Spring naar inhoud

Intimiteiten in het huidig tijdsgewricht. Lee Kit, Lovers on the beach; West, Den Haag

19 november 2021

De eerste solopresentatie van Lee Kit (1978) in Nederland in West Den Haag (werk van hem was eerder te zien in een groepstentoonstelling bij West, toen nog in Huis Huguetan) is op het eerste gezicht uitzonderlijk esthetisch voor West. Esthetisch, niet in de zin van een inhoudsloze maar etherische schoonheid. Het is eerder dat het esthetische, soms subtiele gebruik van donker en licht in combinatie met projecties, teksten en wisselende achtergrondmuziek, samenvalt met een intrigerende inhoud. De tentoonstelling neemt de gehele Lange Voorhoutvleugel van de voormalige ambassade in beslag en daarmee heeft Lee een groot aantal kamers tot zijn beschikking. Die kamers kunnen ieder beschouwd worden als een werk. Verwijzend naar de uitgave die de tentoonstelling begeleidt, – 50 Ways of Installing an Exhibition – zou je kunnen spreken van ‘22 à 23 Manieren om een kunstwerk te maken’. Je kunt de ruimtes beschouwen als een verzameling van verschillende werken die in elkaar overvloeien, maar meer geven zij het idee van een verhaal met een begin en een einde, misschien zelfs meerdere eindes.

Een ding is al duidelijk in het begin van de tentoonstelling, in de voormalige lobby van de ambassade: dit is geen show om even snel doorheen te lopen, benieuwd naar de volgende blikvanger. In de lobby is een installatie met twee projecties van een blauwe hemel met wat witte wolken en licht nostalgische achtergrondmuziek, muzikaal behang dat eigenlijk net zo min “achtergrond” is als de beelden van de wolken. Niets van de elementen dringt zich echt op, maar gezamenlijk omgeven ze je. Het is een installatie als om het levensritme van de binnenkomende bezoeker te temperen, en te brengen tot het trage ritme van de tentoonstelling. Lee heeft de ruimte geregisseerd met de beelden, met het donker en licht en de muziek, en, je hebt het misschien niet meteen door, hij heeft je als bezoeker erbij geregisseerd. Je loopt er wellicht wat zoekend rond, dan weer stilstaand om naar de wisselende projecties van de wolken te kijken, terwijl je je afvraagt waarin je nu eigenlijk bent terecht gekomen. Net op het moment dat je vrede met het geheel kunt hebben voor wat het is, valt de ondertiteling bij een van de twee projecties op. Daar verschijnt een tekst, blijkbaar de weergave van een conversatie, behoorlijk absurd – ondermeer over het poëtische van niezen – die de vrede ietwat verstoort; overigens niet op een onaangename wijze. Als om je te laten merken dat niets menselijks de kunst vreemd is. Je eigen aanwezigheid in het werk, je verbazing, je zoeken naar betekenis, maakt je onherroepelijk onderdeel van het werk. Het maakt ook duidelijk dat dit geen tentoonstelling is voor hen die in alles referenties willen zien als onderdelen van een rebus die het geheel tot iets ‘gelaagds’ moeten maken. Het ene valt weliswaar met andere zaken in verband te brengen, maar het is de vraag of dat de finesse van de tentoonstelling is.

Voortgaande door de opeenvolgende kamers blijken de aanvankelijk als licht absurdistisch op te vatten teksten ook bijtend te kunnen worden. In ‘As usual’ staat bijvoorbeeld As usual, he is emotionally disturbed. Wie is hier “emotioneel gestoord”? Is het een protagonist in het beeld, is het de kunstenaar, zou je het misschien zelf kunnen zijn? Bij het licht dat schijnt over een landschap verschijnt de ondertiteling The eternal sunshine in your nightmare. Word je daar persoonlijk aangesproken? Is dit een nachtmerrie in het relatieve duister van de kamer? Wist je sowieso dat er “eeuwige zonneschijn” kon zijn in een nachtmerrie? Is het leven een nachtmerrie met steeds een lichtpunt en zo ja, voor wie? Tegelijkertijd is het beeld geprojecteerd over zowel de wand als twee schuin tegen de wand geplaatste panelen. Het beeld wordt driedimensionaal, maar niet op de gebruikelijke manier (en dat gebeurt ten dele ook bij de wolkenprojecties in de lobby).

Die andere manier van “driedimensionaal” maken van projecties zet zich voort in twee opeenvolgende kamers. Daar is een opeenvolging van twee werken te zien die ook in hun vorm sterk met elkaar verbonden zijn. Het driedimensionale wordt tegelijkertijd een vorm van collage. In de daaropvolgende twee kamers, die aan weerszijden van de gang liggen is de onderlinge connectie op een andere manier aangebracht. De beide projecties zijn muurgroot op een met doorzichtig plakplastic afgeplakte wand. Het maakt de invloed van de projectorlamp zelf maar ook van het inkomende, via de gordijnen gedempte licht van buiten een belangrijke speler in het geheel. In de eerste van de twee grote projecties (Take it personal) bemoeilijkt dat het lezen van de ondertiteling, zodat je door de ruimte beweegt om dat te kunnen en ook om de voorstelling zelf te kunnen zien. Gaande de tentoonstelling lijken de opmerkingen persoonlijker te worden. Doorgaans zijn opmerkingen over dat kunstenwerken iets bevragen onzinnig, want kunstwerken zijn dingen die doorgaans niet in staat zijn iets te vragen, maar hier lijken de kunstwerken toch een reactie uit te lokken. In Take it personal bijvoorbeeld staat in de ondertiteling: It’s a rare virtue. / I take it personal. Je kunt er natuurlijk je schouders over ophalen, maar de opmerkingen blijven toch in je hoofd en worden onwillekeurig verbonden met de omgeving waarin je verkeert. Andermaal wordt daarmee duidelijk dat je onderdeel van de zaak geworden bent. De sfeer van statige gordijnen die het licht zeven, is in de pendantruimte met de andere muurvullende projectie op plakplastic radicaal veranderd van statig en verstild naar schril en schijnbaar lukraak en banaal. Op die manier blijft de opmerking I take it personal op een andere manier naklinken.

Op de verdieping van het gebouw wordt de toon agressiever en ongemakkelijker. To hate you as i like heet een videoprojectie deels op papier, waarin Lee een spel speelt met projectie en werkelijkheid die beide verstoord kunnen raken. Het principe van driedimensionaliteit en collages doet zijn werk weer op een andere manier. Het verhaal en de fysieke realiteit worden nog agressiever in een kamer met kapotgemaakte koelkasten. Weg is de relaxte sfeer van het begin van de tentoonstelling.

In I never said I was deep wordt een samenwerking met de Haagse kunstenaar Chloë van Diepen gesuggereerd. Zijn de titel en de ontboezemingen in de ondertitelingen van de projectie in het werk een toespeling op de naam van de kunstenaar (haar werk heeft raakvlakken met dat van Lee)? Voor zover ze dat al zijn, krijgen ze in de context van het verloop van de tentoonstelling een wat navrante bijsmaak. I never said I was deep / but I am profoundly shallow. / My lack of knowledge is vast…, en zo gaat de ondertiteling nog een tijdje door. Met de plechtig hangende gordijnen lijkt het werk een buitenissige variant op Take it personal en tegelijk een januskop voor degenen die op zoek zijn naar diepzinnigheid. Wie hier spreekt, blijft overigens nog steeds in het midden. “Diepgaand ondiep”, een “uitgestrekt gebrek aan kennis”, “smalle horizonten” het zijn opeenvolgingen van absurdistische taalvondsten die in de andere werken amper voorkomen. In een andere kamer wapperen de gordijnen. Is het om schoon schip te maken, of is het turbulentie tijdens de reis? In Story about Autumn (een werk uit 2017) wordt de bezoeker uitgenodigd plaats te nemen in een behaaglijke, gele ligstoel met een extra neksteun om het herfstverhaal te volgen. Het verhaal krijgt een onverwacht politieke en gewelddadige lading. De kijker wordt stille getuige, misschien zelfs stille medeplichtige, van wat er verteld wordt, zittend in een luie ligstoel. Even verderop word je zelfs in de rol van voyeur gedrongen. Kunst kijken – kijken in het algemeen – zijn uit de aard der zaak altijd verbonden met nieuwsgierigheid en voyeurschap. Hier en daar lijkt de taal het definitief over te nemen, zoals in A pebble, maar tegelijkertijd schept de omgeving de voorwaarden voor de teksten. Het is of Lee je op allerlei manieren steeds meer tracht in te kapselen in zijn composities. Zaken als geluk, schuld, liefde en herinnering drijven voorbij en om je heen, en lijken onbewust voorbereid door eerder in de tentoonstelling gezien werk om uiteindelijk te eindigen met een zeegezicht en honderd “eeuwige“ liefdesliedjes. Hier en daar duiken nog wat schilderijtjes op als toevoegingen in de schilderijen waar je zelf in loopt.

Lee uitnodigen om deze tentoonstelling te maken in West is een schot in de roos. Zij het dat, door de Corona-pandemie, Lee het geheel, met West als doorgeefluik, moest laten inrichten. Een soort van tasten op lange afstand moet het zijn geweest. Maar Lee en West hebben het schier onmogelijke dan toch mogelijk gemaakt (en dat getuigt ook van de enorme expertise en professionaliteit van West!). De ruimtes van de voormalige ambassade zijn zo anders dan de veel meer specifieke tentoonstellingsruimtes waar Lee elders terecht zou kunnen, dat hij zich optimaal lijkt te hebben uitgeleefd, ondanks zijn afwezigheid. De trapezoïde vensters van het Breuergebouw, soms als defensief naar de buitenwereld toe ervaren, hebben een eigen functie gekregen binnen het geheel, ondanks dat – of juist doordat – ze meestal bedekt zijn. De afzonderlijke ruimtes en de route erdoorheen nodigen uit tot nuances in de presentatie en tot het ervaren van de ruimtes als belevenissen die elkaar gaandeweg ook beïnvloeden. Zonder dat er wellicht een groter concept aan de gehele tentoonstelling als verhaal ten grondslag ligt, werkt ze uiteindelijk wel als een gepolijst geheel. De sfeer varieert van vertrouwelijk tot beklemmend. Misschien dat het werken op lange afstand tegen de achtergrond van de onzekere tijden waarin de wereld zich tijdens de Corona-pandemie bevindt, en de politiek lugubere tijden waarin Lee’s geboortestad Hongkong verkeert, een extra draai aan de tentoonstelling heeft gegeven. Ze geeft in ieder geval een idee van hartstochtelijk op zoek zijn naar intimiteit, maar tegelijkertijd ook keihard stuitend op het menselijk tekort, zo kenmerkend voor het huidig tijdsgewricht. De tentoonstelling eindigt met een zeegezicht. De kuststrook, het strand, is die smalle lap grond die de grens vormt tussen het dagelijkse aardse gewoel en het grootse sublieme, de twee elementen waartussen de liefde en het menselijk leven moeten gedijen, ondanks virussen en verdrukking. Het is ook die grens die de intimiteit en tegelijk de beklemming illustreert.

Nu je toch tot hier gekomen bent: blijf op de hoogte en neem een abonnement (zie rechtsboven op deze pagina)

(Klik op de plaatjes voor een vergroting)

(Alle links openen in een nieuw tabblad)

Bertus Pieters

VILLA LA REPUBBLICA IS NIET VERANTWOORDELIJK VOOR EVENTUELE ADVERTENTIES OP DEZE PAGINA!!

Geef een reactie

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.

%d bloggers liken dit: