Skip to content

Over toewijding en natuurlijke processen. Paul Beumer, The message of the flower is the flower; Dürst Britt & Mayhew, Den Haag

8 oktober 2017

Het gebruik van inkt heeft vrijwel ongemerkt een enorme transformatie ondergaan in de West-Europese cultuur. Inkt zit in het dagelijks gebruik nu in cartridges en in een balpen. De afdrukken ervan zijn te zien in tijdschriften en andere drukwaar en op memo’s, kattebelletjes, boodschappenlijstjes en dergelijke. In de digitale media zelf is inkt niet meer aanwezig, zij het dat in het gebruik van de zwarte lijn op een lichte achtergrond om drukletters te imiteren de inkttraditie nog steeds naklinkt. Nog niet lang geleden was vloeibare inkt de basis van de schriftelijke communicatie en verslaglegging. Op school werd schrijven geleerd met pen en inkt. Inkt was in dat proces een weerbarstig medium. Zo moesten naast een pennenbakje voor pennetjes en penhouders en een potje voor de inkt, liefst ingebouwd in de schooltafel, ook altijd een inktlap en een vloei in de aanslag zijn omdat de inkt ieder gebrek aan toewijding afstrafte met een onverbiddelijke bobbel, druppel, vlek of veeg. Inkt moest onder de duim gekregen, gedresseerd en in bedwang gehouden worden, want van zichzelf had het de neiging alle kanten op te vloeien en volstrekt ongecultiveerd te zijn. Die dressuur was tweezijdig: de leerling bracht niet alleen de inkt in het gareel, de inkt bracht ook de leerling tot toewijding. Idealiter versmolten leerling en inkt en op die manier werd schrijven een soort ademhalen: een haaltje naar boven was dun en een haaltje naar beneden was dik en dat in een regelmatig ritme.

Die innige versmelting, wat de verdiensten daarvan ook zouden zijn, is inmiddels uitgebannen en het gebruik van vloeibare inkt is verdwenen naar het reservaat van de beeldende kunst. Daar heeft inkt al eeuwen een plaats gekregen tussen andere vloeibare kleurstoffen die al even weerbarstig zijn. Het bijzondere is dat die eerder genoemde versmelting, dat ademen, al even aanwezig is in kunst die met vloeibare media te maken heeft, zeker waar zij gebruikt worden op een absorberende drager.

Dat is vooral goed te ervaren in het recente werk van Paul Beumer (1982), momenteel te zien in zijn tentoonstelling The message of the flower is the flower bij Dürst Britt en Mayhew. Alle beeldende kunst is in principe fysiek, maar het is of het gebruik van vloeibare media op of in een absorberende ondergrond het versmelten van de toewijding, het geestelijke en het fysieke het meest benadert. Bij Beumer is de versmelting tussen drager en medium vrijwel compleet. Hij streefde daar in eerder werk al naar maar in het nu getoonde werk worden rimpelingen en vouwen van de drager zelf meer benadrukt. Beumer baseert zich daarbij op de Japanse shibori-techniek waarbij textiel gevouwen en/of opgerold wordt en daarna in een bad van kleurstof wordt gedompeld. Die techniek heeft in Japan een hoge verfijning bereikt waarbij de meest uiteenlopende patronen en voorstellingen weergegeven kunnen worden, uitgaande van de aard van de textielsoort. De eigenzinnigheid en weerbarstigheid van kleurstof op waterbasis wordt daarbij dus op een andere manier in een gareel geleid dan bij het schrijven.

Beumer gaat die beteugeling te ver. Al in eerder werk liet hij zijn liefde zien voor natuurlijke processen die binnen het platte vlak van een kunstwerk kunnen plaatsvinden en uit zich zelf een bepaald beeld oproepen. Het was voor hem niet voldoende met een kwast een streep inkt of verf aan te brengen en daarmee het van te voren beoogde effect te bereiken. Liefst gaf hij de inkt en de verf de vrijheid een eigen structuur te vormen en de volstrekt eigen natuurlijke uitdrukkingskracht tot zijn recht te laten komen. Het drogingsproces, het verdunnen door water, het uitvloeien, het in de ondergrond trekken, het toevoegen van afdrukken van objecten of van stof, zij maakten de esthetiek van het werk. Hoezeer dat ook mag klinken als het produceren van toevalstreffers, niets is minder waar. In ieder werk streefde Beumer naar een vorm van compleetheid die nooit bereikt kon worden. Aan hem was het om ieder werk te beginnen met een basisidee, te experimenteren, het proces te verbijzonderen en het stil te zetten op een moment dat het weliswaar nog verder had kunnen gaan, maar waarop het ook geen toewijding meer genereerde of behoefde. Op die manier werden het ook momentopnames, waarin de aanloop naar het moment ook nog te zien was. In het huidige werk is dat niet anders. Het vouwen is een van de dingen die je juist met textiel kunt doen en die daarmee het vloeibare van inkt, verf en eventueel bleekmiddel conditioneren. De vouw in textiel wordt een fysiek kenmerk dat de lap karakter geeft. Door het gebruik van verf of inkt maakt Beumer het karakter van de lap duidelijk. In traditionele shibori wordt altijd al rekening gehouden met de eigenschappen van de textiel, zoals dikte, stugheid en absorptievermogen; er wordt steeds naar een balans, een harmonie in stof, kleurstof en decoratie gezocht. Bij Beumer werkt het ten dele hetzelfde, maar hij zoekt meer naar een eigen karakter van het doek en de inkt of verf. Inkt en verf mogen hun eigen karakter toevoegen aan dat van de textiel en zij kunnen dat doen door verder te vloeien dan de moeten in de stof toestaan.

A son’s wish is een mooi voorbeeld van wat dat kan inhouden. De regelmaat van de vouwen waarmee het patroon is gevormd, is duidelijk te zien. Ritmisch wordt de inkt opgezogen of wordt hij geweerd. De bewerking van het katoen, de drager in A son’s wish, laat echter ook vrijheid aan de inkt en hoe die zich vanuit het patroon verspreidt en in het katoen zakt. Tegenover de regelmaat van het patroon staat niet alleen de toegestane weerbarstigheid van de inkt, maar staan ook de kreukels in het katoen, vooral aan de onderzijde van het werk. Die tegenstelling tussen het regelmatige patroon en de bedoeling daarvan en de onregelmatigheid van de kreukels wordt duidelijk door de natuurlijke werking van de inkt. Dat wil zeggen, ze wordt niet duidelijk als in een wetenschappelijke proefneming, maar als in een esthetische proefneming. Uiteindelijk wil je in een kunstwerk altijd meer dan de optelsom van de zaken. Beumer houdt zijn werk in principe vrij van directe betekenis. Het vloeien en het zakken in het katoen van de inkt is een proces dat op zichzelf geen directe betekenis heeft, het laat slechts een natuurlijk proces zien. Tegelijk laat het ook een denkproces zien van de kunstenaar die moet beslissen wat hij wel en niet wil op bepaalde momenten binnen het ontstaan van het werk.

Toch blijven associaties steeds in de nabijheid. Je kunt het werk zien als een landschap of een plattegrond waarin bepaalde gebeurtenissen en aantastingen te zien zijn en ook hoe het landschap zich heeft aangepast aan die gebeurtenissen en aantastingen. Beschouwers met een meer confessionele blik zullen misschien denken aan de Lijkwade van Turijn of de Zweetdoek van de Heilige Veronica. Daar zit in zoverre wat in dat een werk als A son’s wish in feite een weergave is van iets bijna levends en lichamelijks. Het ademend ritme van het schrijven hoeft niet meer opgeroepen te worden met pen of kwast, het regelt zichzelf door de patronen, zowel regelmatig als onregelmatig. Beumer gebruikt niet langer pen, kwast en penseel om het medium te dirigeren, noch gebruikt hij zijn handen om te boetseren, noch zijn zijn werken diepdrukken of vlakdrukken. Met die laatste bestaat wel enige overeenkomst in dat een werk als A son’s wish een weergave is van een proces dat geïnitieerd is door de kunstenaar maar is afgemaakt door natuurlijke processen. En zeker, er is ook sprake van schrift, maar wederom in zoverre dat het steeds geïnitieerd is door de kunstenaar en voor de rest zichzelf schrijft.

Vergeleken bij A son’s wish ziet het recentere Crying frogs er veel simpeler uit, als een wens om terug te keren naar een eenvoudiger idee. Het patroon van ronde, donkere met daaronder lichtere vlekken in een min of meer regelmatige ordening, is als een minimum waarin een simpele gedachte nog uitdrukkingskracht kan hebben, alvorens bijna letterlijk in de ondergrond te verdwijnen. Het idee van een momentopname is voelbaarder dan in A son’s wish. Het eerder genoemde moment waarop Beumer moest besluiten dat hij weliswaar nog verder had kunnen gaan maar dat dit toch het moment décisif in het werk was, is in feite het beeld van Crying frogs zelf geworden. Iedere kunstenaar streeft naar een bepaald maximum in zijn of haar werk, al is het een maximum binnen een minimale grens.

Het is steeds dat speelveld tussen eenvoudig uitgewerkte en eenvoudig ogende ideeën en ingewikkelder concepten en beelden waarbinnen Beumer zich beweegt en dat een veelheid aan werk oplevert. Werk waarin kleur een belangrijke rol speelt, of juist het gebrek eraan, werk waarin regelmatige patronen een rol spelen of juist kreukels en verwrongen moeten, werk waarin associaties met jaarringen, geploegde velden, vallende bladeren of hemellichamen zich opdringen, maar waarin daartegenover ook steeds weer de aardsheid en het fysieke van de materialen spreekt. Beumer heeft besloten uit die veelheid van werken een viertal collages samen te stellen met Becoming a breeze, A gift of seaweed, The last day of spring en Departing for the East als titels. De dichterlijke associaties van deze titels, afkomstig uit oosterse poëzie, zijn eerder prikkelend dan veelzeggend. De beschouwer wordt met de titel niets opgedrongen maar wordt eerder gestimuleerd de eigen verbeelding te gebruiken. De wijze van samenstellen van de collages lijkt ook puur associatief, waarbij het zoeken naar evenwicht centraal staat. Zo ligt in A gift of seaweed de nadruk op de regelmaat van de ritmes van de verschillende doeken. De cirkelvorm dwingt Departing for the East tot een meer monumentale compositie en in The last day of spring valt de transparantie op van het witte, rechtshangende doek waaronder de in het midden hangende donkere doeken nog zichtbaar zijn. De vier collages zijn een soort grote improvisaties geworden, vier grote werken van gestolde toewijding.

De schoonheid van de natuur is belangeloos, Kant stelde dat al vast. Het punt voor een kunstenaar als Paul Beumer is hoe je die belangeloze schoonheid tot een betekenisvolle schoonheid kunt maken, zonder daarbij afbreuk te doen aan de natuurlijke processen en zonder die natuurlijke processen te zeer een betekenis op te dringen. Dat vergt, naast talent, inzicht en toewijding en daar is deze expositie een uitzonderlijk voorbeeld van. The message of the flower is the flower, niet meer, niet minder.

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

 

Bertus Pieters

 

Zie ook: https://villanextdoor.wordpress.com/2017/10/10/paul-beumer-the-message-of-the-flower-is-the-flower-durst-britt-mayhew-the-hague/

https://chmkoome.wordpress.com/2017/09/16/the-message-of-the-flower-is-the-flower/

https://kunstblijfteenraadsel.nl/2017/09/29/paul-beumer-durst-britt-mayhew/

Advertenties
Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: