de kade is het een drukte van belang. Het gepraat en geroep zal ongetwijfeld de hele ruimte vullen onder de hoog torenende wolkenmassa.

Deze samenkomst van enerzijds stille, sublieme verhevenheid van de zomerse ochtendhemel met indrukwekkende wolken, en anderzijds het drukke rumoer van volk op en langs het water, het lawaai van een kanonschot, getrompetter en getrommel en de menigte van zeilen, die door spiegeling ook nog eens verdubbeld wordt, is te zien op het schilderij De Maas bij Dordrecht van Aelbert Cuyp (1620-1691), dat geschat wordt geschilderd te zijn rond 1650. (1) Veel van de zaken waarmee Cuyps werk bekend is geworden, zijn hier te zien: het gezicht vanaf de rivier op Dordrecht – de stad waar hij geboren werd, woonde, werkte en uiteindelijk ook stierf – , zeilschepen die zich spiegelen in het water en vooral het Mediterrane licht waarin zijn scènes zich vaak afspelen. (2)(3) Wie de blik laat glijden van links naar rechts langs de stadskade, de boten op de rivier en hun spiegelbeelden, naar de beboste Zwijndrechtse overzijde van het water, ziet hoe ingenieus Cuyp met verschillen in donker, grijs en licht het geheel van diepte voorziet en met coulissen indeelt. Het is een voortdurende afwisseling van dichtbij, ietsje verder weg, en nog verder weg in het doorkijkje in het midden van het schilderij, waarvoor ook de man met de zwierige hoed en rijke kleding rechtop staat in het bootje. De grote, plompe schuit zelf is het meest gedetailleerd geschilderd, met het staketsel van mast en zeilen dat zich scherp tegen de wolken aftekent, en met de glans op zijn donkere romp. De schuit ligt niet in het midden van de compositie maar bevindt zich wel prominent in het midden van het deel van de scène dat overwelfd wordt door de wolkenhemel.

De stad zelf ligt juist onder het blauwe gedeelte van de hemel. De zonbeschenen rand van de wolkenmassa loopt van bovenaf in een sierlijke boog schuin naar beneden naar links om langs het zeil van het grote, donkere oorlogsschip vlak vóór de stad, te belanden bij de uitgelichte toren van de Grote Kerk, als een goddelijke vingerwijzing of als een goddelijke wachter op de achtergrond. Het kan niet anders dan dat zich hier een historische gebeurtenis afspeelt.

Daarmee is het naast een stadsgezicht ook een zogenaamd “historiestuk”. Historiestukken werden in opdracht geschilderd en zij waren zo’n beetje het hoogste en duurste genre dat je als schilder kon beoefenen in de zeventiende eeuw. Zo’n historiestuk was bovendien een goede gelegenheid om de opdrachtgever en vooral ook de nieuwsgierige bezoekers van de opdrachtgever te laten zien wat je ervan kon. Dat mes sneed van twee kanten: je kon je naar hartenlust uitleven als kunstenaar en bij een rijke opdrachtgever hoefde je niet te kijken op een paar centen om goede pigmenten te kopen, én je kon er nieuwe klanten mee vinden die ook wel een goede som gelds overhadden voor iets vergelijkbaars of iets nog prachtlievenders. Ook in dit schilderij van Cuyp kun je zien dat hij al zijn kunde en talent gebruikt om een bijzondere en indrukwekkende compositie te maken.

Cuyp is vooral bekend van zijn kleinere schilderijen – die hij ongetwijfeld voor de verkoop zal hebben gemaakt – met landschappen, soms polderlandschappen, soms landschappen met bosschages, heuvels en rotspartijen, badend in een Italiaans ochtend- of namiddaglicht (dat meestal van links komt, terwijl de wolken bij Cuyp meestal naar rechts drijven) en niet zelden met een groepje koeien. Die koeien zijn beroemd geworden, en in Engeland – waar Cuyps werk vanaf de achttiende eeuw een ware hype werd – werden ze vaak klakkeloos nageschilderd. (4) Dat is op z’n minst vreemd, want die koeien zijn bepaald niet zijn sterkste details. Hoewel fraai van kleur en mooi plastisch, zijn ze zowel anatomisch als perspectivisch vaak wat vreemd. Ook mensfiguren waren niet Cuyps sterkste kant. Dat is ook te zien in De Maas bij Dordrecht. Voor zover de figuren er wat meer dan schetsmatig zijn geschilderd, zijn ze houterig en soms uitgesproken knullig weergegeven. De Maas bij Dordrecht is vooral zo geslaagd vanwege het meesterschap van het geheel van de compositie en het bijzondere van de atmosfeer. De stijfheid van zijn personages moet hem maar niet te zwaar aangerekend worden.

Van alle personen op het schilderij heeft Cuyp het meest zijn best gedaan op de al meermaals genoemde staande figuur in het bootje, vlak naast het grote plompe schip op de voorgrond. Gezien zijn prominente plaats en de meer gedetailleerde uitwerking van zijn gezicht en dure kleding, ligt het voor de hand dat hij de opdrachtgever van het schilderij is. Wie hij precies is, is niet bekend, daar kan alleen over gespeculeerd worden.

Ook over de weergegeven gebeurtenis is veel gespeculeerd. Sinds het schilderij bekender werd in de achttiende eeuw in Engeland zijn daarover verschillende ideeën geopperd. Kunsthistoricus Margarita Russell kwam in 1990 met de meest geloofwaardige historische gebeurtenis. (5)

Die vond zij in Matthys Balens Beschryvinge der stad Dordrecht uit 1677. (6) Balen vertelt daar: “In ’t Jaar 1646. In Zomer- en Hoy-maand, was voor Dordrecht een groote Vergaderinge van Krijgs-Macht, het meeste Voet-volk van hare Hoog-Mogende, (leggende de Ruytery in de Lang-straat,) sterk zijnde over de Drie Honderd Vaandelen, uytbrengende wel dertig duyzend Mannen, werdende aldaar Vry Leger afgekundigd. (….) Daar wierd buyten de Poorten geroepen, Rotterdams Bier als Spek, voor yders Bek; Brood als Koek, in dezen Hoek; zoo dat buyten de Poorten wierd gezien, en gehoord, een groot gekrioel, en gerammel; men dronk’er, men klonk’er, men vocht’er, men danstender, men speeldender op de Veel, Duytze Fleuyt, Lier, en Zaks-pijp. (7) Om welk Leger te zien, veel Kykers kwamen, zoo van Haarlem, Delft, Leyden, Amsterdam, Goude, Rotterdam, ’s Gravenhage, Gornichem, en meer andere Plaatzen. De Soldaten lagen t’Scheep op de Stroom Merwede, voor de Stad, in deze Orde:”. Dan noemt Balen een aantal plaatsen rond de stad waar de verschillende onderdelen van het leger zich bevonden. Het leger was bijzonder omvangrijk want het bestond volgens Balen uit: “de Krijgs-benden van Kornel Varsk, en der Schotten”,  “de Krijgs-macht der Overysschelschen”, de “Vriessche en Engelsche Knechten”, “Geldersche”, de “Lijf-Schut-Bende van zijn Hoogheyd Henrik-Frederik, Prince van Orange, &c” en de “Françoyzen”. (8) Dan volgt nog een opsomming van de verschillende soorten schepen en het soort vaklieden dat ook meevoer met het leger. Het moet zo’n enorm spektakel zijn geweest daar in Dordrecht in 1646, dat het de stad blijkbaar nog lang heeft geheugd. De Tachtigjarige Oorlog was toen in zijn laatste dagen en stadhouder Frederik Hendrik van Oranje, trachtte nog zoveel mogelijk grondgebied (en vooral Antwerpen) in de zuidelijke Nederlanden te veroveren op de Spanjaarden. Vandaar de enorme legermacht die samendromde in Dordrecht, alsmede het enorme aantal bezoekers uit andere steden om dat leger te zien. Frederik Hendrik was er hoogstwaarschijnlijk zelf niet bij in Dordrecht, daar hij het leger over land aanvoerde via Breda. De opvallende persoon en mogelijke opdrachtgever op het schilderij in het bootje is dus niet Frederik Hendrik. Die was in die tijd bovendien al lichamelijk en geestelijk ernstig verzwakt; hij zou het jaar daarop sterven.

Het gebeuren mocht Dordrecht dier dagen op zijn kop hebben gezet, de actie van Frederik Hendrik zelf is roemloos vergeten, ondanks dat hij steun uit Frankrijk (de “Françoyzen”) had gekregen. Antwerpen werd niet heroverd. Iedereen was moegestreden, de zuidelijke Nederlanders streefden niet meer naar aansluiting bij de protestantse Republiek en voegden zich naar het Spaanse gezag. In 1648 werd de Vrede van Münster getekend. Niettemin was het voor de Dordtse opdrachtgever blijkbaar een glorieuze gebeurtenis geweest die hij vereeuwigd wilde zien. Dat heeft in ieder geval geleid tot Cuyps prachtige panorama met zijn combinatie van vrolijk lawaai onder een plechtige hemel. Het is ook zeker niet de historie die het voornaamste verhaal vertelt, het zijn toch vooral de verf, de kleuren, het donker en het licht.

Nu je toch tot hier gekomen bent: blijf op de hoogte en neem een abonnement (zie rechtsboven op deze pagina)

(Klik op de plaatjes voor een vergroting.)

(Alle links openen in een nieuw tabblad)

Bertus Pieters

Illustraties: 1: Bertus Pieters, Dordrechts Museum, maart 2022; 2 t/m 9 & 11: Google Art Project; 10: openlibrary.org

(1) Aelbert Cuyp (1620-1691), De Maas bij Dordrecht (rond 1650), olieverf op doek, 114,9×170,2 cm, National Gallery of Art, Washington. Dit schilderij is momenteel (tot 8 mei 2022) nog te zien op de tentoonstelling In het licht van Cuyp: Aelbert Cuyp & Gainsborough, Constable, Turner in het Dordrechts Museum. Naast een indrukwekkende internationale samenkomst van werken van Cuyp die zowel zijn specifieke talent als zijn net zo specifieke tekortkomingen laten zien, worden ook werken getoond van onder meer de genoemde Engelse schilders, die vanaf de achttiende eeuw min of meer beïnvloed werden door het werk van Cuyp. Hoewel Cuyp bepaald niet in alle opzichten een topschilder is van de zeventiende eeuw, is de tentoonstelling als geheel bijzonder mooi, goed in elkaar gezet en kunsthistorisch interessant. Wie het nog niet gezien heeft, moet beslist gaan kijken.

(2) De stad Dordrecht en het eiland waarop het ligt, wordt omstroomd door verschillende rivierarmen waaronder in het noorden de Beneden Merwede, in het noordwesten door de Oude Maas (de rivier die in de titel van het schilderij bedoeld wordt) en in het westen door de Dordtse Kil.

(3) Cuyp was een zeer honkvaste kunstenaar en is in zijn schildersleven nooit in het Italië geweest waarvan hij het licht zo fraai gebruikte. Hij kende dat licht van schilderijen van meesters uit de Lage Landen die wel in Italië geweest waren, met name van Jan Both (1618-1652). Cuyp gebruikte dat licht niet alleen om Italianiserende scènes te schilderen, maar ook om zijn thuisstad Dordrecht in te verbeelden.

(4) Jongemannen van de rijke klassen in Engeland maakten vanaf de achttiende eeuw vaak een Grand Tour over het Europese continent, die onvermijdelijk leidde naar Italië, waar de bakermat van de Beschaving (en dus van Engeland) vermeend werd te liggen, met de kunstschatten uit de Renaissance, de Barok en de Romeinse periode. Schilders die het Italiaanse licht gebruikten in hun schilderijen, bijvoorbeeld Claude le Lorrain (1600-1682), maar ook Aelbert Cuyp werden daarom immens populair bij de zich beschaafd wanende Engelse bovenlaag. Zij werden bovendien hooggeschatte voorbeelden voor navolging en studie voor Engelse kunstenaars, waaronder niet de minsten. Wat Cuyp betreft, heeft dat tot gevolg gehad dat een groot deel van zijn oeuvre zich nu bevindt in de Angelsaksische landen, en dat zijn werk min of meer zeldzaam is in Nederlandse verzamelingen.

(5 ) Margarita Russell, “Aelbert Cuyp, The Maas at Dordrecht: The Great Assembly of the Dutch Armed Forces, June-July 1646, “ Dutch Crossing 40 (1990), pp. 31-82.

(6 ) Matthys Balen, Jans Zoon, Beschryvinge Der Stad Dordrecht, etc., gedrukt en uitgegeven door Symon Onder de Linde, Dordrecht, 1677, pp. 880-881.

(7) “(….) de Veel, Duytze Fleuyt, Lier, en Zaks-pijp.”  De vedel (een strijkinstrument), dwarsfluit, draailier, en pijpzak (een soort doedelzak).

(8) “Lijf-Schut-Bende van zijn Hoogheyd Henrik-Frederik, Prince van Orange, &c”. De lijfwacht van Zijne Hoogheid Frederik Hendrik, Prins van Oranje, etc. Balen noemt niet de aanwezigheid van Frederik Hendrik zelf, die er dan ook hoogstwaarschijnlijk niet bij was.

VILLA LA REPUBBLICA IS NIET VERANTWOORDELIJK VOOR MOGELIJKE RECLAME OP DEZE PAGINA!!

One Comment
  1. Michiel permalink

    Mooi om er een schilderij uit te lichten, een heldere analyse weer Bertus.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: