Spring naar inhoud

Tussen einde en begin #39: Chen Hangfeng

24 april 2020

Tai bai yu tou / 太白鱼头 from Hangfeng Chen on Vimeo.

For English translation scroll down to comments.

We leven in interessante tijden, en die tijden zijn erg opdringerig. Het Covid-19-virus maakt mensen niet alleen ziek – en is voor sommigen fataal –, het dringt ook in ons leven en in ons denken. Wie ergens afleiding in wil zoeken, wordt hard teruggefloten, want het afleiding zoeken zelf is ook een symptoom van de pandemie. Uiteindelijk kun je er soms misschien maar beter aan toegeven. Niet door je te verdiepen in de lectuur van allerlei wijsneuzen, wetenschappers, betweters en waarheidsbezitters en daar dan hard in mee te blaten, want dat levert je niets dan uitgeholde hersens en een schorre keel op. Op die manier laat je geestelijk met je sollen door het virus, terwijl de fysieke, sociale en politieke consequenties toch al erg genoeg zijn. Je kunt je ook verdiepen in het post-Covid19-tijdperk in de hoop dat de Verlichting dan eindelijk eens hard doch goedertieren zal toeslaan. Dat is uiteindelijk net zoiets als bidden voor het Paradijs. Dat kan op zich creatief en heilzaam werken, maar dan is er altijd weer de realiteit die je ruw met beide benen terugzet op deze materiële planeet.

Een kunstwerk dat zich bezighoudt met twee aspecten van de realiteit op wereldniveau is de video Tai Bai Yu Tou van Chen Hangfeng (1974) (1). Tai Bai Yu Tou is een Chinees gerecht gemaakt van in eigen bouillon gegaarde zilverkarper (Hypophthalmichthys molitrix) met gember, tofoe, lente-ui en koriander. De zilverkarper komt oorspronkelijk uit China en oost Siberië, maar is daar in het wild bijzonder zeldzaam geworden door de bouw van dammen in rivieren en door biotoopvernietiging. Als gekweekte consumptievis is hij echter een van de meest voorkomende op de wereld. Het gemak waarmee de soort opgekweekt kan worden tot vrij omvangrijke, vlezige exemplaren is zelfs zo groot dat hij ook buiten China gekweekt wordt. Het andere aspect van de realiteit is echter dat waar hij in China een bedreigde soort in het wild is geworden, de zilverkarper elders een massale en hinderlijke exoot is geworden toen hij er naar vrije wateren ontsnapte.

Tijdens de huidige crisis dringen zich een aantal aspecten van deze video meer op dan normaal: ten eerste China, het land waar het virus het eerst toesloeg, ten tweede de zogenaamde wet markets – markten met levende have –, waar het virus op de mens zou zijn overgesprongen, en ten derde de niet tegen te houden invasieve verspreiding van een natuurlijk fenomeen, zoals het coronavirus zich ook verspreid heeft.

Chen laat zien hoe de vis gekocht wordt, schoongemaakt en gestoofd. Vervolgens laat hij ook zien hoe het gerecht gegeten moet worden. De vis wordt ongefileerd opgediend, het vlees wordt van de graten gezogen en de graten worden weer uitgespuugd. Nadrukkelijk laat hij zien dat de vinnen bijzonder smakelijk zijn en dat ook het oog van de vis uitstekend gegeten kan worden. De film is een soort gebruiksaanwijzing zoals je die zou kunnen tegenkomen op YouTube, of op een cd-rom of website van een firma waarvan je een toestel gekocht hebt dat uitleg behoeft. Het enige verschil is dat deze instructies geen commerciële bijbedoelingen hebben. Iedere stap wordt zonder opsmuk getoond en benoemd. Er is geen hinderlijke achtergrondmuziek, er is geen hinderlijke presentator. Niets wordt mooier gemaakt dan het is, in tegendeel zelfs. Bij het begin in de wet market, zie je alleen de in een bad zwemmende vissen en hoor je het geroezemoes van de markt op de achtergrond. Er wordt verder geen sfeerbeeld gegeven. Je ziet alleen de armen en handen van degene die de vis uit het water haalt, doodt en schoonmaakt in het bloederige water. Hetzelfde geldt voor de bereiding. Bij de eetinstructie wordt het beeld zelfs vager, om degene die eet niet herkenbaar te maken, zodat de aandacht vooral naar de etende mond uitgaat en de handelingen van tong en lippen. Af en toe gaat de camera naar het gerecht. Tijdens bereiding daarvan zag dat er nog veelbelovend uit, met koriander versierd, maar tijdens het nuttigen van de maaltijd focust de camera recht in het eten dat er nu uitziet als een onappetijtelijke gratenprak, terwijl de mond van de eetster in een innig samenspel van stokjes, lippen, tanden, tong en speeksel de boel in- en uitviezelt. De tekst geeft aan wat het lekkerste is, alsof het een wetenschappelijk feit betreft.

Wie meent dat dit nu “typisch Chinees” is, dit gespuug, gezuig en gelebber aan een niet als zodanig herkenbare delicatesse, vergeet dat Europese delicatessen als kikkerbilletjes en slakken er ook niet echt smakelijk uitzien en bovendien uit armoede geboren zijn. Dat zal met het zilverkarpergerecht niet anders zijn. Immers, wie ooit voor het eerst meende voedingswaarde te kunnen putten uit een vin vol graten, zal dat niet gedaan hebben uit rijkdom. Voordat het cliché dat “Chinezen alles eten” weer opwelt in de Nederlandse geest (en denk dan eens aan alle onaanzienlijke structuren die een Nederlandse maaltijd rijk kan zijn), is het beeld van dit instructiefilmpje in essentie niet specifiek Chinees. Het toont de mens in zijn opperste culinaire beschaving, gepaard aan de meest basale, dierlijke levensbehoefte: eten. Het stoven en vervolgens de handelingen van de mond, tanden en tong, en het toepassen van speeksel zijn allemaal noodzakelijke voorbereidingen voor de vertering van het voedsel. Biologisch zijn we zo uitgerust dat we dat ook prettig en lekker vinden, er een vorm van esthetiek in vinden, anders zouden we vergeten te eten, of het overslaan vanwege de rompslomp en dus sterven van de honger. En zo is beschaving en esthetiek ondestilleerbaar vermengd met onze dierlijke lusten, of we nu Chinezen, Nederlanders of wat dan ook zijn. De zakelijkheid waarmee het filmpje die esthetiek benadert legt de werking van genot op die manier prachtig bloot. Je zou het een ecce homo kunnen noemen. Tot zover de mens, zijn behoefte en lust en de vis die tot op het merg het voorwerp wordt van dit genot.

De instructiefilm wordt geregeld onderbroken door videobeelden van de verspreiding van de vis in de Grote Meren tussen Canada en de Verenigde Staten. Terwijl de vis gekocht, gedood, gestoofd, geproefd en genuttigd wordt, zie je ook een flatscreen dat aanstaat. Blijkbaar zit iemand op een stoel of bank naar een reportage te kijken van de BBC, over de zilverkarper in de Verenigde Staten, en je kijkt mee. Het is onmiskenbare BBC-regie van een natuurfilm, het genre dat een hoge vlucht heeft genomen sinds de vroegste dagen van David Attenborough. Bij de BBC is de natuur altijd perfect, monumentaal, briljant en adembenemend, zelfs wanneer ze dat niet is. Je ziet de vissen in groten getale omhoogspringen uit het water in het juiste licht. Wanneer een motorboot over het water vaart, schrikken de karpers en springen in paniek en in het wilde weg omhoog, daardoor raakt de hele school in paniek en zij springen zodoende allemaal omhoog. Door de camera’s van de BBC ziet het er briljant en schitterend uit. Vervolgens zie je ook dat je moet oppassen wanneer je er met een bootje tussen zit. De vissen kunnen enige tientallen kilo’s wegen en kunnen zich per ongeluk tegen je aan katapulteren, wat niet zonder gevaar is. De BBC laat het zien als een fraai sprookje, maar dan gaat het beeld over naar een lokale Amerikaanse televisiezender en een actualiteitenprogramma over het probleem van de zich vermenigvuldigende karpers en de noodzaak hun aantallen in toom te houden vanwege dreigende destabilisatie van het plaatselijke ecosysteem. De zilverkarper is met de hengel moeilijk te vangen, want hij eet vooral minuscuul klein fytoplankton, dus hengelsporters kunnen de aantallen niet decimeren. Er is sprake van een regeringsrapport dat de problemen in kaart brengt, er zijn bezorgde gezichten. Ook dat alles wordt zo zakelijk mogelijk getoond. Het flatscreen staat in een huiselijke omgeving, recht voor de camera, de beeldkwaliteit is daardoor bijbehorend schril en de akoestiek is die van een huiskamer. Er zijn verder geen achtergrondgeluiden.

Er zullen ongetwijfeld Amerikanen zijn die menen dat er een Chinees complot achter de zilverkarperinvasie zit, of dat de federale regering een dergelijk complot bevordert om de vrije Amerikaanse burger het leven zuur te maken en tot onderwerping te dwingen, de mythologisering van de eigen vrijheid kent in Amerika nu eenmaal geen grenzen. Daar gaat het echter in deze video niet om. Juist in deze tijden van de verspreiding van een virus dat zijn oorsprong heeft in China, krijgt deze video, gewild of ongewild, meer reliëf. Het valt daarbij vooral op, wat de video niet zegt. Chen onthoudt zich van uitspraken over de ethiek en zelfs de esthetiek van het geheel, terwijl hij tegelijkertijd natuurlijk wel ethiek en esthetiek bedrijft. Hij laat bezorgde Amerikanen zien, hij laat de BBC een ecologisch probleem als een godswonder vastleggen en laat de genieting van een Chinese delicatesse zien. Al die zaken hebben een groter verband. Het invasieaspect van de verspreiding van de menselijke soort en alles wat hij aan dieren, planten, schimmels en ziektes met zich meebrengt is een meer dan koloniaal verhaal. Het is ook niet specifiek verbonden aan West Europeanen, Chinezen of wie dan ook. Zelfs al verplaatsen we ons met de beste voornemens over deze planeet, we dragen er steeds toe bij. Je kunt je inmiddels moeilijk aan de indruk onttrekken dat we een culminatiepunt beleven van allerlei vormen van invasie, waarbij we de wereld steeds opnieuw bedekken met onze ethische en esthetische waarden om ervoor te zorgen dat we een liefde behouden voor ons overleven.

Eerder besteedde Chen al aandacht aan de verspreiding van de Chinese wolhandkrab, een invasieve exoot in de Nederlandse wateren. Zelf levend en werkend in China zowel als Nederland, zit er een zekere speelsheid in zijn benadering  van culturen en de manier waarop zij gewild en ongewild op elkaar inwerken. In Tai Bai Yu Tou begint het verhaal zakelijk met de vissen in een bak met water, maar al verder kijkend wordt de toon steeds meer tongue-in-cheek. Dat wil zeggen, hoe harder Chen tracht de toon niet tongue-in-cheek te laten worden, hoe meer hij dat wordt. Op zich al een prestatie, want je kunt amper spreken van een “toon” in dit werk. Er is geen vertelstem en, zoals gezegd, is er ook geen achtergrondmuziek. Er lijkt een vorm van ironie in het werk te zitten, maar in feite gaat het de ironie ver voorbij, daar het een veel groter complex van ideeën en problemen aansnijdt. Chen doet dat zonder intellectuele opsmuk en zonder grappiger te willen zijn dan de kijker. Hij speelt met de realiteit op de manieren van verschillende media, via de droge zakelijkheid van een instructievideo, via de blinkende esthetiek van de BBC, via het dagelijkse zorgitem van een Amerikaans actualiteitenprogramma, die laatste twee in een huiselijke omgeving. Er is op die manier sprake van invasie op verschillende niveaus en op verschillende manieren. Hier en daar lijkt het Paradijs misschien dichtbij, in de vinnen van de gegaarde zilverkarper, in de exuberante opnames van de BBC en misschien is er Verlichting nabij door onderzoek van de wetenschap, hoewel politiek en ambtenarij daar altijd nog een spaak in het wiel kunnen steken. Wie de hersens niet zo uitgehold wil hebben als die van een gare zilverkarper en de keel wil sparen voor schorheid, kan misschien maar beter toegeven aan Tai Bai Yu Tou.

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

Bertus Pieters

(1) Chen Hangfeng (1974), Tai Bai Yu Tou, 2019, kleuren-HD-video, 12 minuten. Chen wordt in Nederland vertegenwoordigd door SinArts Gallery in Den Haag. SinArts besteedde onlangs aandacht aan deze video in zijn nieuwsbrief waarmee de galerie in deze tijden contact met de kijkers, kopers en verzamelaars tracht te behouden. Abonneer je, want het is interessant!

 

3 reacties
  1. Tanja Smit permalink

    Ha Bertus,

    Dank je wel voor mooi artikel en interessante video!!!

    Hartelijke groet, Tanja

    >

    Like

  2. Dank, Tanja en hou je haaks!

    Like

  3. We live in interesting times, and these times are very pushy. The Covid-19 virus not only makes people sick – and is fatal to some – it also penetrates our lives and our minds. Anyone who wants to look for distraction is whistled back, because looking for distraction itself is also a symptom of the pandemic. In the end, sometimes you might as well give in to it. Not by immersing yourself in the literature of all sorts of smarties, scientists, know-it-alls and truth-owners and then join their bleating, because that will give you nothing but hollowed-out brains and a hoarse throat. That way, you let the virus fool you mentally, while its physical, social and political consequences are bad enough anyway. You can also delve into the post-Covid19 era in the hope that the Enlightenment will finally strike hard but mercifully. In the end that is like praying for Paradise. That in itself can be wholesome and work creatively, but then there is always reality that will roughly put you back with both feet on this material planet.

    A work of art that deals with two aspects of reality on a global level is Chen Hangfeng’s video Tai Bai Yu Tou (1974) (1). Tai Bai Yu Tou is a Chinese dish made from silver carp (Hypophthalmichthys molitrix) cooked in its own broth, with ginger, tofu, spring onion and coriander. The silver carp is native to China and eastern Siberia, but has become particularly rare in the wild there due to the construction of dams in rivers and to habitat destruction. However, as a fish farmed for consumption, it is one of the most abundant in the world. The ease with which the species can be grown into fairly large, fleshy specimens is so great that it is also grown outside China. However, the other aspect of reality is that where it has become an endangered species in China in the wild, the silver carp elsewhere has become a massive and annoying exotic species where it escaped to free waters.

    During the current crisis, a number of aspects of this video stand out more than usual: firstly, China, the country where the virus first struck, secondly, the so-called wet markets – markets with livestock – where the virus would have infected humans, and third, the unstoppable invasive spread of a natural phenomenon, such as the corona virus has spread.

    Chen shows how the fish is bought, cleaned and stewed. Then he also shows how to eat the dish. The fish is served with bones, the meat is sucked from the bones and they are spat out again. He stresses that the fins are particularly tasty and that the eye of the fish is also excellent to eat. The film is a kind of manual as you might find on YouTube, or on a CD-ROM or website of a company from which you bought a device that needs explanation. The only difference is that these instructions have no ulterior commercial motives. Each step is shown and named in an unadorned way. There is no annoying background music, there is no annoying presenter. Nothing is made more beautiful than it is, on the contrary. At the beginning in the wet market, you only see the fish swimming in a basin and you hear the buzz of the market in the background. No further atmospheric image is given. You only see the arms and hands of the person who takes the fish out of the water, killing and cleaning it in the bloody water. The same goes for the preparation. With the eating instruction, the image even becomes vaguer, not to make the person who eats recognisable, so that the focus is mainly on the eating mouth and the actions of the tongue and lips. Occasionally the camera goes to the dish. While being prepared, it still looked promising, decorated with coriander, but while eating the meal, the camera focuses straight into the food that now looks like an unappetizing bony mash, while the mouth of the eater, with an intimate interplay of chopsticks, lips, teeth, tongue and saliva, is messing it in and out. The text indicates what tastes best, as if it were a scientific fact.

    Anyone who thinks that this is now “typically Chinese”, this spitting, sucking and gobbling of a delicacy which is not recognisable as such, forgets that European delicacies such as frog legs and snails do not look very tasty either and are moreover born out of poverty. That will be no different with the silver carp dish. After all, anyone who first believed to be able to draw nutritional value from a fin full of bones, would not have done so out of wealth. Before the cliché that “Chinese people eat everything” is resurrected in the Dutch mind (and think of all the inconsiderable structures that a Dutch meal can be rich in), the image of this instructional video is essentially not specifically Chinese. It shows man in his supreme culinary civilisation, coupled with the most basic animal necessity of life: food. Stewing and then the actions of the mouth, teeth and tongue, and the use of saliva are all necessary preparations for the digestion of the food. Biologically, we are in such a way equipped that we also like and enjoy that, find some form of aesthetic in it, otherwise we would forget to eat, or skip it because of the hassle and die of hunger. And so civilisation and aesthetics are inextricably mixed with our animal lusts, whether we are Chinese, Dutch or whatever. The sobriety with which the film approaches this aesthetics beautifully exposes how pleasure works. You could call it an “ecce homo.” So much for man, his need and lust and the fish that becomes the object of this down-to-the-marrow pleasure.

    The instruction film is regularly interrupted by video footage of the distribution of fish in the Great Lakes between Canada and the United States. While the fish is bought, killed, stewed, tasted and consumed, you also see a flat screen that is on. Apparently someone is sitting on a chair or couch watching a BBC documentary, about the silver carp in the United States, and you join the viewer. It is undeniably BBC directing of a nature film, the genre that has skyrocketed since David Attenborough’s earliest days. With the BBC, nature is always perfect, monumental, brilliant and breathtaking, even when it is not. You see the fish jumping out of the water in large numbers in the right light. When a motorboat crosses the water, the carp start and jump up in panic and at random, causing the whole school to panic and they all jump up. Through the BBC’s cameras it looks brilliant and beautiful. Then you also see that you have to be careful when you are in a boat. The fish can weigh several tens of kilos and can accidentally catapult against you, which is not without danger. The BBC shows it as a beautiful fairytale, but then the picture passes to a local American television channel and a current affairs program about the problem of the multiplying carp and the need to keep their numbers in check because of the threat of destabilisation of the local ecosystem. The silver carp is difficult to catch with the rod, because it mainly eats tiny phytoplankton, so anglers cannot decimate the numbers. There is talk of a government report charting the problems, there are concerned faces. All this is also shown as businesslike as possible. The flat screen is in a homely environment, right in front of the camera, the image quality is therefore shrill and the acoustics are that of a living room. There are no further background noises.

    Undoubtedly there will be Americans who believe that there is a Chinese plot behind the silver carp invasion, or that the federal government promotes such a plot to make life difficult for free American citizens and to force them into submission, as the mythologisation of its own freedom knows no bounds in America. However, that is not what this video is about. It is precisely during these times of the spread of a virus that has its origin in China, that this video, whether intentionally or unintentionally, gets more relief. It is especially noticeable, what the video does not say. Chen refrains from statements about the ethics and even the aesthetics of the whole, while at the same time of course he practices ethics and aesthetics. He shows concerned Americans, he shows the BBC capturing an ecological problem as a divine miracle, and he shows the enjoyment of a Chinese delicacy. All these things have a bigger context. The invasive aspect of the distribution of the human species and all that he brings with him – animals, plants, fungi and diseases – is more than a colonial story. It is also not specifically linked to Western Europeans, Chinese or anyone else. Even though we move around the planet with the best of intentions, we always contribute to it. By now, it is hard to escape the impression that we are experiencing a culmination point of all kinds of invasion, with which we are covering the world again and again with our ethical and aesthetic values to ensure that we keep a love for our survival.

    Chen previously paid attention to the distribution of the Chinese mitten crab, an invasive exotic species in Dutch waters. Living and working in both China and the Netherlands, there is a certain playfulness in his approach to cultures and the way in which they interact unwillingly and unwittingly. In Tai Bai Yu Tou, the story starts with the fish in a tank with water, but looking further, the tone becomes more and more tongue-in-cheek. That is, the harder Chen tries not to let the tone become tongue-in-cheek, the more it is. In itself an achievement, because you can hardly speak of a “tone” in this work. There is no narrative voice and, as said, there is no background music. There seems to be some form of irony in the work, but in fact it goes far beyond irony as it addresses a much larger complex of ideas and problems. Chen does this without intellectual frills and without wanting to be funnier than the viewer. He plays with reality in the ways of various media, through the dry objectivity of an instructional video, through the shining aesthetics of the BBC, through the daily care item of an American current affairs program, the latter two in a homely environment. In this way one could speak of invasion at different levels and in different ways. Here and there Paradise may seem close, in the fins of the stewed silver carp, in the BBC’s exuberant footage, and perhaps Enlightenment is near, by researching science, although politics and civil servants can still stab a wire between the wheels there. Those who don’t want their brains to be as hollowed out as those of a cooked silver carp and who want to spare their throats for hoarseness, might as well give in to Tai Bai Yu Tou.

    Bertus Pieters
    (1) Chen Hangfeng (1974), Tai Bai Yu Tou, 2019, colour HD video, 12 minutes. Chen is represented in the Netherlands by SinArts Gallery in The Hague. SinArts recently covered this video in its newsletter, which seeks to maintain contact with viewers, buyers and collectors during these times. Subscribe because it is interesting!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: