Skip to content

Verf als denkwijze. Robert Zandvliet in het Haagse GEM.

18 juni 2012

Joseph Nicéphore Niépce bedekte in 1826 een tinnen plaat met bitumen, zette die in een camera obscura in zijn vensterbank in zijn huis in Saint-Loup-de-Varennes en belichtte hem  zo’n acht uur.  Op de schoongemaakte plaat was vervolgens een weergave van het uitzicht uit het raam te zien. Het ging Niépce daarbij vooral om de techniek en niet om de compositie en de inhoud van de weergave. Toch zal hij in de geest van zijn tijd en met het oog op een groot licht-en-donker-contrast rekening gehouden hebben met de compositie. De schaduwgedeeltes moesten de hele dag in de schaduw blijven. Dus de compositie werd redelijk abstract met duidelijk waarneembare, massieve donkere en lichte vormen. Groot moet de voldoening van Niépce zijn geweest bij het aanschouwen van dit beeldwonder.

Honderdvierentachtig jaar later herneemt Robert Zandvliet het beeld van Niépce, maar nu met een techniek die enige eeuwen ouder is dan de fotografie: hij gebruikt eitempera. Wat wel nieuwer is, is dat hij het met een brede kwast gebruikt op een groot stuk linnen. Er is een overeenkomst tussen de belichting van Niépce en de eitempera van Zandvliet: beide zijn onuitwisbaar. In beide gevallen kun je stellen dat er niets fout kon gaan omdat er niets fout mócht gaan. Niépce wist in 1826 dat zijn experiment goede kans van slagen had en zo wist Zandvliet in 2010 dat zijn schilderij zou slagen. Waarom? Omdat Zandvliet een virtuoos is met een zekere hand van werken en alleen een virtuoos met zekere hand kan op een dergelijke manier met eitempera omgaan. Eitempera is namelijk onuitwisbaar en onoverschilderbaar, het droogt vrijwel onmiddellijk. Je kunt daarom ook alleen maar vrij korte streken aanbrengen. Het drogingsproces is zo snel dat de lange smeuïge streek van olieverf of acryl die we zo goed kennen, niet mogelijk is bij eitempera.

Zandvliet lijkt een heilig ontzag te hebben voor Niépces heliogravure want hij volgt diens compositie vrijwel letterlijk. Hij neemt het ondefinieerbare donker van de schaduw in het beeld over en het licht op het schuine dak. Maar Zandvliet doet nog iets anders. Het lijkt of hij meer duidelijkheid wil op bepaalde punten van de compositie. Zo definieert hij de bebouwing links duidelijker dan in de gravure. Waar de gravure met enige vaagheid aanduidt dat er bebouwing weergegeven wordt, laat Zandvliet duidelijk zien: “dit zijn gebouwen”. Maakt bij Niépce de zon door de lange belichtingstijd de zaken vager, Zandvliet maakt meer een momentopname, waarbij het hoogste licht midden boven de hoge horizon staat. Verder blijft het duister van de schaduwen bij Zandvliet even ongrijpbaar als bij Niépce, of liever, ze worden juist wél grijpbaarder, want het worden verfstreken. Ook het licht is vertaald in verf en de bebouwing is gedeeltelijk met schilderkunstige middelen picturaler gemaakt. Waar Niépces heliogravure een bijna immateriële geestverschijning van de werkelijkheid is, is het werk van Zandvliet een materiële compositie van verf geworden. Het is hier niet de realiteit die stuurt of een fantoom laat zien, het is hier de hand van de meester die alles bestiert.

Op de tentoonstelling I owe you the Truth in Painting in het Haagse GEM worden recente schilderijen  (2008 – 2012) getoond van Robert Zandvliet die eerdere werken van bekende en onbekende meesters uit het verleden als uitgangspunt hebben. Het schilderij naar Niépces heliogravure hangt meteen in het begin van de tentoonstelling samen met werken naar Van Gogh en naar Picasso. Dat kan moeilijk anders gezien worden dan als een statement: Niépces beeld is gemaakt met een procedé dat de hegemonie van de schilderkunst in de tweedimensionale beeldcultuur voorgoed zou verdringen. Maar de uitvinding van de fotografie was meteen een vruchtbare uitdaging aan de schilderkunst die daarna en daardoor nog vele grote meesters heeft voortgebracht, waaronder de welhaast legendarische Van Gogh en Picasso.

In dezelfde ruimte is ook de titel van de tentoonstelling te zien die refereert aan een zin uit een brief van Cézanne aan zijn collega Émile Bernard uit 1905: “Je vous dois la vérité en peinture, et je vous la dirai” (“Ik ben U de waarheid over de schilderkunst schuldig, en ik zal U haar zeggen”). Cézanne had daarbij een andere ‘waarheid‘ voor ogen dan de toen gangbare opvatting van naar de natuur schilderen van de impressionisten. De schilderkunstige opvatting van Cézanne van de waarheid in een schilderij was een andere dan die in de realiteit zelf. En om het allemaal nog aardiger te maken baseerde Jacques Derrida de titel van zijn invloedrijke boek La vérité en peinture (1978) op de zin van Cézanne. We hebben in de eerste ruimte van de tentoonstelling van Zandvliet dus maar liefst vijf grote namen bij elkaar: Niépce, Van Gogh, Picasso, Cézanne en Derrida, vijf aartsvaders van de moderne en postmoderne tijd.

Kan Zandvliet die zwaarte dragen? Qua afmetingen van zijn werk bokst hij in ieder geval behoorlijk terug. Overal neemt hij ruime oppervlaktes om zijn kwasten breed het werk te laten doen. Daar zit een zekere tegenstrijdigheid in. Tempera werd ooit gebruikt om er fijne korte penseelstreken mee te zetten, om zo, na veel werk, een dekkend kleuroppervlak te verkrijgen. Bij Zandvliet zien we de aanzetten en de haren van de kwast juist heel duidelijk, ze geven vaart en beweging aan vrijwel al zijn schilderijen. En het is die beweging van de kwast die steeds een rode draad vormt in het werk van Zandvliet. De beweging en richting van de kwast is voor hem een wijze van denken geworden, een wijze om de waarheid van het schilderen te kunnen zeggen. En daarmee, geheel in lijn met Cézanne, zijn waarheid. Want Zandvliet maakt het maar al te duidelijk: we zien hier geen Van Goghs, Picasso’s en andere klinkende namen. We zien in de eerste plaats werken van Robert Zandvliet. En net als Cézanne is hij steeds weer op zoek naar de unieke ordening van ieder werk in het vlak met de beperkingen van zijn eigenzinnige en stugge materiaal.

Wie van de tentoonstelling dan ook een aardige quiz, een who is who van schilderkunst, wil maken, kan wellicht een leuke tijd hebben, maar mist wel de waarheid van de schilderkunst van Zandvliet zelf. Hoezeer de tentoonstelling ook pompeus begint met al die grote namen, in feite is het vooral de veelzijdigheid, binnen de technische beperkingen die hij zich oplegt, die indruk maakt.

Met zijn technische vernuft en virtuositeit zet Zandvliet zich in een oude Nederlandse traditie en in zijn gebruik van afwijkende technieken en van bestaand beeldmateriaal in een postmoderne.

Terugkomend op de reminiscentie aan Niépces heliografie valt ook Zandvliets ambivalente houding tegenover de inhoud van zijn werk op. Het is blijkbaar om die reden dat hij Niépce in zijn compositie, voor zijn doen, voetstoots volgt. Immers, die compositie vertelt geen verhaal en geeft geen uitdrukking aan een gemoedstoestand of levensvisie. Het is of Zandvliet weinig of niets op het beeld van Niépce af te dingen heeft, omdat hij er niets aantreft om af te dingen.

Hoe anders is dat bij voorbeeld bij een piramide van schedels van Cézanne. Die schedels hadden voor Cézanne nog een persoonlijke en inhoudelijke betekenis. Maar bij Zandvliet is die compositie een uitgangspunt om een piramidevormige structuur van geborstelde vlekken op het linnen te zetten. De compositie is ontdaan van alle pathetiek of filosofie. Het werk is veel groter dan het oorspronkelijke werk van Cézanne en het is of het desondanks aan zwaartekracht verloren heeft. Maar op deze manier wordt ook duidelijk dat iedere vergelijking met Cézannes Pyramide de crânes mank gaat. Zandvliets schilderij is te ver verwijderd van Cézannes werk om daar nog iets mee te maken te hebben. Het zou dus als een compleet ander schilderij en compleet eigen schilderij van Zandvliet bekeken moeten worden. En toch is dat ook niet echt mogelijk, immers, we wéten dat Zandvliet het werk afgeleid heeft van een werk van Cézanne. Door middel van de titel deelt hij ons dat uitdrukkelijk mede.

Zo kunnen zijn composities naar Mondriaan ook moeilijk anders gezien worden als een commentaar op Mondriaan maar ook als geheel nieuwe composities. Maar is dat niet een tweespalt van alle kunst? Iedere kunstenaar bouwt zijn werk bewust of onbewust op het werk van andere kunstenaars. Daar is niets aan te doen. Zandvliet heeft ervoor gekozen daar uitdrukkelijk op in te gaan. Hij past ervoor op niet te verbeteren of al te nadrukkelijk te becommentariëren; hij laat, voor zover na te gaan, alle originelen in hun waarde. Ook lijkt hij geen geheimen te willen ontfutselen aan zijn uitgangspunten, het gaat immers niet om letterlijke studies. Hij lijkt eerder zijn veelzijdigheid te willen testen, zichzelf te willen confronteren met de meest uiteenlopende composities om nieuwe facetten in zijn eigen manier van werken te ontdekken.

Dat kan alleen maar wanneer je je ontdoet van de beladen inhoud van het originele werk. Was de inhoud van het werk van Mondriaan diens weg naar steeds verdergaande abstractie? Dan kan Zandvliet aan dat aspect voorbij gaan.

Was Caspar Wolf met het sublieme van onderaardse gangen in Welschenrohr1 bezig? Zandvliet gaat er zoveel mogelijk aan voorbij.

Is Matisse bezig met een weergave van zijn atelier die met feestelijk rood het oog fêteert? Dan is dat aspect al geslaagd en hoeft Zandvliet zich daarmee niet meer bezig te houden. Het is dan ook niet vreemd dat er geen spatje rood meer voorkomt in Zandvliets reminiscentie aan Matisses Atelier rouge. Gesso en tempera, geel, zwart en wit strijden hier juist onbeslist om de hegemonie.

In een aantal schilderijen heeft Zandvliet alleen gesso gebruikt om mee te schilderen. Gesso was oorspronkelijk een onderlaag van gips, maar tegenwoordig is het meestal een dispersie op kunstharsbasis en daarmee goed te gebruiken als grondlaag op doek. Zandvliet mengt het met zwart pigment, waardoor het zwart als het ware zacht en wat nevelig van toon wordt.

Hij doet dat onder meer in Moonlight. Een voorstelling als Moonlight wordt uiteindelijk zo clichématig dat zij niet meer gemakkelijk herleidbaar is tot een oorspronkelijke voorstelling.

Daardoor valt wel des te meer de schilderstechniek op, want dat is het enige wat dan overblijft.

Zandvliet kiest zijn uitgangspunten vooral uit de westerse schilderkunst. Hij maakt een uitzondering voor de 17de-eeuwse Chinese schilder Bada Shanren. En hij gebruikt diens werk De meloen en de maan2 om eens flink met rood uit te pakken. Sowieso wijkt hij hier heel nadrukkelijk af van het oorspronkelijke werk. Daarin is de volle maan een bijna volmaakte cirkel, juist doorbroken door een wat lompe, donkere meloen, terwijl Zandvliet de dunne maancirkel de aangesneden, ronde meloen laat omvatten. Het is eerder een variatie op het thema dan een reminiscentie. Maar wat ook opvalt is dat de techniek van Bada Shanren in zijn halsstarrigheid en poverheid lijkt op die van Zandvliet. Is dat de reden waarom Zandvliet in dit schilderij een hele andere kant op gaat?

Alles bij elkaar biedt de expositie een keur aan uiteenlopende schilderijen. De schilderijen zijn virtuoos en beweeglijk geschilderd. Het schilderen is voor Zandvliet een tweede natuur als bij weinig anderen. En zijn composities staan als een huis. Dat is niet te danken aan de voorbeelden want ook ander werk van Zandvliet zit meestal stevig in elkaar. En het is de vraag, zonder blasé te willen zijn, of Zandvliet juist op dat punt nog een stap verder zou kunnen gaan. Misschien maar een kleine stap, want hij is al zo’n briljante schilder. Maar juist die stap dat hij, als Niépce, een nieuw werk ziet en weet dat hij nu iets heel bijzonders onder handen heeft.

Bertus Pieters

 

1. Caspar Wolf: Das Innere der Bärenhöhle beio Welschenrohr.

 

 

 

 

 

2. Bada Shanren: De meloen en de maan.

Advertisements
Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: