Skip to content

Verbeeld wantrouwen. Joseph Montgomery, Rules for Coyote. Dürst Britt & Mayhew, Den Haag

24 september 2015

Joseph Montgomery 01

Het hedendaagse beeld van een schilderij als een drager – aanvankelijk van hout, later ook van andere materialen – met daarop aangebrachte kleurstoffen, is ontstaan in de middeleeuwen en de renaissance. Aanvankelijk werden de kleuren door middel van verf aangebracht en dienden om de inhoud gestalte te geven, waarbij duidelijk werd dat een goede compositorische rangschikking van die kleuren bijdroeg aan de zeggingskracht en helderheid van het schilderij en aan de waarheid van de inhoud. Toen het werken met olieverf op doek het definitief overnam van het schilderen op paneel werden ook de verfstreek en de beweging die die uitdrukte belangrijker. Een en ander resulteerde in de tweede helft van de 20ste eeuw in het opbrengen van verf op een vrij radicale manier – denk aan Karel Appel die de verf op doek smeet of Jackson Pollock met zijn drippings –, alles om een uiterste in beweging en expressie in de verf te krijgen. Niets stond meer in de weg om de verf zelf de artistieke waarheid te laten overbrengen aan de kijker en daar, in diens hoofd de expressie tot emotie te laten stollen. Maar waarom zou verf een expressie moeten overbrengen? Waarom zou een schilderij sowieso een emotie moeten opwekken? Dat zijn vragen die al zolang gesteld worden sinds het expressionisme definitief zijn intrede deed in de westerse schilderkunst. Leidt de emotie niet tot onheus en onwaarachtig sentiment? Is sentiment te vertrouwen? Is de verfstreek sowieso te vertrouwen?

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Joseph Montgomery (1979), wiens werk momenteel te zien is bij Dürst Britt & Mayhew, heeft de verfstreek nagenoeg verbannen uit zijn schilderijen. Sterker nog, er komt vrijwel geen verf aan te pas. Zijn collages lijken op schilderijen en gedragen zich op het eerste gezicht als schilderijen. De collagetechniek kan vaak onwillekeurig ook tot een soort reliëf leiden; de opgeplakte delen liggen op het basisvlak en soms ook over elkaar heen. Bij Montgomery liggen stukjes materiaal doelbewust over elkaar heen. Niet zozeer om iets te verbergen (wat inherent natuurlijk wel gebeurt) maar meer als over elkaar liggende opvolgende ideeën. Op die manier worden zijn collages reliëfs en meer, want de verschillende onderdelen zijn soms maar gedeeltelijk bevestigd aan de ondergrond en staan af van het doek.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Aan de voorkant dient het werk zich dan aan als een schilderij, maar van de zijkant blijkt het werk deels driedimensionaal. Op die manier is zo’n werk een resultaat geworden van acties en reacties, een som van improvisaties waarbij het oorspronkelijke thema moeilijk meer te achterhalen is. Tot zover eigenlijk niets nieuws, sterker, de collages/schilderijtjes bevinden zich op rechthoekige doeken, zoals we al eeuwen gewend zijn dat het beeld rechthoekig is in de westerse kunst. Het is of Montgomery zich terugtrekt op een aantal van die basisprincipes die de westerse kunstkijker gewend is, om daarin vervolgens een eigen interpretatie te tonen. Die interpretatie balanceert tussen het raken aan emotionele expressie en het zoeken naar iets objectievers dan dat. Montgomery doet dat quasi onbekommerd en speels maar daaronder ligt steeds weer een zoektocht naar een artistieke waarheid, voor zover die al ooit mocht bestaan of gevonden zou kunnen worden.

Joseph Montgomery 06

Joseph Montgomery 07

Als pendanten van de collages worden op de tentoonstelling een aantal reliëfs van Montgomery getoond die doen denken aan het minimalisme van bijvoorbeeld Jan Schoonhovens reliëfs uit de jaren ’50, ’60 en ’70. Er zijn ook verschillen met Schoonhovens reliëfs: Schoonhoven paste een strenge geometrie toe, ongeacht het materiaal dat hij gebruikte, terwijl Montgomery zich meer lijkt te richten op zijn materiaal als uitgangspunt, en Schoonhoven gebruikte uiteindelijk wit als de ultieme minimale kleur, terwijl Montgomery weliswaar ook monochroom werkt, maar ieder reliëf een eigen kleur geeft.

Die veelal pastelachtige kleuren heeft hij ontleend aan de bekende Roadrunner-tekenfilms uit de jaren ’50 en ‘60. Ze zijn gebaseerd op de achtergronden en landschappen waarin zich de verhalen van Roadrunner en zijn grote tegenspeler Wile E. Coyote zich afspelen – en vandaar ook de naam van de tentoonstelling – . Op die manier illustreren de reliëfs Montgomery’s streven in zijn collages naar artistieke waarheid, die niet gevonden wordt. De coyote, in zijn pogingen om de renkoekoek te vangen, sterft in de films bijna duizenden doden, óf door zijn eigen domheid, óf door de slimheid van de vogel, óf door domme pech, maar hij probeert het steeds opnieuw. De plannen en vindingen van de coyote zijn vaak vernuftig en creatief, maar de omstandigheden nopen hem steeds weer iets nieuws te vinden. Het is op die manier aanlokkelijk Montgomery’s collages te zien als verrichtingen tegen de achtergrond van de reliëfs. De beperkingen die Montgomery zich oplegt – de kleuren van de reliëfs, de rechthoekigheid van de collages – werken als de constante van de gebouwen waarin we wonen en werken of van de plattegronden van onze steden. Ze zijn constanten die er net zo goed niet zouden hoeven zijn, maar er toch zijn en ons het vertrouwde kader geven om binnen te leven en denken, zo goed als de pastelkleuren dat voor Wile E. Coyote zijn.

Joseph Montgomery 08

Montgomery’s wijze van werken en presenteren stelt ook het probleem aan de orde van het belang van de individualiteit in het maken van een kunstwerk. Op zich ook al geen nieuw probleem sinds het pissoir van Duchamp. Maar wie ziet hoe Montgomery in zijn reliëfs beslissingen op elkaar heeft gestapeld om tot iets te komen dat “goed” is, of in ieder geval voldoende spanning oplevert om naar te kijken, kan zich afvragen of het niet steeds de omstandigheden zijn die Montgomery dwingen tot het nemen van bepaalde beslissingen. Is het hele verhaal van actie en reactie in het maken van een kunstwerk er een van de kunstenaar of dicteert het kunstwerk de creativiteit van de kunstenaar? En wordt dat niet benadrukt door een beperkend kader? Het probleem doet sterk denken aan de middeleeuwse idee dat een te aanbidden beeld slechts gemaakt kon worden door tussenkomst van God, waarbij de kunstenaar slechts het nederige medium is die zijn hand laat leiden door het hogere, zoals dat gebeurde bij het maken van iconen. Daarmee werd ontkend dat de kunstenaar zelf zijn beslissingen nam. Niettemin moest die kunstenaar wel alle kneepjes van zijn meesterschap gewoon leren. In de 18de eeuw zette Bach zelfs onder zijn composities nog dat alleen aan God de eer was; hij gaf daarmee overigens meteen te kennen dat hij overtuigd was van zijn eigen kwaliteiten. In het icoonschilderen leidde het tot een rigoureuze schematische werkwijze die vrijwel geen veranderingen door persoonlijke smaak van schilder of publiek meer toeliet. Nu werd die door God gegeven inspiratie of schematiek uiteraard door de mens zelf uitgevonden en dat is ook duidelijk in het werk van Montgomery, die zelf zijn grenzen stelt waarbinnen hij werkt. Niettemin, kan de artistieke waarheid wel van de kunstenaar komen? Of zijn we als mensen dusdanig geprogrammeerd dat we alleen maar beslissingen binnen aangegeven paden en gekende kaders kunnen nemen? En zijn die beslissingen te vertrouwen qua objectiviteit? Of neigen ze in hun zucht naar esthetiek in de kunst toch naar goedkoop sentiment? Montgomery stelt zichzelf wat dat betreft steeds op de proef. Zijn werk is levendig en niet zonder humor, maar het draagt – op die zelfde levendige manier – ook een soort wantrouwen in de zeggingskracht van het beeld uit.

Joseph Montgomery 09

Die ernstige kant van de zaak wordt nog eens benadrukt door de fraaie presentatie in de galerie met weinig werk tegen een consequent grijze achtergrond, waarbij reliëfs en collages elkaar afwisselen en de ruimte krijgen van alle kanten bekeken te worden en waarbij de pastelkleuren van de reliëfs niet tegen een witte achtergrond geïsoleerd worden. De werken krijgen bovendien een zekere ernst mee en wederom een vastgelegd kader waarbinnen gekeken en gedacht kan worden. Op die manier kan Montgomery zijn composities weer laten werken als de coyote in de cartoon die het steeds weer opnieuw probeert binnen de gegeven kaders, vernuftig en creatief. Het zorgt er ook voor dat zijn werk verder reikt dan wat hij zelf vertelt in een door de galerie bijgeleverd interview. Hij zegt daarin dat schilderen (waartoe hij het maken van zijn collages rekent) het weergeven van keuzes is en niet van de uniciteit van het kunstwerk. Wat hij in feite laat zien is de vergeefsheid van de zoektocht naar de artistieke waarheid of het artistieke doel. Je kunt zelfs spreken van een zeker wantrouwen jegens het artistieke doel. Het heeft geleid tot een mooie tentoonstelling met intrigerend werk dat de dualiteit van deze tijd goed verbeeldt.

Joseph Montgomery 10

Bertus Pieters

Zie ook: https://villanextdoor.wordpress.com/2015/09/24/joseph-montgomery-rules-for-coyote-durst-britt-mayhew-gallery-the-hague/

https://chmkoome.wordpress.com/2015/09/25/rules-for-coyote/

http://www.lost-painters.nl/durst-britt-joseph-montgomery-rules-for-coyote-2/

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: