Spring naar inhoud

Tussen einde en begin #36: Quentley Barbara

15 oktober 2019

Het sculpturale werk van Quentley Barbara (1993) heeft iets broos en breekbaars. Niet alleen omdat het van karton en plakband is gemaakt, maar ook door de inhoud. Dat valt ook op aan een tweeluik van hem dat momenteel te zien is in Museum Beelden aan Zee. Het heet Now n Then * en is te zien in de nissen aan weerszijden van de ingang naar de Gipsotheek van het museum. In het linkerdeel overbrugt een levengrote figuur een soort kloof. Met de ene voet staat hij op de linkerrand van die kloof en met de andere op de rechter. Hij steunt met zijn handen tegen de rechtermuur om de grote stap af te kunnen maken, het hoofd gebogen onder het lage plafond van de nis. Tegen de muur hangen twee kleinere figuren. De ene leunt staande tegen de rechterrand, de benen gekruist en het hoofd in de handen, in zichzelf gekeerd, alsof hij staat te slapen. De andere figuur zit en lijkt het hoofd te verbergen achter de staande figuur, maar bij nader inzien ontbreekt zijn hoofd. In het rechterdeel zijn weer de twee randen te zien, maar nu zit er op iedere rand een figuur. Beide figuren reiken elkaar de hand, de linker houdt de uitgereikte hand op, de rechter houdt een potlood in zijn hand. De linker draagt een slouchy muts over het haar, de rechter is kaal. Naast de linker staat een monumentaal hoofd, rechtsonder op de grond ligt een kleiner hoofd, steunend tegen de wand, met de schaduw van de reikende handen van de twee zittende figuren eroverheen.

Now n Then heeft een sterk biografisch karakter, zoals blijkt uit een tekst die bij het werk te lezen is. Barbara vertelt daarin dat hij op Curaçao (waar hij geboren en opgegroeid is) met zijn vrienden onder meer over een kanaal (een rooi) heen sprong, wat niet zonder gevaar was, want de kades waren van steen. Hij woont en werkt nu in Den Haag waar hij nieuwe vriendschappen heeft gesloten en de sprong over het rooi is voor hem een metafoor voor vriendschap geworden – vriendschap als een vorm van overbrugging – en tegelijk is het ook de sprong over de Oceaan.

Barbara besteedt veel aandacht aan de handen, voeten en vooral de hoofden en gezichten. De rest van de lichamen zijn meer schematisch. De hoofden nemen de beslissingen, kijken en communiceren, en de handen en voeten voeren de handelingen uit. De kunstenaar nam in zijn hoofd de beslissing om Curaçao te verlaten en in Nederland te gaan studeren, zijn handen en voeten moesten de taak uitvoeren. Zijn voeten moesten weer opnieuw vaste grond kunnen voelen, zowel mentaal als fysiek, en zijn handen moesten weer dingen gaan doen, tekenen, schilderen en alles waartoe zijn hoofd hen opdracht zou geven. Een geroutineerde, intercontinentale reiziger of vakantieganger zal er niet meer bij stilstaan, bij zo’n tocht over de Atlantische Oceaan, maar voor een jonge kunstenaar, voor wie de reis een stap is in zijn noodzakelijke artistieke ontwikkeling, is het een sprong in het leven en in het ongewisse. Een sprong die moet leiden tot meer kennis en vaardigheid en tegelijk ook meer ervaring in het leven; want dat krijg je er gratis bij.

In het rechterluik kun je de kunstenaar herkennen met zijn muts op, terwijl hij de hand reikt naar vriendschap en kunst. Zijn voeten bungelen nu nonchalant naar beneden, net als die van de figuur tegenover hem. De vaste grond heeft hij al gevoeld, hij kan nu behaaglijk gaan zitten; hij is de rand, de kade, de oever vanwaar hij ooit de sprong in het ongewisse ondernam – of de andere kant waar hij met veel geluk terecht kwam – nu meester en hij kan zijn eigen rol gaan spelen in de nieuwe situatie.

Met ontwikkelen en groeien laat je echter ook dingen en mensen achter en dat geeft een gevoel van sentiment en nostalgie, of zelfs melancholie. De figuur in het linkertafereel die de grote stap waagt, laat anderen achter. Zijn grote honger naar ontwikkeling en zijn wil om iets bijzonders tot stand te brengen, hebben hem doen groeien. Hij kijkt naar beneden en wil de anderen misschien wel toeroepen om wakker te worden uit de sleur van het bestaan, maar zij zien hem niet: de een heeft zich in zichzelf gekeerd en de ander mist zelfs zijn hoofd. Eind goed al goed lijkt het dan in het rechtertafereel te zijn, maar het verleden en de andere kant van de Oceaan zijn daar nog aanwezig. Naast de figuur met de muts staat nog een groot hoofd, een vader? Een familielid? In ieder geval een herinnering. Op de grond ligt een klein hoofd. Het heeft de ogen toegeknepen. Slaapt het? Is het dood? Misschien is het het hoofd dat in het linkerdeel ontbreekt.

Voor de kunstenaar zelf is dat herinnering en realiteit tegelijk; voor de kijker wordt het een mythisch verhaal. Het wordt een mythe, niet in de zin van een ongeloofwaardig verzinsel maar in de zin van een verhaal dat ook gaat over de stappen die je zelf hebt gezet in het leven, of de stappen waartoe je je gedwongen voelde. Van de ene stap was je je op het moment misschien niet zo bewust, van de ander des te meer. Bij iedere stap komt er iets nieuws bij maar valt er ook iets af. Dat maakt dit werk ook zo breekbaar en aansprekend. Dat wordt natuurlijk ook benadrukt door de in karton gefragmenteerde gezichten, waarbij vooral de uitgewerkte oogkassen met oogleden, oogbollen, irissen en wenkbrauwen sprekend zijn.

Dat karton vertelt sowieso een verhaal van vergankelijkheid en verandering. Misschien dat Barbara de stukken karton en de figuren nog eens kan gebruiken. Misschien kan hij de voorstelling ergens anders nog eens aanpassen, uitbreiden of juist verkleinen, maar uiteindelijk zal het karton verslijten. Barbara heeft er blijkbaar geen behoefte aan om sculpturen voor de eeuwigheid te maken. Voor hem geen brons of marmer, en hout gebruikt hij alleen om het karton aan te bevestigen. Zijn beelden zijn nu gemaakt en zijn om nu naar te kijken, daarna komt altijd weer een volgende stap.

De plaatsing van de beide taferelen aan weerszijden van de ingang van de Gipsotheek en in de relatief smalle corridor van de grote zaal van het museum naar de kleinere ruimtes en de bordessen, is ook metaforisch te zien. In de Gipsotheek staan gipsen modellen van beelden, waaronder nationaal bekende sculpturen als Mari Andriessens Dokwerker (1952). Die modellen laten een geschiedenis zien van 20ste-eeuwse Nederlandse beeldhouwkunst, hoe die ontstond en in ons collectief geheugen terecht gekomen is. Sindsdien zijn er zoveel stappen gezet en zoveel sprongen gewaagd. De twee taferelen vormen daarbij een mooie in- en uitgang. Bovendien geven ze betekenis aan de corridor als verkeersader in het museum. Ze nodigen uit om bij stil te staan, de indringende blikken van de figuren te bewonderen en om ze in de herinnering op te slaan, want als de tentoonstelling is afgelopen, zijn de taferelen weg.

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

Bertus Pieters

* Quentley Barbara (1993), Now n Then (2019), tweedelig, karton en plakband. Nog te zien in Museum Beelden aan Zee t/m 27 oktober 2019.

Zie voor meer plaatjes: https://villanextdoor2.wordpress.com/2019/10/16/quentley-barbara-now-n-then-museum-beelden-aan-zee-the-hague/

VILLA LA REPUBBLICA IS NIET VERANTWOORDELIJK VOOR MOGELIJKE ADVERTENTIES OP DEZE PAGINA!!!

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: